Gedachten spelen in het leven van ieder mens een belangrijke rol. Waardoor wordt onze gedachtewereld beheerst? Wat is de achtergrond van ons denken? Om deze vragen te beantwoorden, moeten wij weten dat er zich een voortdurende strijd afspeelt in onze gedachtewereld.

De Strijd in Onze Gedachtewereld

Bij de wedergeboorte kwam de Goddelijke natuur in ons, maar wij behielden onze vrije wil! Zo alleen kunnen wij de woorden van Paulus begrijpen als hij schrijft in (Rom.

Paulus schrijft deze woorden aan gelovigen, maar hij weet ook deze hebben een eigen wil: Zij kunnen God dienen of de duivel’. Hij weet hoe de duivel er steeds weer in slaagt gelovigen op non-actief te stellen, maar hij weet ook wat de oorzaak daarvan is.

Deze vermaning heeft de Gemeente van Christus van 1967 ook dringend nodig. Zij moet hervormd worden, niet door verandering van kerk, maar door vernieuwing van denken.

Wereldgelijkvormigheid vs. Christusgelijkvormigheid

Voor de gelovigen bestaat het grote gevaar dat zij weer precies hetzelfde doen als de wereld. Wij zijn echter nieuwe scheppingen, uit God geboren. Wij moeten ons bewust zijn dat alle dingen nieuw geworden zijn. Wij zijn anders, totaal anders! Wij zijn in de wereld, maar niet van de wereld.

“Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden” (Kol.

(1 Joh. 02:15-17) zegt: “Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld, liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid”.

Wij zijn met Christus afgestorven aan de wereldgeesten (Kol. 02:20). Wij zijn afgestorven aan de zonden (1 Petr. 02:24). Wij zijn gestorven aan ons eigen ik (Gal. 02:20).

Velen hebben de wereld lief. Het is niet alleen tragisch, maar ook dom en dwaas immers zodra wij wereldgelijkvormig worden, gaan wij iets liefhebben wat voorbij gaat. Het is surrogaat wat de wereldse genoegens ons bieden.

…….”De wereld gaat- voorbij én haar begeren” (1 Joh.

Ook de apostel Jacobus waarschuwt ons de wereld niet lief te hebben. “Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader is…… zichzelf onbesmet van de wereld bewaren”(Jak. 01:27).

Vriendschap met de wereld is vijandschap tegen God. “Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God”(Jak. 04:04).

Hoeveel kinderen Gods knielen vandaag aan de dag niet bij de moderne afgoden van deze tijd: Sport, televisie, enz. Maar vooral ook is er een opgaan in de “gewone dingen”. Het is evenals in de tijd van Noach.

Kind van God, stel u zelf deze ernstige vraag: Ben ik wereldgelijkvormig of ben ik Christus gelijkvormig? Doe ik de werken van het vlees (Gal.

Nu zegt u misschien: Er is in mij wel een oprecht verlangen om de Heer oprecht te dienen, maar het wil maar niet lukken. Wat kan de oorzaak zijn? (Rom.

Is ons denken reeds vernieuwd? Alleen dat geeft hervorming. Alléén door vernieuwing van ons denken veranderen wij van een wereldgelijkvormige in een Christus- gelijkvormige.

Onze gedachtewereld is als het ware het hoofdbureau waar de beslissingen worden genomen. Als wij zondigen, is daar een gedachte aan voorafgegaan. We zondigen niet zomaar, maar eerst komt de verleider, de verzoeker, het gaat stap voor stap. (Jak.

Daarom is het zo belangrijk dat onze gedachtewereld rein en heilig is, gericht is op de levende God door een leven van geloof te openbaren (Rom. Het is goed om de oorzaken van verkeerd denken onder ogen te zien, opdat we anders, dat wil zeggen goed, gaan denken. Dan zal ook de uitwerking anders zijn!

Oorzaken van Verkeerd Denken

  1. Geen voldoende gemeenschap zoeken met God door te weinig Bijbelstudie en gebed. Leest u dagelijks in Gods Woord? Niet’ een stukje uit sleur, maar neemt u werkelijk voldoende tijd om Gods Woord biddend te bestuderen? Hoe zult u Gods wil leren kennen als u niet thuis bent in de Bijbel? En hoe staat het met het bidden? Velen hebben geen werkelijk overgegeven gebedsleven.
  2. Niet vervuld zijn- met de Heilige Geest. Dit is de tweede maar niet minder belangrijke oorzaak. Bent u gedoopt met de Heilige Geest? Prijst de Heer, als u deze vraag bevestigend, kunt beantwoorden! Maar hoe is het nu? Is de doop met de Heilige Geest een dagelijkse ervaring voor u? Paulus vermaant de in de Geest gedoopte gelovigen van Efeze in Handelingen 19: “Wordt vervuld met de Geest” (Ef. 05:18). De doop met de Heilige Geest is een begin, maar de vervulling moet een dagelijkse werkelijkheid zijn.
  3. Gebondenheid door demonen. (Gal. 05:01) zegt: “Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen”. Dit betekent dus dat, als wij geen stand houden, de duivel ons weer een “slavenjuk” oplegt. Vele kinderen Gods zeggen: “Een kind van God kan niet gebonden zijn”. Dit is niet juist. Natuurlijk gaat het niet aan om “overal de duivel in te zien”, maar laten wij goed beseffen dat wij omringd worden door demonen, die weliswaar door Jezus overwonnen zijn maar wiens eindvernietiging nog moet plaats hebben.

We doen de dingen die God van ons vraagt. Wij onderkennen wat de wil van God is: het goede, welgevallige en volkomene. “Het goede” is al die din­gen doen die ook Jezus deed.

Strijd en Overwinning

In 1 Samuël 17 vanaf vers 17 (1 Sam. 17:17 v.v.) lezen wij de overbekende geschiedenis van David en Goliath. Het volk Israël was in oorlog met de Filistijnen. En zoals de andere jonge­mannen moésten ook de broers van David dienst doen in het leger van Israël.

Als David in het legerkamp van Israël aankomt ont­moet hij daar zijn broers en vraagt naar hun welstand. Dan verschijnt daar opeens op een berg tegenover hun een Filistijn en nog wel een reus en hij begint daar God en het volk van Israël te honen en te vervloeken. Hij daagt het volk uit en zegt: “Wie durft het tegen mij op te ne­men en tegen mij te strijden?

Dan staat er zo heel typerend in de Bijbel dat het gehele volk van Israël vreesde voor deze woorden. Onder de duizenden was er niemand die het op durfde te nemen tegen deze Filistijn. David begint er met zijn broers over te praten. Deze merken wel, dat David dit niet lekker zit. Zijn broers beginnen David te berispen. In (1 Sam. 17:28) staat: ”Ik ken uw overmoed en de boosheid van uw hart”. Herkent u hier iets in, ook van onze tijd?

David kan het niet hebben dat God zo getart wordt en in zijn hart ontstaat een verlangen om de strijd aan te binden tegen Goliath. Wij leven in een wereld waar God op alle mogelijke manieren getart en gehoond wordt. Maar David trekt zich niets aan van wat er tegen hem gezegd wordt.

Het duurt niet lang of hij is bij koning Saul, maar die spreekt hem ook al geen bemoedigende woorden in. (1 Sam. 17:33) vertelt ons dat Saul zegt dat David nog veel te jong is om tegen deze reus te strijden. David heeft een rotsvast geloof in de Here. (1 Sam.

Dat is de kracht van David. Davids strijd was gericht tegen een zichtbare vij­and. Wij, als Gemeente van Jezus Christus, hebben te maken met een onzichtbare vijand, maar zeer reëel. Paulus schrijft aan de gemeente van Efeze in (Ef.

David komt tegen de vijand op in de naam des Heren. Dat is zijn kracht. (Ef. 06:10 zegt: “Weest krach­tig in de Here”. Willen wij strijden tegen de vijand en overwinnen, dan zullen wij krachtig in de Here moe­ten zijn.

Saul voelt aan dat er vanwege Davids grote vertrouwen in de Here, niet met hem te praten valt en geeft toestemming om de strijd tegen Goliath aan te binden. Hij stelt echter één voorwaarde: David moet de wapenrok van hem aantrekken. Maar hoe goed het ook, is, David. kan zich er niet in bewegen en trekt het weer uit.

Zo kan God alleen tot Zijn doel en eer komen. De strijd die wij te strijden hebben in de hemelse gewesten tegen de machten der duisternis is alleen mogelijk in de kracht van God. In (2 Kor.

Davids verwachting was alleen van de Heer. Hij was zich bewust dat het niet zijn strijd was, maar dat het een strijd van de Heer was. (1 Sam.

De strijd die wij als Gemeente hebben is de strijd van Jezus Zelf. Hij heeft als Eersteling uit de doden de strijd aangebonden en overwonnen. De Bijbel zegt dat de satan weldra onder onze voeten vertreden zal worden.

Willen wij overwinnend strijden dan is het nodig de wapenrusting van God aan te doen, zoals deze beschreven staat in Efeze 6. ’”t Woord van God spreekt: Niet door kracht noch door geweld, - Geeft Hem eer!

Wedergeboorte en Groei

Wie in Jezus gelooft, heeft eeuwig leven, ja, wie in Hem gelooft, is uit God geboren. (1 Joh. 05:01a). Dus op het moment, dat wij begonnen te geloven, dat Jezus stierf aan het kruis van Golgotha voor onze zonde, werden wij geboren, geboren uit God, die geest is. (Joh.

Naar het vlees waren wij reeds lang geboren. De da­tum waarop en het jaar waarin wij geboren werden, staan nauwkeurig vermeld in de geboorteregisters van het ko­ninkrijk der Nederlanden, waarvan de koningin het hoofd is.

Zo staat ook de datum waarop vrij uit God geboren (wedergeboren) werden, vermeldt in het register( het Boek des Levens) van het Koninkrijk van God. (Filip. 03:20; Ef.

En nóg meer zijn wij. Weet u, wie: onze Vader is? Dat is God.’ Wij zijn uit God geboren, daarom is God onze Va­der en zijn wij Zijn kinderen. “Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het ook”. “Want gij zijt allen zonen van God”. Waardoor? “Door het geloof in Christus Je­zus”. “Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus”. Halleluja! (1 Joh. 03:01; Gal.

Het is dus niet belangrijk tot welk kerkgenootschap vrij behoren, of welke samenkomst vrij bezoeken, vrij hebben het eeuwige leven niet, omdat wij lid zijn van de Her­vormde kerk of van een Baptistengemeente, of omdat wij elke week naar spreker zus of zo gaan luisteren, neen, wij hebben het eeuwige leven door het geloof in Jezus, de Zoon van God, die in gehoorzaamheid Zijn leven heeft uitgegoten in de dood, opdat wij, die eertijds dood waren door de zonde, zouden leven door Hem. (Jes. 53:11-12; Ef.

Het is dus noodzakelijk, dat wij wedergeboren worden, anders kunnen wij het Koninkrijk van God niet binnen­gaan. In (Joh. 03:03) zegt Jezus: “Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien”. Want “vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven”(1 Kor. 15:50).

“Ik zeg u, tenzij ie­mand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest”(Joh. 03:05-07).

Wat wordt dus wedergeboren? Onze geest, want wij zijn geboren uit God, die geest is, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Ons lichaam, ons vlees, blijft zo­als het is, want wat uit vlees geboren is, is vlees. Doch straks zal ook dit vernieuwd worden. Halleluja.’ (Filip.

Op het moment, dat wij wedergeboren werden door het geloof in Jezus, beseften wij niet, dat wij geboren wer­den. Dit is logisch. Een klein kindje, dat geboren wordt, beseft immers ook niet, dat het geboren wordt. Als het al een beetje groot wordt, vertellen vader en moeder het, dat het geboren is. En omdat vader en moe­der het zeggen gelooft het kindje dit. En naarmate het groter wordt, gaat het zelf steeds meer begrijpen wat geboorte is.

Zo gaat het ook met kinderen van God. Eerst begrijpen ze niets van hun geboorte uit God. Maar omdat God, hun Vader, het zegt in Zijn Woord, geloven ze het. Nu kan de vraag rijzen bij een pasgeboren kind van God: hoe kan ik groeien? Welnu, dat is heel eenvoudig.

Een baby gaat groeien als het voedsel tot zich neemt En omdat het nog geen erwtensoep en hutspot kan verdra­gen, krijgt het kindje melk. Ook het pasgeboren kind van God gaat groeien als het eet. Het voedsel voor een kind van God is de Bijbel, het Woord van God.

En zoals een baby geen erwtensoep en hutspot verdraagt, zo kan ook een pasgeboren kind van God geen zware kost verdra­gen. Ook hij moet beginnen met melkspijs. “En verlangt als pasgeboren kinderen, naar de redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen tot zaligheid” (1 Petr.

Een klein kindje gaat dus groeien als het eet. Het kindje kan echter niet zelf zorgen voor zijn voeding. Het heeft iemand nodig, die het voedsel voor hem bereidt, opdat zijn maagje het kan verwerken. Ook heeft hét’ iemand nodig bij wie het bescherming kan vinden, aan wie het zijn verdriet kan vertellen, die het op­beurt als het valt en zich bezeert, die het leidt door het leven en het liefde geeft.

Het is voor het kindje niet voldoende als het alleen maar eet, neen, het moet ook veel, veel leren voor het volwassen is. En wie wil het kindje nu hierbij helpen? Weet u wie dit doen wil? God, de Heilige Geest. Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid”(Joh. 16:13a).

De Rol van de Heilige Geest

De Heer Jezus heeft ons niet als wezen achtergelaten, toen Hij van de aarde terugging naar de Vader. Nadat Hij heengegaan is, heeft Hij de Trooster, de Heilige Geest, tot ons gezonden. (Joh. 14:16-18a).

En als wij de Heilige Geest ontvangen hebben, dan zullen vrij niet langer als zwakke mensenkinderen door het leven gaan, maar dan zullen wij voorwaarts gaan als sterke kinderen Gods, want als wij de Heilige Geest ontvangen, dan ontvangen vrij tevens de kracht van God.

“Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heili­ge Geest over u komt”(Hand. 01:08). Dan wordt de kracht van God in onze zwakheid openbaar. “Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, zodat de kracht, die al­les te boven gaat, van God is en niet van ons”(2 Kor. 04:07-08a).

En als wij in de kracht van God staan, dan zul­len wij een leven leiden tot eer van onze Heer en Hei­land Jezus Christus en van God de Vader, die Hem gezon­den heeft. De Heilige Geest zal ook onze maaltijd bereiden.

Dit is nodig, want als wij de Bijbel lezen en de Heilige Geest zou onze ogen niet openen voor de rijkdommen in het Woord van God, dan zou er geen voedingswaarde zijn in ons voedsel. Het is de Heilige Geest, die ons leiden zal tot de volle waarheid, tot de volle kennis van God.

De Bijbel - het Woord van God - is de Waarheid, en deze Waarheid kunnen wij niet met ons menselijke verstand ontwaren. Alleen de Geest van God (de Heilige Geest) kan ons deze doen zien. Want niemand weet, wat in God is, dan de Geest Gods. (1 Kor.

Omdat het kindje uit zijn ouders geboren is, heeft het eigenschappen van vader en moeder. Het heeft deel aan hun natuur. Naarmate het kindje ouder wordt, komt dit steeds duidelijker naar voren. Zo heeft ook het kind van God deel aan de Goddelijke natuur. (2 Petr. 01:03-04). Hij is immers uit God, zijn Vader, geboren!

De wereld moet aan ons, kinderen Gods, kunnen zien, dat wij anders zijn dan zij. Zij m...

labels:

Zie ook: