Ineens viel me op dat het liedje over pannenkoeken weer helemaal actueel is, hoewel er feitelijk geen touw aan vast te knopen is.

Maar actueel dus. Moeder bakt pannenkoeken (nu met tussen-n) maar het meel is zo duur. Vanmorgen hoorde ik op de radio dat het meel inderdaad duur gaat worden, omdat een vreemde Rus ervoor gezorgd heeft dat de graanschuur van Europa geen graan meer kan zaaien, oogsten, laat staan leveren.

Nu blijkt de zonnebloemolie ook veel duurder te worden. Dus waarin je pannenkoeken bakt wordt ook al duur, of schaars. De Jumbo en de Plus hebben de zonnebloemolie al op rantsoen gezet. Met als gevolg dat ze bij de AH in de rij stonden voor het schap.

Gelukkig biedt het liedje ook hoop. Tingelingelingelinge kun je niet negatief uitleggen. Stroop en rozijnen zijn er gelukkig ook nog. En bezoek is ook weer welkom. We mogen weer bijna alles. Dus ook onbeperkt bezoek ontvangen.

Nog even over die tekstschrijver…. Ze waren nog wel gekker, hoor.

Een Russisch Sprookje voor Peuters en Kleuters

Er was eens een grootmoeder, die voor haar man een lekkere dikke pannenkoek wilde bakken. Ze haalde meel, eieren, boter, suiker en room te voorschijn en deed alles in een kom. Ze roerde en roerde, tot ze een stevig beslag had gekregen.

Grootvader stopte hout in de kachel, stak het aan en zei: "Grootmoeder, de kachel is heet genoeg." Toen goot grootmoeder het beslag in de koekepan en zette die op de kachel. De pannenkoek deed "ploep, ploep", begon te rijzen en werd goudbruin.

Grootvader kreeg er al veel zin in en grootmoeder zei: "Deze pannenkoek wordt erg lekker, hij is bijna klaar. Ik draai hem nog even om." Maar nadat ze dat gedaan had en de pan weer op de kachel terug wilde zetten, sprong de pannenkoek plotseling boven op de grote vork, toen op de kachelplaat en toen op de grond.

Voordat grootvader hem kon pakken rolde hij door de open deur naar buiten. Grootmoeder met de vork en grootvader met de lepel liepen er achteraan. Maar de pannenkoek was vlugger en ze konden hem niet inhalen.

'Rollen, rollen, rollen', deed hij, het straatje uit en het veld in. Daar kwam een haasje aangesprongen. Dat riep: "Halt, pannenkoek! Ik wil je opeten!"

"Ach, doe dat niet", zei de pannenkoek. "Ik ken een mooi liedje, dat zal ik voor je zingen:

Room, bloem en suikerEen ei of tienIn boter gebakkenDat kun je wel zienIk liep weg van huisNa een sprong uit de panEr is dan ook niemandDie mij pakken kanGrootmoeder riepGrootvader liepWou jij het proberenMijn beste haasIk rol veel vluggerJe bent een dwaas."

En de dikke vette pannenkoek rolde langs de haas het bos in. Daar kwam hij de wolf tegen, die gromde: "Halt pannenkoek! Ik wil je opeten!"

"Ach, doe dat niet", zei de pannenkoek. "Ik ken een mooi liedje, dat zal ik voor je zingen:

Room, bloem en suikerEen ei of tienIn boter gebakkenDat kun je wel zienIk liep weg van huisNa een sprong uit de panEr is dan ook niemandDie mij pakken kanGrootmoeder riepGrootvader liepHaas was een dwaasWou jij het proberenJe moet nog veel leren."

En de dikke vette pannenkoek rolde dieper het bos in. Toen kwam hij de beer tegen en die bromde: "Halt pannenkoek! Ik wil je opeten!"

"Ach, doe dat niet", zei de pannenkoek. "Ik ken een mooi liedje, dat zal ik voor je zingen:

Room, bloem en suikerEen ei of tienIn boter gebakkenDat kun je wel zienIk liep weg van huisNa een sprong uit de panEr is dan ook niemandDie mij pakken kanGrootmoeder riepGrootvader liepHaas was een dwaasWolf wou het proberenHij moest nog veel lerenJij kunt beter zwijgenWant je kunt me niet krijgen."

En de dikke vette pannenkoek rolde het bos weer uit. Net kwam de vos eraan, die riep: "Halt pannenkoek! Ik wil je opeten!"

"Ach, doe dat niet", zei de pannenkoek. "Ik ken een mooi liedje, dat zal ik voor je zingen:

Room, bloem en suikerEen ei of tienIn boter gebakkenDat kun je wel zienIk liep weg van huisNa een sprong uit de panEr is dan ook niemandDie mij pakken kanGrootmoeder riepGrootvader liepHaas was een dwaasWolf wou het proberenHij moest nog veel lerenBeer zou me niet krijgenEn kon beter zwijgenNu wil jij het dus wetenHoe je me op gaat eten."

"Lieve pannenkoek", zei de vos, "in ieder geval bedankt voor je mooie liedje. Het is echt een alleraardigst liedje, al heb ik het, jammer genoeg, omdat ik zo doof ben niet helemaal verstaan. Kom nog iets dichterbij en ga op mijn snuit zitten, dan kan ik het helemaal goed horen."

En heus, de pannenkoek ging op de snuit van de vos zitten. Toen hij begon te zingen, zei de vos "Hap" en at de dikke, vette, bruine, verwaande, domme pannenkoek op. En dat was het einde van de reis van de pannenkoek.

Bron: 'Bakersprookjes', Liane Keller Oospr. Christien van Reenen ISBN 90 6238 222 3 Uitg.

labels: #Pannenkoeken #Pannenkoek

Zie ook: