De uitdrukking "mens van vlees en bloed" is een cliché dat vaak gebruikt wordt om iemand te beschrijven met al zijn lusten, begeerten en zwakheden. Het is een omschrijving van het fysieke lichaam, van ons aardse menszijn in al zijn facetten.
Kerkvader Augustinus had voor zijn bekering een wild en losbandig leven. Het verhaal gaat dat hij na zijn bekering eens een 'oude vlam' tegenkwam. "Augustinus!" riep deze vrouw. Toen Augustinus haar herkende, begon de bisschop hard weg te lopen. "Ik ben het!" riep de vrouw hem na. Augustinus heeft het hier over zijn ‘oude mens’ die met Christus gestorven is. Hij is met Christus opgestaan en is nu een ‘nieuw mens’. De oude mens heeft veel met het woord ‘vlees’ te maken.
Maar wat betekent het woord 'vlees' nu eigenlijk? In de Bijbel heeft het woord ‘vlees’ verschillende betekenissen:
- Vlees als eten: Een heel bekende betekenis. Denk maar aan de droom van de Farao: de zeven magere koeien aten de koeien die vet van vlees waren op (Genesis 41:1-4).
- Vlees als aanduiding van het menselijk lichaam: Toen Elisa de zoon van de Sunamitische vrouw tot leven bracht, staat er dat het ‘vlees van het kind’ weer warm werd (2 Koningen 4:34).
- Vlees als aanduiding voor het lichamelijke bestaan van de mens en soms ook het dier: In het begin van de Bijbel komen we dit al tegen. Als de HEERE ziet dat de mensen in de tijd van Noach in zonde leven, staat er dat ‘alle vlees een verdorven levenswandel op aarde had’ (HSV) / ‘al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde’ (SV) (Genesis 6:12). En als Noach dan de opdracht krijgt om de ark te bouwen staat er dat er ‘van alle vlees waar een levensgeest in was, twee aan twee naar Noach in de ark komen’ (Genesis 7:15). Of denk aan de bekende pinkstertekst in Joël 2:28: ‘Ik zal Mijn Geest uitstorten op alle vlees’.
- Vlees als aanduiding van de tijdelijkheid en kwetsbaarheid van de mens - en tegelijkertijd dus ook zijn afhankelijkheid van God: Denk maar aan de uitdrukking ‘hij is een mens van vlees en bloed’. In Jesaja 40:6 staat dat ‘alle vlees gras’ is. Zo kwetsbaar is de mens dat ze daarmee wordt vergeleken. Daarom wordt er in de Bijbel ook opgeroepen om niet op ‘vlees’ te vertrouwen (Jeremia 17:5), maar ook dat je niet bang hoeft te zijn voor andere mensen die zich vijandig tegen je gedragen: ze zijn toch maar vlees (2 Kronieken 32:8).
- Vlees als een omschrijving voor het slechte in de mens: Dit staat tegenover ‘dat wat door Gods Geest gewerkt wordt’. Denk maar aan Paulus die zegt dat hij het goede dat hij wil doen, niet doet, maar juist het kwade, dat hij niet wil doen, dat doet hij (Romeinen 7:19). Hier verwijst de uitdrukking ‘vleselijke lusten’ ook naar: al onze begeerten die tegen Gods wet ingaan. Het is heel belangrijk om dit slechte los te zien van ‘vlees op je botten’. Het slechte van de mens zit niet in zijn lichaam of in een bepaald deel van zijn lichaam. Als de Bijbel het heeft over het vlees, dan duidt dat op de mens in zijn totaliteit: de mens is niet een beetje zondig, maar hij is in zijn geheel verdorven. Daar wordt mee bedoeld dat de mens, zoals hij in zichzelf is: hij haat God en zijn naaste.
Het is nodig dat de oude mens sterft met Christus, want wie door het vlees leeft, zal sterven. Maar wie door de Geest leeft, zal leven. Het vlees is namelijk vijandschap tegen God en het vlees kan God niet behagen (Rom. 8:7-8). Dat betekent dat het vlees niet aangenaam kan zijn voor God. De Geest van God moet in ons komen wonen, dan zijn we niet meer ‘in het vlees’, maar ‘in de Geest’. Als de Geest van Christus door het geloof in je woont is je oude mens met Hem gestorven en ben je als nieuw schepsel met Christus opgestaan - net zoals Augustinus daarover schrijft. Je wil dan ook niet meer naar het vlees leven. Daar zit wel een zekere spanning in: wie in Christus gelooft is een nieuw schepsel, maar die oude mens zal wel weer telkens de kop opsteken. Dit is een ontstellende realiteit: aan de ene kant roept Paulus het uit ‘ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood’ (Romeinen 7:24), en aan de andere kant kan Paulus ook uitroepen: en ik leef, maar niet meer ik, maar Christus leeft in mij (Galaten 2:20). Deze inwendige strijd duurt voor een christen tot op het moment dat hij sterft. Dan sterft ook zijn oude mens en zal hij voor altijd nieuwe mens zijn.
De uitdrukkingen vlees en bloed en bloed en vlees zijn aanduidingen voor de mens. Wij mensen bestaan uit vlees en bloed. En de tekst uit 1 Korinthe 15 waar we deze zelfde uitdrukking tegenkomen betekent dat de mens zoals hij van Adam afstamt het koninkrijk niet beërven kan. Er volgt namelijk ‘de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet’. Uit dit laatste laat zich afleiden dat de uitdrukking vlees en bloed duidt op de mens met het oog op de broosheid en vergankelijkheid van zijn bestaan.
In Efeziërs 6:12 is de volgorde omgekeerd en is er sprake van bloed en vlees waartegen we de strijd niet hebben maar tegen de overheden, enz. De apostel wil aangeven dat al staan mensen ons tegen, al willen ze ons verleiden, we in feite niet de strijd met mensen hebben maar met de machten, die deze mensen als instrumenten gebruiken.
Het woord ‘vlees’ komt in onze taal in verschillende betekenissen voor. Naar alle waarschijnlijkheid denken de meesten in de eerste plaats aan de vleeswaren die in de slagerij te koop zijn. De variatie is groot. Wanneer wordt gezegd dat we eerst willen weten wat voor vlees we in de kuip hebben dan bedoelen we dat we nieuwsgierig zijn met wie we te maken krijgen. Naast het vlees van dieren is er ook het vlees van mensen. Een vader kan zijn kinderen zijn eigen vlees en bloed noemen.
Vlees is sterfelijk. Wie overlijdt, gaat de weg van alle vlees. De begrippen ‘vlees’ en ‘lichaam’ kunnen vrijwel identiek worden gebruikt.
Vlees is niet alleen zwak, het kan ook mooi en verleidelijk zijn. Een aardige uitdrukking is de volgende: bemind vlees hebben. Dat wordt meestal gezegd over een meisje dat op vele jongemannen aantrekkingskracht uitoefent. Daarmee zijn we nog slechts een stap verwijderd van het oude woord ‘vleselijk’ dat over het algemeen werd gebruikt in een betekenis die als ‘lichamelijk’ omschreven kan worden, met een sterke nadruk op wat heden ten dage seksualiteit wordt genoemd: termen als ‘vleselijke lusten’ en ‘vleselijke gemeenschap tussen man en vrouw’ laten wat dat betreft weinig ruimte voor misverstanden. Wie zich daartegen verzet en tracht alle zinnelijke neigingen te onderdrukken is bezig ‘het vlees te doden’.
Overigens heeft ‘vlees’ niet in alle gevallen die ‘seksuele’ betekenis. Wanneer het iemand naar den vleze gaat, dan bedoelen we dat het hem/haar in maatschappelijk opzicht goed gaat.
Het Hebreeuwse woord basar komt 266x voor in het Oude Testament. Het kent verscheidene betekenisnuances:
- ‘vlees’ als voedsel (1 Sam. 2:13,15)
- ‘vlees’ dat onrein is en derhalve niet gegeten mag worden (Ex. 21:28; Deut. 12:15)
- ‘vlees’ van verschillende soorten dieren (Gen. 41:2; Deut. 14:8; Jes. 65:4; 66:17)
- ‘vlees’ van levende mensen (Gen. 2:21; 2 Kon. 5:14), maar ook van dode mensen (1 Sam. 17:44)
- ‘vlees’ in de betekenis van ‘lichaam’ (Ps. 63:2; Spr. 5:11; Pred. 12:12; Ez. 11:19; 36:26) of van een bepaald deel van het menselijk lichaam (Lev. 15:2-3; Ez. 16:26; 23:20)
- als aanduiding voor ‘(familie)verwantschap’ (Gen. 2:23-24; Lev. 18:6; Jes. 58:7)
- Typisch menselijk, vergankelijk, sterfelijk (Job 10:4; Ps. 56:5; 78:39; Jes. 10:18; 40:5-6; Ez. 44:7).
In de Septuaginta wordt basar meestal (145x) met sarks (vlees) vertaald, maar onder meer ook (23x) met sooma (lichaam). In vrijwel alle geschriften van het Nieuwe Testament komen beide Griekse woorden veelvuldig voor. Daarbij heeft sooma in de allereerste plaats betrekking op het menselijk lichaam als geheel (o.a. Mat. 5:29-30; 6:22-23; Mar. 5:29; 14:8; Luc. 11:34), een bijzondere betekenis krijgt het woord in de ‘instellingswoorden van het Avondmaal’ (Mat. 26:16; Mar. 14:22; Luc. 22:19; 1 Kor. 11:24) en in de metafoor die vooral in Paulus’ brief aan de gemeente te Korinte te vinden is: sooma tou Christou (lichaam van Christus - 1 Kor. 10:16; 11:27; 12:27; vgl. ook Ef. 4:12; Kol. 2:17).
Het Griekse woord sarks heeft grotendeels de betekenisnuances van het Hebreeuwse basar behouden. Dat geldt in het bijzonder voor teksten in de synoptische evangeliën en in het boek Handelingen (Mat. 19:5-6; 24:22; Mar. 10:8; 13:20; Luc. 3:6; Hand. 2:17,26,31; vgl. 1 Petr. 1:24). In de brieven van Paulus komt het woord sarks zeer regelmatig voor. De apostel blijkt een gecompliceerd en origineel denker te zijn geweest. Enerzijds gebruikt hij het woord sarks in de traditioneel oudtestamentisch-joodse betekenis (o.a. Rom. 2:28; 3:20; 2 Kor. 12:7; Gal. 2:16,20; Fil. 1:22,24), terwijl hij anderzijds nieuwe elementen toevoegt: een sterkere relatie tussen sarks en zonde (Rom. 13:14; Gal. 5:19); en de dualistische tegenstelling tussen sarks en pneuma (Rom. 8:1-13; Gal. 3:3; 4:29; 5:16-19).
Eigen accenten worden ook gelegd in het vierde evangelie. Dat geldt zowel voor de beroemde tekst in de proloog (Joh. 1:14) als in de opmerkelijke passage die de afsluiting vormt van het twistgesprek over het ‘brood’ (Joh. a.Zoals uit bovenstaande rubriek valt af te leiden, is het woord ‘vlees’ in de bijbel wijd verspreid. De oorspronkelijke betekenis van basar (huid of vel) klinkt nog in de volgende tekst: ‘Ik heb zo hard gekermd: ik ben nog slechts vel over been’ (Ps. b.In concrete zin is basar zowel ‘vlees’ van mensen als van dieren. De combinatie van vlees en bloed typeert het mens-zijn (Mat. 16:17; Gal. 1:16). In de letterlijke betekenis kan ook worden gesproken over ‘wild vlees’ (Lev. 13:10-17) en over ‘het vlees van de voorhuid dat op de achtste dag besneden dient te worden’ (Lev. 12:3; vgl. Gen. c.De Tora maakt een radicaal onderscheid tussen reine en onreine dieren. Het vlees van reine dieren mag worden gegeten, dat van onreine dieren beslist niet (Lev. 11:1-47; Deut. d.In de bijbel heeft ‘vlees’ ook een bredere betekenis: ‘Mijn knieën zijn slap van het vasten, mijn lichaam (vlees, in de vertaling NBG-1951) krijgt geen spiertje vet’ (Ps. 109:24). In deze psalmtekst is ‘vlees’ synoniem met lijf of lichaam. Dat geldt ook voor de volgende woorden: ‘Mijn lendenen gloeien van koorts, niets is meer heel aan mijn lichaam (vlees, in NBG-ver-taling). Ik ben uitgeput, totaal gebroken, ik kan wel schreeuwen, zo bonst mijn hart’ (Ps. a.In het tweede scheppingsverhaal (Gen. 2:5-25) geschiedt de creatie van de mens op de volgende wijze: ‘Toen boetseerde de Heer God de mens uit stof dat Hij van de aarde nam, en Hij blies hem de levensadem in de neus; zo werd de mens een levend wezen’. Daarna wordt de vrouw door God uit de rib van de eerste mens geschapen: ‘en Hij (God) bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: “Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen. Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één vlees zijn’ (Gen. 2:22-24).
In deze verhalen worden de contouren van het bijbelse mensbeeld geschetst: man en vrouw zijn geschapen; weliswaar naar Gods beeld (Gen. 1:26), maar hun oorsprong ligt niet in de hemel maar op aarde -‘stof uit de aardbodem’. Met het woord ‘vlees’ wordt dit alles kernachtig getypeerd. Het onthult dat het mensenleven eindig is: ‘In het zweet zul je werken voor je brood, tot je terugkeert naar de grond, waaruit je bent genomen: je bent stof, en tot stof keer je terug’ (Gen. 3:19). De mens is stof, ‘vlees’, dat wil zeggen hij/zij is niet goddelijk, maar geschapen. Tegelijkertijd is hij/zij allesbehalve een marionet. De mens heeft de mogelijkheid zich tegen zijn Schepper te verzetten. Dat gebeurt in de hof van Eden.
God is in de hemel, maar de aarde heeft Hij aan de mens gegeven (Ps. 115:16). In de gehele bijbel wordt het onderscheid tussen God en mens sterk geaccentueerd. God is eeuwig, de mens die vlees is, leeft slechts een begrensde tijd (Gen. 6:2). Ook al zijn het naar mensenmaat vele jaren, in het licht van de eeuwigheid stelt het weinig voor: ‘Ze waren maar mensen, daaraan bleef Hij (God) denken: een ademtocht die gaat en niet terugkomt’ (Ps.
In het Nieuwe Testament worden traditionele lijnen doorgetrokken. Tegen die achtergrond zal de befaamde zin in de proloog van het evangelie van Johannes in de eerste plaats gelezen moeten worden: ‘Ja, het Woord is vlees geworden!’ (Joh. 1:14). De preëxistente Logos is sarks geworden -dat wil zeggen geen schijn-mens, maar echt mens, met een echt lijf dat pijn, vermoeidheid (Joh. 4:6), emoties (Joh. 11:33,38) kan voelen, een lichaam dat eindig, sterfelijk is. Vlees dat schepsel is, maar ook tegen zijn Schepper in opstand kan komen. Vanaf de eerste eeuwen hebben kerk en theologie geworsteld met het probleem dat op de geciteerde zin een andere volgt die daarmee in volstrekte tegenspraak schijnt te staan: ‘Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid (doksa) gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid’ (Joh. 1:14). Hoe kan het typisch menselijke ‘vlees’ in een adem worden genoemd met het goddelijke doksa?
Nieuw ten opzichte van de oudtestamentische traditie is de tegenstelling vlees-geest die vooral in de brieven van Paulus te vinden is (Gal. 5:1624; Rom. 8:4-8). Typerend is de volgende uitspraak: ‘Zij die Christus Jezus toebehoren, hebben de zondige natuur gekruisigd, met zijn hartstochten en begeerten’ (Gal. 5:24). De apostel leeft voor zijn besef in twee werelden, de oude wereld van het vlees (kata sarka) en de nieuwe wereld die door de Geest wordt beheerst (kata pneuma): ‘Met Christus ben ik gekruisigd. Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven (‘voor zover ik nu nog in het vlees leef’, NBG-vertaling) is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij’ (Gal.
Het woord vlees is een van de moeilijkste woorden om uit te leggen aan de huidige generaties. Het woord roept allerlei associaties op die het bijbelse verstaan bemoeilijken. We kunnen het beste zo dicht mogelijk bij de thema’s blijven die vanuit de bijbelse teksten worden aangereikt. Het woord vlees valt soms samen met het woord ‘lichaam‘ en heeft - als tegenstelling - eveneens ‘adem‘ (geest) in zijn buurt.
labels: #Vlees
Zie ook:
- Lijnzaad Koken voor Mensen: Voordelen, Recepten & Tips
- Recepten Voor Veel Mensen: Makkelijke & Smaakvolle Ideeën
- Koken voor Veel Mensen: Tips en Recepten voor Grote Groepen!
- Recepten Zonder Groente: Smaakvolle alternatieven voor groentemijders
- Ontdek Het Geheim Van Heerlijke Courgette Tuinbonen Soep – Perfect Voor Zomerse Dagen!
- Ontdek het Ultieme Gingerbread Koekjes Recept voor Sfeervolle Feestdagen!




