Ouder worden kan invloed hebben op uw eetlust en dorst. Dit kan ervoor zorgen dat u minder eet en drinkt dan nodig is. Een goede voedingstoestand is erg belangrijk voor ouderen.
Waarom goede voeding belangrijk is voor ouderen
Voeding is een van de belangrijkste behoeften van de mens. Zonder voldoende eten en drinken kunt u ziek worden en uiteindelijk ernstige gezondheidsproblemen krijgen. Goede voeding helpt u om in een goede conditie te blijven. Het zorgt ervoor dat u actief kunt blijven, zowel lichamelijk als geestelijk. Door gevarieerd en voldoende te eten, vermindert u het risico op problemen zoals gewichtsverlies, botontkalking (osteoporose), vallen, botbreuken, griep en andere aandoeningen.
Oorzaken van verminderde eetlust bij ouderen
Bij oudere mensen kunnen verschillende factoren ervoor zorgen dat eten en drinken niet meer zo vanzelfsprekend is als vroeger. Als oudere mensen te weinig eten, kunnen ze ondervoed raken. Bij onvoldoende drinken kunnen ouderen uitdrogen.
Ondervoeding
Als je ziek bent, heb je vaak minder trek in eten. En als je lang of ernstig ziek bent, kan het zijn dat je (veel) afvalt. Daardoor raak je niet alleen vet kwijt, maar vaak ook spierweefsel. En zelfs als je nog goed op gewicht bent, kan het toch zijn dat je niet van alle stoffen genoeg binnenkrijgt. Dat heet ondervoeding. Een tekort aan voedingsstoffen kan ervoor zorgen dat het lichaam minder goed werkt. Hierdoor kun je minder energie hebben, langzamer herstellen van een ziekte, of meer risico lopen op complicaties bij een operatie. Ook kunnen denkvermogen en geheugen achteruitgaan, of kunnen ouderen zelfs depressief worden.
BMI (Body Mass Index)
Een manier om te kijken of je een gezond gewicht hebt, is uit te rekenen wat je BMI is. BMI staat voor Body Mass Index. Je rekent het uit door je gewicht te delen door je lengte vermenigvuldigd met je lengte. Bijvoorbeeld: je bent 1,70 meter lang en je weegt 65 kilo. Als je jonger bent dan 65 betekent een BMI lager dan 18,5 dat je te licht bent. Als je 65 of ouder bent, ligt de grens bij een BMI van 20. Maar je BMI zegt niet alles over je voedingstoestand. Als je overgewicht had voordat je ziek was, kun je ondervoed zijn en spiermassa verloren hebben, terwijl je BMI normaal is.
Eetproblemen in de palliatieve fase
Minder of geen eetlust hebben (anorexie) in de laatste fase van je leven is niet erg, als het niet lang duurt. Maar als je te lang te weinig eet, kan dat leiden tot ondervoeding en cachexie. Dan is je lichaam verzwakt, vermagerd en is je weerstand laag. Minder zin hebben in eten en afvallen zijn normale klachten bij een langdurige en/of ernstige ziekte. De klachten treden vaak op als die ziekte niet meer behandeld kan worden.
Dementie
Bij iemand met dementie kunnen er tijdens het eten allerlei situaties ontstaan waardoor de persoon minder eet of drinkt. Denk aan onrust; opstaan en gaan lopen tijdens het eten, plukken aan het tafelkleed of placemat of spelen met het eten. Ook kan het zijn dat mensen met dementie juist heel passief zijn en geen initiatief nemen tot eten/drinken, steeds in slaap vallen of 'wegdutten' tijdens de maaltijd.
Oplossingen en tips om ondervoeding te voorkomen
Het is belangrijk om ondervoeding aan te pakken. Niet alleen om het gebrek aan voeding op te lossen, maar ook om alle andere problemen die daardoor ontstaan te voorkomen. Door ondervoeding op te lossen of zelfs te voorkomen, helpen we ouderen om gezond en sterk oud te worden.
Algemene tips
- Probeer 3 keer per dag een maaltijd te eten.
- Eet 3 keer per dag een tussendoortje.
- Gebruik calorierijke tussendoortjes zoals chocolade, kaas, worst, vis en noten.
- Neem regelmatig melkproducten als tussendoortje.
- Kies voor volle melkproducten en volvette kaas.
- Beleg uw brood extra dik met kaas en/of vleeswaren.
- Gebruik dieetmargarine, olie of bak- en braadvet.
- Neem géén magere, halfvolle, halva- of lightproducten.
Tips om uitdroging te voorkomen
- Verdeel de 12 glazen/kopjes vocht over de hele dag.
- Varieer in smaken. Wissel temperaturen af.
- Zoet: limonade (siroop), vruchtensap, frisdrank, gezoete melkdranken (vruchtenyoghurt, drinkontbijt).
- Hartig: bouillon, cup a soup/soep, tomatensap, groentesap.
- Warm: alle soorten thee en koffie, warme (chocolade) melk.
- Koud: melk, karnemelk, yoghurt(dranken), (mineraal)water, ijsthee, alle soorten ijs, milkshake.
Voedingsadviezen
- Optimale voeding: 1 portie (100 gram) per dag. Kies geen magere, halfvolle of light producten.
- Zoet: Kies limonade (siroop), vruchtensap, frisdrank, of gezoete melkdranken zoals vruchtenyoghurt.
- Hartig: Drink bouillon, soep, tomatensap of groentesap.
- Drink melkproducten bij de maaltijd of neem tussendoor een melkproduct.
- Gebruik druivensuiker of Fantomalt: Deze leveren evenveel energie als suiker, maar smaken minder zoet.
- Heeft u last van een droge mond: Zuig dan op een snoepje of neem kauwgum.
Beweging
Beweging is essentieel voor uw gezondheid. Het helpt om de voedingsstoffen uit uw voeding, zoals energie en eiwitten, optimaal te benutten. Door regelmatig te bewegen, blijft uw lichaam actief. Dit omvat ook activiteiten zoals lichamelijke verzorging, naar het toilet gaan, huishoudelijke taken en het lopen met een rollator. Als u hulp nodig heeft bij het bewegen, kunt u een fysiotherapeut inschakelen.
Het is belangrijk dat de energie en eiwitten ten goede komen aan uw spiermassa. Beweeg daarom voldoende naast dit dieetadvies. Elke dag 3 x 20 minuten beweging is voldoende. Beweging is ook lichamelijke verzorging, toiletgang, huishoudelijke zorg, lopen met de rollator.
Aanvullende tips bij specifieke problemen
- Vermoeidheid: Rust voor de maaltijd. Zorg dat u niet te moe bent voordat u gaat eten.
- Slikproblemen: Bespreek dit altijd met uw arts of geriatrisch verpleegkundige.
Dieetproducten
Als u niet genoeg kunt eten, zijn er speciale dieetproducten die uw voeding kunnen aanvullen of vervangen. Dieetproducten zijn er in verschillende vormen, zoals drinkvoeding, toetjes of poeder. Drinkvoeding is geconcentreerde voeding op basis van melk, yoghurt of vruchtensap. Dit is bevat veel energie, eiwit en is verrijkt met vitamines en mineralen. Er zijn ook producten die uw gewone voeding kunnen aanvullen, zoals eiwitrijke drankjes, toetjes, eiwitrijk poeder en koolhydraatrijke poeders zoals druivensuiker en Fantomalt. Als u dieetproducten wilt gebruiken, overleg dan altijd met uw diëtist. Uw diëtist kan beoordelen of u het dieetproduct nodig heeft en u adviseren over de hoeveelheid en het soort dieetproduct dat het beste bij u past.
Sociaal aspect van eten
Eten is een sociaal gebeuren. "Zien eten, doet eten." Probeer daarom samen te eten, bijvoorbeeld met uw partner, familie of buren.
Maaltijdservices
Wilt u een warme maaltijd zonder te koken? U kunt gebruik maken van de maaltijdservice Noord-Limburg. Koop diepvries- of koelverse kant-en-klaarmaaltijden bij de supermarkt. Bij de slager kunt u verse kant-en-klaar vlees- of kipgerechten kopen. Vraag iemand uit uw omgeving om voor u te koken.
Aanpak bij dementie
Hieronder delen we een aantal tips om mensen met dementie (beter) te laten eten:
- Presenteer de maaltijd eens anders dan je gewend bent. Ook als iemand gepureerd eten heeft kan je het nog steeds mooi presenteren.
- Nodig de persoon met dementie uit om mee te helpen met koken. Als iemand betrokken wordt bij de bereiding van de maaltijd kan hij of zij herinneringen aan vroeger ophalen. Mensen met dementie kunnen dat prettig vinden. Voorkom wel een teveel aan drukte tijdens het koken.
- Dek de tafel op een herkenbare wijze en zorg voor voldoende visueel contrast. Een wit bord op een wit kleed met aardappelpuree en witvis is bijvoorbeeld niet de beste combinatie. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen met de ziekte van Alzheimer 25 procent meer voedsel tot zich nemen wanneer tafelgerei een meer opvallendere kleur heeft. Maar maak het ook niet te bont; een teveel aan prikkels kan ook juist afleiden van het eten.
- Kook eten ‘van vroeger'.
- Help mensen met het kiezen van eten.
- Zorg voor rust tijdens de maaltijd.
- Zien eten doet (soms) eten, als je zelf mee-eet kan dat stimulerend werken.
- Maak zelf eten zo gemakkelijk mogelijk.
- Heeft iemand een kleine eetlust? Dan kan het helpen om meerdere kleinere porties eten aan te bieden, verdeeld over meerdere momenten op de dag.
- Betrek de naasten: familie en vrienden weten vaak het beste wat de persoon met dementie graag at en dronk. Besef wel dat voorkeuren qua eten en drinken gedurende het ziekteproces kunnen veranderen. Je kunt familieleden ook vragen om mee te eten.
- Denk ook eens aan fingerfood. Als mensen met dementie niet meer zelfstandig kunnen eten, kan fingerfood een oplossing zijn. Fingerfood zijn kleine hapjes die je zo uit de hand kan eten. Denk aan blokjes kaas, stukjes vis, fruit, cake of een plakje worst.
Welke tips wel of niet werken hangt altijd af van de persoon en de situatie. Wanneer iemand zonder duidelijke reden gewicht verliest dan is het verstandig om een arts te raadplegen.
Professionele hulp
De arts zal je eerst vragen stellen over je voorgeschiedenis (hoe het vroeger met je ging) en je klachten. Je arts kan je eventueel doorverwijzen naar een diëtist. Het kan zijn dat je ondervoeding in de palliatieve fase veroorzaakt of verergerd wordt door klachten die behandeld kunnen worden. Praat daarover met je arts.
Het is belangrijk dat je (huis)arts, je verzorgers en je naasten weten wat je voelt. Denk niet: ik moet eten, ook al kost het me veel moeite en heb ik eigenlijk helemaal geen trek. Zeg gerust wat je wilt. Praat met je arts, je verpleegkundige en je naasten over je gevoel en je wensen. Wil je nog wel eten? En zo ja, wat wil je dan graag eten?
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u een persoonlijk voedingsadvies? Het is dan verstandig om een diëtist te raadplegen.
labels:




