De vraag of je "uit eten" als twee woorden of als één woord ("uiteten") schrijft, is een veelvoorkomende. Gelukkig is het antwoord simpel: beide spellingen kunnen correct zijn, afhankelijk van de context.
Volgens Van Dale kun je zowel uit eten als uiteten schrijven. Maar andere taalinstituten zijn het hier niet mee eens en schrijven het los van elkaar.
Wanneer schrijf je "uit eten" los?
Als uit eten de betekenis heeft van 'buitenshuis eten', dan schrijf je het doorgaans in twee woorden. De constructie uit eten gaan is vergelijkbaar met uit winkelen gaan, uit werken gaan of uit jagen gaan; daarmee wordt aangegeven dat een bepaalde activiteit buitenshuis verricht wordt.
De woorden uit eten combineer je vaak met de werkwoorden gaan, willen of zijn:
- ‘We gaan/willen vanavond uit eten’
- ‘Ik ben daar al een tijdje niet uit eten geweest’
Voorbeelden:
- Uit eten gaan is niet alleen een culinair genoegen, het is ook bij uitstek een sociaal gebeuren.
- Om hun eerste huwelijksverjaardag te vieren, zijn ze gisteren naar een restaurant uit eten gaan.
Wanneer schrijf je "uiteten" als één woord?
Het werkwoord uiteten is in sommige betekenissen wel duidelijk een samenstelling (één woord). In Ben je eindelijk uitgegeten? betekent het klaar zijn of stoppen met eten.
Uiteten komt een enkele keer voor in zinnen als:
- We hebben onze collega die afscheid neemt gisteren uitgegeten (een afscheidsdiner aangeboden).
- Zijn zogenaamde vrienden hebben hem volledig uitgegeten (de vrienden hebben gegeten/geleefd op zijn kosten).
Regionale verschillen
Naar een restaurant gaan of uit eten gaan is standaardtaal in het hele taalgebied. Op restaurant gaan is standaardtaal in België. De constructie op restaurant gaan wordt veelvuldig gebruikt in de standaardtaal in België.
Vergelijkbare constructies:
- Op café gaan
- Op hotel gaan
Alternatieven:
Standaardtaal in het hele taalgebied zijn:
- Naar een restaurant gaan
- Uit eten gaan
- Naar een café gaan
- In een hotel logeren
- En dergelijke
Klemtoon
De klemtoon ligt bij uit eten gaan op het woord dat die activiteit uitdrukt: eten.
In ‘Zullen we uit gaan eten?’ ligt de klemtoon eerder op uit: zo'n zin benadrukt dat iemand graag buiten de deur wil gaan eten in plaats van thuis.
labels:




