De uitdrukking "Men kan niet leven van brood alleen" is een bekende uitspraak met een diepe betekenis. Meestal wordt dit zo uitgelegd, dat de mens niet alleen sterfelijk voedsel nodig heeft, maar ook geestelijk voedsel.

Laten we niet vergeten, dat Jezus er wel aan toevoegde: “maar van alle woord, dat uit de mond van God uitgaat”. Niet alleen het lichaam heeft voedsel nodig, maar ook de ziel.

De context in Deuteronomium

Toch wordt dit - denk ik - niet met onze tekst bedoeld. Dat wordt ons duidelijk, als we er op letten dat Jezus hier een woord uit Deuteronomium 8 aanhaalt. In dat hoofdstuk worden we herinnerd aan de veertig jaar, die Israël na de bevrijding uit Egypte in de woestijn heeft doorgebracht. En waar het dan op aankomt is dit: dat Israël al die veertig lange jaren in de woestijn door God op wonderbaarlijke wijze in het leven is gehouden.

In de woestijn was geen leven, geen brood, nog niet voor één enkel mens, laat staan voor honderdduizenden. Maar God heeft het manna uit de hemel gegeven, het wonderbrood. Waarvan leefde Israël dus in de woestijn? Niet van het gewone voedsel, want dat was er niet, maar van wat er uit Gods mond uitging.

Dus van woorden die God sprak, maar daar kun je toch niet van leven? Ja toch, juist van woorden moeten we leven! Van Gods Woorden! Dat kan, want Gods woorden zijn machtige woorden, scheppende woorden. Denkt u ‘t zich eens in: er was niets eetbaars in de woestijn, maar God opende Zijn mond en sprak slechts één woord, en zie: de grond lag bezaaid met het allerbeste voedsel. Eet maar, zoveel als je nodig hebt!

En zo heeft Israël geleefd in de woestijn. Eigenlijk ook niet zo zeer van het manna. God immers moest elke ochtend opnieuw het woord spreken, waardoor het manna kwam. Zó leefde Israël dus van het Woord, dat uit Gods mond kwam. Wij zouden vandaag zeggen: Israël leefde van Gods zorg en aandacht.

De verzoeking van Jezus

Jezus is in de woestijn en heeft honger. In die toestand komt de duivel naar Hem toe om Hem te verzoeken. Als er iemand is, die het niet zo best heeft, die het te kwaad heeft met de omstandigheden en soms ook met zich zelf, dan is vast en zeker de duivel in de buurt.

Maar laten we wel bedenken: die duivel komt niet alleen mensen die honger hebben verzoeken, de duivel komt met zijn verzoekingen even goed tot mensen, die in overvloed leven. We horen Satan heel vriendelijk woorden tot Jezus spreken. Dat doet hij altijd!

Hij heeft zo’n zoetgevooisde stem en hij meent het zo goed met je. “Waarom ligt u daar zo dodelijk vermoeid en hongerig neer? Dat hoeft toch niet? U kunt toch wonderen doen? U is toch de Zoon van God? Als U wilt, dan staat er onmiddellijk een heerlijke maaltijd voor U klaar. U hoeft daartoe maar één woord te spreken en in een ogenblik zullen de stenen hier broden worden.”

Toch aardig van die duivel, toch niet zo zwart als ie meestal wordt afgeschilderd, ja eigenlijk wel een sympathieke figuur! Maar reken er op: hoe sympathieker hij zich voordoet, des te gevaarlijker hij is! Jezus mocht Zijn wondermacht toch niet voor Zich Zelf gebruiken. Alleen voor God en Diens eer en het verlossingswerk van de mensen.

Gelukkig laat Jezus ons hier zien, hoe het WEL moet: “Er staat geschreven” zegt Hij; dat is het voornaamste: “Er staat geschreven… Weet u dat wel? Denkt u daar wel aan? Er staat geschreven! Niet wat mensen zeggen, niet wat we er zelf van denken, niet wat voor ons het voordeligst is. Nee, één ding is slechts belangrijk: Er staat geschreven! Wat zegt Gods Woord er van?”

We moeten bij wijze van spreken Gods Woord bij ons hebben, bij het werk, bij het oogsten. Daar moeten we ons aan houden! Hoe vaak wordt dit woord verkeerd uitgelegd. Alsof het betekent, dat de mens naast brood ook aan andere stoffelijke zaken behoefte heeft. De mens zal bij brood alleen niet leven…

De eucharistie als teken

Wanneer Jezus zegt dat Hij het brood des levens is dan gaat het om zijn levenshouding. Hij heeft oog voor zieken en gehandicapten, hij eet met tollenaars en zondaars, hij stuurt zijn leerlingen op pad zonder dubbele kleding, zonder reiszak, zonder voedsel of kopergeld.

Ze moeten vertrouwen op de gastvrijheid van de mensen onderweg, zoals dat in vroeger tijden gebeurde tijdens pelgrimstochten. En in dit perspectief gaat het hier in het evangelie ook over de eucharistie. Maar dan als teken. Ons samenkomen op zondag is niet bedoeld om onze geestelijke honger te stillen, het is niet bedoeld om ons een alibi te verschaffen bij alles wat er mis gaat in onze samenleving.

Ook eucharistievieren is een teken. Het is een teken dat wij de boodschap van Jezus verstaan en serieus nemen. Brood is leven. Psalm 104 (vers 15) spreekt over ‘brood dat het mensenhart versterkt’, en daarnaast over ‘wijn die het mensenhart verheugt’: samen de grondstoffen van het leven.

De wonderbare spijziging

Wat Jezus betreft slaan beide aanduidingen de plank mis. Het springende punt van de gebeurtenis is niet dat er genoeg eten is om iedereen te voeden en dat er zelfs nog ruimschoots overblijft. Dat is de fout die door velen die het meemaakten wordt gemaakt.

‘Werk niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft om eeuwig te leven en dat de Mensenzoon u zal geven’, zegt Jezus tegen degenen die hem zoeken omdat zij onder de indruk zijn van de hoeveelheid brood waarvoor hij gezorgd heeft. Zij zien alleen de overvloed aan brood, maar zij zien niet dat deze overvloed een teken is (Johannes 6,26v).

Volgens het bijbelboek Deuteronomium (8,3) is het manna een teken van God dat de mens niet van brood alleen leeft, maar van alles dat de mond van de Ene voortbrengt. Dat is alles wat er is, want ‘Hij sprak en het was er, hij gebood en daar stond het’ (Psalm 33,9). In de woestijn, dankzij het manna dat veertig jaar lang elke ochtend in precies de juiste hoeveelheid neerdaalt om de honger van die dag te stillen, dankzij Gods dagelijkse trouw en nabijheid die daaruit spreekt, overleeft het volk Israël de reis (Exodus 16).

Afhankelijkheid van God

Vandaag aan de dag mag dan wel heel veel anders zijn dan vroeger en zeker dan de tijd, waarin Israël zwierf door de woestijn, toch is de hoofdzaak nog steeds hetzelfde: we leven niet alleen van brood, maar van God en Zijn Woord, Zijn aandacht en zorg. En dat moeten we beseffen.

Natuurlijk, we leven niet meer in een woestijn, en die zegen van God is daardoor niet zo duidelijk als toen. Voor de meesten in ons land is het een tijd van welvaart, ondanks de crisis, waar wij - zegt men- bezig zijn uit te krabbelen. Er is voedsel genoeg voor iedereen, de landbouwwetenschap leert ons hoe we de grond vruchtbaar moeten maken, zó vruchtbaar dat er zelfs grote overschotten zijn gekweekt en worden vernietigd.

Ons kan toch eigenlijk niets meer overkomen! Maar weet u wel, dat dit waanzin is? Om die verschrikkelijke waanzin, die hoogmoed van mensen, lag Jezus honger te lijden in de woestijn, en Hij niet alleen! Alsof ons leven alleen maar van brood afhangt en van materiële zaken, steeds meer en meer. Als ‘t er op aankomt, zijn wij nog even machteloos als die Israëlieten in de kale woestijn. Met al ons kennen en kunnen nog even machteloos!

Want de mens zal niet alleen van brood leven! Zet het toch uit uw hoofd: we leven niet van brood, we leven niet van de arbeid van ons hoofd en onze handen, van het vele dat we doen, van het land dat we hebben bewerkt… ”Maar waarvan leven we dan anders?” zult u misschien vragen.

We leven van dat Woord van God, en niet van brood en boter, niet van vlees en aardappelen en groenten. En zo is het overal. Hoe werden de weiden groen? Hoe is het koren gaan groeien en en kwamen onze koeien aan zo hoge melkproductie? Is dat door onze kundigheid, door onze goede behandeling en verzorging? Natuurlijk, ook dat was nodig. Maar toch, dat deed ‘t ‘m tenslotte niet. God moest op de akker komen en God moest in de stal komen en daar Zijn Woord spreken.

En daar leeft heel de wereld van, ook al doet ze alsof God er niet is. Het gaat allemaal zo vanzelf en het lijkt zo vanzelfsprekend: wie arbeidt zal ook oogsten. Als je werkt, dan verdien je en zelfs als je niet werkt verdien je. Toch leidt dat alles tot niets, als we Gods stem daarin niet horen. Het is immers niet ONZE verdienste, maar uitsluitend gevolg van Zijn spreken.

Laten we toch beseffen, hoe afhankelijk we van Hem zijn. Zelf kunnen we niets presteren, van Boven moet het alles komen! Elke dag heffen we daarom ons hoofd omhoog en bidden we: “Heer, geef ons heden ons dagelijks brood…” Dat is alles wat we nodig hebben om te leven, in de eerste plaats Zijn Woord!

Maar laten we daaraan dan ook direct toevoegen: “En leid ons niet in verzoeking”. Want ons leven is vol van verzoekingen en verleidingen. En de duivel, die gekomen is om Jezus te verzoeken, is ook dagelijks bij ons in de buurt. Altijd is er het gevaar, dat we gaan leven voor de dingen die “beneden” zijn, dat we daardoor Gods Woord vergeten.

Laten we toch dicht bij Jezus blijven! Hij immers is Zelf het Woord, dat uit Gods mond uitgaat, Het Woord des Levens. Hij heeft honger geleden, hoewel Hij met het grootste gemak van stenen broden had kunnen maken. En Hij heeft de lijdensweg gekozen, hoewel de grootste heerlijkheid Zijn deel had kunnen zijn. En Hij heeft aan het kruis willen hangen, hoewel Hij Koning der koningen was.

Maar zo heeft Hij wel de duivel overwonnen! Laten wij dat in Zijn spoor ook doen. Want wat baat het ons, als de duivel de baas is in ons leven? Jezus heeft de duivel overwonnen, ook voor u en mij. Brood uit de hemel. Brood des levens.

Geestelijke honger

Net zoals ons lichaam dagelijks brood nodig heeft, wil God voorzien in dagelijks voedsel voor onze ziel. Jezus noemt Zichzelf in Johannes 6 het Levende Brood. Hij zegt hiermee “Eet Mij, Mijn woorden geven je leven”. In deze overdenking ga ik kijken wat Hij bedoelt met de uitdrukking “Ik ben het levende brood”. En wat deze uitspraak te maken heeft met het manna in het Oude Testament.

Als ik mijn geestelijke honger wil stillen, dan heb ik het Brood des levens nodig en dat is de Here Jezus. Deel hebben aan Christus is iets wat ik iedere dag nodig heb. Iedere dag kan ik het geestelijke manna oprapen en eten. Hoe kan ik dat doen? Door in het Woord van God te lezen over Wie Christus is en wat Hij doet.

Wat zegt Gods Woord over Hem? Zie ook Hoe lezen we de Bijbel? waarin ik je aanmoedig om op zoek te gaan naar Christus in de Bijbel. materiële zaken zijn niet de enige bron van geluk; een mens heeft meer nodig dan fysieke behoeften zoals brood. Ook geestelijke en emotionele vervulling zijn nodig om een zinvol leven te leiden.

Voorbeelden uit het dagelijks leven

  • Je zou in onze dagen bijvoorbeeld het bestaan van de voedselbank kunnen zien als een instituut dat er voor zorgt dat niemand hoeft om te komen van de honger.
  • Met de brokken van onze overvloed kunnen nog heel wat monden gevuld worden. En dat is goed.
  • Maar je kunt de voedselbank ook zien als een teken dat er behoorlijk wat mis is in onze samenleving wanneer een grote groep mensen niet zelf in hun dagelijkse behoeften kunnen voorzien.
  • Hetzelfde geldt voor de opvang van vluchtelingen. In een fatsoenlijke samenleving wil je natuurlijk zorg dragen voor een humane opvang, maar het simpele feit dat er zoveel vluchtelingen zijn is vooral een teken aan de wand.

Blijkbaar is wereldwijd het politieke en economische bestel niet in staat om armoede en geweld uit te bannen. En het is opvallend dat juist religies daarbij vaak mede oorzaak zijn van allerlei conflicten en tegenstellingen. Ieder van ons weet hoeveel goede doelen bijna dagelijks aankloppen voor een bijdrage en de belastingdienst faciliteert dat zelfs. En voor je eigen gemoedsrust alleen al geef je naar vermogen of naargelang je stemming.

labels: #Brood

Zie ook: