Voor dit artikel met als thema ‘voeding’ wordt de spijsvertering van de kip uitgebreid behandeld. De reden hiervoor is omdat de spijsvertering van de kip heel verschillend is van bijvoorbeeld zoogdieren zoals: het schaap, de cavia, het paard of de hond. Het is dus een spijsvertering die mensen wat minder bekend voorkomt en daarom is het interessant om er wat meer over te weten te komen. Daarbij komt dat het voor kippenhouders handig is om te weten hoe hun lichaam en dus ook de spijsvertering in elkaar steekt.

De onderzoeksvragen die hier beantwoord worden zijn:

  • Uit welke onderdelen bestaat het spijsverteringsstelsel van de kip?
  • Waar bevinden zich de verschillende onderdelen, wat is hun functie en hoe werken ze?
  • Welke voeding krijgt de kip en in welke mate is deze aangepast aan haar spijsverteringsstelsel en haar behoeftes?
  • Welke problemen kunnen er optreden als de voeding niet voldoende aan de eisen voldoet, en hoe los je deze op?
  • Wat kan behalve de voeding nog meer effect hebben op het spijsverteringsstelsel van dit dier?

Met de antwoorden van deze vragen wordt een duidelijk beeld gegeven van de manier waarop kippen hun voedsel verteren.

Het Spijsverteringsstelsel van de Kip

Het digestieapparaat van de kip bestaat uit zeven onderdelen die samenwerken om het voedsel te kunnen verteren. Het voedsel passeert deze onderdelen in de hieronder genoemde volgorde:

  1. De snavel
  2. De slokdarm
  3. De krop
  4. De kliermaag
  5. De spiermaag
  6. De darmen [dunne darm, dikke darm en twee blinde darmen]
  7. De cloaca

Hieronder wordt duidelijk beschreven waar de verschillende onderdelen zich precies bevinden binnen het lichaam.

De Snavel

Het voedsel wordt opgenomen via de snavel, een puntvormige bek die bestaat uit een boven- en ondersnavel die zijn opgebouwd uit hoornstof. Door de snavel lopen talloze zenuwen en bloedvaatjes, een kip beschikt niet zoals een hond of kat over tanden. In de snavel wordt het voedsel dan ook niet kleiner gemaakt of fijngemalen. Het wordt in één keer doorgeslikt. Wel kan de kip het voedsel voorbehandelen voordat het in de snavel wordt opgenomen. Het dier kan bijvoorbeeld schadelijke delen van het voedsel onschadelijk maken door er hard op te pikken, schadelijke delen kunnen zijn:

  • De kop van een meelworm
  • Scherpe randjes
  • Het huisje van een slak

Ook gebruikt de kip zijn snavel om grote brokken voedsel kleiner te maken. Als het voedsel klaar is om opgenomen te worden, wordt het opgepikt en doorgeslikt. In de snavel wordt verder geen speeksel aan het voedsel toegevoegd zoals dit bijvoorbeeld bij de mens gebeurt omdat de kip geen speekselklieren in dit gebied heeft zitten. Wel begint in de snavel al een deel van de vertering van het voer. In de bek zijn 8 speekselklieren aanwezig. Het hier geproduceerde speeksel mengt zich met het voer wat ze oppikken. Het bevochtigen gebeurd pas later in het spijsverteringsproces.

Je zult het misschien niet verwachten maar de snavel van de kip is een gevoelig orgaan waarmee het de omgeving kan aftasten, voer en water kan opnemen en het verenkleed kan onderhouden. Tevens is de snavel het begin van de maagdarmkanaal. In de bek van de kippen bevinden zich geen tanden en ook geen gehemelte. Op het verharde gedeelte boven in de bek zijn naar achteren staande papillen aanwezig die het voer naar de slokdarm sturen. Doordat de kip geen gehemelte heeft, kan de kip niet slikken volgens het onderdruk-principe (zoals bij de mens). Een kip kan dus ook niet drinken met de kop naar beneden. Doordat er geen tanden in de bek aanwezig zijn, word het opgenomen voer dan ook niet kleiner gemaakt of fijngemalen.

De Slokdarm

De slokdarm dient om het voedsel verder het lichaam in te brengen, het is een gespierde buis, die loopt van de keelholte naar de krop. De slokdarm bestaat (buiten naar binnen) uit spieren, een laagje bindweefsel en slijmvlies. In het bindweefsel bevinden zich kliertjes die slijm produceren, dit slijm dient als glijmiddel. Het slijm zorgt er samen met de peristaltische bewegingen voor dat het voedsel naar de krop wordt vervoerd. Als de slokdarm een peristaltische beweging maakt dan spannen de spieren zich vlak boven het voedsel, hierdoor vernauwt de slokdarm zich op die plaats. Tegelijkertijd trekken andere spieren zich samen waardoor de slokdarm vlak onder het voedsel iets wijder wordt. Door deze samentrekkingen ontstaat een golvende beweging, waardoor het voedsel vooruit wordt geschoven in de richting van de krop.

Het vervoer naar de krop is dus niet een kwestie van naar beneden vallen onder invloed van de zwaartekracht. Het voedsel wordt echt naar de krop toe gebracht door middel van spierkracht en is een actief proces.

De Krop

De kip is erop ingesteld om in een zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk voedsel binnen te krijgen, dit is zo gegroeid in eeuwen van evolutie omdat de kip al sinds mensenheugenis een prooidier is en daarom dus ook een vluchtdier. Als je altijd op de vlucht bent dan heb je geen tijd om even rustig te eten. Om toch voldoende voedsel binnen te krijgen is het van belang dat het voedsel zo snel mogelijk kan worden opgenomen. Het voedsel wordt daarom dus ook meestal zonder er eerst wat mee te doen, doorgeslikt. Als je veel voedsel wilt opslaan heb je hiervoor natuurlijk ook de ruimte nodig, hier komt de krop in beeld. Deze doet dienst als extra opslagorgaan naast de maag. Als de maag vol is komt het voedsel in de krop terecht. Hier wacht het op zijn beurt om de kliermaag te mogen betreden en ondertussen wordt het voedsel ook bevochtigt en gaan enkele verteringssappen aan het werk. De krop biedt de kip de mogelijkheid om al het benodigde voedsel snel op te nemen en dit later als de kust veilig is, verder te verteren.

De slokdarm heeft bij de kip een uitstulping (krop) die als voorraadvat dient van het voer dat is opgenomen. Hierdoor kan de kip in een relatief korte tijd voer opnemen zonder dat het beperkt wordt door de verteringscapaciteit Ook wordt het voer hier ingeweekt. Hiervoor scheidt de krop een zwelstof af genaamd ‘mucus’. Mucus zorgt er ook voor dat de maagdarmkanaal voorzien word van een film, een dun laagje beschermend materiaal dat er voor zorgt dat eiwitsplitsende enzymen geen kans krijgen om lichaamseigen eiwit (de darmwand) af te breken. In de krop zijn verder geen klieren aanwezig. Het aantal bacteriën in de krop kan variëren van 1.000 tot 100.000 per gram inhoud.

Een gist, vermenigvuldigen zich door te delen. speelt is kropverzuring. In oudere vogels kan de krop uitgezet zijn en vol met slijm. bemoeilijken. problemen in de krop kan Candida ook in de bek zitten. kropswab verkregen is. de gisten dan gezien worden. hoeveelheden voorkomen, is het niet 100% bewijzend voor ziekte. aan het vermenigvuldigen zijn. medicatie zal den gistinfectie aangepakt worden. een middel voorgeschreven worden wat de kroplediging bevorderd. ontstaan. ook andere vogels) last krijgen van een kropverstopping. van Marek. uiteindelijk de dood. stok gaan. wat ziek gaan gedragen. van droge ontlasting en drinken veel water. om met de kip naar de dierenarts te gaan. moet dan opengesneden worden om deze te legen.

De Kliermaag

De kliermaag is één van de twee magen waarover een kip beschikt. In deze maag, ook wel de proventriculus genoemd, vindt de chemische vertering plaats. Dit gebeurt door middel van HCI (zoutzuur). De pH waarde van de kliermaag ligt tussen de 3 en 4. Voor zover mogelijk wordt het voedsel hier verteerd waarna het voedsel wordt doorgestuurd naar de spiermaag.

Vanuit de krop loopt de slokdarm door tot de kliermaag. De maag van de kip bestaat uit twee anatomische delen, namelijk de kliermaag en de spiermaag. De kliermaag is een klein langgerekt orgaan wat bijdraagt aan de chemische vertering. De eerste gedeelte van de maag is de kliermaag. Ook wel de proventriculus genoemd en het meest te vergelijken met een menselijke maag. De kliermaag bestaat uit rijen klieren die pepsine, HCl en mucus produceren en afgeven aan het voedsel. De pH in deze maag is ongeveer 2 à 3. De lage zuurgraad zorgt voor het activeren van pepsine maar ook voor het oplossen van de kalkachtige stoffen. Ook zorgt het voor het inactiveren van ziekteverwekkende bacteriën die opgenomen kunnen worden. Verder worden er in de kliermaag enzymen geproduceerd die noodzakelijk zijn voor de vertering.

De Spiermaag

De tweede maag van de kip is de spiermaag. Het voedsel komt hier terecht nadat het voor zover mogelijk chemisch is afgebroken in de kliermaag. Alles wat niet chemisch af te breken is, wordt in de spiermaag op een mechanische wijze afgebroken. Verder deelt hij ook een functie met de krop, de opslagcapaciteit is namelijk vrij groot. Voorbeelden van voedsel wat hier terecht komt zijn: zaden, andere harde plantendelen en verschillende dierlijke elementen. Dit voedsel wordt in de spiermaag als in een keukenmachine, vermalen door stevige spieren en de steentjes die een kip speciaal voor dit doel inslikt.

De spiermaag beschikt verder over harde, leerachtige richels, soms zelfs hoornige platen. Daaromheen trekken zich voortdurend, ook weer hard aanvoelende spieren samen. En de steentjes maken het geheel af, simpel maar effectief. Gevuld met deze keitjes of het fijnere grit doet de spiermaag vrijwel doorlopend zijn werk. Ook bij een kip in schijnbare rust wordt er “gekauwd”, je zou de steentjes kunnen zien als de tanden van de kip. De maalsteentjes die onmisbaar zijn voor het spijsverteringsproces worden door de kip kritisch uitgezocht en ingeslikt. Als het maalwerk eenmaal op gang is, wordt er gelijkmatig brandstof voor het lichaam vrijgegeven.

Het tweede gedeelte van de maag is de spiermaag. Deze is samengeteld uit twee dikke spierschijven. Inwendig is de spiermaag bedekt met een harde hoornlaag. Grote grove grondstof deeltjes zoals maïs, tarwe of haver, wat nog niet chemisch afgebroken is, wordt in de spiermaag op een mechanische wijze afgebroken. De zeer sterke spierschijven zorgen door samentrekking voor een persende en wrijvende beweging van de voedselmassa. In combinatie met maagkiezel zorgt dit voor de mechanische verkleining van het voer wat zorgt voor oppervlaktevergroting wat de vertering ten goede komt. Het voeren van maagkiezel en/ of grit kan dit proces in positieve zin beïnvloeden. De retentietijd (verblijftijd) van structuurloos voer zal rond de 30 tot 60 minuten zijn, terwijl de retentietijd van grover voer kan oplopen tot 120 minuten. De spiermaag reguleert de opname hoeveelheid door verzadiging. Grove deeltjes zorgen voor een gezonde, getrainde gespierde spiermaag. Bij afwezigheid van grove deeltjes zal de overgang van de kliermaag naar de spiermaag wijder worden (dilateren) met als gevolg dat de spiermaag minder gespierd is en vaker maagzweren bevat. Verder zal de verzadigingsfunctie niet meer werken en het dier zich overeten, waarbij er druk op het hart en de longen kan ontstaan. Een gezond dieet bevat daarom altijd grove en/ of wat moeilijk verteerbare deeltjes. De spiermaag knijpt 4 keer per minuut samen. Hierbij worden deeltjes fijn gemalen, de verteringssappen uit de kliermaag zullen beter vermengd worden, maar er zullen deeltjes ook terug vloeien naar de kliermaag, en deeltjes die kleiner dan 1 mm zijn verlaten de spiermaag richting de dunne darm.

De kliermaag en spiermaag hebben een afzonderlijke taken die onafscheidelijk zijn voor een goede vertering van het voedsel. Er is dus een reflux tussen beide delen, in rust zal er een gedeelte uitvloeien van de kliermaag naar de spiermaag en bij een contractie van de spiermaag zal een gedeelte teruggeduwd worden naar de kliermaag.

De darmen

Het fijngemaakte voedsel komt uit de magen in het darmstelsel. De voorvertering en mechanische vertering, wat voornamelijk in de magen plaats vindt gaat, nu over naar de chemische vertering en absorptie in de darmen. De twaalfvingerige darm is het eerste deel van de dunne darm. Hij bindt zich direct na de maagportier (pylorus). Dit is een kringspier die alleen de kleine delen uit de spiermaag doorlaat. De pH is op deze plek van de darm relatief laag, waardoor zich hier weinig bacteriën bevinden, enkele duizenden per gram darminhoud. Op deze plek worden de enzymen van de alvleesklier (trypsine, chymotrypsine, amylase en lipase) toegevoegd aan de darminhoud. De enzymen en zouten bewerken het voedsel zodat het door de darmcellen opgenomen kan worden.

De dunne darm bestaat uit drie delen: de duodenum het jejunum en ileum. De dunne darm is de belangrijkste plek voor de absorptie en vertering van koolhydraten, vetten en eiwitten. De voedingsstoffen worden afgegeven aan het bloed via de darmcellen. Om de totale oppervlakte, waar de darmcellen zich bevinden te vergroten, liggen de cellen niet in een plat vlak maar in vele kleine uitstulpingen. Deze uitstulpingen worden ook wel darmvlokken genoemd. Deze darmvlokken bestaan uit hobbels (villi) en kuilen (crypten) om zo het oppervlakte van de darmwand te vergroten. In de dunne darm vindt nog een reflux van de voedselbrij plaats. De dunne darm van de kip is evolutionair klein. Hoe minder gewicht je met je mee draagt, hoe makkelijker je kan vliegen. Daardoor vindt er een reflux plaats, de voedselbrij zal niet rechtlijnig door de dunne darm heen bewegen, maar met een antiperistaltiek ook terug bewegen voor een betere vertering.

De blinde darm bevindt zich op de plaats waar de dunne darm overgaat in de dikke darm. Waar sommige dieren er hier maar één van hebben, heeft de kip er twee. Dit is de plaats waar fermentatie met behulp van bacteriën plaatsvindt. De darminhoud is hier donkerbruin gekleurd en veelal stroperig (pekachtig). Door de hogere pH bevinden zich hier meer bacteriën. Dit kunnen wel miljoenen bacteriën per gram darminhoud zijn. Ook wordt er op deze plek water geabsorbeerd en nitrogenen stoffen uit het spijsverteringstelsel getrokken. Daarnaast vindt hier vertering van ruwe celstof plaats.

In het laatste deel van de spijsverteringskanaal, de dikke darm, wordt ook water opgenomen. Bij de opname van het water worden ook de vitaminen uit het voer opgenomen. Het opnemen van het vocht zorgt ook voor het indikken van de darminhoud en wordt hiermee klaar gemaakt om het lichaam te verlaten. De laatste gedeelte van de dikke darm is de endeldarm.

Een belangrijk onderdeel van de darm is de slijmlaag die de darmcellen bedekt. Deze slijmlaag beschermt de cellen tegen bacteriën en tegen de gifstoffen die bacteriën produceren. De darmcellen worden vernieuwd vanuit de basis van de villus. Dat is in het dal wat ook wel de crypte genoemd word.

De cloaca

De ontlasting verlaat het lichaam via de cloaca. Niet alleen de ontlasting maar ook het ei verlaat het lichaam via de cloaca. De cloaca van de kip is dus erg multifunctioneel. Tevens speelt de cloaca een belangrijke rol bij de bevruchting. De eileider en zaadleider komen hier namelijk ook op uit.

labels: #Kip

Zie ook: