Op 24 augustus 1941, een jaar na de Duitse inval, werd het Medisch Contact (MC) opgericht. In de stationsrestauratie van Zutphen, die in 1944 platgebombardeerd werd, schetsten de artsen Brutel de la Rivière, Roorda en Eeftinck Schattenkerk de structuur van de artsenverzetsorganisatie op een kladje. Daarmee was het MC de eerste georganiseerde verzetsorganisatie in Nederland.

De Geboorte van het Medisch Contact

De oprichting van het MC gebeurde uit protest tegen de ingeslagen weg van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. Het bestuur van de maatschappij, bestaande uit mannen op leeftijd, sommeerde haar leden te luisteren naar de Duitsers en hun ideeën. Een officiële mededeling van de Maatschappij in het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde van 14 juni 1941 deed de bom barsten. Hierin werd de medewerking van alle artsen gevraagd aan de opbouw van de gezondheidszorg op nationaal-socialistische leest, de Artsenkamer. De Nederlandse artsen kwamen hiertegen in opstand en zeiden uiteindelijk en masse hun lidmaatschap van de maatschappij op.

Leiders van het Eerste Uur

Een aantal artsen dat zich sterk had gemaakt voor het uittreden uit de maatschappij wierp zich op als leiders. Dr. J.J. Brutel de la Rivière (Deventer), dr. J.C. Eeftinck Schattenkerk (Zwolle), prof. dr. G.C. Heringa (Amsterdam), dr. W.F. Noordhoek Hegt (Den Haag), dr. J. Roorda (Haarlem), dr. H. Wamsteker (Haarlem) en I. Wessel (Hilversum) vormden samen het Centrum. De samenstelling veranderde enigszins gedurende de oorlog, leden werden gepakt, anderen kwamen voor hen in de plaats. Het Centrum was goed op de hoogte van wat er gebeurde en bleef met zijn acties het beleid van de Duitsers vaak een slag voor. Vanuit het 'actieve' oosten werden de artsen in de rest van het land bij het verzet betrokken. De artsen in de regio kenden elkaar goed en wisten wie wel of niet te vertrouwen was. Het MC groeide snel.

Estafetteberichten werden opgesteld tijdens de geheime vergaderingen van het Centrum in Amsterdam. Ieder van de stafleden kreeg de estafetteberichten mee om die vervolgens weer door anderen over de districten te laten verspreiden. Uiteraard moest dit met de nodige voorzichtigheid gebeuren. Iedereen kreeg daarom persoonlijk bericht. Per telefoon of per post was te gevaarlijk. Maar het Medisch Contact als geheel is nooit gepakt.

Artsen op Één Lijn

Brutel de la Rivière was de onbetwiste leider van het artsenverzet. Als schoolarts had hij in de oorlogsjaren geen werk en hij kon zich volledig wijden aan het verzet. De andere artsen moesten het verzetswerk naast hun eigen werk doen.

Lenstra: 'Er werd één lijn getrokken als verzet tegen de maatregelen van de Duitsers. Tegen het verplicht lidmaatschap van de Artsenkamer, tegen het ontslag van de joodse artsen en de joodse patiënten. Dat werd geformuleerd, daaraan werd adhesie betuigd en er werden handtekeningen verzameld. Waren dat er tien dan gaven ze er niets om, maar twee- ˆ drieduizend handtekeningen maakten grote indruk. De Duitse overheden zagen dat als een teken van onrust. Het maakte ze bang.'

Artsenverzet in Volle Bloei

Het artsenverzet was in volle bloei. Het vertrouwen in elkaar en in het Centrum groeide. Eeftinck Schattenkerk: 'Het grote verschil met andere verzetsorganisaties was dat wij geen actief verzet pleegden. Dat was het gevaar van mensen die overvallen deden. Wij waren psychisch bezig.'

De Bordjesactie

De bordjesactie was de bekendste actie van het MC en het was tevens belangrijk om het saamhorigheidsgevoel te versterken. Het was het ultieme middel in het verzet tegen de Duitsers, en speciaal tegen de Artsenkamer. Croïn van het Medische Front probeerde namelijk op alle mogelijke manieren de artsen te dwingen toch lid te worden van de Artsenkamer. Alle druk ten spijt lukte hem dat niet. De 'goede' artsen weigerden simpelweg het aanmeldingsformulier in te vullen. Als laatste middel werd gedreigd met het geven van hoge boetes. Daarop kwam een slimme tegenzet van de artsen. Zij verklaarden afstand te doen van de bevoegdheid tot uitoefening van hun beroep om zich zodoende legaal te onttrekken aan het lidmaatschap van de Artsenkamer. De Duitsers werden overspoeld met de schriftelijke verklaringen. De artsen verwijderden het bordje met 'arts' van hun deur of buitenmuur. Ten overstaande van het gehele volk was meteen duidelijk welke arts 'goed' of 'fout' was.

Eeftinck Schattenkerk: 'Er is een razzia geweest onder de artsen, die hun bordje eraf schroefden. In Vught was officieel geen enkele arts meer. Zij waren naar concentratiekampen afgevoerd. Wibaut en ik hebben toen in het Parlementsgebouw in Den Haag met de hoogste Duitse medici gesproken. Door onze contacten wisten wij dat de moffen veel banger waren dan wij artsen. Nadat we 150 gulden boete hadden betaald, werden de artsen allemaal vrijgelaten. De Duitsers dachten dat er anders een nationale revolutie zou komen.'

Voorzichtigheid Geboden

Je moest oppassen met alles wat je zei. Een kleine fout kon grote gevolgen hebben.

Valse Diagnosen

Artsen konden veel doen in het verzet. Ze waren goed geïnformeerd doordat ze met veel mensen spraken. Onder de dekmantel van medische zorg zijn veel mensenlevens gered. Voorzichtigheid was onder alle omstandigheden geboden. Bearda Bakker heeft getracht zoveel mogelijk mensen buiten de bak te houden door een valse verklaring of een valse diagnose te geven. 'Ik heb nog nooit zoveel 'vieze' briefjes ondertekend.'

Lenstra: 'Ik had eens iemand die niets mankeerde. Hij werd opgeroepen voor keuring in Duitsland. Die heb ik vooraf geïnstrueerd. Hij kwam op de keuring en zei: 'Ik voel me over het algemeen gezond, maar vanochtend moest ik braken. Maar het zal wel niets zijn.' De keuringsarts, een 'foute' Nederlander, vroeg erop door en leverde een galsteenanamnese. Verder nog iets?, vroeg de arts. Ik heb ook jeuk. Kom dan maar even bij het raam staan. De arts keek en het oogwit was geel. 'Ik zie het al: geelzucht.' Maar dat was een kunstproduct.'

Bijzondere Tijd

De oorlog had weinig invloed op het werk als arts, daar zijn Eeftinck Schattenkerk, Bearda Bakker, Lenstra en Van der Zwan het over eens. Eeftinck Schattenkerk: 'Er was alleen geen cent. Er was gebrek aan materiaal, aan operatiehandschoenen, enzovoort. Iedereen had honger. Het was een vreselijke tijd, maar ook heel bijzonder. Iedere minuut moest je overleven en beleven. Iedere stap die je deed, ieder woord dat je zei, iedere reactie die je vertoonde kon enorme gevolgen hebben. Daar leerde je mee om te gaan.'

Lenstra: 'Je had mensen met schotwonden, mensen kwamen ziek terug uit Duitsland en je had de onderduikers. Dat kostte veel tijd. Er was schurft, tbc, hoofdluis, kledingluis, maagklachten door het slechte eten. Veel moest in het geniep.'

labels:

Zie ook: