De hier aangeboden preekschetsen zijn geschikt voor twee (jeugd- of thematische leerdiensten) die het beste kort na elkaar gehouden kunnen worden. Het verdient aanbeveling om ze als (samenhangend) tweeluik onder de aandacht van de gemeente te brengen. De eerste preekschets/kerkdienst is een loflied op de beleving van de tweeheid van man en vrouw en de schoonheid van het huwelijk. De tweede preekschets/kerkdienst is een principiële (bijbelse) relativering van datzelfde huwelijk. Het eerste, het loflied, mag er voluit zijn, als het tweede, de relativering, maar tegelijk beseft wordt. Het huwelijk is niet het einde, niet het een-en-al. Zo ergens, dan wel in de christelijke gemeente, weten we dat.
I. Twee zijn meer dan één - Genesis 2 vers 15vv.
‘Twee zijn meer dan één’ - weet de Prediker al (Pred. 4 vers 9vv.). Hoe krijgt iemand het anders ooit warm in de koude woestijnnacht? Daarvoor moet je samen zijn. Zoals samen zwoegen méér dan het dubbele oplevert. En nog iets anders, wanneer je bij het werk valt, en je bent alleen, dan ben je nergens. Twee zijn meer dan één. Bij uitstek geldt dat van de man-vrouw-relatie. Wie het Oude Testament leest, kan er niet om heen: twee zijn meer dan één. Het huwelijksverbond en -contract is een economische, sociale noodzaak. Alleen blijven - of alleen achterblijven - daarentegen is een ramp.
De gelovige Israëliet zou het zich niet kunnen voorstellen, dat iemand er voor zou kiezen alleen te blijven. ‘Het is niet goed dat de mens alleen zij’ (Gen. 2 vers 18) verkondigt het scheppingsverhaal als - scheppend, willend - Woord van God. We lezen dus niet met de NBV ‘… en God, de HEER dacht ….’, als een inkijkje in Gods innerlijke overwegingen. Nee, ‘… de HERE God sprak: “Het is niet goed dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.”‘ Dat is verkondiging aan de hoorder van het scheppingsverhaal. Zo is het de wil van God. Bij menszijn hoort dat er iemand is die ik kan aanspreken en die mij aanspreekt. Aldus geschiedt.
God formeert de dieren uit dezelfde aarde als de mens. Hij voert ze langs bij Adam om te zien hoe deze ze zal noemen. Is ‘de hulp als tegenover’ erbij? Wanneer de dieren bij Adam langskomen, dan geeft hij hen namen naar hun aard. De rentmeester, deze ‘schipper-naast-God’ wijst daarmee de dieren hun bestemming aan. Maar het echte maatje, de echt-genoot is er niet bij. De dieren zijn geen antwoord-schepsels. Ook de hond niet.
Je kunt een hond nemen, omdat het ‘zonder je (overleden) partner zo stil is in huis’, maar het antwoord-schepsel is hij niet. Het laatste dier is aan Adam voorbij gegaan, als de avond valt. Nog steeds geen maatje. Wat staat hij daar nog steeds alleen, met zijn rode huid, naakt en kwetsbaar. Nee, het is niet goed dat de mens, de Adam uit de adama, de rode aarde, alleen zij. Maar waar zal zijn hulp vandaan komen?
En dan is daar ineens Eva. Adam wrijft zijn ogen uit. Nu is het anders dan gisteren met die dieren. ‘Deze is het - been van mijn been, vlees van mijn vlees.’ Op het moment dat hij haar ziet, gebeurt er iets anders bij en in hem. Op het moment dat zij hem ziet, gebeurt er tegelijk iets anders bij en in haar. Kijk! Zie je dat meisje uit Sulem, zoals ze danst tussen twee reien? Wat zijn je voeten mooi in je sandalen, koningskind! Zo kijkt hij naar haar. Anderen zien het misschien niet aan haar af, maar hij ziet het wel. En zo gaat dat omgekeerd ook. Zijn benen zijn als zuilen van albast, op voetstukken van zuiver goud. Zijn gestalte is zo fier als een ceder van de Libanonl Zijn mond is zoet - aan hem is alles begeerlijk.
De bijbelschrijver spreekt er hooggestemd over. De schepping is goed. Aantrekkingskracht is goed. De seksuele gemeenschap is goed. Kinderen die daaruit voortkomen zijn een zegen van God en een bekroning op de nieuw-gevormde gemeenschap. ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten, en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn.’ (Gen. 2 vers 24) Zo gaat het. Dat is de aantrekkingskracht. Hier is niets op tegen en hier is alles vóór. Het Oude Testament kan zich niet voorstellen dat je daar anders over zou kunnen denken. Alleen-zijn is niet de bedoeling, alleen komen te staan is een ramp, kinderloosheid is een vloek, kiezen alleen te gaan is onvoorstelbaar.
Daartegenover wordt de liefde tussen een jongen en een meisje uitbundig en met voelbaar welbehagen bezongen. Wanneer Adam zijn ogen opendoet en Eva ziet, dan is hij op slag klaar wakker. De kooswoordjes komen als vanzelf. Onstuimig is hij. Zij aarzelt nog. Daar kun je je iets bij voorstellen. Het is nog maar haar eerste dag in de hof. Meisjes van Jeruzalem, ik bezweer jullie bij de gazellen, bij de hinden op het veld. Wek de liefde niet, laat haar niet ontwaken, voordat zij het wil. Niet voordat zij, de liefde, het wil, eraan toe is. Zo fluistert zij. Zusje, bruid, een besloten hof ben jij, een gesloten tuin, een verzegelde bron.
Hij overweldigt haar niet. Hij weet van wachten. Echte liefde dwingt de ander niet. Met elkaar verkeren is voor hem, voor hen samen geen premoderne onzin. Zij weten dat een romance tijd vraagt. Zij weten dat verlangen spanning geeft en daardoor juist wordt echte liefde spannend. Hij overweldigt haar niet. Zo kan de liefde ontluiken en worden tot verlangen en hartstocht. Daar is tijd voor nodig, vertraging zelfs. Een laat begonnen lente is vaak het meest overvloedig.
Als het dan haar tijd is, hoor dan de bruid, luid en duidelijk.Ik sliep maar mijn hart was wakkerHoor, mijn lief klopt aan!‘Doe open, zusje, mijn vriendin, mijn duif, mijn allermooiste.Mijn hoofd is nat van de dauwMijn lokken vochtig van de nacht’‘Maar ik heb mijn kleed al uitgedaan, moet ik het weer aandoen!?’(…)Mijn lief stak zijn hand naar binnen,Een siddering trok door mij heen - om hem!Toen sprong ik op, ik ging hem opendoen.
Dit is goed. God heeft haar een duwtje. Als het ware leidt Hij Eva naar haar bruidegom. Zoals in een klassieke scène de vader zijn dochter naar het altaar leidt. Adam komt op haar toe. Onweerstaanbaar. ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aanhangen.’ Dit is goed. Die twee worden één in een geestelijke en erotische eenheid, en daarmee vormen zij een veilige basis voor een economische eenheid om samen de aarde te kunnen beheren. Daartoe zijn zij elkaar gegeven. Immers - hoe zou je alleen tegen die taak opgewassen zijn?
Zit het leven echt zo in elkaar? De dienst is hooggestemd. De preek heeft de toon van het loflied. De schepping is goed, zeer goed. Het door God geschonken leven van man en vrouw is goed. Alle gaven die God geeft zijn goed, indien met dankbaarheid genoten. Wat staan zij daar kwetsbaar en naakt, deze man en zijn tegenover. Naakt zonder schaamte. Het meest intieme moment dat er is. Kan dat wel goed gaan in een wereld vol schaamteloos naakt? Vaak is het niet goed gegaan. Al te vaak gaat het niet goed. Is ‘niet trouwen’ wellicht beter? En nog wat anders. Hoe klinkt dit alles wanneer je alleen gaat en dat niet koos? Hoe hoor je dit loflied op het huwelijk als dat jou op de lippen bevroren is?
En ten slotte nog iets. Is twee nog steeds meer dan één? Heeft hij haar werkelijk (nog) nodig, en zij hem: om economisch, sociaal en cultureel te kunnen leven en te kunnen overleven? Niet echt, toch? Steeds meer jongeren, dus ook jonge vrouwen, gaan bewust (en een leven lang?) alleen. Als keuze.
II. Heeft de single de toekomst?
De preek in deze tweede dienst rond ‘relatie, seksualiteit, huwelijk en alleen gaan’ is anders van toon dan die in de eerste dienst. Daar vraagt de thematiek om. En daar vraagt het tekstgedeelte, I Korintiërs 7, ook om. Er is immers heel veel ‘chaos rond eros’. Dat gold toen en dat geldt nog. Daar lopen we niet voor weg. Paulus in elk geval niet. Hoewel hij het er wel moeilijk mee heeft. En wij soms weer met Paulus en zijn uitspraken over het huwelijk. Alleen-zijn beter?
Wanneer we het Nieuwe Testament lezen vanuit het perspectief van de seksualiteit en de verhouding van man en vrouw, dan horen we (ook) andere tonen dan in Genesis 2 en het Hooglied. Die andere tonen overheersen ook. De continuïteit met wat we - in de eerste preek - hoorden uit het Oude Testament is er ook. Jezus verricht zijn eerste wonder op een huwelijksfeest, waar goed gedronken wordt (Johannes 2 - de Bruiloft te Kana). Paulus bezingt in Efesiërs 5 het geheimenis van het huwelijk in een hooggestemde vergelijking. Het huwelijk is niet minder dan afspiegeling van de gemeenschap van Christus met zijn gemeente. Ook in I Kor. 7. Weiger elkaar de gemeenschap niet, of het moest zijn dat u er wederzijds mee instemt u enige tijd aan het gebed te wijden. Kom daarna echter weer samen; anders zal Satan uw gebrek aan zelfbeheersing gebruiken om u te verleiden. (I Kor. Enig nuchter inzicht in hoe deze dingen (niet) werken, kan deze ongehuwde apostel niet ontzegd worden. Het huwelijk is ook voor hem in principe goed. Maar - niet trouwen is beter (I Kor.
Een andere cultuur - een ander klimaat
Deze uitspraak van Paulus kom je zo in het Oude Testament niet tegen. Dit is nieuw. Zo van: ‘ach, hij had toch al niet zoveel op met de vrouw’. Dat is te kort door de bocht. Er is iets anders aan de orde. We stappen in het Nieuwe Testament in veel opzichten een andere culturele context binnen. Waarin de apostelen leven, en de gemeente ademt. Veel gemeenteleden zijn zelf Griek, heiden van huis uit, en hebben hun achtergrond in deze levenssfeer. Die hele culturele en religieuze context was doordesemd van een scherpe onderscheiding tussen lichaam en ziel, met een sterke onderwaardering, zo niet geringschatting van het lichamelijke. En als er iéts lichamelijk is, is het wel de seksuele begeerte, de aantrekkingskracht van man en vrouw, en de geslachtsdaad. Die vreemde oncontroleerbare drift, opgewekt bij het zien van een vrouw. Dan roert zich het vlees. De vrouw werd sowieso al veel meer aards gezien in de oudheid dan de man. Zij baart kinderen, zij bewerkt de aarde, zij bereidt het voedsel.
Wanneer je haar ziet, gebeurt er iets in je lijf. Dat mysterieuze, waar je maar moeilijk stuur op kunt houden. Kortom - is seksuele onthouding niet het beste? Is afzien van het huwelijk en - als je dan toch getrouwd bent - onthouding binnen het huwelijk niet ‘de hogere weg’? Alleen-gaan als keuze raakte ‘in’ bij de Grieken. In dit klimaat ontstaat de christelijke gemeente. In dat klimaat ademt zij. Ook Paulus. Menig gelovige ziet er ook wel wat in, in die ascese, in die onderwaardering van de seksuele relatie. En daadwerkelijk zijn er christelijke groepen die die keuze al gemaakt hebben. Daar staat toch zwart op wit dat de Heer zelf er ook al over sprak. Is seksuele onthouding niet geboden? Is het niet beter te scheiden van de ongelovige partner?
Dat soort vragen spelen, en bereiken Paulus. En hij gaat daarop in, nuchter, zakelijk, maar ook zoekend. De apostel zit er midden in. En hij zit er ook mee. Dat ook. Dat voelen we wanneer we bijvoorbeeld I Korintiërs 7 lezen. Paulus schrijft daar bepaald geen Nieuwtestamentische versie van het Hooglied. Geen lofgedicht op de liefde. We treffen een geestelijke leidsman aan, achter zijn schrijftafel bezig vragen te beantwoorden, en zo richting te geven. Hij schroomt daarbij niet zo nu en dan zijn eigen mening te geven. Voor de ongehuwden heb ik geen voorschrift van de Heer, dus ik geef mijn eigen mening, als iemand die door de barmhartigheid van de Heer betrouwbaar is. Ik meen dat het vanwege de huidige beproevingen voor een mens goed is te blijven wat hij is. Hebt u een vrouw beloofd met haar te trouwen, verbreek die belofte dan niet; bent u niet gebonden aan een vrouw, zoek er dan ook geen. Het is weliswaar niet zo dat u door te trouwen zondigt, en ook wanneer een meisje trouwt, zondigt ze niet, maar het huwelijk wordt een zware belasting die ik u graag zou besparen (I Kor.
De apostel benadert de verhouding van man en vrouw en de seksuele omgang vanuit het perspectief van de nabije eindtijd en de missionaire roeping en zending van de gemeente. Daardoor worden in principe alle aardse verbanden en verhoudingen gerelativeerd. Dat is de scopus - je handen vrij hebben voor waar het onder de hoogspanning van de ‘laatste dagen’ op aan komt. Gereed zijn voor de dienst van het Rijk; volledige inzet voor de voortgang van het Evangelie. Laten we daarom zorgen met zo min mogelijk ballast op weg te kunnen gaan. Kortom - bewaar zoveel mogelijk je vrijheid! Vrijheid - dat is het kernwoord waaronder je heel Paulus’ betoog in de Korintiërsbrieven kunt samenbrengen. Vrijheid. En getrouwd zijn betekent nu eenmaal extra zorgen, en daarom verdeelde aandacht. Een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. Hetzelfde geldt voor de ongetrouwde vrouw, voor het ongehuwde meisje en voor de weduwe: zij kunnen met lichaam en geest de Heer toegewijd zijn. De getrouwde vrouw draagt zorg voor aardse zaken en wil haar man behagen (vers 34).
Waar het niet meer over gaat
Wat opvalt bij de apostel is dat we geen woord lezen over de economische noodzaak van het huwelijk, geen woord over de - gezamenlijke - roeping van man en vrouw tot rentmeesterschap over de aarde. Geen woord ook over de noodzaak van voortplanting. En ook geen verwijzing naar de erotische liefdesuitingen als goed in zichzelf. Niets daarover. Daar is de tijd niet voor, en daar is de tijd niet naar.
Waar gaat het ons wel aan?
Hoe ‘horen’ wij in onze culturele en maatschappelijke context de schriftgegevens van Oude én Nieuwe Testament? Kunnen wij er nu iets mee, met wat de apostel in I Korintiërs 7 zegt? Moeten we daar trouwens per se iets mee kunnen? Of mogen we het misschien ook laten voor wat het is: als een inkijkje in een contextueel bepaalde discussie van lang geleden. Wij leven inmiddels 2000 tot 2500 jaar na de teksten uit Nieuwe en Oude Testament. In een andere cultuur dan in het oude Israël. In een heel ander klimaat dan in de Grieks-Romeinse wereld van de vroegchristelijke gemeente. Moeten we er wat mee kunnen?
Voor die vraag staan wij nu op onze manier. Wij leven in de 21e eeuw in een westerse cultuur van individualisering, emancipatie en gelijkwaardigheid van man en vrouw. Velen in onze moderne samenleving gaan - lange tijd - alleen. Voor sommigen is dat een bewuste keuze uit motieven van carrière. Vaak is het niet zo’n bewuste keuze. Het is de culturele trend om langdurige bindingen in het leven steeds later pas aan te gaan, of helemaal niet. We ademen sowieso in een cultuur met een andere opvatting over de betekenis van familie en met een andere waardering van het hebben van een gezin. Cultureel en maatschappelijk is iemand die alleen gaat of geen kinderen heeft niet (meer) minder of ondergewaardeerd in onze westerse cultuur. Een economische noodzaak om te trouwen en kinderen te krijgen, is er niet (meer). Integendeel zelfs. Huwelijk en gezinsvorming kunnen ervaren worden als een rem op je toekomst als vrouw of als man en vrouw samen.
De Vrijheid niet misbruiken
Want gij zijt 46tot vrijheid 47geroepen, broeders; lalleenlijk 48gebruikt de vrijheid niet tot 49een oorzaak voor het vlees, maar 50dient elkander door de liefde.46 Zie vers 1. 47 Namelijk van God en van Christus. Zie vers 8. Gal. 1:6. l 1 Kor. 8:9. 1 Petr. 2:16. Jud. vs. 4. 48 Tevoren heeft hij hen vermaand om standvastig te blijven bij de christelijke vrijheid; hier vermaant hij hen voorts tot het recht gebruik derzelve.49 Dat is, om deze vrijheid te misbruiken tot volbrenging van de begeerlijkheden des vleses en tot een dekmantel der zonden, 1 Petr. 2:16. 50 Dat is, hoewel gij vrij zijt van de dienstbaarheid der wet, zo moet gij evenwel elkander de diensten der liefde betonen. Want hoewel gij vrij zijt van de wet der ceremoniën, zo zijt gij niet vrij van de wet der liefde, Rom. 13:8. 1 Petr. 2:17.
mWant 51de gehele wet wordt in 52één woord 53vervuld, namelijk in dit: nGij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.m Rom. 13:8. 51 Gr. al de wet, namelijk van de tweede tafel, waarin God ons voorschrijft hoe wij ons moeten gedragen jegens onzen naaste. Zie Rom. 13:8. 52 Dat is, in één gebod. Zie Deut. 4:13. 53 Dat is, kortelijk en summierlijk als in een hoofdstuk begrepen. Zie Lev. 19:18. Matth. 22:39. Rom. 13:8. n Lev. 19:18. Matth. 22:39. Mark. 12:31. Jak. 2:8.
Maar oindien gij elkander 54bijt en vereet, ziet toe dat gij van elkander niet 55verteerd wordt.o 2 Kor. 12:20. 54 Dat is, met twisten, lasteren en onenigheden over dit stuk van de christelijke vrijheid elkander kwelt en leed aandoet.55 Dat is, dat door uw twisten uw geloof niet verzwakt, en de welstand, vrede en rust der gemeente verbroken wordt.
De werken des vleses en de vrucht des Geestes
En 56ik zeg: pWandelt 57door den Geest, 58en volbrengt 59de begeerlijkheid des vleses niet.56 Dat is, dit is het wat ik wil zeggen. Zie Gal. 3:17; 4:1. Hij verklaart hier nader hetgeen hij gezegd had vers 13, en wijst het middel aan waardoor het misbruik der vrijheid vermeden wordt. p Rom. 13:14. 1 Petr. 2:11. 57 Wanneer geest en vlees in den mens tegen elkander gesteld worden, zo wordt door den geest verstaan het deel des mensen dat door den Geest is wedergeboren, en door het vlees de natuurlijke verdorvenheid, die de wedergeborenen nog aankleeft. Zie Rom. 8:1. 58 Of: en gij zult niet volbrengen; aanwijzende wat vrucht daaruit zal volgen, als men naar den Geest wandelt. En zo zal dan dit het middel zijn om te verhoeden het misbruik der vrijheid.59 Dat is, de kwade gedachten, genegenheden, bewegingen en lusten der verdorven natuur, die den wedergeborenen nog aanhangen.
qWant het vlees 60begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze 61staan tegen elkander, alzo 62dat gij niet doet hetgeen 63gij wildet.q Rom. 7:15, enz. 60 Dat is, de kwade lusten des vleses strijden tegen de goede lusten, die de Heilige Geest in de wedergeborenen verwekt.61 Dat is, zijn onderling tegenstrijdige lusten.62 Dat is, niet kunt altijd volbrengen.63 Namelijk naar de goede lusten en begeerten die de Heilige Geest in u gewrocht heeft; gelijk ook daarentegen de lusten des Geestes verhinderen dat gij de lusten des vleses volbrengt, Rom. 7:19, enz.
Maar indien gij 64door den Geest geleid wordt, zo zijt gij 65niet onder de wet.64 Namelijk alzo dat de Geest en de goede begeerlijkheden, die Dezelve in u werkt, de overhand in u hebben, zodat gij u daardoor in de wegen Gods laat geleiden.65 Dat is, niet onder den dwang der wet, die door vrees voor de dreiging der wet ontstaat, noch onder den vloek deszelven, noch onder het juk der ceremoniën. Want deze Geest, Die de wedergeborenen leidt, is niet een Geest der dienstbaarheid tot vreze, maar der aanneming tot kinderen en der vrijheid. Zie Rom. 8:15. Gal. 4:6.
rDe werken 66des vleses nu 67zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinheid, 68ontuchtigheid,r 1 Kor. 3:3. Jak. 3:14. 66 Dat is, die het vlees of de verdorvenheid onzer natuur voortbrengt; en waarin des mensen verdorven aard behagen heeft.67 Dat is, zijn genoegzaam bekend, alzo men uit het licht der natuur weet dat dezelve kwaad, schandelijk en oneerlijk zijn. Of: kunnen niet verholen blijven, hoezeer de mensen die ook zoeken te bedekken.68 Dat is, geilheid, dartelheid, wulpsheid.
Afgoderij, 69venijngeving, vijandschappen, twisten, 70afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen,69 Of: toverij.70 Of: jaloezie, wanneer men misgunt dat het zijn naaste welgaat, of zijn voordeel zoekt met schade zijns naasten.
Nijd, moord, dronkenschappen, 71brasserijen en 72dergelijke; svan dewelke ik u 73tevoren zeg, gelijk ik ook 74tevoren gezegd heb, dat 75die zulke dingen doen, 76het Koninkrijk Gods 77niet zullen 78beërven.71 Zie Rom. 13:13. Ef. 5:18. 72 Dit wordt daarbij gedaan, omdat er nog veel meer zijn, en het te lang zou vallen die alle te verhalen.s 1 Kor. 6:10. Ef. 5:5. Kol. 3:6. Openb. 22:15. 73 Dat is, niet alleen als een leraar onderwijs, maar ook als een profeet tevoren zekerlijk verkondig en waarschuw.74 Namelijk 1 Kor. 6:9, 10. Ef. 5:5. 75 Dat is, zulke en dergelijke werken des vleses.76 Namelijk het Rijk der heerlijkheid; of de eeuwige zaligheid in den hemel.77 Namelijk tenzij dat zij zich van zulke zonden van harte bekeren.78 Dat is, verkrijgen en bezitten. Want dit Rijk wordt niet verkregen uit verdiensten, maar uit genade, als een erfenis. Zie Matth. 19:29; 25:34. 1 Kor. 6:10.
tMaar 79de vrucht des Geestes is liefde, 80blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid,...
De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
Samenvattend kunnen we stellen dat de betekenis van vlees, liefde en vrijheid complex en veelzijdig is binnen het christelijk geloof. Het vereist een voortdurende reflectie en afstemming op zowel de bijbelse principes als de context van de moderne samenleving.
Zie ook:
- Verse soep Albert Heijn: Alle smaken & aanbiedingen!
- Jumbo Stoofvlees Vers: Kwaliteit & Smaak!
- AH Taart Vers: Geniet van Heerlijke, Verse Taarten van Albert Heijn!
- Verse Pronkbonen Koken: Onmisbare Tips en Trucs voor Perfecte Resultaten!
- Ontbijt Bezorgen in Diemen: Ontdek de Lekkerste en Snelste Opties!




