De algemene taakstelling van de schappen is vastgelegd in artikel 71 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Wbo). Op grond van deze taakstelling verrichten schappen twee soorten taken, te weten: taken in medebewind en autonome taken. De schappen hebben tot taak de gemeenschappelijke belangen van de bedrijven - georganiseerden en ongeorganiseerden - en de daarin werkzame personen te behartigen in het kader van het ‘algemeen belang’.

De schappen fungeren enerzijds als overheid voor hun sector: zij kunnen regelingen en heffingen dwingend opleggen, anderzijds zijn zij organen van het betrokken bedrijfsleven: zij worden alleen ingesteld op verzoek van dat bedrijfsleven en het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties. De schappen hebben drie soorten rollen: regelgeving, belangenbehartiging en dienstverlening. De regulerende rol van de schappen wordt vooral uitgevoerd op het terrein van de Europese regelgeving.

De schappen geven uitvoering aan de EU-regels op basis van hun verordende bevoegdheden inzake medebewind. Aangezien de marktordening door de EU vooral gebeurt met behulp van subsidies, heffingen en restituties, fungeren de schappen als een soort ‘betaalkantoor’ van de EU. Bij de belangenbehartiging van de schappen gaat het vooral om de belangen van de sector bij de uitvoering van de regelgeving. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de schappen als kenniscentrum van hun sector. Omdat de private organisaties, die de schappen dragen, de belangenbehartiging vaak liever zelf uitvoeren, is deze rol van de schappen beperkt.

De schappen leveren aan de aangesloten bedrijfsgenoten diensten in de vorm van informatie uit onderzoek, gegevensverzamelingen e.d. betreffende de ontwikkelingen in de branche en productvernieuwing; in de vorm van studiebijeenkomsten; in de vorm van voorlichting en PR, e.d. De dienstverlening van de schappen wordt meestal gefinancierd uit de algemene heffingen. De dienstverlenende activiteiten van de schappen worden beperkt door de activiteiten van de dragende organisaties; de private organisaties dulden weinig concurrentie. Deze drie rollen staan niet los van elkaar.

Verordeningen en Besluiten

Hieronder volgt een overzicht van enkele verordeningen en besluiten van de PBO, genomen door productschappen:

  • Akk 2 (1) Verordening W proefcommissie wijn
  • Akk 2 (3) Wijziging I Verordening H.P.A.
  • Akk 5 (32) Verordening Akk 1980
  • PDV 25 (42) Besluit PDV maximum normstelling DON in graanproducten 1999
  • Vvr 1 (3) Verordening Vvr hygiënische produktie en handel huisdiervoeders 1990
  • MVO 2 (40) MVO-verordening 1993
  • PPE 17 (20) Verordening fonds ruimen M.g.
  • VV 21 (83) Verordening tot wijziging van de verordening slachting en weging slachtvarkens 1987
  • VIS 5 (39) Besluit tijdelijke intrekking erkenning verwatergebieden seizoen 2013-2014
  • PT 6 (72) Verordening PT stimulering W/K-voorzieningen voor de glastuinbouw 1998
  • PZ 18 (59) Verordening tot wijziging (2) van de Zuivelverordening 1997, Melk, melk- en zuivelproducten
  • Z 6 (50) Besluit tot wijziging (2) van het besluit goedgekeurde methoden kwaliteitsonderzoek 1996

Opheffing en Vereffening van de Productschappen

Als gevolg van het opheffen van de schappen is hoofdstuk 2 van de Wbo komen te vervallen. Met de inwerkingtreding van de Wob op 1 januari 2015 zijn de zeventien schappen opgeheven. Na het kabinetsbesluit is in het regeerakkoord “Bruggen slaan” van 29 oktober 2012 opgenomen dat alle bedrijf- en productschappen worden opgeheven. Met ingang van 1 januari 2015 zijn de activiteiten van het Productschap Pluimvee en Eieren beëindigd.

De Vereffeningsorganisatie PBO (VOPBO) heeft de vereffening uitgevoerd, met als doel de vermogens van de schappen af te wikkelen. Dit omvat het vaststellen van de financiële positie, het innen van vorderingen en het voldoen aan verplichtingen. Voor de schappen vormde de Wet op de Bedrijfsorganisatie (1950) (hierna: Wbo) de juridische basis.

Specifieke Taken en Verantwoordelijkheden

Door de voorgenomen opheffing van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) per 1 januari 2015 wordt een aantal taken met bijbehorende regelgeving overgenomen door het ministerie van Economische Zaken (EZ). De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) neemt het toezicht en de handhaving over. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) gaat een rol spelen in de uitvoering van een aantal taken.

Vanaf 2015 zal de heffing voor het Diergezondheidsfonds (DGF) door de overheid worden opgelegd. De regelgeving voor I&R in het KIP systeem wordt overgenomen door EZ. Stichting AVINED heeft een aanwijzing als databank aangevraagd en zal naar verwachting deze taak gaan uitvoeren.

De uitgifte van pluimvee UBNs is geen verantwoordelijkheid meer van de GD, maar van RVO.nl. AVINED kan het UBN voor de pluimveehouder aanvragen bij RVO.nl. De Stichtingen PLUIMNED en OVONED hebben sinds 1 januari 2014 het schemabeheer van de certificatieschemas IKB Kip en IKB Ei overgenomen. Toezicht en handhaving op de regelgeving ligt bij de NVWA. EZ neemt ook de regelgeving voor de antibioticaregistratie en de verplichte bedrijfsgezondheids- en behandelplannen over. De NVWA wordt verantwoordelijk voor toezicht en registratie.

Financiële Afwikkeling

In 2016 is de reserve van 1 januari 2015 (€ 600.134) overgedragen aan het DGF. (€ 347.000) overgedragen aan het DGF. Het bedrag van € 347.000 is toegevoegd aan het bestemmingsfonds Diergezondheid. In 2017 is de voorziening sociaal plan herijkt. Mede door de aandelen PPE en medebewind, heeft dit geleid tot een dotatie van € 90.665. Het PVV aandeel in de herijking heeft tot een vrijval geleid van € 180.195 en een dotatie van € 171.118.

Projectsubsidies

Op 1 januari 2015 waren er nog 56 subsidies door de VOPBO af te wikkelen. In de periode 2018 - 2019 zijn 5 projectsubsidies vastgesteld. Er was € 24.917 vrijval. Dit bedrag is toegevoegd aan het resterend vermogen ultimo 2017.

Archivering

In overeenstemming met artikel XLV, vierde lid, van de Wob is in de Staatscourant nr. en digitaal is op te vragen.

Documentatie

Het Nationaal Archief beheert de archieven van de productschappen, waaronder het Productschap Vee en Vlees (PVV) en het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE). Deze archieven omvatten bestuursstukken, commissieverordeningen, jaarverslagen en promotiematerialen uit de periode 1956-2013.

labels: #Ei #Vlees

Zie ook: