In Limburg is alles net een beetje anders: het landschap, het taaltje, maar ook het eten. Ga je voor de volle Limburg-beleving, dan ontkom je er niet aan om je onder te dompelen in de Limburgse keuken. Dat is alles behalve een straf!

Ik heb al eens een podcastserie gemaakt over de smaak van vroeger en ik weet hoeveel herinneringen er naar boven komen als het over eten van vroeger gaat. Waarom is de smaak van elke provincie zo anders? Of welke gerechten hebben de tijd doorstaan en worden nog steeds gegeten? Ik zou het leuk vinden als u ook reageert op wat ik schrijf, wat u zich herinnert.

Hartige Limburgse Gerechten

In hartige gerechten komen in Limburg bepaalde producten regelmatig voor. Zo wordt vaak asperge, appelstroop of mosterd in een gerecht gebruikt. Ook voor een zure smaak deinst de gemiddelde Limburger niet terug.

Zuurvlees (Zoervleisj)

Op de absolute nummer één van typisch Limburgse gerechten die je geproefd moet hebben voordat je naar huis gaat, staat onbetwist: zuurvlees. Als niet-Limburger zou de naam kunnen afschrikken, maar het is dan ook zúúrvlees en niet zuur vlees. Als de klemtoon nog niet helpt, zal het traditionele hoofdingrediënt dat ook niet doen. Dat is namelijk paardenvlees.

Zuurvlees, of zoervleisj, is een echte Limburgse klassieker! Dit zachte, langzaam gegaarde stoofvlees wordt op smaak gebracht met azijn, ontbijtkoek en kruiden, wat zorgt voor de perfecte balans tussen zoet en zuur. Andere smaakmakers zijn laurier, peper en kruidnagel. Tegenwoordig wordt vaak rundvlees in plaats van paardenvlees gebruikt.

Gelukkig was er volop zelfgemaakte appelstroop en peperkoek (Limburgs voor ontbijtkoek) om de boel weer lekker zoet te maken. Zuurvlees is dan ook een vleesstoof met zoetzure saus en het staat op iedere rechtgeaarde Limburgse menukaart.

Volgens wetenschappers is zuurvlees (of zoervleisj op z'n Limburgs) misschien wel het oudste gerecht van Nederland. Het ingelegde vlees is rond 50 voor Christus namelijk door de Romeinen meegenomen naar ons regenachtige landje. De naam zuurvlees is een beetje verwarrend; de smaak is namelijk eerder zoet dan zuur.

Knien in 't Zoer (Konijn in het Zuur)

Dit typische Limburgse gerecht moet heel raar klinken als toerist. Toch is de naam een waarheidsgetrouwe weerspiegeling van het gerecht. Dit gerecht - konijn in het zuur - is erg geliefd in Limburg, zeker in het najaar. Daar waar zuurvlees eerder wat zoetig smaakt, heeft dit gerecht toch echt wel een zure nasmaak.

Het gerecht is goed te vergelijken met zuurvlees, alleen zijn konijnenbouten hartstikke mals en dat maakt dit gerecht toch wel heel anders. De zure smaak komt doordat je behoorlijk wat azijn toevoegt, al brengt de Limburgse appelstroop dit weer in balans. In Limburg wordt knien in ’t zoer vaak gegeten tijdens de kerstdagen, dat geeft wel aan hoe verankerd het is in de Limburgse tradities.

Recept voor Knien in 't Zoer

  1. Plaats de konijnenbouten in een grote kom.
  2. Pel de uien en snijd deze grof.
  3. Voeg deze samen met de peperkorrels, laurierblaadjes en kruidnagels toe aan de kom.
  4. Schenk de azijn en het water erbij en zorg dat de bouten volledig bedekt zijn.
  5. Laat de bouten de hele nacht (tenminste 12 uur lang) marineren voor het beste resultaat. Na het marineren gaan we de marinade gebruiken als saus, dus gooi deze niet weg!
  6. Haal de konijnenbouten uit de marinade en dep deze goed droog met keukenpapier.
  7. Verhit boter in de braadpan en bak de bouten mooi bruin aan beide kanten.
  8. Schenk de azijn marinade in de pan en roer de stroop erbij.
  9. Laat het zachtjes sudderen voor ongeveer 2,5 tot 3 uur, of tot het vlees letterlijk van het bot afvalt.
  10. Haal de bouten uit het vocht en zeef de marinade.
  11. Roer de ontbijtkoek geleidelijk erbij, deze lost makkelijk op als je deze eerst in stukjes breekt.

Tête de Veau

Ondanks de Franse naam, is dit gerecht toch echt Limburgs. De naam betekent 'kop van het kalf'. Je raadt het al, dat is dan ook het hoofdingrediënt. Al wordt het gerecht tegenwoordig voornamelijk bereid met kalfspoulet of kalfsgehakt.

Dit smaakvolle gerechten wordt vooral tijdens feestdagen zoals carnaval gegeten, of bijvoorbeeld rond Pasen. Vooral de saus van het gerecht is ontzettend diep van smaak. Dit ontstaat doordat je een bouillon trekt van het kalfsvlees. Vervolgens worden er champignons en gebonden tomatensaus toegevoegd, net als peper, zout, laurier en een scheutje madeira.

Asperges op z'n Limburgs

Asperges groeien volop in de arme zandgronden van Noord-Limburg. Je herkent de fragiele en pluizige sprieten van de aspergeplant meteen zodra je ze eenmaal hebt gezien. Onder de grond groeien de stengels. Omdat ze niet aan het daglicht komen, blijven ze wit. Limburg staat bekend om de witte asperge, niet voor niets het witte goud genoemd.

Bereiden kan op allerlei manieren: in de soep, met zalm, in een quiche, maar er is maar één klassieke wijze. Dat is een bundeltje kaarsrechte (AA = topkwaliteit) witte asperges midden op je bord. Hieromheen een plakje ham en een gekookt ei erbij (gepocheerd is nog lekkerder).

Mosterdsoep

Mosterdsoep is inmiddels in heel het land een graag gezien gerecht, maar met echte Limburgse mosterd mag het niet in dit lijstje ontbreken.

Recept voor Mosterdsoep

  1. Maak met de boter, bloem en bouillon een lichte roux.
  2. Voeg de witte wijn en de room toe.
  3. Even zachtjes laten pruttelen en dan de mosterd toevoegen.
  4. Breng het geheel vervolgens op smaak met peper uit de molen.

Variaties: Deze soep is ook heerlijk met onze grove mosterd (lekker pittig) of de groene mosterd (fris-zuur). Of combineer de honing-tijmmosterd ( 3 eetlepels) met 1 eetlepel grove mosterd, dan wordt de soep iets pittiger.

Zoete Limburgse Gerechten

Aan zoetigheden, taarten en snacks is in Limburg geen gebrek. Vooral de vlaai is waar Limburg natuurlijk om bekend staat, en deze taart is er in allerlei smaken en variaties. Maar Limburg heeft nog meer te bieden aan authentieke, zoete gerechten.

Limburgse Vlaai

De Limburgse vlaai wie kent het niet? Het is bij uitstek de bekendste Limburgse lekkernij. Antje van de Statie verkocht vlaaien aan reizgers op het treinstation van Weert, de verspreiding van de vlaai is dan ook aan haar te danken. De traditionele vlaai wordt gemaakt van een gistdeeg waardoor het ook zeker niet te verwarren is met een taart.

De vlaai is erg divers door de verschillende vullingen. Kersenvlaai, pruimenvlaai, abrikozen- of rijstevlaai, vlaai met een ruitjes patroon, met kruimeltjes bovenop of, en dat is mijn favoriet, de linzenvlaai.

Niet alle vlaaien mogen zichzelf Limburgs noemen; échte Limburgse vlaai moet aan strenge regels voldoen. Zo moet de vlaai bijvoorbeeld dagvers zijn, en moet een bepaald recept gevolgd worden. Het is dan ook een erkend streekproduct.

Linzenvlaai

De linzenvlaai was vroeger erg populair doordat deze langer houdbaar was als anderen vlaaien, nog steeds wordt de linzenvlaai veel gegeten. Wist je dat er in de linzenvlaai helemaal geen linzen zitten, het grote verschil met de traditionele vlaai is het gebruik van koekdeeg in plaats van het bekende gistdeeg. In linzenvlaai zit vaak een vulling van fruit of jam.

Nonnevotten

Ooit werden deze zoete gefrituurde deegknopen speciaal met carnaval gebakken. Ze verwezen naar de strikken van de schorten van de nonnen. Nonnevotten worden traditioneel met carnaval gegeten, en dan met name in Sittard. Hoewel het niet helemaal duidelijk is waar de opmerkelijke naam vandaan komt, betekent het woord nonnevot eigenlijk ‘nonnenkont’.

De gebakjes hebben de vorm van een lus met een knoop erin en lijken qua structuur een beetje op luchtigere donuts. Ze worden gebakken in olie en vervolgens bestrooid met suiker, dus gezond zijn ze zeker niet. Maar omdat je ze maar één keer per jaar kunt eten, is dat niet zo erg toch?

Möffelkook

Tegenwoordig is Limburgse möffelkook een lekkernij die veelvuldig op tafel komt bij een uitgebreide brunch, het is een heerlijk zoet brood met een vulling van krenten, rozijnen en kandijsuiker. Van oorsprong werd het gemaakt met restjes brood- of vlaaideeg.

Streekproducten

Limburgse Appelstroop

Het Limburgse heuvellandschap is bezaaid met appel- en perenboomgaarden. Die staan daar natuurlijk niet voor de sier, want van deze appels en peren wordt stroop gemaakt. En die Limburgse stroop is erg lekker...In Limburg gebeurt dat nog traditioneel en ambachtelijk in koperen ketels, waarin het fruit urenlang wordt gestookt tot het een dikke stroop is. Deze manier van stroop stoken is sinds een aantal jaar zelfs nationaal immaterieel erfgoed!

Livar Varkensvlees

Livar varkensvlees is een echt Limburgs streekproduct. Het vlees komt van varkens van de Abdij Lilbosch.

labels: #Recept

Zie ook: