Misselijkheid is een onaangenaam gevoel in de buik met braakneigingen. Braken is het krachtig uitstoten van de maaginhoud via de mond. Misselijkheid en braken treden vaak, maar niet altijd, in combinatie met elkaar op. Iedereen heeft er weleens last van. Misselijkheid gaat vaak samen met braken, maar niet altijd. Dit komt doordat misselijkheid en braken door hetzelfde hersengebied worden aangestuurd. U kunt ook misselijkheid ervaren zonder te moeten overgeven.

Wat is misselijkheid?

Wanneer u misselijk bent heeft u het gevoel van een steen op uw maag. U voelt zich onpasselijk en hebt het gevoel dat u wellicht moet braken. Vaak heeft u als u misselijk bent een gebrek aan eetlust. Of het gaat gepaard met een futloos gevoel en buikpijn. Misselijkheid kan ook samengaan met bijvoorbeeld diarree of brandend maagzuur.

Oorzaken van misselijkheid

Omdat er zoveel oorzaken voor misselijkheid mogelijk zijn, weet u lang niet altijd duidelijk de oorzaak aan te wijzen. Het komt en het gaat en u heeft dan soms geen idee, waardoor het kwam. Toch kunnen er verschillende oorzaken zijn voor misselijkheid. Enkele oorzaken voor misselijkheid, zijn:

  • Een voedselvergiftiging
  • Te veel of te vet eten
  • Het drinken van alcohol
  • Reisziekte
  • Zwangerschap
  • Duizeligheid
  • Migraine
  • Bepaalde medicijnen
  • Chemotherapie

Misselijkheid en gastro-enteritis

Bij een gastro-enteritis worden misselijkheid en braken opgewekt doordat serotonine- (5HT3) en dopaminereceptoren vanuit vagale afferente zenuwbanen in het maag-darmkanaal worden geprikkeld. De meest voorkomende verwekkers van gastro-enteritis zijn virussen. Bij voedselvergiftiging zijn het de toxinen van bacteriën zoals Staphylococcus aureus, Clostridium perfringens en Bacillus cereus die de klachten veroorzaken. Bronnen van deze verwekkers zijn o.a. schaaldieren, kip, rundvlees, melk en salades. Een gastro-enteritis gaat bijna altijd gepaard met diarree.

Dehydratie en de gevolgen

Dehydratie is de vermindering van de hoeveelheid lichaamsvocht, meestal uitgedrukt in de procentuele afname van het lichaamsgewicht. Misselijkheid en braken kunnen gepaard gaan met speekselvloed, bleekheid, zweten, tachycardie en diarree. Persisterende klachten van misselijkheid en braken kunnen leiden tot een verminderde inname van voedsel en vocht en uiteindelijk tot dehydratie. Dehydratie kan leiden tot ondervulling en elektrolytstoornissen, met dorst, sufheid, zwakte, verwardheid, hypotensie en flauwvallen tot gevolg. Dehydratie gaat gepaard met een verhoogde mortaliteit.

Behandeling van misselijkheid en braken

Het doel is vermindering van de kans op dehydratie door misselijkheid en braken. Wat betreft de medicamenteuze behandeling is het van belang onderscheid te maken tussen patiënten zonder dehydratie en patiënten met dehydratie of een verhoogd risico hierop. Alleen bij de laatste groep zijn medicamenteuze behandeladviezen geïndiceerd. ORS geldt hierbij als basis.

Geef voorlichting: leg uit dat het beloop meestal ongecompliceerd is. Voor eventuele dosisaanpassingen van orale geneesmiddelen na braken, zie de betreffende geneesmiddelpagina's of de bijsluiter. Alleen bij (een verhoogd risico op) dehydratie bij volwassenen of kinderen. Bij een verhoogd risico op dehydratie: geef ORS bij elke periode van braken.

Dosering van ORS:

  • < 6 jaar 10 ml/kg/keer
  • > 6 jaar: tot 300 ml/keer

Bij dehydratie: herstel de vochtbalans binnen 3 tot 4 uur. Geef om de paar minuten een klein slokje ORS, eventueel met een lepel in een zittende houding om verslikken te voorkomen. Dosering: 10-25 ml/kg/uur. Volg na verbetering het schema bij een verhoogd risico op dehydratie.

Als rehydratie met ORS niet mogelijk is of herhaaldelijk wordt geweigerd, maak dan gebruik van water, appelsap (verdund, bv. Verdund appelsap of andere verdunde vruchtensappen zijn geen gelijkwaardig alternatief voor ORS. Alleen bij kinderen (3 maanden-18 jaar) met (een verhoogd risico op) dehydratie, en alleen als de ORS-rehydratie bemoeilijkt wordt door zeer frequent braken, of meermaals braken direct na ORS-toediening. Bespreek de voor- en nadelen van het toevoegen van ondansetron aan ORS-rehydratie.

Het eenmalig toevoegen van ondansetron aan ORS-rehydratie verlaagt mogelijk de kans op een ziekenhuisopname en persisterend braken binnen 8 uur na toediening. Mogelijk verlaagt een eenmalige dosis ondansetron ten opzichte van placebo de kans op een ziekenhuisopname binnen 8 uur bij brakende kinderen met een veronderstelde gastro-enteritis. De bijwerkingen van een eenmalige dosis ondansetron zijn waarschijnlijk beperkt maar wel relevant, namelijk de mogelijke kans op toename van diarree en de kans op ernstige bijwerkingen (dosisafhankelijke QT-tijdverlenging) bij kinderen met risicofactoren hiervoor (o.a. hartfalen, bradycardie, aangeboren lang-QT-intervalsyndroom). De toepassing is offlabel.

Benadruk dat rehydratie het primaire doel is van de behandeling en niet zozeer het stoppen van het braken zelf. Een goede bereiding en zo goed mogelijke toediening van ORS blijven essentieel voor het bereiken van rehydratie. Ondansetron is beschikbaar in een (smelt)tablet en stroop. De tabletten zijn niet deelbaar en komen daarom alleen in aanmerking voor kinderen met een gewicht > 27 kg.

NHG ontraadt het gebruik van een anti-emeticum als behandeling van ongecompliceerde misselijkheid en braken bij volwassenen. Overweeg domperidon of metoclopramide bij volwassenen alléén in uitzonderlijke gevallen. Medicamenteuze behandeling voor misselijkheid en braken bij een ongecompliceerde gastro-enteritis bij volwassenen, wordt niet aanbevolen door het gebrek aan bewijs voor effectiviteit en het risico op bijwerkingen. Geef alleen in uitzonderlijke gevallen een anti-emeticum, bv. bij reizen, ouderen met diabetes mellitus en een verhoogd risico op dehydratie. Licht dan de patiënt goed in over de bijwerkingen en houd de duur zo kort mogelijk. Domperidon en metoclopramide hebben de voorkeur op basis van ervaring en het feit dat deze middelen geregistreerd zijn voor de behandeling van misselijkheid en braken.

Medicijnen tegen maagklachten

Maagproblemen kunnen zich op verschillende manieren uiten: brandend maagzuur, pijn in de bovenbuik, oprispingen, een opgeblazen gevoel en misselijkheid. Deze klachten kunnen komen door een onderliggende aandoening, zoals een ontsteking van de maag. Door je voeding en leefstijl aan te passen, kunnen je klachten van brandend maagzuur minder worden. Mocht dit niet goed genoeg helpen, dan zijn er verschillende soorten medicijnen tegen maagklachten: maagzuurbinders, maagzuurremmers en medicijnen die een beschermende laag op de maagwand vormen.

Maagzuurbinders

Deze medicijnen maken het maagzuur minder zuur door het maagzuur te binden. Maagzuurbinders werken kort, namelijk een paar uur. Als je af en toe last hebt van brandend maagzuur en zure oprispingen, kun je een maagzuurbinder gebruiken. Voorbeelden van maagzuurbinders zijn medicijnen met de werkzame stof algeldraat (met een magnesiumzout), aluminiumhydroxidemagnesiumcarbonaat, calciumcarbonaat, calciumcarbonaat met magnesiumsubcarbonaat, hydrotalciet en magnesiumoxide. Deze kun je kopen bij de drogist of apotheek.

Maagzuurremmers

Er bestaan twee soorten maagzuurremmers: histaminereceptor-2 blokkers (H2-blokkers) en protonpompremmers. Deze medicijnen zorgen ervoor dat je maag minder zuur aanmaakt. Ze werken langer dan maagzuurbinders. H2-blokkers werken ongeveer 12 uur en protonpompremmers kunnen 24 uur werken. Voorbeelden van H2-blokkers zijn cimetidine, famotidine, nizatidine en ranitidine. Lage sterktes kun je bij de drogist of apotheek kopen. Andere medicijnen die het maagzuur remmen zijn protonpompremmers. Dit zijn medicijnen met de werkzame stof esomeprazol, lansoprazol, omeprazol, pantoprazol en rabeprazol. Deze soort maagzuurremmers kun je vooral op recept krijgen.

Beschermende middelen

Tot slot zijn er middelen die een beschermende laag aanbrengen op de binnenkant van de maag, die voorkomen dat maagzuur terug de slokdarm instroomt.

Belangrijke informatie over medicijngebruik

Zoals bij elk medicijn kun je bij medicijnen tegen maagklachten last krijgen van bijwerkingen. Bijwerkingen van medicijnen tegen maagklachten kunnen bij langdurig gebruik (ernstige) gevolgen hebben. Het is daarom belangrijk dat je jouw medicijnen goed gebruikt. Gebruik jouw medicijnen altijd volgens de bijsluiter of zoals jouw arts dit aan je verteld heeft. In de bijsluiter staan welke bijwerkingen je kunt ervaren en hoe vaak.

Ga jouw klachten niet weg bij het gebruik van zelf gekochte medicijnen, worden ze erger of krijg je nieuwe klachten? Ga dan naar jouw huisarts. Heb je jouw medicijn zelf gekocht in de drogist of apotheek zonder recept? Gebruik dit medicijn dan zo kort mogelijk en nooit langer dan 2 weken. Gebruik je een medicijn op recept? Gebruik dit medicijn zoals jouw arts je verteld heeft.

Medicijnen tegen maagklachten kunnen invloed hebben op andere medicijnen. Dit kan ervoor zorgen dat het maagmedicijn of het andere medicijn minder goed werkt. Ook kan er meer of juist minder van het maagmedicijn of het andere medicijn in je lichaam komen dan je nodig heeft. Daarnaast kunnen de bijwerkingen van de verschillende medicijnen elkaar versterken. Het medicijn kan dan anders werken dan eigenlijk bedoeld is. Of je krijgt eerder last van bijwerkingen. Overleg daarom met jouw arts of apotheker of je jouw medicijn veilig kunt gebruiken met andere medicijnen. Denk ook aan medicijnen die je zonder recept hebt gekocht bij de drogist of apotheek. Let daarnaast op met het drinken van alcohol.

Val je onder de risicogroep? Dan kan het zijn dat je maagzuurremmers niet mag gebruiken of extra voorzichtig moet zijn. Ga je een verre reis maken? Dan is het belangrijk om te kijken welke medicijnen voor op reis handig zijn om mee te nemen. Afhankelijk van het gebied waar je naartoe gaat en jouw persoonlijke situatie, kun je medicatie tegen reizigersdiarree (Loperamide of Azitromycine), hoogteziekte (Diamox) en reisziekte (Mezocline of Cyclizine) meenemen. Sommige medicijnen zijn alleen op recept verkrijgbaar en andere middelen kun je zonder recept bestellen. Laat je adviseren door de huisarts, GGD of bestel jouw vaccinaties en medicijnen voor op reis via Thuisvaccinatie.

Specifieke medicijnen

Metoclopramide

Metoclopramide is een geneesmiddel dat gebruikt wordt om misselijkheid en braken te voorkomen door de beweging van de maag te stimuleren en voedsel sneller naar de darmen te vervoeren. Het wordt met name ingezet wanneer patiënt chemo- of radiotherapie krijgt. Tevens kan het gebruik worden na migraineaanval om misselijkheid en braken tegen te gaan.

Vanuit de hersenen kunnen prikkels ontstaan in het braakcentrum, waardoor misselijkheid en braken het gevolg kan zijn. Dit kan ook ontstaan in de maag of in de darmen. Metoclopramide zorgt voor het stimuleren van de maag om voedsel sneller in de darmen te doen terechtkomen. Hoe leger de maag is, hoe minder men last zal hebben van misselijkheid en braakneigingen. Daarnaast remt dit geneesmiddel de prikkels die ontstaan in het braakcentrum.

Dosering: Voor volwassenen is de startdosering 10 mg, 3 maal daags gedurende maximaal 5 dagen. Er geldt een maximale dosis van 30 mg of 0,5 mg/kg lichaamsgewicht. Voor kinderen is de startdosis 0,1 tot 0,15 mg/kg lichaamsgewicht, tot 3 maal daags. De maximale dosis per 24 uur is 0,5 mg/kg lichaamsgewicht. Tablet innemen met water, verspreid over de dag met minimale tussenpozen van 6 uur.

Wanneer niet gebruiken:U mag Metoclopramide in de volgende gevallen niet gebruiken:

  • U bent allergisch voor metoclopramide of voor één van de stoffen in dit geneesmiddel
  • U heeft een bloeding, obstructie of scheur in het maag-darmkanaal
  • U heeft (waarschijnlijk) een feochromocytoom (zeldzaam gezwel van de bijnier)
  • U heeft tardieve dyskinesie (spierspasmen) gehad tijdens eerdere behandeling met een geneesmiddel
  • U heeft epilepsie
  • U heeft de ziekte van Parkinson
  • U gebruikt levodopa of dopaminergeagonisten
  • U heeft in het verleden te maken gehad met abnormale pigmentbloedwaarden of NADH cytochrome-b5 deficiëntie
  • Voor kinderen jonger dan 1 jaar

Mogelijke bijwerkingen: slaperig voelen, neerslachtigheid, spastische bewegingen, trillen, onrust, bloeddrukdaling, diarree, zwakheid

Loperamide

Loperamide is een diarreeremmer dat acute diarree binnen een paar uur helpt te stoppen. Het zelfzorgmiddel is zonder recept verkrijgbaar. Tot je de maximale dagelijkse hoeveelheid van dit medicijn bereikt, neem je een tablet in na iedere dunne ontlasting, met minimaal 2 uur tussentijd. Zodra je 12 uur geen diarree meer hebt of als de ontlasting vaster wordt, kun je stoppen met de behandeling. Gebruik dit middel nooit langer dan 2 dagen.

Mogelijke bijwerkingen die kunnen ontstaan bij het gebruik van Loperamide of Azitromycine zijn hoofdpijn, duizeligheid en maagdarmklachten zoals buikpijn, misselijkheid en winderigheid. Loperamide kan een wisselwerking hebben met bijvoorbeeld medicijnen tegen hiv.

Reisziekte medicatie

Als je last van luchtziekte, zeeziekte of wagenziekte hebt, kan reizen erg moeilijk zijn. De beweging van het vliegen, varen of rijden zorgt ervoor dat ons evenwichtsorgaan van slag raakt en het braakcentrum in je hersenen wordt geprikkeld. Hierdoor kun je misselijk worden en gaan overgeven. Om reisziekte te voorkomen, kun je voor vertrek een lichte maaltijd nemen, regelmatig frisse lucht scheppen en voldoende naar buiten kijken tijdens de reis. Lees, puzzel of game niet tijdens de reis. Hier kun je misselijk van worden.

Medicijnen die hierbij kunnen helpen zijn Meclozine en Cinnarizine. Deze middelen zijn zonder recept verkrijgbaar.

  • Meclozine: werkt binnen 2 uur en vervolgens voor 8 uur lang door. Het is daarom vooral geschikt voor langere reizen. Je neemt 1 tot 2 uur voor vertrek het tablet in met wat voedsel.
  • Cinnarizine: helpt tegen misselijkheid en braken en is daarnaast ook een anti-allergiemedicijn. Het middel werkt binnen een half uur en vervolgens 4 tot 6 uur lang. Je neemt Cinnarizine een half uur tot 2 uur voor vertrek met wat voedsel in.

Bijwerkingen van Cinnarizine en Meclozine zijn sufheid, slaperigheid, vermoeidheid, wazig zien, coördinatieproblemen en een verminderd reactievermogen. Na iedere inname mag je 24 uur niet autorijden. Ook is er een mogelijke wisselwerking met andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Vraag je (huis)arts of apotheker om advies bij vragen over jouw medicijnen en lees voor gebruik de bijsluiter.

Wat helpt nog meer tegen misselijkheid?

Als u misselijk bent, is het belangrijk om goed te blijven drinken. Dit voorkomt uitdroging. Drink het liefst water, thee of bouillon. Als u het gevoel hebt dat u moet overgeven, houd dit dan niet tegen. Als u iets verkeerds gegeten of gedronken heeft, dan kan overgeven juist helpen tegen de misselijkheid.

Zoek bijvoorbeeld afleiding zodat u niet continu denkt aan de misselijkheid. Denken aan de misselijkheid kan er namelijk voor zorgen dat u zich nog misselijker voelt. Zorg ook voor voldoende rust.

Wanneer naar de dokter?

Spreek in het algemeen controle af na 1 tot 3 dagen, afhankelijk van de leeftijd van de patiënt en de mate van ziek-zijn. Bij een verhoogd risico op dehydratie (bv. bij jonge kinderen en ouderen) de patiënt na ongeveer 4 uur controleren (telefonisch). Beoordeel de patiënt opnieuw bij geen verbetering. Bij dehydratie opnieuw beoordelen na 4 uur rehydratietherapie. Bij klinische verbetering de patiënt opnieuw na 4 uur controleren (telefonisch). Verwijs naar de kinderarts bij kinderen jonger dan 3 maanden met (een vermoeden van) dehydratie. ernstige dehydratie of twijfel aan de diagnose of vermoeden van een andere oorzaak.

Neem contact op met uw arts wanneer u zich zorgen maakt, wanneer de klachten of het braken alleen maar lijken toe te nemen, of wanneer het maar niet over wil gaan.

labels: #Recept #Ei

Zie ook: