Wil je de overgang van kleuter naar schoolkind verkleinen en aan de slag met spelend leren? Verwerk jij ook je thema’s in een circuit?
Tijdens ons thema kleur & vorm gaf ik een aantal muzieklessen waarin de vormen centraal stonden. Hier schreef ik een blog over. Ons thema is nu kleur en vorm. Dan denk je natuurlijk meteen aan muziek ;). Uhh, nee, ik niet, maar toen ik eenmaal in de muziekmodus zat, kwamen de ideeën los. Vormen, kleuren, geluiden, emoties, muzieknotatie … mogelijkheden genoeg.
Kleurrijk Begin: De Kleurenweek
Tip! De kleurenweek: Vraag de kinderen om gedurende een week elke dag in een bepaalde kleur naar school te komen. De broek mag deze kleur hebben of de trui, de schoenen, een sjaal etc. Natuurlijk kom je zelf ook gekleurd naar school. Tijdens de kleurenweek komt Elmer de olifant elke dag langs met een opdracht. De opdracht heeft met de kleur van de dag te maken. Om het kleurenfeest helemaal compleet te maken kun je de kinderen iedere dag op iets in de kleur van de dag trakteren. Bijv. Zoek op internet naar een kleurplaat van Elmer.
Kleur en Rijm
Zeg 2 kleuren achter elkaar (blauw, blauw - rood, groen - geel, rood), de kinderen zeggen jou na. Wat rijmt op rood? Wat rijmt op groen?
Vormen Verkennen: Spelenderwijs Leren
Vormen in de Kring
Leg enkele ronde en hoekige voorwerpen in de kleuren geel, rood en blauw in de kring (bijv. de logical blocs). Laat de kinderen er goed naar kijken en dan de ogen dicht doen. Haal een voorwerp weg en laat de kinderen weer kijken. Wat is weg?
Vormenspel op de Speelplaats
Voorbereiding: Teken op de speelplaats de vormen cirkel, vierkant, rechthoek en driehoek. Teken de vormen zo groot dat de hele klas erin kan staan.
De kinderen gaan naar buiten. Laat de kinderen van vorm naar vorm rennen door opdrachten te geven. Vraag telkens aan één van de kinderen: in welke vorm staan jullie nu?
Opdrachten:
- Je noemt een vorm, de kinderen rennen naar die vorm
- Je omschrijft een vorm, de kinderen rennen naar de vorm
- Je noemt een voorwerp dat die vorm heeft, de kinderen gaan er naartoe (bijv.
Op Zoek naar Vormen in de Omgeving
Ga met de kinderen op pad. Wandel door de school, over de speelplaats of leuker nog, een rondje door het dorp / de wijk. Ga op zoek naar vormen. Denk aan een deur in een huis, een raam, een knikkerpotje op de speelplaats, een rond geknipt boompje, verkeersborden…
Maak foto’s van de vormen die je ziet. Hang de foto’s later op in de klas.
Vormen in de Speelzaal
Vraag de kinderen of zij met elkaar een cirkel kunnen vormen. En een driehoek? Een vierkant?
Vormen Wegen
Nodig: een balans, logiblokken, eventueel gewichtjes
Zet de balans in de kring. Vraag de kinderen wat dit is. Wat kun je ermee en hoe heet dit (weegschaal)? De kinderen in mijn klas vertelden dat het is om fruit in de winkel mee te wegen.
Wat zou er gebeuren als ik deze cirkel in dit bakje op de weegschaal leg? (De schaal gaat omhoog of omlaag). Hoe komt dit? Leg de cirkel in het bakje en kijk wat er gebeurt. Is deze cirkel nu zwaar of licht? Wat zou er gebeuren als ik een groot, dun vierkant in het bakje leg?
Wat gebeurt er als ik nu een dik, klein vierkant in het andere bakje leg? Laat de kinderen veel verwoorden, uitleggen, voorspellen en nadenken!
Leg één vorm in het bakje en vraag de kinderen de weegschaal nu in evenwicht te brengen door in het andere bakje ook een vorm/vormen te leggen. Leg een gewicht in het ene bakje en laat de kinderen raden hoeveel logiblokken er nu in het andere bakje moeten om de weegschaal in evenwicht te brengen. En hoeveel om de weegschaal aan de kant van de blokken zwaarder te maken?
Vormen Voelen
Nodig: een voelzak (of plastic zak) en logiblokken
Stop een vorm in de voelzak. Laat een aantal kinderen voelen. Hoe voelt het? Hard of zacht? Dik of dun? Groot of klein? Welke kleur heeft het? Kun je dit voelen? Wat voor vorm zou het zijn? Waarom denk je dat?
Vormen Ervaren
Nodig: Een aantal voorwerpen met een duidelijke vorm waar je er 2 van hebt, bijv. 2 grote knikkers, 2 vierkante bouwblokken, 2 driehoekige voorwerpen en 2 rechthoekige voorwerpen, bijv. balken uit de bouwhoek. Verschillende rechthoekige, kartonnen dozen waar de voorwerpen in passen. Van elk voorwerp zet je er één voor de klas en de andere voorwerpen stop je in dozen.
Vertel de kinderen dat alle voorwerpen die ze zien ook in de dozen zitten. Zij moeten raden wat in welke doos zit.
Geef de dozen één voor één de kring rond. Laat de kinderen ermee schudden, de dozen op en neer bewegen, op de kop houden, luisteren enz. enz. Wat hoor je? Welke vorm zou het voorwerp hebben? Kan het rond zijn? Waarom wel/niet? Wat kan iets dat rond is wel en iets dat vierkant is niet?
Classificeren en Ordenen
Bespreek aan de hand van logiblokken verschillende vormen en kleuren. Vraag de kinderen welke vorm ze zien en leg uit waarom de vorm zo heet: een driehoek heeft drie hoeken, tel maar mee.
Leg een aantal hoepels in de kring. Leg in elke hoepel een logiblok, gesorteerd op vorm, kleur, grootte of dikte. Kunnen de kinderen ontdekken hoe jij de blokken gesorteerd hebt en er de andere blokken bij leggen? Laat de kinderen telkens benoemen wat ze neerleggen. Welke kleur heeft de logiblok en/of welke vorm?
Als alle blokken gesorteerd zijn, kun je deze activiteit nog een keer doen, maar met een ander kenmerk van de logiblokken, bijv.
Meervoudige Opdrachten - Geheugen
De logiblokken liggen in de kring. De kinderen moeten jou een logiblok brengen. Begin met enkelvoudige opdrachten, zoals ‘breng mij een geel blok’, ‘breng mij een cirkel’.
Tip! Je kunt de betrokkenheid bij deze opdracht vergroten door een leuk verhaal om de opdracht heen te vertellen.
Vormen Voeldoos
Stop enkele verschillende logiblokken in een voeldoos of voelzak. Introduceer de voeldoos in de kleine kring. De kinderen mogen om de beurt voelen en raden welke vorm ze vast hebben.
Raden Maar
Nodig: cadeaudoos en logiblokken
Leg van de logiblokken van elke vorm één blok in de kring: een groot, dik vierkant, een kleine, dunne rechthoek, een grote, dikke driehoek en een kleine, dunne cirkel. Bespreek de vormen met de kinderen. Hoe zien de vormen eruit?
Stop een precies dezelfde vorm als in de kring ligt in een (kleine) doos. Laat de doos de kleine kring rondgaan. De kinderen mogen met de doos schudden, hem op en neer bewegen etc. Ze mogen luisteren, maar niet kijken! Hoe klinkt de vorm in de doos? Zou het een grote vorm zijn of een kleine? Een dikke of een dunne?
Wat is Weg?
Leg enkele logiblokken op een rijtje in de kring. Begin bijvoorbeeld eerst met de vier vormen: cirkel, rechthoek, vierkant en driehoek. De kinderen doen de ogen dicht. Dan komt de vormendief. Hij haalt een vorm weg. Welke vorm is weg? Breid het spel uit door van elke vorm een grote en een kleine logiblok neer te leggen en speel het spel opnieuw.
Wanneer dit goed gaat kun je het spel weer verder uitbreiden door ook te variëren in dikke en dunne blokken. De vormendief kan ook meerdere blokken weghalen.
Logiblokkenrace
Bewegen jouw kleuters graag? Dan is dit een leuke activiteit met de logiblokken.
Geef alle kinderen een logiblok. De kinderen gaan aan de ene kant van de speelzaal tegen de muur staan. Geef de kinderen opdrachten, zoals: alle kinderen met een geel blok springen in de lucht, alle kinderen met een driehoek rollen over de grond. Alle kinderen rennen door de speelzaal, met een logiblok in de hand. Wanneer jij de vorm noemt die ze vast hebben, springen ze omhoog. Zet muziek op. De kinderen lopen met een logiblok in de hand door de speelzaal.
Wie is Het?
Geef alle kinderen een logiblok. De kinderen gaan op hun stoel staan, met de logiblok duidelijk zichtbaar voor zich.
Jij neemt één van de logiblokken in gedachten.
De kinderen mogen raden. Is het een cirkel? Nee? Dan gaan alle kinderen met een cirkel in de hand zitten. Is de vorm dik? Nee? Dan gaan alle kinderen met een dikke vorm ook zitten.
Detectivespel met Logiblokken
Hetzelfde principe als bij het spel ‘wie is het’, hierboven. Bij de detective hebben de kinderen zelf geen logiblok vast. Je kunt de blokken wel in de kring op de grond leggen.
Neem een blok in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen. Jij antwoordt alleen met ja of nee.
Zoek Iemand Die…
Een leuke start of juist afsluiting van een activiteit met de logiblokken:
Geef alle kinderen uit de groep een logiblok. Geef ze vervolgens de opdracht iemand te zoeken die hetzelfde kenmerk van logiblok heeft als zij zelf. De leerkracht bepaalt het kenmerk, op vorm, op kleur of op dikte. Dus geef de opdracht: “zoek iemand die dezelfde vorm heeft als jij en ga bij elkaar staan”.
De kinderen gaan op zoek en langzaam ontstaan er groepjes kinderen met hetzelfde kenmerk. Misschien hebben 2 kinderen hetzelfde, misschien wel 4. Als alle kinderen een maatje of meerdere maatjes gevonden hebben, kijk je met de hele groep of het klopt.
Wie Heeft ‘m?
Een leuk spelletjes ter afsluiting. De kinderen gaan één voor één weer uit de kring voor het werken of mogen hun jas gaan halen.
De kinderen hebben allemaal een logiblok in hun hand. Ze verstoppen deze in hun handen of onder hun trui. Jij noemt een logiblok, bijvoorbeeld de rode, grote, dikke rechthoek. Het kind dat deze logiblok heeft, brengt hem naar jou en mag de kring uit gaan.
Wil je de activiteit wat sneller laten verlopen dan noem je alleen een kleur, dikte of vorm.
Muziek en Vormen: Een Harmonieus Samenspel
We zaten in de kring. Ik gaf de kleuters de opdracht door het lokaal te lopen en te ontdekken wat geluid maakt. Zelf ging ik ook op ontdekkingstocht. We sloegen blokken tegen elkaar, graaiden in de bak met lego, deden de deur open en dicht, schudden met een potje met hazelnoten, drukten op de winkelbel in de winkelhoek, slepen een potlood aan, zetten een stoel hard neer, klopten tegen het raam, deden de kastdeuren open en dicht en nog veel meer.
Het was een lekker kabaal, een fijn kabaal vanuit betrokkenheid. Op mijn teken kwamen alle kleuters terug naar de kring. Ik vroeg verschillende kinderen wat ze ontdekt hadden en ze mochten dit geluid laten horen. Wanneer ze materiaal gebruikten dat makkelijk mee te nemen was, mochten ze dit in de kring zetten. Zo verzamelden we allerlei materiaal met verschillende geluiden.
Hierna introduceerde ik de vormen. Ik liet ze één voor één zien. Wisten de kleuters nog hoe ze heten? Ik vroeg ze bij elke vorm een passend geluid te kiezen. Een geluid dat één van de voorwerpen in de kring kon maken. Voor de cirkel kozen ze de receptiebel (pinggg), voor de rechthoek twee grote, rechthoekige blokken (BAM), voor het vierkant twee kleine blokken (tik) en voor de driehoek weer andere blokken (tik, tik, tik).
Ze konden precies vertellen waarom ze dit geluid zo vonden passen. Ik vroeg of de blokken bij de cirkel konden, maar nee, dat kon niet. Dat klonk niet ‘rond’. Ik merkte op dat de kinderen veel voorwerpen gekozen hadden waarmee de klas vol staat. Handig!
Ik gaf één kleuter de receptiebel (hij was de cirkel), een groep elk twee grote blokken (de rechthoek), een groep elk twee kleine blokken (het vierkant) enzovoorts. Alle kinderen hadden nu iets in hun hand. Met de logiblokken legde ik een partituur (cirkel, vierkant, rechthoek, cirkel, driehoek, vierkant, driehoek, cirkel, cirkel).
Ik vertelde de groep dat ik de dirigent was en pakte mijn dirigeerstok (een liniaal). Ik wees de vormen één voor één, rustig, aan. De kinderen speelden. Het orkest moest natuurlijk even oefenen. Sommige leden waren niet helemaal wakker, terwijl anderen verdronken in de muziek en maar door bleven spelen. Maar, na enkele keren oefenen ging het fantastisch! Pingg, tik, bam, pinggg, tik, tik, tik … Wat een concentratie.
We merkten op dat het handig is om je voorwerp gereed te houden, zodat je meteen kunt reageren als de dirigent jouw vorm aanwijst. Na even spelen, wilden de kleuters er graag een lied bij zingen. Welk lied? Een meisje zei: ‘Iemand belt aan en dan klopt hij op het raam en de deur!’ Ja, inderdaad, dat was wat we hoorden, pinggg, tik, tik … Wat een goed idee.
We bedachten samen een verhaal. Iemand belt aan (cirkel), maar er doet niemand open. Dan tikt hij tegen het raam (vierkant) en klopt aan de deur (rechthoek). Geen reactie. De hond wordt ongeduldig en krabbelt aan de deur (driehoek). Er wordt nog eens aangebeld … Uiteindelijk, aan het eind van het verhaal gaat de deur open. Wie doet dat?
Het was een gezellige les. De volgende keer gaan we hierop door. Misschien inspireert dit jou ook voor je muziekles. Bij het thema kleur en vorm of als idee voor een ander thema. Je kunt er zelfs twee lessen van maken.
Muziek Instrumenten Koppelen aan Vormen
Na het koppelen van een vorm aan een geluid, wilde ik hierop verder borduren met muzieksintrumenten. Ook instrumenten kun je aan de verschillende vormen koppelen. Daarvoor moeten de kinderen de instrumenten wel kennen: hoe klinken ze? En ook niet onbelangrijk: hoe heten ze?
Tijdens een eerdere activiteit, die een beetje mislukte, merkte ik dat de kinderen dit niet wisten. Ze hebben zo weinig met muziekinstrumenten gedaan dat ze geen idee hebben hoe ze klinken. Dus … een stapje terug.
Eén voor één kwamen de instrumenten uit mijn muziekdoos. Ik liet ze horen en vertelde hoe elk instrument heet. De instrumenten werden verzameld in de kring. Hierna noemde ik een naam van een instrument en een kind mocht het pakken. Toen alle kinderen een instrument hadden, pakte ik mijn ‘dirigeerstok’. Tijd om te spelen!
De kinderen mochten eerst vrij spelen, waarna we enkele oefeningen deden:
- Instrumenten die hetzelfde zijn spelen tegelijk
- Het eerste kind start met spelen, daarna valt het tweede kind in en zo verder tot iedereen speelt.
Ik benoemde de namen van de instrumenten en de kinderen letten goed op wanneer ze mochten spelen. Het orkest deed het geweldig.
Hierna wees ik een willekeurig kind aan. Dat kind bespeelde zijn instrument. Alle kinderen met hetzelfde instrument vielen in. Als ik verder liep, stopten ze met spelen. Ik wees een ander kind aan. Hij speelde en iedereen met hetzelfde instrument speelde mee en zo verder.
Toen dit goed ging, mochten alle kinderen de stoel omdraaien. Nu zaten ze met de ruggen naar elkaar in de kring. Ik tikte een kind aan, hij begon te spelen. Alle andere kinderen luisterden heel goed. Ze konden elkaar immers niet zien. De kinderen met hetzelfde instrument speelden mee. Dit was een leuke luisteroefening en nu de kinderen de instrumenten kenden, ging dat goed. De volgende keer kunnen we een stapje verder gaan.
Partituur Spelen met Instrumenten
Wat wil ik nog? De kinderen een eigen partituur laten maken. Welke stap moet ik dan nog nemen? De kinderen kennis laten maken met het spelen van een partituur met behulp van instrumenten. In een eerdere les deden we dit al met geluiden uit het lokaal. Nu wilde ik de koppeling naar de instrumenten maken.
Ik verzamelde de kinderen na het buitenspelen in de rij. Vol trots lieten ze me hun broodtrommels vol geraapte beukennootjes zien. ‘Hé, juf, dit maakt geluid!’ en uit een andere hoek: ‘Yes, we gaan muziek doen’.
Oke, even een aanpassing van het oorspronkelijke idee, maar ook hiermee kan ik mijn doel bereiken. De ‘beukennootjes-kinderen’ mochten hun geluid laten horen. Ze schudden erop los. Daarna gingen we samen op onderzoek uit. Wat maakt nog meer een schudgeluid? Welke instrumenten zijn schudinstrumenten?
Ik deelde ze aan de kinderen zonder ‘beukennootjes-instrument’ uit. Nu had iedereen iets. Weer mochten alle kinderen schudden. Ik merkte op dat het ontzettend mooi tegelijk ging en leuk klonk, maar toch was er iets anders. ‘Ja, juf, de belletjes klinken anders dan de schudinstrumenten!’
De twee groepen speelden even apart en we luisterden goed. Ja, we hoorden allemaal een verschil. Tijd om er vormen aan te koppelen. Voor de schudinstrumenten en dus ook de beukennootjes-instrumenten kozen de kinderen een rechthoek en voor de belletjes een cirkel. (De belletjes zijn namelijk rond, net als een cirkel.
Ik vroeg de kinderen ook eens met ogen dicht te luisteren. Hoe klinkt het geluid? Kan het schudden of niet? Met cirkels verschillend in grootte (de logiblokken en cirkels geknipt uit papier) legde ik een partituur. Ik vroeg de kinderen wat het verschil in grootte zou kunnen betekenden. Links van mij fluisterde een kleuter ‘de kleintjes zijn zacht’. Wat goed! Ik vroeg hem het nog eens te herhalen voor de groep en uit te leggen waarom hij dat dacht. Dat kon hij.
Een kleine vorm betekent zacht spelen en een grote betekent hard. ‘Wow!’ zei een jongen tegen zijn vriendje naast hem. ‘Kijk dan, daar! We mogen HARD!’ Ik vroeg nog eens welke instrumenten bij de cirkels hoorden (de belletjes) en keek de kinderen met belletjes aan. ‘Zijn jullie er klaar voor?!’ Daar gingen we!
Ik was de dirigent en wees de eerste, kleine cirkel aan. De kinderen speelden zacht. Daarna wees ik de volgende, iets grotere cirkel aan. De kinderen speelden harder. Daarna mochten ze nóg harder, toen weer zacht enzovoorts. Het ging meteen fantastisch. De kinderen waren zo gefocust en deden zo hun best!
Hierna deed ik hetzelfde met rechthoeken en de schudinstrumenten groep. Ook dit ging zo goed. Een partituur spelen. Eerst de cirkels.
Tenslotte legde ik een partituur van cirkels en rechthoeken in allerlei groottes door elkaar. ‘Orkest, kunnen jullie dit spelen? Zijn jullie er klaar voor? Wie spelen de cirkels? Wie zijn de rechthoeken?’ De kinderen wisten het precies. Zelfs de vierjarigen die net begonnen zijn snapten het helemaal. We konden beginnen!
Eigen Partituur Maken
Vandaag was het zover, de kinderen mochten hun eigen partituur maken en spelen. Toen de muziekles begon en ik vroeg wat we gingen doen, wist één kleuter het meteen: zelf muziek maken! Ik vroeg of de kinderen nog wisten wat de bedoeling was en refereerde aan de les van vorige week. ‘Jaaaa!’ riepen alle kleuters meteen. Oke, aan de slag!
De kinderen kozen een muziekinstrument, bespraken in hun groepje welke vormen hierbij passen, pakten deze vormen, groot en klein, en legden een partituur van logiblokken. Er werd druk gepraat, er was rumoer, er was af en toe wat herrie van al die muzikanten die tegelijk speelden en overal lagen logiblokken. Zou dit goed komen? Hebben de kinderen het wel begrepen?
Na een kwartier vroeg ik de groepjes of ze klaar waren om op te treden. Dat waren ze. Iedereen kwam in de kring. De instrumenten en logiblokken bleven liggen. Om de beurt mocht een groepje zijn muziekstuk laten horen. Wat was dat leuk! Heel geconcentreerd werd er gespeeld, gekeken, geluisterd.
Oudste kleuters namen uit zichzelf de leiding als dirigent en trokken de jongsten mee in het muziekstuk. Er bleek heel goed geoefend en overlegd te zijn! Alle kleuters deden mee en alle groepen speelden hun stuk in één keer goed. Er waren zelfs leuke verrassingen, zoals een groepje dat een vorm bedacht die ‘samen spelen’ betekende. Hier klonken alle instrumenten tegelijk.
Een jongen die niet zoveel van zichzelf laat zien tijdens reken- en taalactiviteiten, maar nu de leiding nam en keurig aangaf welke vorm zijn groep moest spelen. En van alle instrumenten werd de naam genoemd. De kinderen hebben ze onthouden.
Themawerken: Een Circuitaanpak
Twee keer in de week ga ik met mijn klas themawerken. Dit is een circuit met daarin zes onderdelen. De thema’s laat ik afhangen van het thema van onze leesmethode (Lijn 3). Ik kies hiervoor omdat hierdoor het thema uit de leesmethode nog meer gaat leven en de lessen uit de methode betekenisvoller worden. Tijdens het themawerken (twee maal per week) werken we ongeveer 40 minuten aan één onderdeel. De keer erop wisselen de groepjes en werken ze aan een ander onderdeel. Naast het themawerken werk ik ook met circuits nadat de kinderen klaar zijn met hun werkboekje van rekenen en lezen.
Onderdelen van het Themawerken Circuit
- De themahoek. In de themahoek kunnen de kinderen spelen over het thema waaraan we werken.
- Een creatieve opdracht.
- De computers.
- Spelletjes.
- Een schrijfopdracht.
- Het zesde onderdeel is vaak wisselend. Zo hebben we bijvoorbeeld een keer een onderdeel met blokken bouwen er in gedaan, een extra knutselopdracht in het circuit verwerkt of een opdracht met (chocolade)letters kleien.
Zoals hierboven beschreven werk ik dus vanuit de thema’s van Lijn 3. Vanaf thema 2 ben ik begonnen met het themawerken. Als themahoek had ik een restaurant gemaakt. De kinderen werden in deze hoek uitgedaagd om als ober of serveerster bonnetjes te maken met daarop wat de gasten wilden eten. De creatieve opdracht was een vrij uitgebreide opdracht. De kinderen gingen eerst zichzelf tekenen als kok met zwarte stift. Daarna gingen ze zichzelf inkleuren met kleurpotloden. Vervolgens een koksmuts vouwen (aan de hand van een voorbeeld).
De spelletjes waren in dit circuit spelletjes van ‘Met sprongen vooruit’. Dit zijn rekenspelletjes. Ik had gekozen voor de spelletjes ‘Dienaren van de koning‘ en ‘domino met getalsymbolen’. De schrijfopdracht was het maken van een menukaart. Ik had folders verzameld van de supermarkten. Hieruit mochten de kinderen etenswaren knippen die zij op hun menukaart wilden hebben. Als laatste onderdeel had ik de beebots toegevoegd. Ik had twee matten en twee beebots. Een mat met letters en een mat met cijfers. Voor de kinderen die al wat verder zijn in het leesproces was het een leuke uitdaging om woorden te maken.
Per thema bedenk ik dus activiteiten binnen deze onderdelen. Doordat het format al vast staat, is het vaak gemakkelijker om nieuwe opdrachten te bedenken. Af en toe wijk ik er natuurlijk ook vanaf ;).
labels:
Zie ook:
- Koken met een Thema: Creatieve Ideeën voor Elke Gelegenheid!
- Taart Paarden Thema: De Mooiste & Lekkerste Taarten Bestellen!
- Ontdek Wereldse Smaken: De Ultieme Thema-avond Eten voor een Culinaire Reis Thuis!
- Onmisbare Tips om Lasagne Perfect Voor te Bereiden en Vooruit te Maken!
- Ontdek de Beste Hutspot Recepten met Prei: Verrukkelijke Variaties en Smakelijke Combinaties




