De uitdrukking "na het zuur komt het zoet" is een spreekwoord dat aangeeft dat na een periode van tegenspoed, moeilijkheden of onaangename ervaringen, er betere en aangenamere tijden zullen aanbreken. Het is een uitdrukking van hoop en optimisme, die suggereert dat tegenslagen tijdelijk zijn en dat er altijd een positieve wending in het verschiet ligt.

Oorsprong en Geschiedenis

Deel geschiedenis. (1500) (Na tsuer so coemt het soet) (cliché) na het onaangename komt het aangename; na regen komt zonneschijn.

Anderen wijzen erop dat de combinatie ‘zoet na zuur’ al veel langer voorkomt in de Nederlandse literatuur. Soms wordt dan de Beatrijs aangehaald, een Marialegende die vermoedelijk in de veertiende eeuw voor het eerst werd opgetekend.

In de Zaanstreek kent men de uitdrukkingen "Waar het zoet is, is het zuur, geen zoet zonder zuur, geen rozen zonder doornen." (G.J. Boekenoogen en K. Woudt: De Zaanse volkstaal. 1821-1971).

In de Bijbel komt een tegenovergestelde volgorde voor. In Genesis is te lezen dat Jozef voorspellende dromen heeft over de toekomst van Egypte. Deze waarschuwen dat er zeven magere jaren zullen volgen op zeven vette jaren.

Gebruik in de politiek en media

Als politici ingrijpende maatregelen aankondigen die volgens hen genomen moeten worden om bijvoorbeeld een economische crisis door te komen, wordt wel eens gezegd “eerst het zuur, dan het zoet”. Daarmee wil men aangeven dat er een moeilijke (zure) periode aanbreekt, maar dat er daarna weer betere (zoete) tijden komen.

In 2002 kondigde het Nederlandse kabinet bezuinigingsmaatregelen aan onder het motto ‘eerst het zuur, dan het zoet’. De regering kwam met ingrijpende maatregelen waardoor zeer veel Nederlanders er in besteedbaar inkomen op achteruitgingen. Alleenstaande AOW’er zonder aanvullend pensioen werden ontzien. Volgens de regering waren deze maatregelen vanwege een grote economische crisis noodzakelijk.

Gerelateerde concepten

Moedeloosheid en Hoop

Moedeloosheid is een ervaring die velen in de Bijbel én gelovigen vandaag herkennen: een gevoel van zwakte, uitzichtloosheid of het ontbreken van hoop. Toch spreekt Gods Woord telkens weer bemoedigend tot hen die innerlijk neergebogen zijn. In plaats van moedeloosheid te veroordelen, wijst de Bijbel de weg naar troost, vertrouwen en hernieuwde kracht - in afhankelijkheid van God.

Bijbelse achtergrond:

  • David schrijft in Psalm 42:6: “Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven.” Hier spreekt een ziel in strijd, maar ook in hoop.
  • Elia, een machtige profeet, werd na zijn overwinning op de Baälpriesters zo moedeloos dat hij bad om te sterven (1 Koningen 19:4). God kwam tot hem met zorg en bemoediging.

Gods nabijheid bij moedelozen:

  • Psalm 34:19: “De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, Hij verlost de verbrijzelden van geest.”
  • Jesaja 40:29-31 zegt: “Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.”

Gereformeerde traditie

De gereformeerde traditie erkent dat moedeloosheid hoort bij het leven van een zondaar in een gebroken wereld:

  • De Heidelberger Catechismus (Zondag 1) biedt vaste troost: dat wij in leven en sterven het eigendom van Christus zijn.
  • In Zondag 16 wordt uitgelegd dat Christus ook onze diepste verlatenheid en strijd gedragen heeft - tot in de dood.

Wat zeggen Matthew Henry en Kohlbrugge?

  • Matthew Henry benadrukt dat moedeloosheid een natuurlijke neiging is in beproeving, maar dat Gods beloften een anker zijn voor de ziel. “Wie op de HEERE vertrouwt, zal niet beschaamd worden.”
  • Kohlbrugge wijst erop dat ware kracht alleen komt wanneer wij onszelf volledig verliezen en op Christus steunen. Hij benadrukt dat ook in moedeloosheid de genade van God ons draagt.

Geestelijke betekenis

  • Moedeloosheid als aanleiding tot gebed: In plaats van ons van God af te keren, mogen we in moedeloosheid juist tot Hem vluchten. Psalm 61:3: “Van het einde van de aarde roep ik tot U, als mijn hart bezwijkt.”
  • De troost van Gods trouw: Gods beloften zijn vast, ook wanneer wij ons zwak voelen. Klaagliederen 3:22-23: “De goedertierenheid van de HEERE is dat wij niet omgekomen zijn… Groot is Uw trouw!”
  • Verwachting in het lijden: 2 Korinthiërs 4:8-9: “Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld.” De hoop in Christus blijft bestaan, ook al is het hart bedroefd.

Praktische toepassing

  • Spreek uw moedeloosheid uit voor God: Breng uw strijd in gebed bij Hem, zoals zoveel psalmen het voorbeeld geven.
  • Grijp Gods beloften vast: Lees en herlees teksten die Zijn trouw en nabijheid verzekeren.
  • Zoek gemeenschap met andere gelovigen: Laat u bemoedigen en bid samen.
  • Wees zacht voor uzelf: Erken uw zwakte, maar weet: Gods kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Korinthiërs 12:9).

Smaakverandering als "zuur"

Door ziekte of een behandeling heeft u last van verandering van uw smaak- en reukvermogen. Hier leest u hoe u uw klachten misschien kunt verminderen of verzachten.

Verandering van smaak en reuk komt veel voor bij mensen met kanker. Patiënten geven aan hier last van te hebben, zowel voordat de diagnose gesteld wordt, als tijdens en na afloop van de behandeling. Bij veel patiënten herstellen de smaak en reuk zich na afloop van de totale behandeling.

Impact op voeding en conditie

Goede voeding kan bijdragen aan een betere conditie en kan ervoor zorgen dat u zich goed voelt. Als het eten dan ook nog lekker smaakt en ruikt, geniet u er nog meer van. Daarnaast krijgt u een betere weerstand als uw voedingstoestand goed is. Ook heeft uw voedingstoestand een positieve invloed op de duur en de ernst van de complicaties en bijwerkingen van behandelingstherapieën bij kanker. Als de smaak verstoord is, kan dat een negatieve invloed hebben op het eten.

Veranderingen in smaakbeleving

Proeven is onderzoeken hoe iets smaakt. Als iets lekker smaakt, is dat een belangrijke motivatie om het te eten. Bij alle vormen van kanker kunnen smaakproblemen ontstaan door veranderingen in de smaakdrempels voor zout, zuur, zoet en bitter. Een smaakdrempel wordt bepaald door het moment dat u een bepaalde smaak zoals zout, zuur en bitter proeft.

Bij kanker kunnen deze smaakdrempels verhoogd of verlaagd zijn. Hierdoor verandert ook de reuk- en smaakbeleving. Daarnaast kan de smaak veranderen door de ligging van de tumor (bijvoorbeeld in de mond), door bestraling in het hoofd- halsgebied en door bepaalde chemokuren. Klachten die kunnen optreden zijn een vieze smaak, minder smaak, veranderingen in smaakbeleving en -geheugen.

Tips om de smaak te verbeteren

  • Als u genoeg drinkt (minimaal 1,5 liter per dag), voorkomt u dat u uitdroogt. Ook heeft u minder snel last van een vieze smaak, een droge mond en misselijkheid. Daarbij zorgt u er zo ook voor dat de nieren alle afvalstoffen af kunnen voeren die ontstaan bij chemotherapie en bestraling.
  • U kunt de speekselklieren stimuleren om dun, waterig speeksel te produceren door te kauwen en te zuigen. Hierdoor wordt proeven gemakkelijker. Neem iets fris-zuurs om op te kauwen of om op te zuigen, bijvoorbeeld: een zuurtje, pepermunt, (suikervrije) kauwgom, zacht snoep of een waterijsje.
  • Het blijft heel belangrijk om zelf te experimenteren met voedingsmiddelen en deze uit te proberen!

Vieze smaak in de mond

Een vieze smaak in de mond kan ontstaan door bestraling of chemotherapie. Deze behandelingen kunnen onder andere zorgen voor een metaalsmaak of een ‘rottingssmaak’ in de mond. U kunt ook het idee hebben dat alles naar leer smaakt. Gebruik het liefst porseleinen of aardewerken servies.

  • Een goede mondverzorging helpt (tijdelijk) de vieze smaak te verminderen. Gebruik bijvoorbeeld speciale tandpasta, mondwater of tandvleesbalsem.
  • Sommige voedingsmiddelen kunnen de vieze smaak even wegnemen. Probeer daarvoor voedingsmiddelen of gerechten met een sterke smaak, bijvoorbeeld nasi of bami.

Veranderingen in smaakbeleving

Met veranderingen in smaakbeleving bedoelen we dat voedingsmiddelen anders kunnen smaken dan eerst. Deed u bijvoorbeeld voordat u ziek werd drie klontjes suiker in uw thee, dan kan het zijn dat suiker u nu tegenstaat. Ditzelfde kan bijvoorbeeld gelden voor extra zout: u geniet er nu wel of juist niet meer van.

  • Probeer ook voedingsmiddelen uit die u voor uw ziekte niet lekker vond.
  • De smaakbeleving kan per dag sterk wisselen. Voedingsmiddelen die gisteren niet smaakten kunnen vandaag beter smaken en omgekeerd! Breng afwisseling aan in de verschillende smaken.
  • Temperatuur heeft invloed op de smaak. Bepaal voor uzelf op welke temperatuur gerechten u het beste smaken.

Afkeer van bepaalde voedingsmiddelen

Waardoor de smaak verandert is onbekend. Door de smaakverandering kunt u bepaalde voedingsmiddelen écht niet meer lusten, u krijgt er een afkeer tegen. Vaak krijgen mensen een afkeer van warme producten die sterk ruiken. Koffie staat meestal het eerste tegen, al snel gevolgd door de warme maaltijd, waarbij gebakken vlees, bouillon of soep de meeste problemen geven. Ook is het mogelijk dat alcohol en sigaretten niet meer smaken.

  • Tijdens de kuurdagen is het van belang dat u niet tegen uw zin eet (dit geldt eigenlijk altijd). U kunt anders misselijk worden.
  • Als bepaalde voedingsmiddelen u echt tegenstaan, probeer ze dan niet toch te eten.
  • Het kan gebeuren dat u een afkeer krijgt voor het voedsel dat u heeft gegeten vlak voordat u de chemotherapie kreeg.

Problemen met het smaakgeheugen

U kunt niet altijd meer op uw smaakgeheugen vertrouwen. Het kan zijn dat voedingsmiddelen u opeens tegenstaan of dat u bepaalde dingen niet meer lust. Hierdoor kunt u - en ook anderen - teleurgesteld raken.

De reuk en het smaakgeheugen zijn niet altijd meer hetzelfde als de smaak. Veel patiënten die behandeld worden met chemotherapie zeggen tijdens en soms ook geruime tijd na de behandeling dat hun reukvermogen is veranderd. Bepaalde geuren ruiken opeens veel sterker en/of minder lekker.

Tips voor het omgaan met reukveranderingen

  • Zorg tijdens het koken en/of het eten voor zoveel mogelijk frisse lucht: zet een raam open of zet de afzuigkap aan.
  • Er komen minder geuren vrij als u het eten klaarmaakt in de magnetron of als u kant- en klare maaltijden gebruikt. Bovendien kost dit minder tijd.
  • Probeer de geur van producten waar u misselijk van wordt of die de misselijkheid erger maken te vermijden.

Reukveranderingen door de behandeling

Als gevolg van de behandeling bij kanker of door de ziekte zelf, kan het gebeuren dat uw reuk niet goed werkt. Als u niet goed meer kunt ruiken, proeft u het eten ook minder goed (net als bij een verstopte neus). Het gevolg hiervan is dat u minder trek kunt hebben om te eten. Maar het is belangrijk om te blijven eten, ook al ruikt en smaakt het niet meer zoals eerder. Reukveranderingen zijn meestal tijdelijk.

Alternatieven voor de warme maaltijd

Als de warme maaltijd u tegenstaat, raden wij u aan om een vervanging te zoeken, omdat u anders veel voedingsstoffen mist. In plaats van een warme maaltijd kunt u bijvoorbeeld een derde broodmaaltijd, een salade of een koude pasta eten.

Voorbeelden:

  • een bolletje kant- en klare huzarensalade, geserveerd met stokbrood.
  • een schaaltje kant-en-klare pastasalade.

Als vlees u tegenstaat, is het verstandig om hiervoor een vervanging te zoeken. Vlees bevat namelijk het eiwit dat u nodig heeft voor de opbouw van uw cellen.

Alternatieven:

  • vleeswaren zoals: rollade, rosbief, ham of casselerrib bij de warme maaltijd.
  • als vervanging voor vlees mag u gerust elke dag een ei nemen.

labels:

Zie ook: