Limburg is een prachtige streek met een rustgevende natuur, maar ook met heel wat tradities. Zonder enige twijfel één van de lekkerste tradities in dit land van heuvels en dalen, afgezien van de jenevers natuurlijk, is die van de Limburgse vlaaien. Vlaai eten is een stevig ingeburgerde traditie.

De Geschiedenis van de Limburgse Vlaai

Maar waar komt deze traditie vandaan? Een interessant verhaal dat zeker de moeite waard is om te vertellen. De Limburgse vlaaien gaan helemaal terug tot op het tijdperk der Germanen. Nog voor er sprake was van België of zelfs Limburg bakten de Germanen deeg op een primitieve steenoven.

Om het een echte oven te noemen is echter een brug te ver. In de realiteit draaide het om een steen die eerst in vuur werd verhit. Om dat ruwe deeg toch net iets smakelijker te maken werd het overgoten met honing of vruchtensap. Het resultaat? Een delicatesse die zich met recht en reden een oervlaai mag noemen.

Het zou echter nog even duren voor de vlaai zijn huidige status bereikte. In den beginne diende het als offerbrood en werd de vlaai voornamelijk gebakken in kloosters en op eerste Paasdag zelfs door de priester gewijd.

Toen de vlaai in Limburg zijn intrede deed werd deze, in tegenstelling tot de functie als offerbrood, niet elke week gebakken. Dit speciale brood kwam alleen op tafel bij even speciale gelegenheden. Verjaardagen, kermis en bruiloften waren de typische redenen om een vlaai te bakken.

Dat deze lekkernij een behoorlijke traditie heeft in Limburg mag overigens duidelijk zijn: reeds in de vroege 14de eeuw zien we in familienamen het woord vlaai of een variant opduiken. Het is dankzij het bakken van de vlaai bij kermis dat de traditie is ontstaan om een vlaai bij de koffie te eten. Na de mis en de processie ontstond immers het idee om rond een uur of vier koffie met vlaai te degusteren.

Het feestje werd vorige week al gevierd toen het nieuws vroegtijdig uitlekte, maar nu is het écht zover: Europa erkent Limburgse vlaai als streekproduct.

Tot het midden van de 20e eeuw beschouwde men vlaai in Limburg als een luxeartikel, dat alleen op feestdagen op tafel kwam. Op het platteland werd vrijwel altijd zelf gebakken, meestal in een traditioneel bakhuisje.

De vlaaien werden op feestdagen (kermissen, bruiloften, communiefeesten, enz.) 's middags om een uur of vier bij de koffie geserveerd, meestal per persoon twee of drie stukken van verschillende smaak. Door de toenemende welvaart werden vlaaien na de Tweede Wereldoorlog ook steeds meer op 'gewone zondagen' gegeten, tot zelfs dagelijks naar believen.

Door het vooral in het Nederlandse Zuid-Limburg (o.a. Valkenburg) vanaf de late 19e eeuw sterk opkomende toerisme, raakten vlaaien buiten Limburg bekend. Veel toeristen namen een vlaai van de lokale bakker mee naar huis, als herinnering aan hun vakantie. In 1986 opende de eerste vlaaienwinkel in Amsterdam.

Ondernemer Jelle: “Wat er zo lekker is aan Limburgse vlaai? De diversiteit aan smaken en dat deze royaal gevuld is met goede limburgse streekproducten. Van appels tot pruimen, van aardbeien tot kersen. Héérlijk! Ik eet een stuk vlaai gewoon uit de hand, tot ergernis van mijn uit Noord-Holland afkomstige vriendin. Bij haar thuis serveren ze op verjaardagen en feestdagen taart. Dat is moeilijk eten met je handen hah..ha. Bij mijn ouders (net als vroeger bij mijn opa's en oma's) is er altijd vlaai in huis, als er iets te vieren valt. De teveel ingekochte vlaai wordt meegegeven aan de van ver komende gasten. Zodat ze thuis iets échts Limburgs op tafel kunnen zetten. Te weinig vlaai in huis hebben, is een schande. Beter vlaai over hebben, als tekort hebben. Als mijn vader zijn verjaardag viert begint het feest traditioneel met koffie en vlaai, gevolgd door een compleet verzorgde barbecue. Limburgers zijn échte Bourgondiërs. Dat de Limburgse vlaai inmiddels als streekproduct wordt erkend, vind ik meer dan terecht en dik verdiend. Als je aan Limburg denkt, denk je aan vlaai.

De Diversiteit aan Vlaaien

Elke bakker had echter zijn eigen manier wat verklaart waarom we vandaag de dag een grote diversiteit aan vlaaien hebben. De typische Limburgse vlaaien zijn rijstevlaaien, net een tikje groter en hoger dan anderen en lichter van kleur.

De Limburgse vlaak heeft een platte bodem van gistdeeg, met opstaande randen en een doorsnede van 30 centimeter. De bodem is + 1 cm dik maar voldoende stevig om met de hand te eten. Het vlaaiendeeg is anders dan taartdeeg; meestal is het een zoet gistdeeg en soms linzen- of biscuitdeeg. Het kneden van het deeg is behoorlijk bewerkelijk en gebeurt tegenwoordig dan ook meestal machinaal.

Na het rijzen legt men de deegbodem in een speciale vlaaivorm en vult men deze met al dan niet geweckte vruchten. Dat kunnen kruisbessen (sjtaekbaere oftewel kroeàsele, krusjele, stekbaere of kroonsjelle!), abrikozen, kersen, pruimen, appels of abrikozen zijn, of een combinatie daarvan. Ook compote, pudding of rijstebrij (riestevlaai) zijn geliefde ingrediënten. De vulling wordt soms afgedekt met deegkruimels (krumelvlaai) of met een raster van deeg (ruutjes of laddervlaai).

De vlaai bakt men gelijk met de vulling op een ijzeren bakplaat in een hete oven. Als de vlaai uit de oven komt, wordt hij traditioneel gepresenteerd op een vlaaischotel, die meestal van glas of aardewerk is. Vaak komt er eerst een mooie papieren onderlegger op, soms met ajourwerk (papieren kant).

Vlaai wordt altijd op kamer- of op keldertemperatuur geserveerd, om de smaak goed tot zijn recht te laten komen. Van een grote vlaai snijdt men 8 of 10 (zelden 12) punten, die in het Limburgs dialect ‘stökskes’ heten. Koffie met vlaai is het meest gebruikelijk.

Maar… wist u trouwens dat het ook verrukkelijk is om een stukje verse vruchtenvlaai te nuttigen met een glaasje sekt of champagne? Eigenlijk is een bezoek aan Noord-Limburg niet compleet zonder ein stökske echte Limburgse vlaai.

Vlaai Variaties

  • Sjtaekbaerevlaai (kruisbessenvlaai)
  • Proemevlaai (pruimenvlaai)
  • Riestevlaaj (rijstvlaai)
  • Krumelvlaai (kruimelvlaai)

Regionale Verschillen

Zo zitten er bijvoorbeeld wel wat verschil tussen een Limburgse rijstevlaai en een Luikse rijstevlaai. De Luikse hebben een bijna goud-achtige glans, ze zijn iets kleiner en zoeter en wordt er eidooier in de vulling verwerkt.

De Traditie van het Vlaai Bakken

Elk dorp kende minstens één, maar vaker twee kermissen per jaar. Dan stond na een lange mis en de daarop volgende processie en een goede maaltijd rond vier uur koffie met vlaai op tafel. Die vlaaien werden gebakken in het apart van het huis staande ‘bakkes’ of ‘bakhoes’.

Deze oven werden met “sjans” = takkenbossen gestookt. Deeg werd al een dag eerder opgezet en goed gekneed. Op de bakdag werd de vulling gemaakt of simpelweg een weckpot met kersen, abrikozen of kruisbessen op siroop geopend.

In zwarte plaatstalen bakvormen( rond 28 tot 30 cm) werden met raapolie ingevet en dan met deeg bekleed. De vulling werd er in gedaan en de vlaai eventueel met een deksel van deeg of een vlechtlaag van linten deeg afgewerkt (laddertjes of linzen). Nadat ze allemaal gerezen waren, werden ze in de oven gebakken.

Op zondag kwamen ze op tafel, werden soms met poedersuiker bestrooid en in acht stukken verdeeld. De koffie werd ingeschonken en dan werden eerst de open fruitvlaaien gegeten, dan de rijstevlaaien (maar vroeger zonder slagroom) en als laatste de laddertjes- of linzen-vlaaien of de vlaaien met deksel.

Vlaai Eten als Sociale Gelegenheid

Vlaai eten is een stevig ingeburgerde traditie. Tijdens verjaardagen of feesten ontbreekt nooit vlaai bij de meest Limburgse families. 6 tot 10 vlaaien tijdens een verjaardag in de grotere gezinnen waren geen uitzondering en werden er 3 á 4 verschillende stukken per man verorberd.

Waar kun je de beste vlaai vinden?

Met een terras aan het water zit je goed bij de Maashof in Venlo, zeker om een stuk vlaai te eten. In de winter geniet je samen van Limburgs gebak in de gezellige serre. In het hotel tegenover het station wat vernoemd is naar Antje van de Statie, de vrouw die op het station vlaaitjes verkocht, waardoor de vlaai bekend werd door heel het land.

Vlaai eten in een oud molengebouw waar de traditie van vlaai bakken volop in ere wordt gehouden. Aan het begin van de Grotestraat in Valkenburg kun je meteen een pauze nemen voor een lekker stuk Limburgse vlaai. Bij Fer Botterweck Banketbakkerij & Lunchroom bewaart een lange traditie van traditioneel Limburgs gebak maken en gasten ontvangen.

labels:

Zie ook: