De topvertalingen van "Frischkäse" naar het Nederlands zijn roomkaas, kwark en verse kaas. Kwark is dus een van de mogelijke vertalingen van het Duitse woord "Frischkäse".

Culinaire Vertalingen

Ben je bezig met de vertaling van je menukaart en kom je er niet helemaal uit? Op Kokswereld kun je culinaire vertalingen vinden naar het Frans, Duits en Engels. Je ziet de gastronomische termen in vier talen naast elkaar. Hieronder een tabel met enkele voorbeelden:

Nederlands Frans Duits Engels
Vis Marinade Marinade de poisson Fisch Marinade Fish Marinade
Vlees Viande Fleisch Meat
Fles Bouteille Flasche Bottle
Ontbijt Petit déjeuner Frühstück Breakfast
Groente Légumes/Verdure Gemüse Vegetable

Deze tabel geeft een klein overzicht van de vele culinaire termen die beschikbaar zijn in verschillende talen.

Kwark en Verse Kaas in Productie

De wrongel kan als kwark worden gebruikt of geperst en tot witte kaas gevormd worden. De verse kaas wordt geperst en de gisting vindt plaats tijdens het persen. De massa kan als Hüttenkäse verwendet oder zu Frischkäse gepreßt und geformt werden.

Duits in Oostenrijk: Meer dan Alleen een Taal

Wie op wintersport gaat naar Oostenrijk, kan zich prima redden met de Duitse taal. Echter, zeg nooit dat ze in Oostenrijk Duits praten. Heel veel Duitse woorden worden niet gebruikt in Oostenrijk en ze worden niet graag met hun noorderburen vergeleken. Ook tussen de regio’s en dorpen zijn er enorme verschillen. Niet alleen qua dialect en uitspraak, maar ook qua woorden.

In Duitsland gebruikt men vaker en langer de ‘Sie’ (u) vorm. Oostenrijkers zijn informeler en stappen veel sneller over op ‘du’ (jij). In de bergen gebeurt dit zelfs nog iets eerder. Het schijnt dat er boven de 1500 meter altijd ‘du’ tegen elkaar wordt gezegd.

Groeten en Afscheid Nemen in Oostenrijk

Iedereen groet elkaar in de Oostenrijkse skidorpen, maar wat moet je nou zeggen als je een Oostenrijker tegenkomt op straat? 'Servus' en 'grüß Gott' hoor je veelvuldig (in Tirol) en ook met het gezellige 'Grias-di' of 'Griaß-enk/Griaß-eich' sla je geen modderfiguur. Vergeet Guten Tag of Guten Morgen en groet als een échte Oostenrijker!

'Tschüss' is erg Duits en wordt vrijwel niet gebruikt. 'Pfiat-di' en 'Wiederschaugn' hoor je veel in de (Tiroolse) bergen en 'Baba' is een term die oorspronkelijk uit Wenen komt.

Daarnaast kan een Oostenrijker een Duitser altijd verstaan, terwijl dit andersom niet het geval is. Hier worden in de Oostenrijkse bergen graag grappen over gemaakt: 'Was ist der Unterschied zwischen einem Deutscher und einem Österreicher? Der Deutsche würde den Österreicher gerne verstehen wollen, kann es aber nicht.

Tiroolse Uitdrukkingen

Als je voor het eerst naar Tirol komt, een paar van de onderstaande Tiroolse woorden en uitdrukkingen kent en ze misschien zelfs enigszins goed kunt uitspreken, maakt dat niet alleen de communicatie makkelijker, maar dring je ook vliegensvlug door tot het boterzachte hart van de Tiroolse bevolking.

Welkom Heten in het Tirools

  • Grias-di, Griaß-enk, Griaß-eich = Hallo
  • Pfiat-di, Pfiat-enk, Pfiat-eich = Tot ziens
  • Grüß Gott = Goeiedag
  • Wiederschaun, Pfiat-Gott = Tot ziens

Routebeschrijving in het Tirools

  • aui, auffi = omhoog
  • umi = over
  • außi = uit
  • oi, ochi = omlaag
  • arschlings = achteruit
  • grodaus = rechtuit
  • entn = ginder
  • Bichl = heuvel

Beschrijvingen en Eigenschappen

  • Schmotzgoggl = zeer zachtaardige uitdrukking voor een heel erg mooi meisje.
  • Bitegurn = een boze vrouw, altijd en overal.
  • Loamsieder = tijdgenoten, die je beter mijdt.
  • Lota, Weibetz = man, vrouw.
  • Lugntschippl = een persoon, die je gewoon niet kunt geloven.
  • Dozn = een heel klein mens.
  • Lulatsch = het tegenovergestelde van dozn, een zeer lange, meestal dunne mens (man)
  • Fackalar = niet alleen een persoon die lelijk is om naar te kijken, omdat hij extreem onverzorgd is.
  • Sektnschlägl = een onvriendelijk persoon die ontevreden is over zichzelf en de wereld.
  • wompat = betekent bierbuik.
  • schmattig = wanneer iemand veel geld heeft.
  • potschad = betekent "onhandig".
  • Zoggla = iemand die niet echt goed gekleed is.
  • Zornpingl = een opvliegende kerel.

Kinderen

  • Popele = baby
  • Poppenwagen = kinderwagen
  • „in die Heia gehen“ = naar bed gaan
  • Springgingerl = liefdevol woord voor een levenslustig kind
  • Derwischaletz, Fangalex = tikspel van kinderen
  • Versteckalex = Zoek me!
  • Purzigagele = een koprol.
  • Gummihupfen = vroeger heel populair, 2 kinderen staan in een grote elastiek en zorgen dat het elastiek enigszins gespannen is.
  • Templhupfen = met stoepkrijt worden springvakken getekend op de straat
  • Flosch drahnen = flesje draaien.

Lekkernijen in het Tirools

  • Kasspatzln = typische, kleine dumplings met rijpe kaas en gebakken uien.
  • Greaschtl, Gröstl = typisch Tirols, gebakken aardappelen met uien en stukjes geroosterd vlees.
  • Kaspressknedl = zeer lekkere, dumplings uit brood met ui en kaas, kort gebakken in een pan, geserveerd in een stevige rundsbouillon of met zuurkool.
  • Fleischkas = Leberkäse
  • Graukas = Magere kaas uit rauwe melk gemaakt van een soort magere kwark
  • Schwammerlen = paddelstoelen, meestal bedoelen ze in Tirol met Schwammerlen chanterellen.
  • Muas = moes
  • Goggelen = eieren
  • Weggn = brood
  • Oranschn = appelsienen
  • Melanzani = auberginen
  • Marün = abrikozen
  • Verlängata = een kopje koffie
  • Dschugglad = chocolade
  • Scharmiezl = een papieren zak.
  • Zol’n bitte! = de rekening alsjeblief!
  • Hots gschmeckt? = Heeft het gesmaakt?
  • Mogsch a Schnapsal? = bedoeld is een „Selberbrennta“, een zelfgestookte Schnaps.
  • botzn = morsen
  • tzutzln = zuigen

Flirten en Feesten in het Tirools

  • Fesches Madl, Diandl = mooie vrouw, mooi meisje
  • Fescher Bua = mooie man
  • A Schnitzel = uitgesproken mooie man
  • Wia hoaschn du? = Hoe heet jij?
  • Mogsch wos trinkn? = Ik wil je trakteren. Wat wil je drinken?
  • Woher kimmschn du? = Waar kom je vandaan?
  • Mogsch di herhockn? = Hier is nog een plekje vrij.
  • Du gfolsch ma! = Je bevalt me.
  • gschdiascht = Alles was mooi is.
  • I mog di = Ik vind je leuk.
  • A Hetz machen = pret hebben
  • hetzig = grappig
  • losnen = luisteren
  • trotschn = praten
  • terisch = hardhorend
  • tamisch sein = verward zijn
  • rauschig sein = een beetje dronken zijn
  • Fetzn = heel erg dronken zijn
  • Weiss-Sauer, Rot-Sauer = witte wijn spritzer, rode wijn spritzer
  • Kracherl = lijkt op „Almdudler“, een zoete kruidenlimonade
  • Zschigg = sigaretten
  • Fotzhobl = ander woord voor mondharmonika
  • Rotzbremsen = een niet zo mooi woord voor een „Schnauzer“, een snor.
  • strawanzen = veel op pad zijn, zonder echt door.

Kleine Kwaaltjes in het Tirools

  • Dokta = dokter
  • Apoteggn = apotheek
  • Binggl = buil
  • Buggl = rug
  • Wea = pijn
  • Mir isch letz = ik voel me ziek
  • Speiberei = zeer onaangename buikgriep
  • Schnaggler = de hik hebben
  • Haxn = benen
  • Zeachn = tenen
  • Goschn = gezicht
  • Zennt = tanden
  • Gnagg = nek
  • Kearlecka = koortsblaas
  • magiern = doen alsof je ziek bent
  • Heisl = toilet
  • Plumpsklo = een gemak.
  • gschleinen = zich haasten
  • gneatig, oalig = Wie het gneatig heeft, heeft haast.

Op Weg in de Natuur in het Tirools

  • Tschurtschn = Dennenappel
  • Viecher = Dieren
  • Murmele = marmot
  • Goas = Geit
  • Antn = Eend
  • Bam = Boom
  • Kuselen, Notsch, Fok, Foknstoll =Koeien, varkens, zwijn, varkensstal.
  • Oachkatzlschwoaf = Staart van een eekhoorn.

Andere Typische Woorden en Uitdrukkingen

  • „Isch des bärig!“ = Heeft niets met beren of bessen te maken.
  • gfierig = zegt een Tiroler als iets makkelijk gaat.
  • „Mei schian!“ = Hoe mooi is dit dan!
  • „Na schiach!“ = Uitroep als iets ongelofelijk vies is.
  • ge! = „Dat geloof ik niet.“
  • ge? = aan het einde van een bewering en betekent zoveel als: „juist, niet?“
  • ha? = „wablief, ik heb je niet verstaan“?
  • a = ook
  • amol = eenmaal
  • decht, dechtasch = toch
  • eh = zowieso, ja natuurlijk
  • epper = iemandes
  • lei = enkel
  • woi = toch
  • nimma = niet meer
  • nocha, nochand = later
  • olm = voortdurend
  • ondersch = anders
  • Hardigatti = Uitroep van ongeduld.
  • zach = niet alleen “moeilijk”, maar vaak ook gebruikt bij gesprekken.
  • zizzalalweis = in kleine stukjes, langzaam.
  • Radlbeg, Radlbeck = een kruiwagen.
  • Kuchakaschtla = keukenkast.

labels:

Zie ook: