Het Muziekgebouw aan 't IJ is een iconische locatie in Amsterdam, gewijd aan de hedendaagse muziek. De geschiedenis van dit gebouw is rijk en complex, gevormd door visionairs, pioniers en de constante zoektocht naar een perfecte plek voor muziek.

De Vroege Jaren: Van IJsbreker tot Droom

De fysieke grondslag van het gebouw lag aan het IJ, ooit een druk haventerrein. Daarna vormden de lege kades een woestijn van gras en verroeste spoorrails, een verlatenheid van hekken, lege loodsen en deuren die knarsten in de wind. De loodsen en oude gebouwen werden gaandeweg bezet door kunstenaars, studenten en andere krakers. Eind jaren tachtig was dat allemaal voorbij, toen begon het grote bouwen.

Daar lag de grondslag van het Muziekgebouw in de IJsbreker, een uitspanning die al in de zeventiende eeuw zo heette omdat de echte Amsterdamse ijsbreker - een enorme bak die door tientallen paarden werd voortgezeuld - daar tijdens de wintermaanden voor de kade lag. De oude IJsbreker was eind 19e eeuw opnieuw opgebouwd, het etablissement genoot in de jaren twintig en dertig een grootse faam als discussie- en biljardcafé, maar na de oorlog was alles in verval geraakt.

In die lege en verlopen IJsbreker zag Jan Wolff zijn kans. Al jaren droomde hij van een centrum voor eigentijdse muziek, een broedplaats waar alle ensembles en componisten uit de hele wereld hun nieuwe vormen en composities konden uitproberen. ‘Ik had vijfentwintig jaar rondgetrokken, op allerlei rotplekken moeten repeteren, koud, akelig, zonder koffie,’ zei hij later.

Het was begin 1980, hij stond achter een barretje van spaanplaat voor een handvol klanten cappucino’s te maken, en daartussendoor zat hij voor het raam de krant te lezen. Zo nu en dan regelde hij een optreden. De IJsbreker werd binnen de kortste keren een enorm succes, de vijf concerten in 1980 groeiden uit een jaarlijks gemiddelde van driehonderd, het personeelsbestand nam toe van twee naar veertig, de concertzaal groeide al snel uit zijn voegen.

De kiem van het plan voor het Muziekgebouw aan ‘t IJ werd toen ergens gelegd: het bleek technisch niet mogelijk te zijn om de zaal te voorzien van een goede airconditioning. Er moest iets totaal nieuws komen. Vanaf dat moment begon Jan, met steun van zijn muziekvrienden, aan een onderzoek naar de bouw en exploitatie van andere middelgrote zalen.

Jan Wolff: De Drijvende Kracht

En tenslotte was er de man: Jan Wolff. Jan was een rasmusicus, een getalenteerde hoornist. Jan was een man met een Doel. Hij kon prachtig vertellen over zijn jonge jaren in het Concertgebouworkest, over de Mahlercyclus van Bernard Haitink, hoe hij zo nu en dan een noot blies - ‘toet’, toetoet’ - en hoe hij ondertussen, op het balkon tegenover zich, koningin Juliana langzaam in slaap zag sukkelen.

Jan Wolff groeide zo uit tot een typische Amsterdamse pionier: zoekend en tasten naar nieuwe wegen, permanent op gespannen voet met de gevestigde orde en tegelijk daarbinnen functionerend, soms teruggeslagen worden, dan weer doorbraken scheppend, een strijder en binder tegelijk. Zelf was hij altijd gefascineerd geweest door de Poolse immigrant Tuschinski, die kans had gezien om binnen een paar jaar een voor die tijd ultra-modern en beeldschoon filmtheater op te zetten, middenin de stad. Zijn vader had er nog in de orkestbak gespeeld, en zowel het gebouw als de stichter bleven voor Jan altijd een voorbeeld en een bron van inspiratie.

Zo vocht Jan voor zijn gebouw, voor zijn collega-musici, voor de componisten en voor de hedendaagse muziek in zijn algemeenheid. Tegen slordige aannemers, tegen apparatsjiks, tegen de kunstgieren die al snel rond dit project zweefden.

Toen het Muziekgebouw werd voltooid, was hij al flink ziek. Hij voerde in die tijd een permanente strijd met bureaucraten en aannemers om het gebouw op zijn eigenzinnige manier precies zo te krijgen als hij het wilde. Die strijd verlegde hij naar een gevecht om het behoud van lijf en leven, bijna op dezelfde manier, zonder ooit op te geven.

De Locatie: Een Lange Zoektocht

Er werden allerlei locaties uitgeprobeerd - ik herinner me hoe Jan eindeloos bezig was met het terrein van de Westergasfabriek. Maar uiteindelijk liet hij me op zijn zolder trots een maquette zien van een gebouw aan het IJ, met een enorme luifel en een schitterend terras.

Voor de Zuidelijke IJ-oevers waren de jaren tachtig een periode van omtrekkende bewegingen geweest - jaren van opwindende perspectieven, gevolgd door een explosie van ideeën en van megalomane concepten. Het was nog in die sfeer dat in de jaren 1991-92 de Amsterdam Waterfront Financieringsmaatschappij (AWF), een conglomeraat van beleggers onder aanvoering van ING, een spectaculair plan maakte voor de IJ-oevers. Programmacontainer' op het Centraal Stationseiland, waarin ruimte voor een 'Huis voor de Nieuwe Muziek' (AWF, tekening: Willem Jan Neutelings, 1992).

Het Muziekgebouw: Een Statement

Jan Wolff was een man van de biedende kunst, van de kunst die zich aanbiedt, die wakker schudt, die een confrontatie aangaat. Hij had niks met consumptiekunst, de kunst die de smaak volgt van de mode en de massa, die zich richt op de kijkcijfers en de wetten van de markt. Hij koos voor de eigenzinnigheid, hij weigerde te capituleren voor de barbarij en de waan van de dag. Het Muziekgebouw was, wat dat betreft, een statement.

Trots liet hij me de extra brede deuren voor de artiesten zien - je moet er ook met een groot instrument gemakkelijk doorheen kunnen -, en de dubbele laadperrons - het komende ensemble moet het gaande niet in de weg zitten. En wat was hij gespannen bij de allereerste geluidstest van de nieuwe zaal!

labels: #Ei

Zie ook: