Analogieën worden veel bij IQ testen en assessments gebruikt. Analogieën is het meervoud van het woord analogie. Analogie betekent letterlijk woordvorming.

Hoe werken analogieën bij een IQ test?

Maar hoe werken analogieën bij een IQ test nu precies? Bij analogieën gaat het erom dat je de relatie ontdekt tussen de woorden. Met een analogieëntest wordt een beetje je woordenschat en algemene kennis getest.

Voorbeeld van een analogie

Maar hoe zien analogieën er dan uit bij een IQ test of assessment? In de zin is het eerste en laatste woord open gelaten. Welke woorden horen op de lege plekken te staan, zodat de zin logisch wordt? Je kan hierbij kiezen uit vijf antwoordmogelijkheden: a, b, c, d, en e. Elke antwoordmogelijkheid is een koppel van twee woorden.

Het eerste woord van het koppel moet logisch passen op de open plek aan het begin van de zin. Het tweede woord moet logisch passen op de open plek aan het einde van de zin.

Voorbeelden van analogieën

Hieronder volgen oefenopgaven. Ga voor uzelf na wat het goede antwoord zou moeten zijn.

Analogie 1: ….. Oplossing: Antwoord c.

Analogie 2: ….. Oplossing: Antwoord a.

Geur kan plezierig zijn maar stank is dat niet. Oplossing: Antwoord c.

Eerste woord is bedrijvende vorm van werkwoord en tweede woord is voltooid deelwoord. Dit is een pittige analogie.

Tips voor het oplossen van analogieën

Bij moeilijke analogieën waarbij je niet meteen ziet wat het antwoord zou kunnen zijn, loont het ook om antwoorden die onzinnig of onmogelijk lijken weg te strepen.

Het oefenen van analogieën

Zoals alle soorten IQ testen kan je analogieën ook oefenen. Sterker nog, het is zelfs heel verstandig om dit soort vragen te oefenen. Je ontdekt dan wat voor denkoplossingen er gebruikt worden.

Bij de meeste analogieën moet je over een bepaald kennis- en taalniveau beschikken om de verbanden tussen woorden te kunnen zien. En dat is meteen een groot nadeel van analogieën.

In de laagste voorbeeldopgave moet je de Nederlandse grammaticaregels goed beheersen om het juiste antwoord te kunnen zien. Naast grammaticaregels zitten er in analogieën vaak ook andere regels of bepaalde kennis verstopt.

Bij een vraag met groenten moet je bijvoorbeeld weten welke groenten je moet koken voordat je deze kunt eten en welke niet.

De uitdaging voor testontwikkelaars

Voor testontwikkelaars van analogieën is het ook een dilemma. Hoe maak je een analogie die vooral iemands analytisch vermogen test en niet iemands kennis- of taalniveau? Of gebruik je een analogie om zowel iemands analytisch vermogen als taalvaardigheid en algemene ontwikkeling te testen?

Bij sommige assessments vinden ze dit laatste geen probleem. De analogieën zijn dan juist bedoeld om mensen te selecteren die analytisch en taalvaardig zijn. Zoals voor functies op hoog niveau waarbij je goed in woord en schrift moet kunnen communiceren.

Analogieën zijn dus minder geschikt om mensen van verschillende culturen die de Nederlandse taal niet goed beheersen met elkaar te vergelijken.

labels: #Kip

Zie ook: