De Nederlandse koektrommel - de veelgeroemde maar ook verguisde traditie van het kaakje bij de thee - is trouwens van tamelijk recente datum.
De Opkomst van de Koektrommel
Met de tentoonstelling Blik op Blik vestigt het Historisch Museum Deventer de aandacht op de opkomst en ontwikkeling van het koek- en conservenblik in Nederland die zo’n tweehonderd jaar geleden begon.
De basis van de Deventer verzameling is door fuserende blikfabrikanten gelegd.
De collectie, die nu zo’n dikke zesduizend exemplaren omvat, is vervolgens met aankopen en schenkingen aangevuld en uiteindelijk aan het museum overgedragen.
Naast koektrommels, beschuitbussen en cacaoblikken bestaat de verzameling uit blikverpakkingen van zaken die allang in de vergetelheid zijn weggezakt, zoals de collectebusjes van goede doelen voor huiselijk gebruik, blikjes met schuurpoeder en schoonmaakmiddelen, voor grammofoonnaalden en schrijfmachinelinten, en ook niet onbelangrijk, sigaren- en tabaksblikken in vele soorten en maten.
Toch dient zich bij dit thema meteen een hardnekkig obstakel aan.
De nostalgische connotatie - veel volwassenen herinneren zich hoe vroeger bij hen thuis de koektrommel eruitzag - belemmert in hoge mate een onbevangen kijk op de geschiedenis van blik als verpakkingsmateriaal.
De Geschiedenis van Blik als Verpakkingsmateriaal
Daar brengen de auteurs van de begeleidende uitgave bij de tentoonstelling verandering in aan, terwijl ze tegelijkertijd de geschiedenis van design verbreden.
Het boek Blik op Blik valt in twee delen uiteen en is op twee verschillende papiersoorten gedrukt.
Het verpakken van voedsel in glas en blik kwam in Nederland pas jaren na de ontdekking van de sterilisatietechniek in 1810 goed op gang.
Rond 1900 kregen producenten - om zich duidelijker te onderscheiden van hun concurrenten - behoefte aan verpakkingen met een merknaam en opsmuk.
De Opkomst van Zelfbedieningswinkels
Vanaf 1948 vond een grote omslag plaats door de opkomst van de zelfbedieningswinkels met hun voorverpakte waren.
De eerste zelfbediening was Van Woerkom in Nijmegen in 1948; Albert Heijn opende vier jaar later haar eerste in Schiedam.
De artikelen moesten zichzelf gaan verkopen (er was nu immers geen winkelier voorhanden die vanachter de toonbank persoonlijk advies verstrekte) en daarmee kreeg de verpakking met opdruk een belangrijke taak.
Toch klaagden vormgevers als Machiel Wilmink (1894-1963) in het vakblad Verpakkingen van 1955 dat ontwerpers in een veel te laat stadium werden ingeschakeld.
Het Ontwerp van Blikverpakkingen
De geschiedenis van de blikindustrie in Nederland is door Van de Weg uitgebreid beschreven en van prachtig beeldmateriaal voorzien.
Het boek zit vol foto’s van blikslagerijen, fabrieks- en winkelinterieurs, gereedschap, soldeermachines, blikopeners, persen voor het bedrukken en pregen van blik, en zelfs van aandelen in blikondernemingen.
In het tweede deel van de uitgave neemt Mienke Simon Thomas de vormgeving van blikverpakking voor haar rekening en ook hier is ruimschoots kleurrijk beeldmateriaal toegevoegd.
De collectie in Deventer omvat veel, en vaak uniek, materiaal waaronder het overbekende Drosteblik met verpleegster (ontwerp Jan Misset) dat onze taal verrijkte met de gevleugelde uitspraak ‘het Droste effect’.
Uiteraard is het roodgele koffie- en theeblik van Jac. Jongert voor de firma Van Nelle aanwezig.
Maar ook de veel minder bekende icosaëder, een veelkantig blik dat handmatig in elkaar moest worden gezet, naar een ontwerp van M.C.
Het denkbeeld dat ook gewone alledaagse verpakkingen een goede vormgeving verdienden, kwam volgens Simon Thomas uit Duitsland en begon met de Deutsche Werkbund in 1907, een organisatie van fabrikanten, winkeliers en kunstenaars die zich sterk maakte voor het verantwoorde industriële product.
Nederlandse fabrieksdirecteuren gingen illustratoren als J.C. Braakensiek (1858-1940), Johann van Caspel (1870-1928) en Johan Briedé (1885-1980) inschakelen.
Maar hun persoonlijke voorkeur bleef tot ver in de twintigste eeuw een grote rol spelen.
‘Zo was directeur Izaak van Melle van de Zeeuwse zoetwarenfabriek meer een natuurliefhebber dan een kunstkenner en hij zorgde er daarom voor dat tot in de jaren dertig zijn blikken door fabrikant Bekkers uitbundig met vogels, bloemen en vruchten werden versierd.
De Afwezigheid van Gewone Conservenblikken
Simon Thomas zag zich bij het onderzoek wel geconfronteerd met een lacune in de Deventer verzameling.
De doorsnee blikproductie, de gewone conservenblikken die negentig procent van het totaal uitmaakte, ontbreekt.
Vooral de oudere blikken, die na opening gevaarlijke scherpe rafelranden achterlieten, zijn in de collectie afwezig.
‘Voor verzamelaars hebben deze banale huis-, tuin- en keukenblikken met een papieren etiket waarop doperwten en knakworsten of haring staan afgebeeld weinig aantrekkingskracht, zelfs als die verzamelaars blikfabrikanten waren.’
Zulke blikverpakkingen zijn voorgoed verdwenen en hoe ze eruit zagen, valt waarschijnlijk niet meer te achterhalen.
Ook in de overzichtsboeken van design, constateert Simon Thomas, zijn nauwelijks voorbeelden van blikdesign te vinden, uitgezonderd Jac. Jongert met zijn koffie- en theeblik voor Van Nelle (ca. 1930).
Er blijft kennelijk een discrepantie tussen het door kunstenaars en vormgevers ontworpen blik en het ‘gewone’ blik bestaan.
De uitgave Blik op Blik is duidelijk voor een breder publiek geschreven (wel een beknopte literatuurlijst, geen voetnoten) maar de auteurs zijn er in geslaagd de beperking die een nostalgische blik aankleeft terzijde te schuiven.
Vintage Koektrommels: Een Stukje Geschiedenis
Exclusieve Vintage Koektrommel Koningshuis 1938: Een Stukje Koninklijke Geschiedenis.
Deze vintage blikken koektrommel, geproduceerd door Wed. J. Bekkers & zoon in 1938, is een bijzonder verzamelobject dat het Koninklijk Huis eert.
Het betreft een rechthoekige trommel met een scharnierend oversluitdeksel, gedecoreerd met een lichte crémegele ondergrond en oranje details in reliëf.
Deze decoratie wordt verrijkt met afbeeldingen van leden van het Koninklijk Huis, wat de trommel een historische en nostalgische waarde geeft.
Afbeeldingen van het Koninklijk Huis
Op het deksel prijkt een afbeelding van prins Bernhard, prinses Juliana en prinses Beatrix, wat het een opvallend en uniek stuk maakt voor verzamelaars en liefhebbers van koninklijke memorabilia.
De voorzijde toont prinses Juliana met baby Beatrix, terwijl de achterzijde een luchtfoto van Paleis Soestdijk, gemaakt door de KLM, weergeeft.
De zijkanten zijn versierd met het wapen van Nederland en de wapenspreuk van het huis van Oranje-Nassau, "Je maintiendrai" (Nederlands: Ik zal handhaven), wat sinds 1815 de officiële wapenspreuk van Nederland is.
Conditie en Afmetingen
Deze koektrommel is in nette vintage staat met normale gebruikssporen en aan leeftijd gerelateerde slijtage.
Afmetingen:
- Hoogte: 7,8 cm
- Lengte: 19,6 cm
- Breedte: 11,7 cm
Deze blikken koektrommel combineert historische waarde met een charmant ontwerp, wat het een aantrekkelijk object maakt voor een breed publiek.
Of u nu een verzamelaar bent of gewoon een liefhebber van vintage artikelen, dit bijzondere stuk brengt een stukje Nederlandse koninklijke geschiedenis in uw huis.
Vintage Verkade Koektrommel
"Vintage Verkade Koektrommel met Hollandse Landschappen en Huizen".
Deze rechthoekige koektrommel is vervaardigd door de Koninklijke Verkade Fabrieken B.V. in Zaandam, Holland, ergens tussen 1950 en 1990.
De trommel heeft een rechthoekige vorm met afgeronde hoeken, voorzien van een los oversluitdeksel met steunvoor, een rolrand aan het deksel en een vouwrand aan de doos.
Wat betreft de decoratie heeft het koekblik een witte achtergrond met veelkleurige tekeningen van Hollandse landschappen gedurende de vier seizoenen, inclusief afbeeldingen van vogels en traditionele woningen.
Bovenop de trommel is een kasteel te zien.
De tekst "VERKADE Koninklijke Verkade Fabrieken Zaandam Holland" is in reliëf op de onderkant aangebracht, van binnenuit te lezen.
Conditie en Afmetingen
De vintage staat van de koektrommel is goed, met normale sporen van gebruik en slijtage gerelateerd aan de leeftijd van het item.
Afmetingen:
- Breedte: 13.5 cm
- Hoogte: 6.0 cm
Deze Verkade koektrommel is een aantrekkelijk stuk voor verzamelaars en liefhebbers van vintage items, waarin de geschiedenis van het iconische merk en de schoonheid van Hollandse landschappen samenkomen.
Verkade is een Nederlands merk dat bekend staat om zijn productie van zoetwaren, voornamelijk chocolade en koekjes.
Het bedrijf werd opgericht in 1886 door Ericus Gerhardus Verkade, en het hoofdkantoor is gevestigd in Zaandam, Nederland.
Koektrommels en Snoepgoed: Een Zoete Geschiedenis
Naast de blikken zelf, is de inhoud natuurlijk ook van belang. Veel snoepgoed heeft een rijke geschiedenis, die vaak verrassend is.
De Geschiedenis van Snoep
Hieronder volgt een overzicht van de oorsprong van enkele bekende soorten snoep:
- Marsepein: Waarschijnlijk stamt marsepein uit Perzië - net als veel andere zoete waren met amandelen. Al in de 7e eeuw vermengden de Perzen fijngemalen amandelen met suiker. Tijdens de kruistochten leerden de Europese ridders marsepein kennen, en zij namen het mee naar onder andere Venetië, waar zich in 1150 de eerste banketbakkers vestigden. Suiker en snoepgoed werden echter vooral verkocht in apotheken, die marsepein aanprezen als middel tegen verstopping en impotentie.
- Noga: De donkere noga is het resultaat van de blokkade die de Britten begin 19e eeuw tijdens de Napoleontische Oorlogen instelden tegen Franse havens. Alle waren uit Amerika bleven weg, en net als vele anderen gingen chocoladeproducenten nieuwe wegen bewandelen om de klant tevreden te stellen. In Turijn, destijds in Franse handen, vulden de producenten de chocoladereserves aan met gebrande en gemalen hazelnoten. Over die noodgreep was de consument het meest te spreken.
- Lolly: De lolly bestond al lang voordat de geschiedenis van de moderne mens ongeveer 200.000 jaar geleden in Afrika begon. De uitvinding werd gedaan door een oermens, die een stokje in een bijennest stak om de honing eraf te kunnen likken. De moderne lolly werd in 1908 uitgevonden door de Amerikaan George Smith - dat beweerde hij in elk geval zelf. In 1931 liet hij de naam van de lekkernij vastleggen: lollipop, naar een beroemd renpaard met de naam Lolly Pop. Volgens een andere versie is het woord lollipop een samenstelling van het oude Noord-Engelse woord lolly (‘zwaar’) en het woord pop (‘slaan’). In ieder geval gebruikten de Britten het woord lollipop al in 1784 voor zoetigheden. In de jaren 1850 kochten arme straatkinderen in Londen lolly’s van melasse, die iets zachter waren dan de huidige lolly’s.
- Karamel: Karamel is een vondst van Arabische haremvrouwen. Zij aten hun kurat al milh echter niet op, maar gebruikten deze ‘bolletjes van zoet zout’ om ongewenste haargroei te verwijderen. Door suiker te verhitten ontstond een bruin en kleverig mengsel - perfect om het haar er met wortel en al uit te trekken. Later in de geschiedenis van het snoep werd het maken en bereiden van gekaramelliseerde suiker vooral een bezigheid van de Amerikanen. Zij vonden het lekker, en bovendien was de suikermassa lang houdbaar en over grote afstanden te vervoeren - essentieel voor het succes van een product in een groot land. Halverwege de 19e eeuw kwamen de Amerikanen erachter dat de suikermassa nog lekkerder werd na toevoeging van melk. Het nieuwe product werd caramel genoemd.
- Negerzoen: De eerste negerzoenen werden in de 19e eeuw door Parijse banketbakkers gemaakt. De met chocolade beklede schuimmassa kreeg de naam tête de nègre (negerhoofd). Het recept werd door heel Europa verspreid, maar de naam varieerde. De Duitsers zeiden Negerkuss, de Belgen negerinnentet en de Nederlanders negerzoen. Gaandeweg werd de benaming als racistisch ervaren en in veel landen gewijzigd, maar niet in Nederland. Pas in 2005 ontstond ook in ons land ophef over de naam, en in maart 2006 wijzigde producent Buys de naam in Buys Zoenen.
- Softijs: Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de voedingsproducent J. Lyons and Co. het idee om roomijs met lucht te vullen, zodat het goedkoper te produceren was. Een jonge vrouwelijke scheikundige werd op het project gezet. Het resultaat was softijs, dat uit een machine werd getapt en in een hoorntje geserveerd. Het ijsje veroverde de markt, terwijl de scheikundige de ijsbranche verliet en de politiek in ging. Het was Margaret Thatcher, de latere Britse premier. Het eerste ijsje werd 4000 jaar geleden in China verorberd en bestond uit bevroren siroop. De handelsroutes brachten de lekkernij naar de Perzen, die 2500 jaar geleden een soort sorbet uitvonden door fruitsap te mengen met sneeuw en ijs uit de bergen.
- Dragees: Toen de rietsuiker naar Europa kwam, gingen onder andere de Nederlanders experimenteren met nieuwe soorten snoep - bijvoorbeeld amandelen en walnoten bestrooid met suiker. De Fransen noemden hun met suiker bedekte amandelen grosses dragées (grote dragees). Er zijn twee varianten: de perlé met een glad en glanzend oppervlak, en de lissée met een ruw oppervlak. In de eeuwen daarop profiteerden ook apothekers van de techniek achter de suikerlaag. Ze begonnen de bittere smaak van pillen te maskeren met een laag suiker.
- Winegum: De Britse fabrikant Charles Maynard protesteerde hevig toen zijn zoon Gordon aan het begin van de 20e eeuw voorstelde dat de familie wine gum zou gaan maken. Pas toen de geheelonthouder Charles ervan overtuigd was dat wine gum geen druppel alcohol zou bevatten, stemde hij toe. De familie Maynard maakte al sinds 1880 snoep. Eerst thuis aan de keukentafel in Londen, en later in een fabriek aan de rand van de stad Harringay. Het is onduidelijk waarom Gordon Maynard de naam winegum voorstelde. Een van de gangbare verklaringen is dat de strenggelovige Gordon een vlammende preek tegen alcohol had gehoord. Daarop besloot hij het nieuwe snoepgoed op de markt te brengen in een poging het alcoholgebruik van de consument terug te dringen.
- Engelse drop: Sinds 1842 produceerde de fabriek van George Bassett in Sheffield een groeiend aantal soorten snoep. Een vertegenwoordiger van de fabriek, Charlie Thomson, was erg klunzig. Volgens de fabriek zelf bezocht Thomson in 1899 een onwillige klant in Leicester, die geen enkele van de zoete waren wilde afnemen. Per abuis liet de onhandige Thomson zijn bak met het volledige dropassortiment op de toonbank vallen. Toen de klant het kleurrijke geheel van snoepjes zag, werd hij zo enthousiast dat hij meteen een zending van het nieuwe snoep bestelde. De verkoper haastte zich om het snoep Bassett’s Allsorts te noemen. De naam bleef in Engeland hangen - in Nederland wordt het snoepgoed ‘Engelse drop’ genoemd. Het symbool van Bassett is een klein snoepmannetje. Hij debuteerde in 1929 en heet Bertie Bassett.
- Marshmallows: Tegenwoordig bestaat het recept voor marshmallows uit eiwit, suiker, gelatine en kunstmatige smaakstoffen. Maar de voorloper van dit snoepje is duizenden jaren oud en werd gemaakt van het sap van de plant Althaea officinalis, echte heemst. Het sap van de wortels van de plant is een kleverige witte substantie, die de oude Egyptenaren mengden met honing en noten. In Europa werd het sap van de heemst in de 11e eeuw gebruikt tegen verkoudheid, en in de 16e eeuw tegen infecties aan de urinewegen. De luchtige marshmallow ontstond pas in de 19e eeuw, toen de Fransen het wortelsap gingen mengen met eiwit en suiker en zo de pâte de guimauve maakten - de Franse naam voor spekjes. Begin 20e eeuw werd het sap vervangen door gelatine, waardoor de marshmallow van nu weinig meer te maken heeft met het oorspronkelijke snoepje.
- Kauwgom: De moderne kauwgom werd in 1871 bij toeval ontdekt door de Amerikaan Thomas Adams. Bij zijn afscheid als secretaris van een Mexicaanse politicus kreeg hij bij wijze van afscheidscadeau een ton chicle. Chicle is het gedroogde melksap uit de bast van de sapodillaboom. Adams had geen idee wat hij aan moest met het rubberachtige goedje. Hij probeerde er banden, laarzen en speelgoed van te maken, maar niets lukte. Net toen hij dacht aan opgeven en de chicle wilde weggooien, zag hij een meisje kauwen op een stukje paraffine, dat als snoepgoed werd verkocht. Plotseling herinnerde Adams zich dat Mexicaanse indianen al 4000 jaar lang op chicle kauwden vanwege de rustgevende werking. Adams begon zijn kauwgom te verkopen onder de naam Adams New York No. 1. In 1884 bracht hij een variant met dropsmaak op de markt - Adams’ Black Jack.
- Drop: Al sinds de oudheid is de kleine zoethoutplant met zijn lange wortels een populair geneesmiddel. De Chinezen gebruikten de plant 5000 jaar geleden al bij kwalen, en nog steeds is het een geliefd middel tegen bijvoorbeeld maagzweren, verkoudheid en huidziekten. De Griek Theophrastus, bekend als de ‘vader van de plantkunde’, schreef in de 3e eeuw v.Chr. dat drop goed werkte tegen hoesten en astma. En de Romeinse legionairs kauwden tijdens lange marsen graag op zoethout tegen de honger en dorst. In 1731 ontwikkelde het Italiaanse bedrijf Amarelli een methode om het sap uit de zoethoutwortel te winnen. Een kleine 30 jaar later vermengde de Britse scheikundige George Dunhill suiker met drop en verkocht het voor de eerste keer als snoepgoed.
- Zuurtjes: In de middeleeuwen was suiker zeldzaam en kostbaar in Europa. Het werd per schip of kameelkaravaan vanuit het Oosten naar de Arabische markten vervoerd en vervolgens aan de Europeanen verkocht onder de naam ‘Indisch zout’. De naam lijkt niet meteen logisch, maar ontstond doordat suiker dezelfde kleur en dezelfde consistentie heeft als zout. De suikerprijs daalde pas vanaf 1812, toen de Franse keizer Napoleon de boeren dwong suikerbieten te gaan telen, om de Franse afhankelijkheid van geïmporteerde rietsuiker uit West-Indië te verminderen. De prijsdaling zou een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis inluiden.
labels:
Zie ook:
- Ontdek De Beste Koektrommel: Onmisbare Tips & Topkeuzes Voor Jouw Keuken!
- Bastogne Koekjes Recept: Zelf Bakken is Zo Gepiept!
- Koekjes Bakken met Jumbo Mix: Snel & Lekker!
- Ontdek het Ultieme Recept voor Heerlijke Stoofperentaart die je Herfst Verlicht!
- Ontdek Waarom Pure Chocolade Heerlijk én Gezond Is – Verrassende Gezondheidsvoordelen!




