Je let veel op je bloedglucosewaarden bij diabetes type 1. Ze bepalen wanneer je insuline nodig hebt of dat je juist iets moet eten. Maar wat zijn bloedglucosewaarden?

Wat is de bloedglucosewaarde?

De bloedglucosewaarde is de hoeveelheid glucose in je bloed. Glucose is een soort suiker. Het komt je lichaam in als je iets eet of drinkt.

Je lichaam zet voedingsstoffen om in glucose en vervoert dit door je bloed. Later gebruikt je lichaam de glucose, voor energie zodat je dingen kan doen. De bloedglucosewaarde meten we in mmol/l. Dat staat voor millimol per liter. Dit geeft aan hoeveel glucosedeeltjes er in een liter bloed zitten op een bepaald moment.

Bloedglucosewaarden als je geen diabetes hebt

Heb je geen diabetes type 1? Dan is je bloedglucosewaarde meestal tussen de 4 en 6 mmol/l. Dat is de waarde 's ochtends als je nog niet gegeten of gedronken hebt. We noemen dit nuchter.

Heb je net gegeten? Dan zit er vaak wat meer glucose in je bloed. Een waarde tussen de 4 en 7,8 mmol/l is dan normaal zonder diabetes type 1.

Wanneer heb ik diabetes type 1?

Als de huisarts denkt dat je diabetes hebt, controleert deze je bloedglucosewaarde. Vaak gebeurt dit nuchter. Dat is 's ochtends als je nog niet gegeten of gedronken hebt.

Is je bloedglucosewaarde op twee verschillende dagen twee keer boven de 7 mmol/l? Of is je niet nuchtere bloedglucose tussen eetmomenten door boven de 11,1 mmol/l? Dan heb je diabetes. Dit is niet altijd diabetes type 1.

Denkt je zorgverlener aan diabetes type 1? Dan wordt dit verder onderzocht in het ziekenhuis.

Glucosewaarden bij diabetes type 1

Om glucose uit je bloed te gebruiken, is insuline nodig. Bij diabetes type 1 maakt je lichaam dit stofje niet. Daarom blijft er te veel glucose in je bloed.

Je bloedglucosewaarden worden te hoog. Dit los je op door jezelf insuline te geven. Het lukt niet altijd om precies genoeg insuline te geven. Als je al een tijdje niets gegeten of gedronken hebt, mag je glucosewaarde daarom tussen de 4,5 en 8 mmol/l zijn. Dat is niet erg.

Wat mag je bloedsuiker zijn na de maaltijd?

De bloedsuiker mag maximaal 9 mmol/l zijn in de eerste 2 uur na het eten. Dit is dus hoger dan je bloedsuikerwaarde als je in de uren daarvoor niets hebt gegeten of gedronken, dus je nuchtere glucose.

Oude en kwetsbare mensen iets hogere glucose

Soms bepaalt de zorgverlener dat de bloedglucosewaarde hoger mag zijn. Bij oudere en kwetsbare mensen bijvoorbeeld. Voor hen zijn de streefwaarden vaak ongeveer tussen de 6 en 15 mmol/l. Dit voorkomt dat de behandeling te moeilijk wordt, met te veel risico op een ernstige hypo.

Goede bloedsuikerwaarden

Dit zijn goede getallen voor je bloedsuiker als je diabetes type 2 hebt:

  • Goede bloedsuiker 's ochtends voordat je eet of drinkt: tussen 4,5 en 8. Dit heet de nuchtere bloedsuiker.
  • Goede bloedsuiker 2 uur na het eten: tussen 4,5 en 9.

Tussen 4,5 en 9 lukt niet bij iedereen.

Wanneer is uw bloedsuiker te hoog of te laag?

Er is snel actie nodig. Uw bloedsuiker is te hoog als deze hoger is dan 9.

De huisarts controleert met een bloedsuikertest of je bloedsuiker te hoog is. Dit gebeurt vaak in de ochtend, als je nuchter bent. Nuchter betekent dat je de uren ervoor niets hebt gegeten of gedronken.

Bloedsuikerwaarde nuchter gemeten

Nuchter = je hebt in de acht uren daarvoor niets gegeten of gedronken, behalve water.

Dit betekent je bloedsuikerwaarde als je nuchter was bij de prik:

  • 6,0 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
  • tussen 6,1 en 6,9 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
  • 7,0 mmol/l of hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.

Bloedsuikerwaarde niet nuchter gemeten

Doe je een bloedsuikertest als je een of twee uur ervoor hebt gegeten? Je bent dan niet nuchter. Het is normaal dat er meer suiker in het bloed zit op dat moment.

Dit betekent je bloedsuikerwaarde dan:

  • 7,7 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
  • tussen 7,8 en 11,0 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
  • 11,0 mmol/l en hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.

Hoe meet je zelf je bloedsuikerwaarde bij diabetes type 1?

Als je diabetes (type 1) hebt, krijg je een bloedsuikermeter. Dat is een apparaatje waarmee je zelf je glucosewaardes kunt checken. Zo weet je altijd of je bloedsuikerspiegel uit balans dreigt te raken.

Je begint een meting door met een speciale prikpen een klein beetje bloed uit je vingertop te halen. Als je dit aanbrengt op de teststrip in de bloedsuikermeter, vertelt het apparaatje je hoeveel glucose er in je bloed zit (uitgedrukt in mmol/l). Je arts of behandelaar legt je uit hoe je de bloedsuikermeter precies gebruikt.

Je kunt zelf je bloedsuiker meten als je diabetes type 2 hebt:

  • Vingerprik om te meten
  • Sensor om te meten

De praktijkondersteuner helpt je om de juiste spullen te kopen. Ook een medewerker van de apotheek kan je helpen. Vraag aan je zorgverzekeraar welke spullen je betaald krijgt.

Manieren om je bloedsuiker te meten met een vingerprik:

  1. Was je handen met zeep en warm water. Met warme handen komt het bloed makkelijker uit je vingertop.
  2. Droog je handen goed af.
  3. Doe de test-strip in de bloedsuiker-meter.
  4. Kies je middelvinger of ringvinger. En prik in de zijkant van de vingertop.
  5. Wrijf voorzichtig met de duim en wijsvinger van je andere hand over de geprikte vinger. Van beneden naar je vingertop. Er komt dan een druppel bloed uit je vinger.
  6. Hou de druppel op de juiste plek tegen de test-strip.

Je spreekt met de huisarts of praktijkondersteuner af hoe vaak je je bloedsuiker meet. En wanneer je meet. Bijvoorbeeld op deze momenten:

  • Als je 8 uur of meer niets hebt gegeten of gedronken. Dat heet nuchter. Water of thee zonder melk en suiker mag je wel drinken.
  • Vlak voor het eten: ontbijt, lunch of avondeten.
  • Ongeveer 1,5 uur na het eten.
  • Voordat je gaat slapen.
  • Op een ander moment op de dag. Bijvoorbeeld als je denkt dat je bloedsuiker te laag is.

Wat te doen bij een te lage of te hoge bloedsuiker?

Bij diabetes type 2 kun je een te lage of te hoge bloedsuiker hebben:

  • Is je bloedsuiker lager dan 3,9? Dan is je bloedsuiker te laag. Een te lage bloedsuiker noemen we hypoglykemie (een hypo). Een te lage bloedsuiker is gevaarlijk. Let op, reageer je niet meer goed op anderen? Dan moet iemand direct de huisarts of de huisartsen-spoedpost bellen.
  • Is je bloedsuiker 15 of hoger? Dan is je bloedsuiker te hoog. Een te hoge bloedsuiker noemen we hyperglykemie (hyper). Een te hoge bloedsuiker is meestal niet direct gevaarlijk. Wel kun je klachten krijgen, zoals dorst en afvallen. Praat daarom met je huisarts over je behandeling. Misschien moet je behandeling anders. Let op, is je bloedsuiker hoger dan 15? En heb je 1 of meer van de volgende klachten? Dan moet iemand direct de huisarts of de huisartsen-spoedpost bellen: Je plast niet of heel weinig. En je hebt dorst. Je geeft over. Je ademt moeilijk: snel of diep. Je reageert niet of bijna niet meer op anderen. Ben je bewusteloos?

Factoren die de bloedsuikerspiegel beïnvloeden

Eten is van invloed op de bloedglucosespiegel. En wat iemand eet heeft invloed op de gezondheid, bijvoorbeeld van hart en bloedvaten. Meestal is ook medicatie nodig voor de behandeling, bijvoorbeeld insuline of metformine. Medicatie en dieet worden op elkaar afgestemd. Hoe diabetes type 2 het beste wordt behandeld is per patiënt verschillend. Leidend zijn daarom altijd de arts en diëtist.

Regelmatig bewegen heeft een positief effect op je diabetes. Beweging zorgt er namelijk voor dat cellen beter reageren op insuline. Verder helpt het de bloeddruk en het cholesterol te verlagen en helpt het met afvallen of om overgewicht te voorkomen.

Tabel: Bloedsuikerwaarden en interpretatie

Waarde (mmol/l) Interpretatie (nuchter) Interpretatie (niet-nuchter)
≤ 6,0 Normaal ≤ 7,7
6,1 - 6,9 Prediabetes 7,8 - 11,0
≥ 7,0 Diabetes ≥ 11,1

labels:

Zie ook: