Veel mensen denken dat melkproducten essentieel zijn voor een goede gezondheid. Dit is onterecht. In mijn praktijk merk ik juist dat veel mensen klachten krijgen door het gebruik van melkproducten. Melkproducten zijn te nieuw voor de mens.
Melkproducten zijn te nieuw
Pas sinds de landbouw en veeteelt is de mens melkproducten gaan eten. Dit begon ongeveer 11.000 jaar geleden in het Midden-Oosten en zo'n 8.000 jaar geleden maakte de landbouw en veeteelt zijn intrede in Europa. Het grootste gedeelte van ons bestaan waren melkproducten giftig voor volwassen mensen.
Het zit zo: na de zoogperiode - dus de periode dat een kind borstvoeding krijgt - stopt op een gegeven moment de productie van het enzym lactase. Dit enzym is nodig voor de vertering van lactose, het zogenoemde melksuiker. Bij de afwezigheid van lactase kan het melksuiker lactose niet goed worden verteerd en ontstaan er klachten, zoals bijvoorbeeld diarree.
Door het fermenteren van melk wist men het gehalte aan lactose in de melk te verlagen tot een niveau waarop het te verdragen was. Lactose is namelijk een voedingsbron voor bacteriën. Tijdens het fermentatieproces wordt de lactose door de bacteriën opgegeten, waardoor het gehalte aan lactose in gefermenteerde melkproducten zoals kaas en yoghurt verwaarloosbaar is.
Door de fermentatietechnieken werden melkproducten dus eetbaar gemaakt. Duizenden jaren later vond er een genetische verandering in de mens plaats - een gevolg van evolutie - die het mogelijk maakte om het enzym lactase ook tijdens de rest van het leven te blijven produceren. Deze genetische verandering wordt ook wel een single nucleotide polymorphism (SNP) genoemd. De levenslange productie van het enzym lactase maakt het mogelijk om ook op latere leeftijd lactose, en dus ongefermenteerde melkproducten, te kunnen verteren. De mensen die deze genetische verandering hebben worden ook wel lactase persistent genoemd.
Het aantal mensen dat lactase persistent werd nam vooral toe in de regio’s waar men veel melkproducten consumeerden, namelijk in het Midden-Oosten, Noord- en Midden-Europa en bepaalde gebieden in Afrika. Van de totale wereldbevolking produceert ongeveer 35 procent het enzym lactase, waardoor zij als volwassenen ongefermenteerde melkproducten kunnen verteren. Dit betekent dat de overige 65 procent van de wereldbevolking geen lactose, en dus ook geen ongefermenteerde melkproducten kan verteren. Deze mensen kunnen ongeveer 12 gram lactose - één glas melk - verdragen. Bij een hogere inname ontstaan er klachten, zoals diarree.
Genen passen zich heel langzaam aan. Het overgrote deel van de volwassen wereldbevolking is nog niet (volledig) aangepast aan de consumptie van lactoserijke melkproducten. Deze melkproducten zijn evolutionaire nieuwkomers. Onze genen hebben nog niet de tijd gehad om zich (volledig) aan te passen aan de consumptie van lactoserijke voedingsmiddelen na de zoogperiode. Door het onvermogen om melk goed te kunnen verteren ontstaan er klachten.
Maar lactose is niet het enige probleem
Naast lactose bevat melk nog een aantal andere stoffen die nadelige effecten op de gezondheid hebben:
Caseïne
Melk bevat het antinutriënt caseïne. Dit is een eiwit dat uit lange aminozuurketens bestaat waardoor het lastig verteerbaar is. Caseïne kan het immuunsysteem in de darmen activeren en zo bijdragen aan laaggradige ontsteking. Verder bevat caseïne exorfinen die het endorfinesysteem kunnen beïnvloeden. Als men een overschot aan exorfinen niet goed kan verwerken leidt het tot lichamelijke en psychische klachten.
Neu5Gc
Zoogdierproducten, zoals melk, yoghurt en rood vlees, bevatten het suikermolecuul Neu5Gc. Het is een lichaamsvreemde stof die in je cellen kan worden ingebouwd. Dit gebeurt voornamelijk als je veel Neu5Gc via de voeding binnenkrijgt en weinig beweegt. Omdat het een lichaamsvreemde stof is kan het voor een chronische immuunreactie zorgen zodra het in je cellen is ingebouwd. Neu5Gc is in verbrand gebracht met auto-immuunziekten van de schildklier (Hashimoto), reumatoïde artritis, MS, diabetes type 2 en kanker.
(Groei)hormonen
Melkproducten bevatten groeihormonen zoals IGF-1 en oestrogenen. Deze groeihormonen maakt de koe voor een groot deel zelf aan voor de groei van het kalf, maar beide worden ervan verdacht de groei van kankerweefsel bij mensen te stimuleren. Verder wordt IGF-1 in verband gebracht met acné.
Maar we moeten toch melkproducten eten om voldoende calcium binnen te krijgen?
Veel mensen denken onterecht dat de consumptie van melkproducten essentieel is voor sterke botten. In Nederland worden veel melkproducten gegeten. Je zou dus verwachten dat botontkalking niet zo vaak voor komt onder onze bevolking. Maar het tegengestelde is waar.
Calcium-fosfor verhouding
Melkproducten bevatten veel calcium, maar de opname is gering. Voor een goede opname van calcium is een verhouding van calcium en fosfor nodig van 1:1. Melk bevat te veel fosfor - verhouding 1:2 waardoor de calcium moeilijk wordt opgenomen. Daarnaast is het calcium gebonden aan het moeilijk verteerbare eiwit caseïne. Ook dit zorgt ervoor dat het calcium moeilijk opneembaar is.
Het lichaam streeft altijd naar balans. Als er veel fosforrijke voeding o.a. melk - wordt geconsumeerd, zal het lichaam calcium uit de botten onttrekken om toch tot een calcium-fosfor verhouding van 1:1 in het bloed te komen. De botten worden dus ontkalkt en op die manier kan een hoge melkconsumptie tot botgroeistoornissen en botontkalking leiden.
Calciumbalans
Om stevige botten te krijgen is enerzijds belangrijk om voldoende calcium via de voeding binnen te krijgen. Anderzijds is het belangrijk om niet te veel calcium te verliezen door uitscheiding. De calciumuitscheiding mag niet hoger zijn dan de calciuminname. Ondanks een geringe inname van calcium kan je calciumbalans toch in evenwicht zijn als je ook maar weinig uitscheidt. Aan de andere kant kan je calciumbalans uit evenwicht raken als je veel calcium via de voeding binnenkrijgt, maar ook veel calcium uitscheidt. Het gaat om balans tussen de inname en uitscheiding.
De belangrijkste factor die invloed heeft op de calciumuitscheiding is de zuur-basebalans. Het werkt als volgt: hoe meer verzurende voeding je eet, hoe meer calcium je via de urine uitscheidt. Anderzijds geldt: hoe meer alkalische voeding je eet, hoe minder calcium je via de urine verliest. Alkalisch is het tegenovergestelde van zuur. Melkproducten werken verzurend en bevorderen de calciumuitscheiding. Daarentegen zijn groente en fruit alkalisch en gaan zij de uitscheiding van calcium juist tegen. Het eten van veel groente en fruit is dus belangrijk voor een goede calciumbalans, en daarmee een sterke botopbouw.
Wat moet ik onthouden?
Een hoge consumptie van melkproducten leidt bij veel mensen tot problemen zoals spijsverteringsklachten, overmatige slijmproductie en acné. Deze klachten worden onder andere veroorzaakt door de aanwezigheid van lactose, caseïne, Neu5Gc en (groei)hormonen in melkproducten.
Je hoeft niet persé melkproducten te consumeren om voldoende calcium binnen te krijgen. De mens kan prima zonder melkproducten, zoals melk, yoghurt, kwark en kaas. Calcium vind je namelijk ook in groenten. En met een verhoogde inname van groente en fruit sla je twee vliegen in één klap, want zo verminder je ook nog eens de uitscheiding van calcium via de urine. Dit verbetert je calciumbalans en versterkt je botten.
labels: #Vlees
Zie ook:
- Kruidnoten recept zonder melk: Heerlijke vegan kruidnoten bakken
- Bananen Pannenkoeken Zonder Melk: Makkelijk Recept
- Recepten met Gecondenseerde Melk: Zoete Verwennerij!
- Zwarte Bessen Jam Recepten: Zelf Jam Maken!
- Snollebollekes Verovert Duitsland: 'Links Rechts' Brengt Hamburg in Extase Na Viraal Succes!




