In de meeste gezinnen wordt minstens één keer per dag samen gegeten. Soms is dit het ontbijt, soms het avondeten. Soms lukt het om beide maaltijden tot gezinsmomenten te maken. Soms zal dat maar een paar keer per week lukken. Maar elke kans is er één!
Als je samen aan tafel eet, kan je elkaar aankijken, elkaar zien en met elkaar delen wat jullie hebben meegemaakt. Het bidden voor het eten kan een mooie manier zijn om dit moment extra betekenis te geven.
Het Belang van Tafelgebeden
Terugkijkend is het bidden bij het eten afschaffen echt een gemiste kans, want er zijn vele kleine rituelen te bedenken waarbij je rond de maaltijd kan vieren, dat je blij bent met elkaar, de gasten die mee-eten, dankbaar voor het eten zelf, te denken aan de mensen die géén eten hebben....
Hieronder een aantal alternatieven op een rijtje gezet. Misschien zit er iets voor jouw gezin bij!
Alternatieve Tafelgebeden en Rituelen
Hieronder vind je een aantal ideeën en teksten die je kunt gebruiken bij de maaltijd:
Gebeden voor het Ontbijt en Avondeten
Bij het ontbijt:
Het is weer dag, de morgen begint
het is weer dag, het licht overwint
God gunt ons het leven
Hij noemt onze naam
God gunt ons het leven
wij mogen bestaan.
Bij het avondeten:
Wij zijn hier bij elkaar
het eten staan al klaar
maar eerst zeggen wij samen:
Dank U wel God. Amen
Hand geven
Geef je buurvrouw/man aan tafel een hand en sluit als het ware de kring. Zeg dan samen: Het is fijn dat we samen zijn: eet smakelijk!
Je kan ook een keer samen bedenken wat jullie willen zeggen en die tekst/spreuk wordt dan jullie begin voor de warme maaltijd.
Enkele mogelijke alternatieve teksten zijn:
De tafel staat klaar
de kring is gesloten
U geeft alles zomaar
aan kleinen en groten
Kom in de kring
wij komen samen om voor elkaar een huis te zijn
God is het huis, wij wonen samen
om voor elkaar een thuis te zijn
Licht-ritueel
Zorg ervoor dat er altijd een waxine-lichtje of stompkaars of kaars met kandelaar op jullie eettafel staat. Eén van de volwassenen steekt deze kaars aan het begin van de maaltijd aan en zegt een gebedje of spreuk. Aan het einde van de maaltijd doof je de vlam.
Zijn je kinderen groot genoeg om veilig zelf een lichtje aan te steken? Doe het dan om de beurt.
Bij het aansteken kan er gezegd worden: "Wij vieren God als licht in mensen ontstoken". Je kan ook een kort gebed uitspreken. Voorbeelden vind je o.a. op de gebedskaarten uit de koffertjes.
Aandachtspunt
Ben je in het bezit van de onderzetters uit het koffertje "Beginnen maar?" of uit het 'Kijktafelboek'? Deze kan je heel goed gebruiken om een klein vier-moment bij de maaltijd in te bouwen.
Zet de onderzetter samen met een waxinelichtje op de eettafel. Je kan de vier onderzetters met de acht verschillende teksten afwisselend gebruiken. Kijk welke past bij de tijd van het jaar of waar je bij het bidden aandacht aan wilt besteden.
Bijv. de gele in de lente, de roze in de zomer, de blauwe in de herfst en winter en de groene voor de decembermaand. Je kan de onderzetter bij het broodbeleg of je place-mats o.i.d. bewaren, als je er maar aan denkt bij het tafeldekken.
Aan het begin van de maaltijd steek je het lichtje aan en gebruik je de tekst die op de onderzetter staat in een ultra-kort gebedje.
Bijv. In de lente: Lieve God, dank U wel voor het nieuwe leven. Je kan dit aanvullen met "de kleine kuikentjes/ de jonge eendjes/ de pasgeboren lammetjes op de kinderboerderij....." + Dank U wel voor ons dagelijks brood/eten. Amen.
Als jullie klaar zijn met eten en iedereen mag van tafel, wordt het kaarsje uitgeblazen.
Afwisseling smaakt naar meer
Doe één keer per week iets anders doen dan jullie vaste dagelijkse ritueel. Leg een foto of artikel uit de krant van die week bij het lichtje. Zo breng je de noden en gebeurtenissen uit de grote wereld binnen en kan je je zorgen hierover aan God toevertrouwen.
Ervaringen delen
Zet een kaars neer en steek deze aan. Vraag aan allen die rond de tafel zitten of ze iets willen vertellen wat ze de afgelopen week hebben meegemaakt. Zowel de volwassenen als de kinderen doen mee.
Bijv. één ding waar je blij van werd, één ding waar je boos of verdrietig van werd. Of één ding waarbij je je trots voelde, en één ding dat helemaal verkeerd ging. Of één ding waarbij je iets voor een ander deed dat je niet leuk vond en één ding waar je zelf erg van hebt genoten.
Door deze gevoelens met elkaar te delen wordt de verbondenheid groter. Als je het wilt en kan, kan één van de ouders de gedeelde gevoelens in een samenvattende voorbede aan God toevertrouwen. Zo"n voorbede zou je kunnen beginnen met "Eeuwige, wij bidden voor....."of "God van liefde, bij U zijn we veilig, we vertrouwen U toe, ....".
Elk wat wils
Zit je altijd aan tafel met mensen van verschillende leeftijden en/of interesses? Laat ieder om de beurt de vorm kiezen waarin je bij de maaltijd viert. Met een liedje, een tekst, een bijbellezing, een kort of langer gebed of gewoonweg iets vertellen over wat je bezig houdt...
Spelerderwijs leren we van elkaar dat alle vormen van "bidden" bijzonder zijn en dat God er ook blij van wordt...
Keuzemogelijkheden
Naast de teksten op de gebedskaarten uit de drie koffertjes, vind je hieronder nog andere voorbeeldteksten. Korter of langer, met verschillende accenten.
- Gezegend zijt Gijt, Heer onze God
gezegend het brood (de maaltijd) op tafel
leer ons te delen met elkaar
zodat niemand gebrek lijdt - God, die ons uw goede gaven geeft,
leven en voedsel
mensen en hun vriendschap telkens weer opnieuw.
Zegen deze maaltijd. Geef ons een open oog en een warm hart
om uw wereld in te richten
tot een huis voor alle mensen
met een tafel waaraan niemand wordt geweerd
Amen - Lieve Heer,
laat uw woord
voedzaam zijn als brood
en uw liefde
ons doorgloeien als wijn
dat wij vol zijn van U
en open staan voor elkaar - Voor alle goede dingen
die wij van U ontvingen
danken wij U, Heer!
Gebeden van Vroeger
De gebeden van mijn moeder - door Ds. Tien jaar geleden schreef onze toenmalige predikant Ds. Rianne van Halsema het onderstaande artikel. Bij het opruimen van het huis van mijn ouders trof ik tussen krantenknipsels en persoonlijk geschreven notities een aantal gebeden en gedichten aan. Ze zijn in de tweede helft van de negentiger jaren, toen mijn moeder al wat vergeetachtig werd, door haar verzameld. Een knipsel met een gedicht van J.A.
Als ik deze verzamelde gebeden en gedichten van mijn moeder lees, besef ik dat de christelijke cultuur waarin zij opgroeide voorbij is. Neem de ernst en de vanzelfsprekendheid waarmee dit uitgesproken werd.
Mijn ouders zelf waren meer van het vrije gebed aan tafel. Ook werd er bij ons gezongen, vooral na de maaltijd. Mijn moeder was steevast degene die hiervoor het initiatief nam. Het is niet moeilijk om hier een karikatuur van te maken. Eigenlijk is het niet gemakkelijk om in onze tijd op een passende manier te bidden, laat staan om te danken. Wat is danken voor ons eten eigenlijk? Wat doe je dan?
Het Avondmaal: Een Maaltijd om te Gedenken
Wanneer wij avondmaal vieren, gehoorzamen we aan de opdracht van de Heer om Hem met een maaltijd te gedenken. ‘Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken’, zegt Jezus als Hij aan zijn leerlingen het brood uitdeelt. En evenzo bij de beker: ‘Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om Mij te gedenken’ (Lucas 22,19; 1 Korintiërs 11,24-25). Maar wat heeft Jezus bedoeld met ‘dit’?
Het eerste dat dan opvalt, is dat het bij het Laatste Avondmaal gaat om twee momenten: een handeling met het brood aan het begin van de maaltijd en, ná de eigenlijke maaltijd, een handeling met de beker. Dit zijn niet zomaar willekeurige handelingen. Het ging hier om rituele symboolhandelingen in het kader van een joodse (paas)maaltijd. De betekenis daarvan was het gedenken van Gods heilsdaden, met name de bevrijding uit Egypte.
Tijdens het Laatste Avondmaal spitst Jezus deze betekenis toe op zichzelf. Brood en wijn waren al tekenen van lofprijzing en zegening van de Vader, maar nu worden ze tekenen van Jezus’ totale overgave aan zijn Vader. Het avondmaal dat Jezus met zijn leerlingen houdt op die laatste avond van zijn leven, is een ‘profetie metterdaad’, die verwijst naar wat de dag daarop te gebeuren staat en dat tegelijk nu reeds present stelt. Op het kruis zal Jezus’ zelfovergave namelijk daadwerkelijk gerealiseerd worden.
Als we de instellingsverhalen nauwkeurig lezen, ontdekken we vier zogenaamde ‘kernhandelingen’. ‘Jezus nam een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan’ (Matteüs 26,26). Vier werkwoorden dus: nemen, zegenen of danken, breken en delen. We vinden dezelfde werkwoorden in de verhalen van de wonderbare broodvermenigvuldiging (Marcus 6,41; 8,6 en parallellen) en in het Emmaüsverhaal (Lucas 24,30). Nemen, danken, breken en delen - dat deed Jezus op de avond voor zijn lijden en dood.
In de structuur van een avondmaalsviering zijn deze vier kernhandelingen altijd terug te vinden. De belangrijkste zijn het danken en het delen. Om te kunnen danken moeten de gaven ter hand worden genomen. En om het brood te kunnen delen, moet het worden gebroken.
De Vier Kernhandelingen
- Nemen: Het klaarmaken van de gaven. Wij dragen de gaven aan: brood en wijn, en - daarmee onlosmakelijk verbonden - onze geldelijke gaven (de collecte).
- Danken: Het tafelgebed. Het is een gebed over brood en wijn, waarmee deze gaven gedachtenistekenen worden voor Gods weldaden: zijn daden van schepping en verlossing.
- Breken: Het ene brood wordt in stukken gebroken opdat het kan worden gedeeld.
- Delen: Het gezamenlijk eten van het brood en drinken uit de beker. Zo geven wij gehoor aan Jezus’ uitnodiging ‘Neem, eet’ en ‘Drink allen hieruit’ (Matteüs 26,26-27).
De eerste rituele handeling is die van het nemen. In de viering van de Maaltijd van de Heer correspondeert deze met het klaarmaken van de gaven. Wij dragen de gaven aan: brood en wijn, en - daarmee onlosmakelijk verbonden - onze geldelijke gaven (de collecte). Brood en wijn vertegenwoordigen enerzijds Gods schepping. Deze elementen zijn, aldus de kerkvader Ireneüs van Lyon (±140-±202), ‘de eerstelingen van de schepping’.
Anderzijds zijn wijzelf in de gaven van brood en wijn vertegenwoordigd. Zij komen immers niet zomaar tot stand. Om graan en druiven om te vormen tot respectievelijk brood en wijn is heel wat menselijke arbeid nodig. Graan moet worden gedorst, gemalen, gemengd met andere ingrediënten, het aldus ontstane deeg moet rijzen en pas nadat het gebakken is, kunnen we spreken van brood. En evenzo moeten druiven eerst geplukt en vertreden worden en moet het sap rijpen, voordat we met wijn te doen hebben.
Maar bovenal zijn brood en wijn teken van onze lofprijzing en dankbaarheid. Het is de levende Heer die de gaven neemt. En wij láten ze nemen. Het zijn onze gaven, maar tegelijk zijn het zijn eigen gaven, want wij kunnen niets anders aanbieden dan wat wijzelf van Hem gekregen hebben. In het gebed over de gaven wordt deze handeling van ons geven en zijn nemen geduid.
Tijdens het Laatste Avondmaal spreekt Jezus met het brood en de beker in handen een gebed van dankzegging en lofprijzing uit. Bij Matteüs en Marcus vinden we daarvoor het werkwoord ‘zegenen’, bij Lucas en Paulus ‘danken’. Het gaat in ieder geval om het zegenen en danken van God.
In de avondmaalsviering komt deze handeling van het danken tot uitdrukking in het tafelgebed. ‘Brengen wij dank aan de Heer onze God’, zo klinkt de oproep vlak voor het tafelgebed begint. Het tafelgebed is een gebed dat tegelijk handeling is. Het is een gebed over brood en wijn, waarmee deze gaven gedachtenistekenen worden voor Gods weldaden: zijn daden van schepping en verlossing. Het meest danken wij Hem om zijn Zoon Jezus Christus. Hij is Gods grootste gave.
Dankend gedenken we wat er met Hem is gebeurd: dat Hij voor ons is gestorven en opgestaan. Op het danken volgt de handeling van het breken van het brood. Het is hieraan dat de twee Emmaüsgangers hun voorbijgaande gast als de verrezen Heer herkennen (Lucas 24,30-31). In de viering van de Maaltijd van de Heer is het breken van het brood een aparte handeling. Het ene brood wordt in stukken gebroken opdat het kan worden gedeeld. En het delen is niet enkel een functionele handeling. De betekenis ervan reikt verder.
Volgens Paulus ‘maakt het brood dat wij breken ons één met het lichaam van Christus. Omdat het één brood is, zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood’ (1 Korintiërs 10,16-17). Het ene brood wordt dus in vele stukken gebroken, opdat wij daardoor onderling tot één gemeenschap mogen worden. Tevens verwijst deze symboolhandeling naar het lijden en de kruisdood van de Heer.
Dit komt tot uitdrukking in het gezang dat de handeling van het breken begeleidt: het Lam Gods. Christus is het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt (Johannes 1,29; vergelijk Leviticus 16, waar het ritueel van Grote Verzoendag beschreven wordt). De rite van het delen bestaat in het gezamenlijk eten van het brood en drinken uit de beker. Zo geven wij gehoor aan Jezus’ uitnodiging ‘Neem, eet’ en ‘Drink allen hieruit’ (Matteüs 26,26-27). En door te eten en te drinken krijgen wij deel aan zijn lichaam en bloed. De Heer schenkt zichzelf aan ieder van ons persoonlijk. In de communie ontmoeten wij Hem op tastbare wijze. Hij doet ons delen in zijn leven. En in Hem krijgen wij ook gemeenschap met elkaar, worden wij daadwerkelijk elkaars deelgenoot.
De kerkvader Augustinus (354-430) vatte het aldus samen: zo zijn wij wat wij ontvangen hebben: één brood, één lichaam. Of zoals hij ergens anders zegt: ‘Indien jullie het lichaam van Christus zijn en zijn leden, dan ligt jullie geheim op de tafel van de Heer, dan ontvangen jullie je geheim.
Wij ontvangen het brood en de wijn, het lichaam en bloed van Christus, maar niet op passieve wijze. Eten en drinken is een actieve handeling. Het delen in deze gaven is namelijk een beaming metterdaad van de dankzegging. Door te eten en drinken van de gaven waarover de dankzegging is uitgesproken, stemmen wij in met deze dankzegging. En door het deel krijgen aan Christus’ lichaam en bloed engageren wij ons ook met zijn levenswijze: een leven van overgave en dienstbaarheid.
Verscheidenheid in de Protestantse Kerken
De protestantse kerken hebben altijd een grote verscheidenheid gekend in de manier waarop het avondmaal gevierd werd en wordt. Wie een avondmaalsviering in een lutherse of oecumenisch georiënteerde gemeente meemaakt, zal merken dat zo’n viering heel anders verloopt dan in gemeenten die zich rekenen tot de calvinistische traditie. Bovendien kunnen we bij diverse kerken verschuivingen in de wijze van vieren constateren, ontwikkelingen die laten zien dat men zoekende is en dat de orden van dienst niet eeuwig en onwrikbaar vastliggen.
Een ‘lerende’ (of didactische) stijl van vieren treffen we aan in kerken en gemeente die zich rekenen tot de klassiek-gereformeerde traditie. De tekst die gezegd wordt tijdens de avondmaalsviering bestaat in het zogenaamde ‘avondmaalsformulier’. Dat kan het formulier zijn dat ontleend is aan de kerkorde van de Palts (zie voor de tekst Dienstboek, Een proeve, deel I. Schrift - Maaltijd - Gebed, Zoetermeer 1998, blz. 337-346), maar tegenwoordig worden meestal inkortingen of parafraseringen van dit uit de zestiende eeuw stammende formulier gebruikt (zie bijvoorbeeld de avondmaalsformulieren in Beproevingen met het oog op de gereformeerde liturgie, Eerste aanvulling op het Dienstboek, Zoetermeer 2012, blz.
Het avondmaalsformulier is overwegend onderwijzend van aard, ofschoon gebedselementen zeker niet ontbreken, zoals het avondmaalsgebed, het Onze Vader, de geloofsbelijdenis, de lofprijzing (Psalm 103) en het dankgebed. De meer ‘vierende’ stijl van vieren komen we tegen in kerken en gemeenten die zich bekennen tot de oecumenisch-protestantse traditie. Het is met name in de vorige (twintigste) eeuw geweest dat deze vorm van een ‘vierende’ liturgie gestalte kreeg, daarbij sterk gestimuleerd door de zogenaamde Liturgische Beweging.
Het Tafelgebed in de Kerkdienst
Het tafelgebed is dus, zoals we hierboven gezien hebben, een element dat behoort bij de oecumenisch-protestantse ordening van de kerkdienst. Het geeft uitdrukking aan een van de kernhandelingen van de Maaltijd van de Heer: het danken. Eraan vooraf gaat het klaarmaken van de gaven van brood en wijn (met de inzameling van de gaven), erop volgt de handeling van het breken van het brood en de ritus van de communie, het gemeenschappelijk delen van brood en wijn.
Globaal genomen zijn er in de loop van de geschiedenis twee typen tafelgebeden of eucharistische gebeden te onderscheiden. Het oudste type is het zegengebed, het zogenaamde beracha-type. Dit type gaat rechtstreeks terug op de joodse maaltijdzegen. Het andere type is het dankgebed, het anaphora-type (van het Griekse werkwoord anapherein, aanbieden; letterlijk: opheffen, omhoogdragen van de gaven). Dit type heeft zowel in de oosterse als de westerse kerken geleidelijk de overhand gekregen.
Jezus en de Maaltijd
Jezus heeft tijdens zijn leven dikwijls samen met mensen gegeten en gedronken. In de evangeliën kunnen we daarover meer dan eens lezen. Hij is te gast bij Farizeeën (Lucas 14,1v), bij Zacheüs de tollenaar (Lucas 19,1-10), bij Simon de melaatse (Marcus 14,3v), bij de vrienden in Emmaüs (Lucas 24,13-35). En ook zelf richt Hij geregeld maaltijden aan: voor vijfduizend man, en later nog eens voor vierduizend (Marcus 6,30-44; 8,1-10, en parallelle teksten).
Een belangrijk moment tijdens zo'n maaltijd was de dankzegging voor de gaven die men deelde, uitgesproken door de gastheer. God werd gedankt voor al het goede dat men van Hem ontving. In de berichten over genoemde maaltijden blijkt deze gebedshandeling door twee verschillende werkwoorden te worden weergegeven. Meestal wordt het woord ‘zegenen’ gebruikt (Grieks: eulogein), maar soms ook ‘danken’ (eucharistein). In de vier verhalen over de instelling van het avondmaal vallen deze werkwoorden ook op. Bij Marcus en Matteüs spreekt Jezus, nadat Hij het brood genomen heeft, het ‘zegengebed’ uit (Marcus 14,22; Matteüs 26,26), terwijl Lucas en Paulus hier het woord ‘dankgebed’ gebruiken (Lucas 22,19; 1 Korintiërs 11,24).
Zegengebed en dankgebed - een wezenlijk verschil tussen beide woorden is er niet. Ze gaan allebei terug op één Hebreeuws woord: brk.
Het Zegengebed in de Joodse Maaltijdliturgie
Het zegengebed is een centraal element in de joodse maaltijdliturgie. Er werd voor, tijdens en na de maaltijd gebeden. De gebeden werden uitgesproken door de huisvader of de gastheer in samenspraak met de aanwezige tafelgenoten. Daarna had de eigenlijke maaltijd plaats.
Gebeden werden in de tijd van de Bijbel (en lang daarna!) altijd mondeling overgeleverd, dikwijls ook geïmproviseerd, maar er is een tekst van het birkat-ha-mazon bekend uit een tiende-eeuws handschrift (Siddur Rav Saadya Gaon), die mogelijk teruggaat tot de derde eeuw of nog eerder. (eigen vertaling van tekst uit R.C.D. Jasper & G.J. Cuming, Prayers of the Eucharist, Early and Reformed, 4th edition by P. Bradshaw & M.E. Johnson, Collegeville (Minnesota) 2019, p.
Het is een gebed in drie strofen, elk beantwoord met een korte kernachtige acclamatie. In de eerste strofe wordt God gezegend om het voedsel dat Hij geeft. De tweede strofe is een dankzegging om het land, de Thora en het verbond, en de derde strofe is een gebed om ontferming over het volk Israël en de stad Jeruzalem, opdat deze spoedig weer hersteld zullen worden.
De Didachè: Een Vroegchristelijk Tafelgebed
De eerste christenen hebben gebeden zoals de joden dat deden. Een van de oudste christelijke tafelgebeden die ons zijn overgeleverd, vinden we in een document dat mogelijk stamt uit het eind van de eerste eeuw of het begin van de tweede eeuw van onze jaartelling: de Didachè ofwel Het Onderwijs van de Twaalf Apostelen.
Het is geschreven door een onbekende auteur in Syrië (mogelijk Antiochië) en werd in 1873 ontdekt in de bibliotheek van het klooster van het Heilig Graf in Constantinopel. Momenteel wordt het bewaard in het Grieks patriarchaat in Jeruzalem. De inhoud van het boekje betreft allerlei praktische zaken omtrent het dagelijks leven van christenen destijds, zeg maar rond het jaar 100. (tekst volgens de meest recente vertaling: Didachè, De leer van de twaalf apostelen, Een eerste christelijke gedragscode, vertaald door Vincent Hunink, ingeleid door Paul van Geest, Kampen 2018, blz.
Wie de gebeden in hoofdstuk IX en X van de Didachè vergelijkt met de joodse maaltijdzegen (birkat-ha-mazon), ziet opvallende overeenkomsten. Allereerst zien we bij de gebeden uit de Didachè ook de driestrofige opbouw. De strofen worden, net als in het joodse gebed, beantwoord met acclamaties die lofprijzend van aard zijn.
De gebeden in de Didachè beginnen met een dankzegging van God om zijn heilsdaden, voltrokken in Jezus, zijn kind (IX: de heilige wijnstok van David; X: Gods heilige naam, kennis, geloof, onsterfelijkheid). Vervolgens wordt God dank gebracht om het voedsel en de drank, ook in geestelijke zin (IX: leven, kennis; X: eten en drinken, eeuwig leven).
Wat daarbij overigens opvalt, is dat de volgorde van de eerste en tweede strofe uit de joodse maaltijdzegen in de Didachè is omgedraaid: in de birkat-ha-mazon wordt eerst gedankt om het voedsel en dan om het land, de Thora, et cetera, in de Didachè (X) juist andersom: eerst de dankzegging om Gods naam en dan om het voedsel en de drank. De laatste strofe komt inhoudelijk overeen: de bede om het volk en Jeruzalem wordt als het ware in christelijke zin ‘vertaald’ in de bede voor de kerk.
Ten slotte zien we in de Didachè-teksten een duidelijk concentratie op Jezus: God wordt geprezen ‘door Jezus Christus’ (IX). Door Hem komt God de luister en de heerlijkheid toe en door Hem mag de maaltijdvierende gemeente delen in zijn eeuwig leven. Tot viermaal toe wordt Jezus aangeduid als Gods ‘kind’.
Samenvattend: het is heel goed mogelijk dat het oudste ons bekende christelijke tafelgebed teruggaat op de joodse maaltijdzegen.
Voorzichtigheid Geboden bij Conclusies
Toch moeten we voorzichtig zijn met conclusies als dat Jezus tijdens het Laatste Avondmaal deze birkat-ha-mazon zou hebben uitgesproken of dat de eerste christelijke gemeenten gestandaardiseerde gebeden zouden hebben gebruikt zoals die uit de Didachè. In de afgelopen twee, drie decennia zijn kerk- en liturgiehistorici veel genuanceerder gaan denken over de wijze waarop in de jonge kerk de Maaltijd van de Heer gevierd werd. Er ontbreken te veel (geschreven) bronnen. De overlevering (traditie!) gebeurde mondeling. Officiële gebeden waren zeker niet voorhanden. Er werd veel geïmproviseerd (zie de laatste zin van de Didachè, hoofdstuk X). Bovendien bestond er in de eerste eeuw al een grote diversiteit.
Meer Tafelgebeden
Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft naar Uw welbehagen (Ps. 145:15, 16).
Heere, almachtige God, Gij Die alles geschapen hebt, en nog door Uw Goddelijke kracht onderhoudt, en het volk Israël in de woestijn gespijzigd hebt; wil Uw zegen uitstrekken over ons, Uw arme dienaars, en ons heiligen deze gave, die wij van Uw milde hand ontvangen, opdat wij die matiglijk en heiliglijk naar Uw goeden wil gebruiken, en daardoor bekennen dat Gij onze Vader en een Oorsprong alles goeds zijt.
Geef ook dat wij altijd, en vóór alle dingen, zoeken het geestelijke brood Uws Woords, met hetwelk onze zielen gespijzigd worden ten eeuwigen leven, hetwelk Gij ons bereid hebt door het heilig bloed van Uw lieven Zoon, onzen Heere Jezus Christus. Alzo vermaant ons onze Heere Jezus Christus, Luk.
labels:
Zie ook:
- Recepten voor Taart: Bak de Heerlijkste Taarten Zelf!
- Gehaktballetjes Maken voor Soep: Makkelijk en Smaakvol!
- Hoe lang witlof koken voor in de oven? De ideale tijd!
- Soolantra Crème Zonder Recept: Alternatieven & Advies
- Ontdek de Leukste SpongeBob Kook Spelletjes: Een Smakelijk Avontuur in Bikinibroek!




