We leven in een rijke tijd, waarin oude boeken worden herontdekt en in fraaie edities worden uitgebracht. De zucht naar vergeten klassieken is niet te stoppen, en uitgevers struinen de donkere hoekjes van de literatuurgeschiedenis af op zoek naar romans en verhalenbundels. Zo zagen we recentelijk de autobiografische familiekroniek De weg van alle vlees (1903) van Samuel Butler.

De roman The Way of All Flesh werd in 1998 door de grote Amerikaanse uitgever Modern Library gerangschikt als twaalfde op de lijst van 100 beste Engelstalige romans van de twintigste eeuw.

De Renaissance van de klassieken

De exploitatie van het O-factor-boek is de zoveelste verschijningsvorm van de honger naar klassieken, die zich voor het eerst manifesteerde in de Renaissance. Toegegeven, ook de oude Romeinen keken op tegen de Grote Werken uit het verleden, en Cicero (106-43 voor Christus) idealiseerde de Griekse en oud-Romeinse literatuur. Maar de verering van de klassieken uit de Oudheid is vooral kenmerkend voor het humanisme, de geestelijke stroming die in de veertiende eeuw opkwam als een reactie op de opvoedingsidealen van de scholastiek.

Die klassieken, en dan vooral de boeken van niet-christelijke schrijvers, moesten eerst opgediept worden uit de kloosters en privé-bibliotheken waarin ze ternauwernood de tand des tijds hadden doorstaan. Poggio Bracciolini ontdekte in 1417 een manuscript van Lucretius’ Over de natuur der dingen, een leerdicht dat van grote invloed zou zijn op de ontwikkeling van de wetenschap. Giovanni Aurispa bracht dertig jaar voor de val van Constantinopel (1453) 240 Griekse manuscripten terug uit de oosterse hoofdstad, waaronder werken van Sophocles en Thucydides.

In de Renaissance was het eenvoudig: de klassieken, dat waren de grote werken uit de Oudheid, boeken met eeuwigheidswaarde, van Aeschylus en Aristoteles tot Livius en Vergilius. Met de opkomst van de (vroeg)moderne literatuur veranderde dat en kregen ook ‘jongere’ schrijvers de kans om klassiek te worden. De zestiende-eeuwse essayist Montaigne schreef vooral over de Oudheid, maar kreeg al snel zelf klassieke status.

De negentiende eeuw was sowieso een goede tijd voor de ‘classificering’ van de literatuur - én een tijd van herontdekkingen. Het grootste deel van Cicero’s politieke dialoog De re publica werd rond 1820 gereconstrueerd op basis van inktresten ‘onder’ een geschrift van Augustinus, een zogeheten palimpsest. Uit kleitabletten in vijf talen werd in 1872 het Gilgamesj-epos ontcijferd en samengesteld.

De twintigste eeuw en verder

Vanzelfsprekend ging het ontdekken en herontdekken van de grote werken uit het verleden gewoon door in de twintigste eeuw. Denk aan de onvoltooide romans van Kafka, die door zijn vriend Max Brod van het vuur gered werden. Aan Between the Acts van Virginia Woolf, aan The Last Tycoon van Scott Fitzgerald, aan Kind tussen vier vrouwen van Vestdijk, aan A Confederacy of Dunces van John Kennedy Toole, aan Austerlitz van W.G. Sebald. En aan misschien wel het mooiste voorbeeld: De meester en Margarita van Michail Boelgakov (1891-1940).

Dat er met de herontdekking van klassieke titels niet alleen leesplezier maar ook winst te behalen valt, bewijzen de afgelopen decennia in Nederland. Het pionierswerk na de oorlog was verricht door goedkope reeksen als Prisma Klassieken en Amstel Pockets, en door een prestigieuze serie als de Russische Bibliotheek van Van Oorschot.

Maar drie lustra na dato zijn het niet de oude Grieken en Romeinen die op de toonbank van de betere boekhandel liggen, maar juist de wat modernere Geheimtipps uit de wereldliteratuur. Laat die Hongaarse trilogie uit Transsylvanië maar komen. Of anders die altijd veronachtzaamde psychologische romans over collaboratie en verzet in het Derde Rijk.

De weg van alle vlees: Een overzicht

De roman neemt een aanvang drie generaties voor de geboorte van de hoofdpersoon Ernest Pontifex, bij overgrootvader John. Diens enige zoon George kan goed leren en wordt op zijn vijftiende ingelijfd bij de religieuze uitgeverij van een oom in Londen, waar hij zich als gewiekst zakenman ontpopt en later alles erft. George's jongste zoon Theobald, het tegendeel van een veelbelovende zakenman, moet dan maar dominee worden, vooraf te gaan door het behalen van een doctorstitel aan Cambridge.

Datzelfde lot wacht Theobalds oudste zoon Ernest, die vanaf de wieg gebukt gaat onder een agressieve, verbitterde maar buiten de deur o zo rechtschapen vader. In deze geschiedenis, verteld door de peetvader van de held, worden de bedenkelijke motieven, uitingen en gedragingen van de meeste betrokkenen met bijtende spot neergezet, opgeluisterd door hilarische innerlijke monologen.

Edward Overton heeft de rol als verteller van het verhaal over Ernest Pontifex, als peetvader van Ernest is hij ingewijd in de familie Pontifex en kan desgewenst sturend optreden wanneer zijn petekind van het juiste pad dreigt te geraken. De roman kan gezien worden als een bildungsroman waarin Butler zijn ideeën over erfelijkheid, religie, filosofie, opvoeding en vrije wil kwijt kan.

Voordat Ernest ten tonele verschijnt is het boek al een flink eind op weg, eerst wordt de voorgeschiedenis uit de doeken gedaan. Ernest ouders spelen een belangrijke rol, vooral vader Theobald heeft grote invloed op Ernest, hij is een tirannieke man die zijn zoon volledig overheerst en is bovendien erg gierig. Ernest weet zich uiteindelijk los te weken, dit proces is uitermate boeiend beschreven.

Behalve de ontwikkeling van Ernest is er ook aandacht voor het sociale leven in het victoriaanse Engeland. Hoe er gezocht wordt naar de juiste huwelijkspartner is een genot om te lezen door de manier waarop de auteur een onverbloemde blik werpt op de berekening die achter iedere handeling op dat gebied schuilt. Zijn ironische stijl maken dit soort passages behoorlijk smeuïg en geeft het boek de nodige ‘lichtheid’ mee die als tegenwicht kan dienen voor de vele Bijbelcitaten.

Het is bekend dat Butler veel autobiografische elementen gebruikt heeft in z’n roman, dat was ook de reden dat het boek niet tijdens zijn leven uitgegeven mocht worden. Familieleden zouden zich herkend kunnen hebben. Vooral het personage Alethea Pontifex, tante en meter van Ernest, spreekt tot de verbeelding, wie stond model voor haar? Waarschijnlijk is het een mix van diverse vrouwen rondom de auteur. Deze lieve tante wist in contact te blijven met Ernest, ook toen hij eenzaam en verlaten naar kostschool gestuurd werd. Ze was niet onbemiddeld en wendde die middelen op haar manier aan. Pikant detail is dat de verteller sinds zijn prille jeugd verliefd op haar was.

Met de nodige humor worden de lotgevallen van Ernest een voor een blootgelegd, hierbij komt hij in aanraking met volk van allerlei allooi waarmee het boek een mooi tijdbeeld krijgt. Het victoriaanse juk wordt afgeworpen en hieruit blijkt de kracht van Ernest, hij groeide op in een geharnast gezin en wist zich te bevrijden op zijn manier.

Recensies en Vertaling

In Trouw verscheen een groot artikel over De weg van alle vlees, de door Nele Ysebaert vertaalde roman van Samuel Butler. Rob Schouten noemt het ‘een indrukwekkende roman’, die volgens hem een zelfde soort aantrekkingskracht heeft als de onlangs herontdekte roman Stoner van John Williams.

In De Volkskrant verscheen een lovende recensie van De weg van alle vlees van Samuel Butler. Recensent Maria Barnas bejubelt de niet eerder in het Nederlandse vertaalde roman en bekroont het boek met vijf sterren. Barnas: ‘Butler is een meester in het redeneren en drogredeneren.

Bas Heijne schreef in NRC Handelsblad: ‘Informeel, ironisch, bijtend brutaal - een stijl die volledig tot zijn recht komt in de trefzekere vertaling van Nele Ysebaert.

Butler is een meester in het redeneren en drogredeneren. De taal zelf, in een kraakheldere vertaling van Nele Ysebaert, springt steeds boven alles uit.' - de Volkskrant *****

Conclusie

De weg van alle vlees is een indrukwekkende roman die een blik werpt op het victoriaanse Engeland en de persoonlijke ontwikkeling van Ernest Pontifex. Met humor en ironie weet Samuel Butler een tijdloos verhaal te vertellen over familie, religie en de zoektocht naar vrijheid.

labels: #Vlees

Zie ook: