Kwalitatief goede opvang staat of valt met goede medewerkers.

Pedagogisch beleidsmedewerkers dragen bij aan de kwaliteit van de opvang en hebben 2 belangrijke taken:

  • Ze houden zich bezig met de ontwikkeling en invoering van het pedagogisch beleid.
  • En ze coachen pedagogisch medewerkers bij hun dagelijkse werkzaamheden.

De kwalificatie-eisen voor pedagogisch beleidswerkers in de kinderopvang staan in de cao. Voor de functies Pedagogisch Coach én Pedagogisch Beleidsmedewerker/coach gelden dezelfde kwalificatie-eisen. Deze vind je in bijlage 13.2 van de Cao Kinderopvang.

Functies voor Pedagogische Ondersteuning

Er zijn verschillende functies mogelijk voor deze ondersteunende rol, namelijk:

  • De gecombineerde functie pedagogisch beleidsmedewerker/coach;
  • Pedagogisch coach;
  • Pedagogisch beleidsmedewerker/stafmedewerker B.

Je kan de functiebeschrijvingen van deze drie functies vinden in het functieboek van de Cao Kinderopvang.

Eisen aan Opleiding

Voor de functie van pedagogisch beleidsmedewerker/coach en pedagogisch coach is een pedagogische opleidingsachtergrond vereist. Een medewerker voldoet aan deze eis als ze in het bezit is van:

  1. Een diploma, getuigschrift of graad (Bij hbo- en universitaire opleidingen wordt een diploma meestal getuigschrift of graad genoemd.) van een opleiding onder A of
  2. Een schriftelijk bewijs van een opleidingsachtergrond volgens B

A. Diploma-eisen

Een medewerker voldoet aan deze eis als ze in het bezit is van een diploma, getuigschrift of graad van een opleiding onder A:

  • A1 Diploma van Associate degree
  • A2 Diploma/getuigschrift/graad van hbo-opleiding op bachelor-niveau
  • A3 Diploma/getuigschrift/graad van universitaire opleiding op bachelor-niveau in
  • A4 Diploma/getuigschrift/graad van een master (hbo of universitair) in
  • A5 Een buitenlands diploma dat gelijkwaardig is aan een Nederlands diploma dat bij A1, A2 , A3 of A4 staat. Er zijn twee manieren om die gelijkwaardigheid te bewijzen:
    • met een gewaarmerkte brief van het IDW (Internationale DiplomaWaardering: idw.nl)
    • of met een verklaring van DUO (duo.nl)

B. Diploma en Bewijs van Scholing

Een medewerker voldoet aan deze eis als zij een diploma, getuigschrift, IDW-waardering of DUO-verklaring heeft:

  • van een beroepsopleiding op minimaal-niveau mbo-4 dat zonder aanvullend bewijs kwalificeert voor pedagogisch medewerker in de dagopvang, de peuteropvang en/of de buitenschoolse opvang (bso)
  • van een docentenopleiding vanaf hbo-niveau en zij een schriftelijk bewijs* heeft van gevolgde scholing in pedagogiek kinderen 0-13 jaar en/of coaching.

* Schriftelijk bewijs betekent:

  • Certificaat van een branche-erkende scholing in pedagogiek kinderen 0-13 jaar en/of coaching.
  • Certificaat of ander schriftelijk bewijs van een minor/afstudeerrichting/keuzevak/keuzedeel in pedagogiek kinderen 0-13 jaar en/of coaching.

Op Kinderopvang-Werkt staan de lijsten met de schriftelijke bewijzen die voldoen. Meer informatie over de branche-erkende scholingen voor pedagogiek kinderen 0-13 jaar en coaching staat in bijlage VI.

Bewijs Gevolgde Scholing

Heb je een diploma op minimaal mbo 4-niveau waarmee je zonder aanvullend bewijs mag werken als pedagogisch medewerker (diplomagroepen A1 en B1 van de kwalificatie-eis pedagogisch medewerker)? Of heb je een docentenopleiding op hbo-niveau gevolgd? Dan kan je aanvullende scholing volgen om te kunnen werken als PBMC-er.

Overgangsbepaling

Deze overgangsbepaling is bedoeld voor wie een diploma heeft op minimaal niveau mbo-4 dat per 1 juli 2018 is vervallen voor pedagogisch medewerker.

Inzet Pedagogisch Beleidsmedewerker VE

Vanaf 1 januari 2022 dient een kindcentrum voor de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie (VE) een pedagogisch beleidsmedewerker in te zetten op hbo werk- en denkniveau. Deze pedagogisch beleidsmedewerker richt zich op de ontwikkeling en implementatie van het beleid of de coaching van VE-beroepskrachten. Het is mogelijk dat de pedagogisch beleidsmedewerker, naast het coachen, ook werkzaam is als VE-beroepskracht.

De medewerker op hbo-niveau zorgt voor een versterking van ouderbetrokkenheid, verbetering van het educatief-pedagogisch handelen en draagt in grote mate bij aan de kwaliteitsontwikkeling van voorschoolse educatie op de werkvloer.

Het minimum aantal uren per jaar voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker/VE- coach bedraagt het aantal doelgroepkinderen in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar dat VE ontvangt maal 10 uur.

De kwalificatie-eisen voor deze VE-beleidsmedewerker of VE-coach zijn gelijkgesteld aan de pedagogisch beleidsmedewerker in de kinderopvang. Als medewerkend pedagogisch beleidsmedewerker/coach op een VE-groep dien je tevens in het bezit te zijn van een VVE-certificaat.

Voor toekomstige VE-coaches is voor toelating tot deze opleiding een diploma/getuigschrift dat certificeert voor de kwalificatie-eisen van pedagogisch beleidsmedewerker/coach verplicht.

De organisatie moet de pedagogisch beleidsmedewerker een minimaal aantal uren inzetten. Per kindercentrum gaat het om minimaal 50 uur beleidswerk. Bevinden de dagopvang en de buitenschoolse opvang zich op hetzelfde adres? Dan wordt dit gezien als 2 kindercentra, en geldt 2 x 50 uur.

Iedere pedagogisch medewerker ontvangt jaarlijks coaching. Ook tijdelijke en flexibele medewerkers.

Om de ontwikkeling van medewerkers te stimuleren moet iedere kinderopvangorganisatie een opleidingsplan opstellen. De eisen aan het opleidingsplan kinderopvangorganisaties staan in de cao Kinderopvang.

Per 1 januari 2025 zijn alle pedagogisch medewerkers die met baby’s werken hiervoor geschoold. Dit geldt ook voor invalkrachten en pedagogisch medewerkers op tijdelijke basis.

Een goede taalontwikkeling is belangrijk voor het kind voor een goede start in het primair onderwijs.

Tenminste 50% van medewerkers die meetellen voor de beroepskracht-kindratio op een kindercentrum moet bestaan uit volledig gekwalificeerde beroepskrachten. Het is belangrijk dat beroepskrachten-in-opleiding goede begeleiding krijgen. Daarom moet de kinderopvangorganisatie vooraf een begeleidingsplan opstellen.

Tot 1 juli 2026 geldt dat maximaal de helft van de medewerkers op een locatie beroepskracht-in-opleiding mag zijn.

Een kinderopvangorganisatie mag op de buitenschoolse opvang een andersgekwalificeerde werknemer meetellen voor de beroepskracht-kindratio (BKR). Andersgekwalificeerde werknemers zijn mensen met een andere beroepsachtergrond, talent of expertise, die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Bijvoorbeeld musici of sporters.

labels: #Ei

Zie ook: