De Nederlandse pluimveehouderij is een belangrijk onderdeel van onze voedingsmiddelenindustrie.

Pluimveevlees is een verzamelnaam voor meerdere soorten vlees die geproduceerd worden door bedrijven met pluimvee. Pluimveehouders door heel Nederland houden leghennen, vleeskuikens en hun ouderdieren, kalkoenen en eenden.

In grote lijnen is de pluimveesector op te delen in de vleessector (met name kip) en de legsector (eieren). In de vleessector houden pluimveehouders hun dieren voor de productie van pluimveevlees. In de legsector leggen hennen de eieren die wij kopen of die verder worden verwerkt tot eiproducten, zoals mayonaise.

Vleeskuikens vormen de grootste deelsector, op ruime afstand gevolgd door eenden en kalkoenen. In 2023 waren er 610 bedrijven met vleeskuikens, 40 bedrijven met eenden en 30 bedrijven met kalkoenen.

Economische Waarde en Werkgelegenheid

De toegevoegde waarde van het vleespluimveecomplex (het geheel van de primaire sector, verwerking, toelevering en distributie) was in 2022 1.630 miljoen euro. Het complex biedt werkgelegenheid aan 11.600 personen (arbeidsjaren).

De pluimveevleesverwerkende sector verzorgt banen voor een groot aantal werknemers in Nederland. Deze sector houdt in 2024 ruim 10.000 mensen aan het werk. De werkgelegenheid in de totale pluimveesector is 22.000 personen.

Productieketen van Pluimveevlees

De keten voor de productie van pluimveevlees kent een aantal opeenvolgende schakels. Elke schakel is gespecialiseerd in het voortbrengen van een product dat geleverd wordt aan de volgende schakel. De keten begint met de vermeerdering. Dit zijn bedrijven met ouderdieren die broedeieren produceren. Op 160 bedrijven worden in totaal 4,7 miljoen ouderdieren gehouden.

In de volgende schakel, de kuikenbroederij, worden de broedeieren uitgebroed tot eendagskuikens. Vervolgens worden de eendagskuikens geleverd aan de vleeskuikenhouders. Op de vleeskuikenbedrijven worden, in een periode van 6 tot 8 weken, vleeskuikens gehouden tot een eindgewicht van 2,0 tot 3,0 kg.

De kuikens worden vervolgens geleverd aan een slachterij. In Nederland worden in 14 slachterijen vleeskuikens geslacht met een totale productie van 895.000 ton geslacht gewicht.

Omschakeling naar Langzaam Groeiende Vleeskuikens

Een belangrijke verandering in de vleeskuikenhouderij is de omschakeling naar langzaam groeiende vleeskuikens. Deze ontwikkeling is in gang gezet in 2007 met de introductie van het Beter Leven keurmerk. Tot 2013 is de verkoop van vers pluimveevlees met het Beter Leven keurmerk met 1 ster (BLK 1 ster) geleidelijk gestegen.

In 2013 is de Kip van Morgen geïntroduceerd. Dit is een concept met een langzaam groeiend kuiken, maar de houderij-eisen zijn minder vergaand dan bij BLK 1 ster. Tussen 2014 en 2017 zijn alle Nederlandse supermarkten overgeschakeld naar verkoop van Kip van Morgen-concepten. Elke supermarktketen gebruikte daarbij een eigen merknaam in de winkel.

De volgende stap was het besluit van de Nederlandse supermarktketens om uiterlijk 2023 over te schakelen naar BLK 1 ster pluimveevlees, met de daarbij horende houderij-eisen. Dit betekent dat in de Nederlandse supermarkten in het vers-segment vanaf 2024 uitsluitend pluimveevlees verkocht wordt dat is geproduceerd volgens de eisen van het BLK 1 ster.

Door de omschakeling naar de Kip van Morgen concepten en later naar een houderij volgens het BLK 1 ster kunnen vleeskuikenhouders minder dieren houden in een stal. Is in de reguliere stal een bezetting op de eerste dag van 20 tot 22 kuiken per m2 gebruikelijk, bij BLK 1 ster is de bezetting 10 tot 12 kuikens per m2.

Dit betekent dat een volwaardig bedrijf met 90.000 reguliere kuikens nog circa 50.000 kuikens kan houden in dezelfde stallen. Het gevolg is dat het aantal dierplaatsen in Nederland vermindert.

Op basis van cijfers van koepelorganisatie AVINED is een berekening gemaakt van het aantal vleeskuikens dat elk jaar wordt opgezet op de Nederlandse bedrijven. Het aantal vleeskuikens is vooral vanaf 2019 gestaag gedaald, van 384 miljoen naar 292 miljoen in 2023. Dit is het gevolg van zowel de omschakeling naar concepten met een lagere bezetting als van het feit dat de bestaande staloppervlakte in Nederland gelijk blijft omdat er amper nieuwe stallen bijgebouwd worden.

In de Avined cijfers kan ook onderscheid gemaakt worden tussen reguliere rassen en langzaam groeiende rassen. In 2015 was het aandeel langzaam groeiende rassen circa 10%, om vervolgens snel te stijgen tot 30% in 2018 en gemiddeld 42% in 2023. Begin 2024 was de omschakeling van de supermarkten voltooid.

In de eerste maanden van 2024 was het aandeel langzaam groeiende vleeskuikens op de Nederlandse bedrijven met vleeskuikens circa 50%.

Als gevolg van de toezegging van de Nederlandse supermarkten om nog uitsluitend pluimveevlees van BLK 1 ster kuikens te verkopen, moesten vleeskuikenhouders omschakelen. Veel bedrijven met Kip van Morgen-concepten en ook bedrijven met reguliere vleeskuikens werd gevraagd om te schakelen.

Knelpunt hierbij is de bouw van een overdekte uitloop. Dit vraagt extra financiering en een nieuwe vergunning. Veel vleeskuikenbedrijven kregen een aanbod om voor vijf jaar kuikens te leveren tegen een gegarandeerde opbrengstprijs. Hiertegenover staan echter duidelijke ketenafspraken.

Drie slachterijen in Nederland leveren BLK 1 ster kuiken voor de verschillende supermarktconcepten. Elke slachterij heeft hierbij haar voorwaarden wat betreft de partners waarmee in de keten wordt samengewerkt.

Plukon geeft de vleeskuikenhouder de keuze uit 6 voerfabrieken en 3 kuikenbroederijen, Storteboom werkt uitsluitend met voerfabriek de Heus en 3 kuikenbroederijen en Esbro werkt uitsluitend met voerfabriek ForFarmers en 2 kuikenbroederijen. Voor de vleeskuikenhouder betekent werken met BLK 1 ster dus minder vrijheid in keuze van de ketenpartners.

De bedrijven met reguliere vleeskuikens produceren pluimveevlees voor de buitenhuishoudelijke markt (foodservice) of voor de export. Deze vleeskuikenhouders houden vleeskuikens volgens de EU-standaard en eventuele aanvullende eisen van de marktpartijen. In het algemeen is er een vrije keuze van voerfabrikant en kuikenbroederij. De vrije markt bepaalt de opbrengstprijs en deze marktprijs kan sterk variëren afhankelijk van vraag en aanbod. In tegenstelling tot de vleeskuikenhouder met het Beter Leven keurmerk is er geen enkele garantie voor een redelijk inkomen.

Export van Pluimveevlees

De export van pluimveevlees van reguliere vleeskuikens is vooral gericht op de omringende EU-landen, waarbij Duitsland, Frankrijk en België belangrijke bestemmingen zijn. Buiten de EU is het VK veruit de belangrijkste bestemming. In 2023 bedroeg de export van naturel pluimveevlees (exclusief bereidingen) naar Duitsland 352.000 ton (waarde 684 miljoen euro) en naar het Verenigd Koninkrijk 176.000 ton (waarde 689 miljoen euro). De export naar het VK betreft vooral hoogwaardige borstfilet.

Overige aspecten van de Nederlandse pluimveehouderij

De pluimveehouderij is een relatief kleine economische sector in Nederland en erg divers van aard.

Huisvestingssystemen

Binnen de legsector is er een grote variatie tussen huisvestingssystemen zoals leghennen in koloniehuisvesting, scharrelhennen met en zonder uitloop en biologische leghennen. De laatste jaren zijn ook in de vleeskuikensector de alternatieve houderijsystemen in opkomst, zoals scharrelvleeskuikens en biologische vleeskuikens.

Het aantal pluimveebedrijven in Nederland neemt af. Ook het aantal kippen is de afgelopen jaren gedaald. Dit komt onder andere doordat er steeds meer nieuwe marktconcepten ontstaan voor kippenvlees, waarbij er minder dieren per vierkante meter in de stal zitten en deze hier ook langer blijven.

Een groter bedrijf kan veranderingen in opbrengsten vaak beter opvangen. Ook is het voor grotere bedrijven makkelijker om te investeren in technieken die beter zijn voor het milieu of het dierenwelzijn. Kleinere bedrijven stoppen soms vanwege de concurrentie, maar ook omdat ze geen opvolger hebben.

Op die bedrijven werden over het gehele jaar 380 miljoen vleeskuikens gehouden. Deze zitten uiteraard niet allemaal gelijktijdig in een stal, maar zijn over het hele jaar verspreidt. Ook zitten ze niet gezamelijk in één stal, bedrijven hebben meerdere stallen.

Kippen gaan zeer efficiënt om met het voer dat ze eten. In vaktermen heet dat een gunstige voerconversie (aantal kilo voer per kilo kip).

Wie Nederlandse kip koopt, rekent op een veilig en gezond product. Ondernemers in de vleeskuikensector is er alles aan gelegen om de dieren goed en gezond te laten opgroeien.

De Nederlandse pluimveehouderij legt zich toe op de productie van (broed)eieren en vlees. Zij is vooruitstrevend als het gaat om dierenwelzijn, stalemissies en mestverwaarding.

De Nederlandse pluimveehouderij kenmerkt zich door vooruitstrevendheid en innovatiekracht. Op het gebied van dierwelzijn, een belangrijk issue in de sector, zet zij telkens weer grote stappen en wordt tegemoet gekomen aan wensen van de maatschappij of afnemers.

Maatschappelijke discussies spitsen zich nu toe op de uitstoot van fijnstof, geur en ammoniak uit stallen. Nieuwe stalsystemen kunnen die uitstoot aanzienlijk beperken.

De vakgroep Pluimveehouderij van LTO Nederland en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) behartigt de belangen van pluimveehouders op landelijk niveau. Recent is de sector geraakt door ingrijpende incidenten op het gebied van diergezondheid (vogelgriep).

Daarnaast werkt de vakgroep aan verdere verduurzaming van de pluimveehouderij. Het gaat dan vooral om het terugdringen van stalemissies, inzetten op een zo laag mogelijke footprint en verbeteringen ten aanzien van dierenwelzijn. De vakgroep bepleit een integrale benadering: minder emissies dragen niet noodzakelijkerwijs bij aan beter dierenwelzijn en andersom. Maatregelen moeten integraal een positief effect hebben en bijdragen aan economische duurzaamheid van bedrijven. Zonder verdienmodel is er geen toekomst voor bedrijven.

labels: #Kip

Zie ook: