In de Nederlandse cultuur zijn er bepaalde elementen die een speciale betekenis hebben en die een breed scala aan emoties en herinneringen oproepen. Van de iconische uitroep "Koffie, koffie, lekker bakkie koffie!" gezongen door Rita Corita tot de diepere thema's van protestliederen en de veranderende dynamiek van stedelijke vernieuwing, dit artikel duikt in een aantal van deze fascinerende aspecten van de Nederlandse samenleving.

Protestliederen en Persoonlijke Reflecties

Het maken van een lijst van 15 protestliederen is een eer. Het feit dat muziek belangrijker is dan de teksten van liedjes, zorgt ervoor dat eigen liedjes misschien minder gewicht hebben dan die van Todd Rundren, een XTC of een Prefab Sprout. Prefab Sprout bracht ooit een plaat uit onder de naam Protest Songs. Maar nu gaat die plaat volgens mij helemaal niet over de tradionele protestliederen. Prince’ Sign ‘O the Times is geen echt protestlied. Armand is scherp, al zal je dat misschien niet verwachten van deze vredespijp rokende volkszanger.

Wie zit er in Raaphorst’ lijstje? Stem daarom vanavond af op Radio-5. Tussen 21.00 en 22.00 uur stuurt de RVU mijn eerste 3-tal de ether in. En de komende dagen dus de rest. 5 dagen lang, 15 nummertjes die een vuist maken. George Noordanus Sr. zou trots zijn.

Nederlandse Gewoonten en Verrassingen

Wat opvalt, is dat men in NL precies alles moet weten, of gewoon heel open/direct erachter vraagt? In Nederland zegt men een "bakje" koffie? Mijn hond drinkt uit een bakje. Een lekker bakkie koffie, ja! Zal ik je een bak vertellen? Hij zit in de bak.

In belgie heb ik regelmatig dat vrouwen die achter me lopen ineens zeggen "allez wat een schone poop" ? maar wat dat nu betekent?

Radio en Herkenningsmelodieën

Bijna alle deejays op de zeezenders gebruikten tunes om zichzelf of hun radioprogramma's kenbaar te maken. Vaak werden die ontleend aan min of meer bekende songs. Deze songs zijn hier samengenomen in een vijfde categorie. Deze verzameling bestrijkt het grootste deel van de discografie en is daarom - op alfabet en naar artiest - verdeeld over verschillende pagina's.

B. Bumble And The Stingers - Bumble Boogie. Deze rock-and-roll-formatie, die slechts instrumentale nummers speelde, was populair op Radio Atlantis. Men pakte dit nummer erbij toen er een commercial diende te worden ingesproken voor de in-huis-reclame voor Radio Atlantis car-stickers.

B. Bumble And The Stingers - Nut Rocker (Stateside). Dit instrumentele nummer hoort zonder twijfel als herkenningsmelodie bij het programma "Kenny and Cash," de toppers van Radio London. Ook bij andere stations was het populair onder deejay's. Zo werd dit nummer als tune gebruikt tijdens de "Rock at One O'Clock Show" op Radio Mi Amigo, een programma dat werd gepresenteerd door Secco.

Baja Marimba Band - Brasilia. Een typisch nummer dat de trouwe Caroline-luisteraar bij het terughoren hoogstwaarschijnlijk achterlaat met de gedachte: "Dat heb ik vaker gehoord." Dat kan kloppen. Dit nummer, afkomstig van de in 1965 uitgekomen elpee Ride Again, was namelijk op Radio Caroline telkens te horen wanneer het gesponsorde programma "Partners in Profit" was te beluisteren met ondermeer sponsor Weetabix.

Band Of The Dutch Royal Airforce - Pennsylvania 6-500. De titel van dit nummer is een telefoonnummer in New York City van Café Rouge, onderdeel van een hotel met de naam "Pennsylvania." Het swing-jazz nummer is een compositie van Jerry Gray en Carl Sigman. Glenn Miller and his Orchestra hadden er een hit mee in 1940. De uitvoering van "Pennsylvania 6-500" van de Band of the Dutch Royal Airforce werd ingezet door Tony Allan op RNI.

Band Of The Royal Netherlands Navy - March Of The Herald. De Marinierskapel der Koninklijke Nederlandse Marine, destijds onder leiding van Gijsbert Nieuwland, verwierf met de elpee Now Hear This wereldwijde bekendheid. Van Nederland tot Amerika en van Zuid Afrika tot Brazilië. Het album stamt uit 1956 en een van de nummers, "March Of The Herald", was een compositie uit 1933 van Horatio Nicholls - de artiestennaam van Lawrence Wright (1888-1964), de Britse liedjescomponist en muziekuitgever die ook het toonaangevende tijdschrift Melody Maker oprichtte. In 1974 werd dit nummer op Radio Veronica op zondagmiddag gebruikt om in het programma "Fietsen Rond de Tafel" vanaf boord de voetbaluitslagen in het Betaald Voetbal voor te lezen.

Bar-Kays - Soul Finger (Stax). Stuart Henry gebruikte dit kassucces op Radio Scotland. Werd - naast het elders op deze pagina's genoemde "I'm Coming Through" van The Sounds Incorporated - ook gebruikt door Tony Prince op Caroline North. Ook vormde dit nummer de herkennings-tune van Killroy, op Radio Caroline South. Daarnaast gebruikte ook Marc Jacobs het nummer in 1977 op de Mi Amigo als tune voor zijn "DiscoShow" op de zondagmiddag.

Barend Servet - Waar Moet Dat Heen (Zilvervloot). "Waar moet dat heen, hoe zal dat gaan, waar komt die rotzooi toch vandaan?" Die hartekreet werd in 1973 ingezongen door IJf Blokker als Barend Servet, een figuur uit de Fred Haché Show van Wim T. Schippers. Het werd gebruikt voor een jingle in de "Kolder Op Zoldershow" bij Veronica, en was daarnaast op het zelfde station te horen in een actiespot voor "Veronica moet aan land." Dit nummer werd daarnaast in 1973 gebruikt als showopener voor de Barend Servetshow op Radio Veronica.

Barry Gray - The Thunderbirds Theme. Werd gebruikt door Veronica als een filler in de wekelijkse uitzending van de Top 40 op de zaterdagmiddag.

Barry Mason - Rowbottom Square. Van dit nummer werd gebruik gemaakt voor de promotiespot ten bate van de "Veronica Drive In Discotheek" in 1967.

Barry White - Girl, It's True, Yes I'll Always Love You. En dan komen we bijna automatisch weer terecht bij de anti-K-Tel spot die ooit in 1974 door Gerard Smit werd gemaakt op Radio Noordzee, waarin hij diverse nummers gebruikte, waaronder dus ook "Girl It's True, Yes I'll Always Love You".

Barry White And Love Unlimited Orchestra - Alive And Well. In 1977 nam Marc Jacobs voor Radio Mi Amigo het Wespenlied op als een soort van protestlied tegen een enorme wespenplaag aan boord van het zendschip. Dat nummer was gebaseerd op het korte "Alive And Well" van Barry White's soundtrack voor de "blaxploitation" film Together Brothers uit 1974.

Bassett Hand - In Detroit. Het nummer "In Detroit" werd op Radio Veronica ingezet voor de promotiespot ten bate van de Stichting Vrienden van Veronica.

Beach Boys - Shutdown, Part II. Je bent een ultieme Beachboys-fan en draait al meer dan een halve eeuw in elk programma wel een track van de groep. Dan hoort er ook een jingle bij van de Beach Boys. Het is van de gelijknamige elpee Shutdown afkomstig die in 1964 voor het eerst op de markt kwam en werd in 1967 voor het eerst op Radio Caroline gebruikt. Het betreft de wel overbekende aftel-jingle, beginnende bij "9" waarna ingesproken op de intro van het nummer "... this is the Roger Day Show" werd gehoord.

Commerciële Gentrificering en Stedelijke Vernieuwing

Winkels, cafés en bedrijfjes waren vroeger eerst en vooral plekken voor de dagelijkse boodschappen, zeg voor een kilo piepers, een krop andijvie en een pondje halfom, want woensdag is het gehaktdag. Maar tegenwoordig zijn zij steeds vaker voorzieningen die consumenten in staat stellen hun sociale identiteit te boetseren, culturele stijlen te ontwikkelen en deze publiekelijk te presenteren. De meesterbakker en zijn veelal tot de middenklasse behorende klanten treffen we vooral aan in gegentrificeerde stadsbuurten.

Beleidsmakers zijn doorgaans niet bekend met het geavanceerde werk van Silver en Clark, maar zij koesteren vaak wel het idee dat voorzieningen een rol spelen in de ontwikkeling van eigenheid, buurtgevoel en lokale sociale samenhang. Zo’n gedachte klinkt best aantrekkelijk. Maar erg nieuw is die niet, want het is een variant van de al veel oudere ‘wijkgedachte’.

‘Koffie, koffie, lekker bakkie koffie! Jongens, wie lust er een kop?’ zong Rita Corita in 1958. In die dagen konden stadsbewoners die het zich konden veroorloven hun koffie betrekken van een koffiehuis of een rokerig café. Tegenwoordig wordt elk kopje koffie vers bereid. De komst van koffiebars heeft ontegenzeggelijk gezorgd voor een kwaliteitsslag, en een niet eerder vertoonde fragmentatie van smaken, vormen en mogelijkheden - en ook een forse prijsstijging, helaas.

Waar voorheen de uitroep ‘koffie’ volstond, is nu een uitvoerige uitwisseling nodig die nogal wat kennis veronderstelt, bijvoorbeeld over de plaats waar de koffie wordt gedronken (for here or to go), de hoeveelheid koffie (small, medium, large), de hoeveelheid melk alsmede de soort ervan (magere melk, havermelk), de vorm (melk met of zonder schuim), en in toenemende mate ook de soort en de herkomst van de bonen.

Passend bij deze hoogwaardige producten zijn glutenvrije muffins en fairtradechocola, wankele oude meuk als zitmeubilair - wel vintage - de vermaledijde fiets aan de eerlijke bakstenen muur, gekalkte teksten op de ramen, en natuurlijk getatoeëerde kelners, o pardon, barista’s met hun eeuwige knotjes, en laptoppende middenklassers.

Ik heb het hier over zogenoemde third wave koffiebars: een nichemarkt van kleine, onafhankelijke koffiehuizen en -roosterijen die op de eerste plaats kleinschaligheid en ambachtelijkheid nastreven. Deze koffiebars vormen een theater van vakmanschap. En meer dan dat: ze bieden consumenten een podium om zich te onderscheiden.

Om te beginnen vinden we onder de koffiedrinkers vooral studenten, docenten, professionals, managers, zzp’ers en ondernemers, en creatievelingen van uiteenlopende pluimage. De meesten zijn relatief jong, goed opgeleid en werkzaam bij instellingen voor hoger onderwijs en onderzoek, in de IT en softwareontwikkeling, of in de wereld van muziek, mode en media.

Wat opvalt is dat de manier waarop koffiedrinkers hun identiteit en lifestyle articuleren sterk individualistische trekken heeft.

In zijn klassiek geworden boek The Great Good Place introduceert hij de third place als een algemene aanduiding voor een veelheid van publieke ruimten waar individuen regelmatig, vrijwillig, informeel en met plezier bijeenkomen. Die ruimten onderscheiden zich van thuis, dat is dan de first place, en van het werk, de second place. Denk daarbij aan het koffiehuis, de kroeg, de kapsalon, de boekhandel, en zelfs de bibliotheek en het postkantoor. Iemands individuele status is er minder belangrijk en in die zin vormen ze een leveling place, een plek die nivellering van sociaal verschil mogelijk maakt. Oldenburg noteert dat third places het middelpunt vormen van sociaal vitale gemeenschappen.

De Canadees Erving Goffman, benadrukt structurele stedelijke omstandigheden zoals anonimiteit en hectiek en de behoefte aan orde en rust. De meeste stedelingen, zo betoogt hij, snakken naar een beetje privacy. Ze willen graag vrij kunnen vertoeven in een publieke ruimte zonder dat anderen hen opmerken of zich met hen bemoeien. Goffman introduceerde het begrip civil inattention, zeg burgerlijke onverschilligheid, ter duiding van dit beleefde, beschaafde en oppervlakkige gedrag.

In tegenstelling tot wat Starbucks in zijn marketing claimt, kost het ons grote moeite om Ray Oldenburgs opvattingen over de third place in werkelijkheid terug te zien. Tal van bezoekers praten met elkaar, dat zeker, maar zulke gesprekken beperken zich in de regel tot de kleine kring van vrienden, collega’s, studiegenoten en zakelijke partners. Het zijn dus conversaties in afgebakende groepjes van bekenden.

Maar belangrijker is de observatie dat het gros van de bezoekers zich terugtrekt uit de sociale wereld van de reëel bestaande koffiebar, om tegelijkertijd op te duiken in de virtuele wereld: mobiele telefoons en tablets liggen steevast binnen handbereik en worden intensief gebruikt. Het ‘mengen’ van die verschillende domeinen maakt dat de sociale sfeer een nieuwe, alternatieve vorm krijgt.

Journalisten, ambtenaren en makelaars roepen vaak uit dat buurten weer up and coming zijn, en wijzen daarbij enthousiast naar de nieuwe voorzieningen.

André Hazes: Van de Albert Cuypstraat naar Nationale Bekendheid

Op een foto in de Panorama van 1959 staat het gezin broederlijk bijeen. Onder de gezellige schemerlamp zitten een vriendelijke vader, een lieve moeder en om hen heen vier bloedjes van kinderen: Rob, Willy, André en Arie. Op en top gelukkig.

Dreetje wordt ontdekt op 5 mei 1959 in de Albert Cuypstraat als hij daar zingt om genoeg geld te verdienen voor een mooi schort voor zijn moeder, die de volgende dag jarig is. Op Bevrijdingsdag zijn de scholen dicht en is heel Nederland vrij, het is dus druk op de markt. Hij is gekleed in een ribfluwelen korte broek en op z’n Amerikaans hangt er een geruite bloes overheen die keurig tot de nek toe is dichtgeknoopt. Zijn repertoire bestaat uit twee liedjes: de tophit Diana van Paul Anka en het prachtige Piove (Ciao ciao Bambino) van Domenico Modugno, dat een grote hit is in heel Europa en in Nederland op de plaat is gezet door Willy Alberti.

Johnny Kraaijkamp, wandelt met zijn vrouw over de markt om de sfeer alvast op te snuiven. Ineens verdwijnt het geroezemoes en kan Kraaijkamp, gepokt en gemazeld in het vak, een speld horen vallen. Hij wordt getroffen door iets ongehoords, een oerzuivere jongensstem. Kraaijkamp krijgt een jochie in het vizier dat daar met een onovertroffen Jordanese flair een Italiaans liedje ten gehore staat te brengen. Het jochie oogst een gul applaus. Zelfs vanuit opengeschoven ramen gooien toeschouwers geld naar beneden. Van de marktkooplieden krijgt Dré een hele rits met geschenken: sokken, basketbalschoenen, kleren, pantoffels, eten en drinken, zelfs een briefje van tien. Kraaijkamp vraagt aan het jochie waarom hij op straat staat te zingen.

Die avond wordt het grote feest gehouden waar de mensen al wekenlang niet over uitgepraat raken, en niet alleen in de buurt. Van heinde en verre komen de toeschouwers om Rita Corita met haar hit Koffie, koffie, lekker bakkie koffie, zangeres Rita Reys, die in Amerika heeft gezongen met de Jazz Messengers, en de ‘grande tenore Napolitano’ Willy Alberti te horen. Ze worden aangekondigd door Neerlands grootste televisiester: Johnny Kraaijkamp.

Na veel vijven en zessen toont Hazes zich ‘niet ontevreden’ (applaus vanuit de tussenkamer) en krijgt André toestemming om op televisie op te treden. Op zaterdagavond 3 oktober 1959 wordt de show uitgezonden. Zijn moeder gaat niet mee naar de studio en thuis durft ze niet te kijken. Zijn televisieoptreden verloopt perfect. Met presentator Kraaijkamp zingt hij Piove en in zijn eentje Droomschip. Hij draagt een geruite blouse, een korte broek en z’n nieuwe basketbalschoenen, die hij nog niet eerder heeft mogen dragen. Hij is zo trots als een pauw.

André heeft geen flauw idee hoe intens de buurt met hem meeleeft als hij op de televisie verschijnt. De meeste mensen hebben geen toestel en gaan kijken bij buren of familie hoe hun Dré het eraf brengt. Na afloop blijft het nog lang druk op de stoep. De halve straat hangt nakaartend uit het raam. De volgende ochtend wordt André wakker gemaakt door zijn tweeënhalf jaar jongere broertje Arie, die met een flesje prik bij Bontje tv heeft gekeken. ‘Je was hartstikke mooi gisteravond.

Natuurlijk krijgt hij een beetje kapsones. Kinderen komen hem thuis bezoeken, schoolkranten willen hem interviewen. In de klas is hij een held; meisjes willen met hem spelen. Jongens gedragen zich jaloers, maar hij hoeft minder te vechten. Hij mag klaar-over worden.

Anno 2023, bijna twintig jaar na zijn dood, staat André Hazes met zesendertig liedjes in de Nederlandstalige Top 1000. De zanger blijft onverminderd populair.

labels:

Zie ook: