De roman Turks Fruit van Jan Wolkers, gepubliceerd in november 1969, is een aangrijpend verhaal over liefde, verlies en de confrontatie met de dood. Wolkers beschrijft de liefdesrelatie tussen de hoofdpersoon en Olga expliciet. Het boek staat bekend om de weinig verhullende seksscènes. De spanning in dit boek zit voornamelijk op psychologisch niveau, het boek bevat weinig actie. Wolkers heeft dit boek slim in elkaar gezet.

Het boek leest in eerste instantie redelijk makkelijk weg. Er worden nauwelijks moeilijke woorden gebruikt en bovendien maakt Jan Wolkers veelvuldig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en beeldspraak, waardoor je je een goed beeld kunt vormen van de gebeurtenissen. Dit boek is uitermate geschikt om heel gedetailleerd te (leren) lezen, dan zul je er heel wat diepere lagen en betekenissen uit kunnen halen. Let bijvoorbeeld eens op de huisdieren die de hoofdpersoon en Olga verzorgen.

Verhaal en thematiek

De roman is geschreven naar aanleiding van het feit, dat Wolkers' tweede vrouw, Olga Stabulas, hem verliet. De toevallige ontmoeting met Olga, acht weken na het ongeluk, vindt plaats op de kermis in de Amsterdamse Nieuwmarkt. Ze gaat met hem mee naar zijn atelier en blijft daar drie weken. Deze tijd van heftige erotiek loopt uit op een door de beeldhouwer gedicteerde brief van Olga aan haar ouders, waarin ze de band met hen verbreekt.

Hoofdthema is het bederf. In de liefdesroman luidt de ontbinding van de liefde tussen Olga en de beeldhouwer de lichamelijke aftakeling van Olga in. Het hele boek zit vol grote en kleine doodsverhalen. Die kleine verhalen, vaak handelend over stervende dieren, verwijzen steevast naar het grote (liefdes)drama. Het vrouwenlichaam wordt ontluisterd door een tumor - waarop het verhaal op vele manieren vooruitloopt - die dood en verderf zaait.

De band tussen moeder en kind (Olga) wordt in Turks fruit voorgesteld als een systematisch vergiftigde relatie. Niet alleen het kind Olga is vergiftigd, ook haar ‘kinderen’ - dat wil zeggen poppen en dieren - zijn ten dode opgeschreven. De fatale poppen- en dierengeschiedenissen in Turks fruit zijn tevens voorbodes van Olga's eigen slopende levensloop. Het is niet echt opmerkelijk, dat Wolkers in Turks fruit de dierenwereld op allerlei manieren met de mensenwereld vermengt.

De moeder van Olga is een heks die haar dochter met een vergiftigde appel te gronde richt. Het gif diende haar moeder vroeger toe via haar borst. Later is de telefoon de surrogaatappel. Een ander hoofdstuk draagt de titel ‘De wraakappel’. Olga gedraagt zich in Turks fruit als een stiefdochter in de Assepoester-traditie. Vlak voor haar dood ziet Olga er met haar rode pruik uit als ‘een opgeblazen kwaadaardige sprookjesprinses. Een grimmige leugenachtige stiefzuster van Assepoester.’ De beeldhouwer komt tot het besef dat het gif niet meer uit het lichaam van Olga kan schieten en dat hij niet de rol van prins, opwekker van het leven, kan spelen.

Turks fruit is doordrenkt van de Wolkeriaanse gedachte dat het leven de dood met zich meedraagt.

De personages

  • Erik: een beeldhouwer, die duidelijk heel anders leeft dan 'gewone' mensen. Voor hem bestaat de hele wereld eigenlijk uit hem en Olga.
  • Olga: bang voor zwangerschap en houdt daarom niet van kinderen. Wel houdt ze erg van dieren. Ze is erg praktisch.
  • Olga's moeder: voor Erik de boze heks. Ze is heel berekenend. Echt geluk kent ze niet.

Stijl en structuur

Turks fruit is een achronologisch opgebouwde ik-roman. De naamloze beeldhouwer probeert er, als ik-verteller, achteraf achter te komen hoe en waarom zijn verhouding met Olga is stukgelopen. De roman is een gekleurde reconstructie van het verleden waarin de beeldhouwer Olga ontmoet, met haar trouwt en enkele jaren gelukkig is. De roman begint vlak nadat Olga de ik heeft verlaten.

Vanuit dat vertellersheden tracht de ik de legpuzzel van zijn vroegere leven met Olga bij stukjes en beetjes op te lossen. De lezer krijgt alleen zicht op dat verleden via het perspectief van de ik-verteller. Die blik is sterk subjectief en partijdig. De motor van de bewogen reconstructie is de emotionele betrokkenheid en het associatieve vermogen van de ik.

Door de achronologische vormgeving van Turks fruit - de gekleurde vermenging van nu en toen - ontstaat een emotionele reconstructie. Hoewel Turks fruit vol doodsverhalen zit, is het vitalisme op elke bladzijde voelbaar, tot in de stijl. Dat vitalisme, die bezwering van de angst, culmineert in een vaak barokke stijl vol gedurfde beeldspraken.

Autobiografische elementen

De meeste boeken van Jan Wolkers bevatten autobiografische elementen, maar kunnen niet het etiket bekentenisliteratuur opgeplakt krijgen. Het materiaal uit zijn leven bewerkt Wolkers zodanig, dat ‘de werkelijkheid van Turks fruit’ slechts een verwijzing is naar de echte werkelijkheid. De realiteit van Werkkleding wordt in Turks fruit zo aangepast, bewerkt of verwerkt, dat die functioneel wordt voor het verzonnen verhaal. Turks fruit is geen pure autobiografie, maar een roman met autobiografische trekjes.

Reacties en kritieken

Dat Turks fruit in 1969 verscheen zonder dat er een storm van moreel protest tegen de openhartige beschrijving van seksualiteit opstak, is niet in de laatste plaats aan Wolkers zelf te danken. Een heleboel wordt volgens hem aan de lezer overgelaten. Het verhaal is een aflopende lijn en de ter dood veroordeelde liefde dient heel letterlijk genomen te worden.

K.L. Poll vond Turks fruit een ‘smetteloos passieverhaal’ dat van begin tot eind doorzichtig is. Paul de Wispelaere is enthousiast, al merkt hij wel op dat Wolkers zich niet bezighoudt met de technische problemen van de moderne romanliteratuur, ‘maar zijn verhalen en romans zijn vaak geraffineerder en meerlediger opgebouwd dan op het eerste gezicht wel lijkt’.

Voor hem is Turks fruit een mislukte roman met een beperkte visie op de vrouw (de vrouw als lustobject) en bevat het boek ‘clichés en kitsch-elementen’. De morele verontwaardiging komt vooral uit christelijke hoek. J. van Doorne signaleert schuttingtaal en viezigheden die nauwgezet door Wolkers beschreven worden.

Verfilming

Een aantal van zijn romans zijn verfilmd, waaronder Turks Fruit. Deze film uit 1972, met Monique van de Ven en Rutger Hauer in de hoofdrollen, behoort inmiddels tot de ‘canon’ van Nederlandstalige films.

labels:

Zie ook: