Tomaten zijn heel erg gezond, een goede reden om ze aan je kind te geven. Ze zitten vol vitaminen C en A. Toch beginnen de meeste moeders er vrij laat mee. Zo tussen de 10 en 12 maanden is de tijd dat moeders voorzichtig beginnen met het voeren van tomaten aan babylief.

Waarom wachten met tomaten?

De tomaten zijn zuur. Ze zien er zo stralend rood uit, maar ze zijn redelijk “zuur”, dat kan de reden zijn dat een tomaat bij heel jonge kinderen niet goed valt. Sommige kinderen krijgen op jonge leeftijd ook uitslag op de billen of rond het mondje. Als dat gebeurt, haal je het gewoon van het menu tot ze wat ouder zijn, niks aan de hand.

Overigens: dit gebeurt eigenlijk alleen bij ongekookte exemplaren, bij de gekookte versie is het zure er wel af. Daarmee loop je dus minder risico. Overleg gewoon even met het consultatiebureau als je niet zeker van je zaak bent.

Heel veel mensen realiseren zich dat niet omdat wij ze in enorm veel groentengerechten verwerken, maar tomaten zijn geen groenten. Het is fruit!

Babyhap met tomaat: Saus maken

Een babyhap met tomaten is echt appeltje eitje om te maken.

Wat heb je nodig?

  • 4 of 5 grote tomaten
  • Ongeveer halve liter water
  • Kruiden zoals rozemarijn en oregano en wat je lekker vindt (knoflook mag ook)

Wat moet je doen?

  1. Was de tomaten grondig en ontvel ze.
  2. Snij ze in kleine stukjes en giet er het water over.
  3. Kook ze tot ze puree zijn.

Wanneer starten met oefenhapjes?

Je start met het geven van oefenhapjes als je baby tussen de 4 en 6 maanden is. Begin niet eerder en niet later. Kijk vooral of je baby eraan toe is. Maakt je baby steeds smakkende geluidjes? Kijkt die het eten uit je mond? Dan kan het tijd zijn om met de oefenhapjes te beginnen. Doet je baby dat nog niet? Dan kun je het altijd een keer proberen, maar als je baby afwijzend reageert (draait hoofd weg, wordt verdrietig) kun je beter nog even wachten. Probeer het dan na een paar dagen nog eens. Iedere baby heeft een eigen tempo.

Het is belangrijk dat je kind in ieder geval rechtop zit en goed kan slikken. Als je kind 6 maanden is, dan heeft die ook echt vaste voeding nodig naast borst- of flesvoeding. Geef bijvoorbeeld een lepeltje geprakte groente of fruit of geef een klein stukje brood wat je zacht maakt door het te dopen in wat borstvoeding of flesvoeding. Ook een lepeltje fijngemalen gaar gebakken vlees of gaar gebakken vis is mogelijk.

Geef in het begin het liefst eten met een zachte smaak, dan is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot. Geschikt fruit om mee te beginnen voor je baby is bijvoorbeeld banaan, perzik, peer en meloen. Groente met een zachte smaak die geschikt zijn om mee te beginnen zijn bijvoorbeeld bloemkool, doperwtjes, boontjes, broccoli, worteltjes of pompoen.

Gaat het goed? Je baby kan als hapje ook pasta, aardappel of rijst proberen. Maal het wel goed fijn of prak het goed fijn met een vork. Geef in het begin, witte pasta, witte rijst en eventueel als je pap wilt geven, af en toe wat pap van rijstebloem. Witte soorten bevatten minder vezels dan volkorenpasta of zilvervliesrijst. Gaat dat goed? Stap dan geleidelijk over op volkorenpasta en zilvervliesrijst. Je kunt zodra je baby gewend is aan het eten van oefenhapjes ook bruin brood geven als oefenhapje.

Laat je kind eerst wennen aan losse smaken. Geef dus eerst nog geen gemengde smaken. Zorg ook dat je één smaak meerdere keren laat proeven. Het herhalen van smaken is belangrijk. Dit hoeft niet per se op achtereenvolgende dagen. Een kind moet soms wel 10 keer proeven voordat hij een smaak leert waarderen. Als je kind gewend is aan de losse smaken kun je voor de afwisseling smaken gaan combineren.

Een goed uitgangspunt is om te starten met 1 of 2 keer per dag 3 tot 4 lepeltjes. De oefenhapjes geef je naast de melkvoeding. Daarom is het beter niet te veel te geven, je wilt namelijk niet de trek in borst- of flesvoeding van je baby verminderen. Je kunt het langzaam opbouwen, totdat je vanaf 8 maanden echt melkvoedingen gaat vervangen. Elk kind heeft andere behoeftes, dus harde richtlijnen voor de hoeveelheid zijn niet te geven. Geef een hoeveelheid die jouw kindje prettig vindt. Dring geen eten op.

Geef de hapjes direct na een borst- of flesvoeding. Of geef de hapjes tussen 2 voedingen door. Je kind is dan ontspannen en heeft geen enorme trek meer. De oefenhapjes kun je fijnmaken met een blender of staafmixer of prakken met een vork. In het begin maak je het hapje heel fijn. Als je kind dit allemaal makkelijk eet, prak je het iets minder fijn. Wanneer je kindje alleen nog maar een paar lepeltjes krijgt, is het makkelijk om iets fijn te prakken wat op je eigen bord ligt. Zorg er dan voor dat er geen zout door je eten zit. Of prak wat van het stuk fruit dat je tussendoor eet.

Spuugt je kind het oefenhapje uit? Dat is helemaal niet gek. Want het is nogal wennen: een nieuwe smaak, een gekke structuur en het dan ook nog moeten doorslikken. Misschien is je kind nog niet toe aan het eten van oefenhapjes. Probeer het over een tijdje nog een keer, want het is een kwestie van oefenen. Let er wel op dat je kindje bij de leeftijd van 6 maanden deze oefenhapjes echt nodig heeft.

Geef je kindje elke dag 10 microgram extra vitamine D tot die 4 jaar oud is. Met oefenhapjes went je kind aan andere smaken dan die van warme melk. Verder leert je kindje happen van de lepel en oefent zo de mondspieren. Als je tussen de 4 en 6 maanden begint met oefenhapjes kun je de kans op een voedselovergevoeligheid bij je baby verkleinen.

Wat je beter niet kunt geven

Er zijn een aantal producten die je beter niet kunt geven, zoals rauw vlees, rauwe vis of rauw ei, leversmeerworst of leverpaté, kaas en honing. Bekijk wat je beter niet kunt geven aan je kind. Ook is het niet nodig om zoetigheid te geven, zoals een koekje vermengd door het hapje. Baby's kunnen dan een voorkeur krijgen voor zoet en wennen niet eerst aan losse smaken. Ook kan het eten van zoetigheid de trek in gezond eten verminderen, waardoor je kindje minder gezonde hapjes eet.

Hieronder een overzicht van voedingsmiddelen die je beter niet aan je baby kunt geven:

  • Rauw vlees en producten van rauw vlees, zoals filet américain, ossenworst, carpaccio of niet-doorbakken tartaar. Hierin kunnen ziekmakende bacteriën zitten. Jonge kinderen zijn daar extra gevoelig voor.
  • Rauwe schaal- en schelpdieren.
  • Rauwe of voorverpakte gerookte vis zoals sushi en gerookte zalm. Hierin kunnen ziekmakende bacteriën zitten. Jonge kinderen zijn daar extra gevoelig voor.
  • Rauwe eieren en producten met rauwe eieren, zoals zelfgemaakte mayonaise. Hierin kunnen ziekmakende bacteriën zitten. Jonge kinderen zijn daar extra gevoelig voor.
  • Lever, dit bevat veel vitamine A. Te veel vitamine A kan zorgen voor hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid en vermoeidheid bij je kind.
  • Smeerkaas, dit bevat veel verzadigd vet en zout.
  • Kaas gemaakt van rauwe melk. Als kaas gemaakt is van rauwe melk staat op het etiket ‘gemaakt van rauwe melk’ of ‘au lait cru’. Naast verzadigd vet en zout kunnen hier ziekmakende bacteriën in zitten. Jonge kinderen zijn extra gevoelig voor voedselinfecties.
  • Gewone koemelk. Wacht met het geven van gewone koemelk tot je kind 12 maanden oud is. Borstvoeding en flesvoeding zijn beter afgestemd op de behoefte van een baby. Het bevat meer goede vetten, minder zout en minder eiwitten dan gewone melk. Een beetje gewone melk is niet schadelijk, een baby kan het gewoon verteren. Maar als die te veel gewone melk drinkt, krijgt die te veel eiwit binnen. Te veel eiwit kan schadelijk zijn voor de nieren van een baby.
  • Thee, zoals kaneelthee, venkelthee of anijsthee. In deze soorten kruidenthee kunnen plantengifstoffen zitten die niet goed voor ze zijn. In borstvoedingsthee zit vaak ook venkel of anijs en soms ook kaneel. Drink als je borstvoeding geeft ook geen (borstvoedings)thee met venkel, anijs of kaneel vanwege de schadelijke plantengifstoffen die hierin kunnen zitten.
  • Zout. Het beste is om geen zout aan het eten toe te voegen. Producten hebben vaak al veel smaak van zichzelf.

Maak je niet ongerust als je één keer een product uit de 'geef niet'-categorie hebt gegeven. De kans dat het ook echt schadelijk is voor je baby is klein. Jonge kinderen hebben een minder goede weerstand. Van sommige producten krijg je eerder een voedselinfectie, vooral van rauwe dierlijke producten, vlees, vis of eieren. Om een voedselinfectie te voorkomen bij je baby is het belangrijk om bepaalde producten te mijden, maar is het ook extra belangrijk dat je hygiënisch werkt bij het koken en klaarmaken van eten.

Rauw of gekookt?

Nadat uw kindje, tussen 5 en 8 maanden, kennis heeft kunnen maken met gekookte ingrediënten, kan er tussen de 8ste en 10de maand worden begonnen met het geven van rauwe groenten zoals wortel of komkommer. Fijn geraspt en gemarineerd in sinaasappelsap voor de wortel, of in yoghurt met een scheutje citroensap om de textuur te verzachten, leveren deze ingrediënten een bijdrage aan het culinaire avontuur van uw baby dat diversifiëren heet.

Vanaf 6 maanden kunt u gerust een takje peterselie of een paar blaadjes basilicum meemixen met de soep. Tijdens het leerproces van het kauwen, is uw baby inmiddels in staat om een schijfje appel of een stukje banaan te eten. Fruit is het eerste voedsel dat uw baby rauw mag eten. De overige ingrediënten dienen gaar te zijn, de maag van uw kindje is nog niet voldoende volgroeid om de harde vezels van bij voorbeeld selderij, artisjok of biet te verteren. Anderzijds biedt het kookproces het voordeel dat bacteriën worden vernietigd die eventueel aanwezig kunnen zijn in vlees of vis. Deze voedingsstoffen dienen tot de leeftijd van 2 jaar volledig gaar gekookt te worden.

De voor- en nadelen voor uw kindje

  • Een voordeel van een rauwe babymaaltijd is dat uw baby alle vitamines binnenkrijgt en hij zijn eerste tandjes kan gebruiken met de ingrediënten die zijn voorkeur hebben.
  • Het voordeel van het koken van voedingsmiddelen is dat uw kindje kennis kan maken met nieuwe aroma’s en texturen van nog onbekende ingrediënten (of zacht of knapperig).

De effecten van het kookproces op de smaak, de textuur, etc.

Het kookproces veroorzaakt een vochtonttrekking uit wit vlees en gevogelte, en bij roosteren, grillen en opbakken tevens een afname van de vetten. Deze vleessoorten kunnen dus gepureerd perfect worden gecombineerd met waterhoudende bestanddelen zoals sla, snijbiet, tomaat, pompoen, radijs, komkommer of aubergine. Daarentegen krijgen rijst en pasta een verhoogd volume door de opname van water tijdens het kookproces.

Door koken krijgt fruit en groente een zachtere structuur, maakt ze romigere en makkelijker te verteren. Denk hierbij maar eens aan moes of compote en velouté (romige soep). Door te koken krijgen de ingrediënten meer, minder of een andere kleur. Vlees bruint door de stolling van proteïnen en pigmenten. Plantaardige producten verbleken naargelang de aard van de pigmenten, de zuurgraad en de kookomgeving. Groene groente vergeelt als het te lang en bedekt wordt gekookt. Pasta, gebak en met meel bestoven producten kleuren door het karameliseren van het zetmeel.

Afhankelijk van de gebruikte kooktechniek en onder invloed van hitte verzamelen zich bepaalde bestanddelen in het midden van de voedingsmiddelen. Bij voorbeeld smaakstoffen die de ingrediënten tijdens het kookproces vergezellen (aromatische garnituur, bouillon, zoute of zoete vloeistof) impregneren de ingrediënten met hun smaak. Een kookproces voor groente op basis van melk of bouillon is een extra aanwinst op smaakgebied voor uw kindje.

Sommige vitamines of mineralen zijn gevoelig voor hitte, ze kunnen wat in kwaliteit afnemen, afhankelijk van de kooktijd en de temperatuur.

Rauw eten: wat en hoe?

Fruit en groente dient voor de consumptie grondig in schoon water te worden gewassen. Om alle resten van insecticiden te verwijderen, is het goed om enkele druppels citroensap aan het water toe te voegen. Denk ook aan tuinkruiden: peterselie, basilicum en dille en ook ui, knoflook, sjalotten, etc. Zij zijn een goede bron van beschermende bestanddelen (vitamines, mineralen) en geven een kenmerkende smaak.

Welke kookmethode verdient de voorkeur?

Hieronder een overzicht van verschillende kookmethoden en hun voordelen:

  • Stomen: Hiermee behouden de ingrediënten hun natuurlijke smaak en het merendeel van de vitamines.
  • Koken in water: Vitamines en mineralen komen terecht in het kookwater… denk er dus aan het op te vangen en te gebruiken in uw bereidingen.
  • En papillote: Deze methode heeft dezelfde voordelen als stomen, maar het feit dat de voedingsmiddelen worden ingepakt in bakpapier biedt het voordeel dat er ingrediënten aan kunnen worden toegevoegd om uw kindje te laten kennismaken met de eerste, verscheidene smaken: verse tuinkruiden; kervel, peterselie of basilicum, of zachte specerijen zoals kurkuma.
  • Grillen: Met goede plantaardige oliën, olijf- of pindaolie, verkrijgt men een stevige en knapperige structuur.
  • Bakken: In combinatie met vet, olie of boter, krijgen groente, fruit maar vooral vlees en vis een bijzondere en lekkere smaak.
  • Sudderen of als soep: Hierbij trekken de ingrediënten tijdens een langzame garing profeit uit een fusie van de bestanddelen. De texturen worden verzacht, net als de smaak die ook nog eens wordt verhoogd. Twee eigenschappen die door kinderen zeer op prijs wordt gesteld.
  • Frituren: Deze kookmethode in hete olie geeft een knapperige en vette textuur aan de voedingsmiddelen. Door de meeste kinderen wordt deze bereidingsmethode zeer op prijs gesteld, maar dient gelimiteerd te worden tot een keer in de week. Let op: de te lang gefrituurde of verbande delen kunnen giftig zijn voor uw kindje.
  • Als compote: Een zachte bereidingswijze die het voor uw kindje mogelijk maakt alle fruitsoorten te kunnen verteren.

labels:

Zie ook: