De uitbuiting van het konijn door de mens kent vele vormen. In Europa worden meer dan 330 miljoen vleeskonijnen gehouden. Na het ‘vleeskuiken’ is het konijn het meest gehouden dier. Driekwart daarvan bevinden zich in Italië, Frankrijk en Spanje.

Recent besloten een aantal Nederlandse en Belgische supermarktketens geen vlees van batterijkooi-konijnen meer te verkopen in verband met dierenleed, maar de minimumvereisten voor de wijze van houden van ‘vleeskonijnen’ voldoen nergens, op geen enkele wijze aan de natuurlijke behoefte van de konijnen.

Omdat de korte en hevige Kerstpiek in de Nederlandse consumptie van konijnenvlees niet in verhouding staat tot de vraag gedurende de rest van het jaar en de Nederlandse productie wel het hele jaar door min of meer stabiel is, zal verreweg het grootste aantal in Nederland gehouden dieren altijd in het buitenland verkocht worden en opgegeten. Nederland heeft ook geen gespecialiseerd konijnenslachthuis.

Konijnenhouderij werd ook in Vlaanderen lange tijd gekenmerkt door koterij in de achtertuin van particulieren. Op bijna alle boerderijen had je wel een konijnenhok, maar ze zaten ook overvloedig bij de werkende bevolking tot zelfs in de steden. In de professionele konijnenhouderij zag je het aantal bedrijven vanaf de jaren 1980-1990 toenemen tot minstens een 50-tal.

Volgens de gegevens van het Centraal Buro voor de Statistiek (CBS) van november 2019 waren er in 2018 nog 47 bedrijven in Nederland met in totaal 331.700 konijnen waarvan 291.000 vleeskonijnen, die elke 10-11 weken naar het slachthuis gaan en 40.700 voedsters. Zoals de cijfers uit Utrecht en Zeeland laten zien, zijn er ook enkele kleine bedrijven.

In het jaar 2000 waren er in Nederland nog 200 bedrijven die bij elkaar 392.200 konijnen hielden waarvan 52.300 voedsters. Terwijl het aantal bedrijven dus terug loopt in Nederland, blijft het gehouden aantal konijnen relatief stabiel en stijgt dus het gemiddelde aantal konijnen per bedrijf; van 2000 dieren rond de eeuwwisseling naar iets minder dan 6500 in 2016. Zoals overal in de vee-industrie vindt er intensivering en schaalvergroting plaats.

Een reden voor het teruglopende aantal konijnenhouderijen in Nederland is de vergrijzing onder de konijnenhouders: er is vaak geen opvolging. Met name kleinere bedrijven met gemiddeld oudere ondernemers haken af. Ook in België is het aantal bedrijven klein en zal met de strengere eisen waarschijnlijk verder dalen.

Gedrag van Konijnen

In hun natuurlijke omgeving leven konijnen in stabiele groepen die bestaan uit twee tot negen voedsters (moederdieren), één tot drie volwassen rammen (mannetjes), de jongen en enkele mannetjes die tegen volwassenheid aanzitten. Er zijn geen aanwijzingen dat het sociale gedrag of de sociale behoefte verschilt tussen wilde en gedomesticeerde konijnen. Het hele repertoire van sociale gedragingen dat bij wilde konijnen voorkomt, komt ook voor bij gedomesticeerde konijnen.

In kooi-systemen zitten de rammen voor sperma afname en de voedsters voor het produceren van jongen over het algemeen in isolatie alleen in een gazen kooi. Volgens de gegevens van het Centraal Buro voor de Statistiek (CBS) van november 2019 waren er in 2018 nog 47 bedrijven in Nederland met in totaal 331.700 konijnen waarvan 291.000 vleeskonijnen, die elke 10-11 weken naar het slachthuis gaan en 40.700 voedsters.

Konijnenfokkerij

Een vrouwelijk konijn heet een ‘voedster’ vanaf drie dagen voor het berekende tijdstip van haar eerste worp; Voedsters werpen gemiddeld zo’n 10 à 11 jongen per keer. Ze worden kunstmatig geïnsemineerd en werpen om de 6 weken (42 dagen). Dus ongeveer 8 productierondes per jaar. De voedster zoogt haar jongen vier tot vijf weken, waarna de jongen worden weggehaald (gespeend).

Een ‘fokram' is mannelijk konijn dat ten minste eenmaal gedekt heeft of waarvan ten minste eenmaal sperma is afgenomen. Door toepassing van KI zijn op de bedrijven praktisch geen fokrammen meer aanwezig.

Verschillen tussen Hazen en Konijnen

Hoewel de konijnen en hazen samen onder de orde Haasachtigen vallen, zijn er toch vele verschillen tussen deze diersoorten. Ons huiskonijn is voortgekomen uit Oryctolagus cuniculus) het tamme konijn gebracht dat ons huiskonijn is. De haas is onder te verdelen in de Europese haas (Lepus europaeus) en de sneeuwhaas (Lepus timidus).

Hazen hebben een bijzonder paringsritueel waarbij de ram soms enige uren achtereen de moer achtervolgt, vaak op volle snelheid. Hazen zijn nestvlieders. Ze worden volledig behaard geboren, hebben direct de ogen op en verlaten binnen een enkele dagen de geboorteplaats.

Konijnen paren zittend, de dracht duurt ongeveer 31 dagen. De vier tot twaalf jongen komen hulpeloos ter wereld, ze hebben geen beharing en de ogen zijn gesloten. Maar ze worden dan ook in een nestkamer geboren. Konijnen graven holen en de worp vindt plaats in een aparte nestkamer.

Domesticatie van Konijnen

Gedurende de laatste ijstijd is het leefgebied verkleind en kwamen de konijnen uiteindelijk alleen nog voor op het Iberisch Schiereiland, het huidige Spanje en Portugal. Pas veel later (rond 250 voor C.) ondernamen de Romeinen de eerste pogingen om het konijn tot huisdier te maken. Zij waardeerden het vlees van het konijn enorm. Maar ook de vacht van het konijn had hun aandacht.

Pas in de middeleeuwen verspreidde het konijn zich door Europa en werd vooral door Franse monniken als huisdier gehouden. Zij begonnen ook met het creëren van rassen door konijnen met een afwijkende vachtkleur met elkaar te kruisen.

Huisvesting van Konijnen

Alle dieren hebben een goede huisvesting nodig. Om enig houvast te geven wordt in dit hoofdstuk kort ingegaan op de huisvesting van konijnen.

Welstandseisen

Soms is voor het bouwen van een hok een bouwvergunning nodig. Kleine hokken kunnen zonder vergunning geplaatst worden. Het bouwen van grote hokken en volières is aan regels gebonden.

Hokken

Een groot konijn, zoals een Vlaamse Reus, heeft een hok van minimaal één vierkante meter nodig. Dit hok moet daarbij ten minste 80 centimeter hoog zijn. Het kleinste konijn, een dwergkonijn, heeft minimaal een hok nodig van 50 bij 60 centimeter. In een garage of tuinschuur kunnen meerdere hokken voor konijnen naast en/of boven elkaar gebouwd worden. Deze gestapelde hokken worden ook wel konijnenflats genoemd.

Strooisel of bodembedekking

Konijnen zijn erg zindelijke dieren en houden van een schoon hok. In hokken voor konijnen wordt meestal stro als bodemstrooisel gebruikt. Een konijn kiest in het hok vaak één van de hoeken uit als mesthoek. In deze mesthoek wordt onder het stro eerst een laag houtkrullen gelegd, zodat het vocht in de krullen wordt opgenomen.

Voeding en Verzorging

Zonder goede voeding en verzorging geen gezonde dieren. Konijnen kunnen uitstekend gevoerd worden met gemengd konijnenvoer. Er zijn ook konijnenkorrels te koop. Zowel het gemengde konijnenvoer als de korrel kan aangevuld worden met groenvoer zoals gras en een aantal kruiden en groenten.

Voorbeelden van kruiden en planten in de natuur die konijnen graag eten zijn: weegbree, herderstasje, boerenwormkruid en de bloemen en het blad van de paardenbloem. Een konijn heeft zeer gevoelige darmen en deze kunnen snel van streek raken als ze te veel groenvoer krijgen, terwijl ze dit niet gewend zijn. Konijnen moeten altijd schoon en fris drinkwater hebben. Ook goed fris hooi moet altijd in de hokken aanwezig zijn.

Voeding voor jonge dieren

Jonge konijnen gaan vanzelf vast voer mee-eten als ze nog bij hun moeder (de voedster) in het hok verblijven. Worden de jongen gespeend (d.i. bij hun moeder weggehaald) dan kunnen zij ook direct volledig overgaan op dit voor hen bekende voer. Na het spenen moet wel worden opgelet of de jonge dieren het beschikbare voer wel opeten.

Voer- en Drinkbakken

Plaats de bakken op een verhoging, zodat de dieren er geen vuil in kunnen krabben. Beter is het gebruik van een drinkfles. Het water kan dan niet door de dieren vervuild worden.

Omgaan met dieren

Goed omgaan met de dieren is net zo nodig als het geven van voer en water en het schoonmaken van de hokken. Het gedrag van de verzorger bepaalt ook sterk het gedrag van zijn dieren. Ga altijd rustig met de dieren om en laat ze nooit schrikken. Laat bij de benadering van de dieren altijd een vertrouwd geluid horen, zodat de dieren weten dat de verzorger er aan komt en win zo het vertrouwen van de dieren.

Spijsvertering

De spijsvertering van een konijn begint in de mond. Als het konijn slikt komt het voedsel in de maag. In de maag wordt het voedsel gemengd met maagzuur. De enzymen in het maagzuur bewerken de voedselbrij. Als het voedsel in de maag voldoende is bewerkt schuift de voedselbrij door naar de dunne darm. Een aantal belangrijke voedingsstoffen wordt door de darmwand geabsorbeerd en afgegeven aan de bloedbaan.

In de dikke darm wordt de voedselbrij gescheiden. De meest vezelrijke massa wordt naar de blinde darm geleid. De zachte blinde darmkeutels eet het konijn opnieuw op, waardoor de voedingsstoffen in de dunne darm opgenomen kunnen worden.

Konijnenrassen voor Vleesproductie

Het konijn stamt hoogstwaarschijnlijk af van de Vlaamse Reus, American White en het Angora ras. Het resultaat is een konijn met goede eigenschappen. Uiteindelijk is het doorgefokt tot een van de beste vleeskonijnen te wereld! Zijn brede voor- en achterhand geven kwaliteitsvlees en een goede verhouding tussen vlees en bot.

Nieuw-Zeelander

Nieuw Zeelanders zijn ontstaan in Mexico. Wat karakter betreft verschilt het echt per konijn. Konijnen zijn niet op karakter gefokt, maar op formaat (vleeskonijnen) of uiterlijk (vacht of tentoonstelling dieren). Daardoor zijn er eigenlijk nauwelijks ras specifieke karakters te onderscheiden.

Blauwe Wener

Ook Blauwe Weners zijn robuuste en tevreden konijnenrassen. Ze hebben minimaal een ander konijn nodig om op hun manier mee te kunnen communiceren en knuffelen. Het beste kun je ze samen zetten met broertjes of zusjes uit het hetzelfde nest maar dan van het andere geslacht. Ook een groep van één mannetje en twee vrouwtjes is mogelijk.

Vlaamse Reus

Vlaamse reuzen staan bekend als goedmoedige, betrouwbare, en rustige konijnen. Bij konijnen verschilt het karakter echt per individu, niet zozeer per ras. Een Vlaamse reus is duurder in onderhoud dan de meeste andere konijnenrassen. Dit omdat ze een zeer ruim hok nodig hebben, meer eten en meer bodembedekking. Een Vlaamse reus is door zijn grootte en gewicht niet makkelijk op te pakken.

Net als elk konijnenras hebben Vlaamse Reuzen ook een voldoende ruime veilige ren nodig om in los te lopen. Voor Vlaamse reuzen is aan te raden zeker 8 vierkante meter vrij te maken, als permanente leefruimte. Ook als je ze als huiskonijn wil houden is voldoende ruimte zeer noodzakelijk, denk dan bijvoorbeeld aan een eigen konijnenkamer, of een bijkeuken ingericht als konijnenverblijf.

Hieronder volgt een tabel met de gemiddelde gewichten en bijzonderheden van de besproken rassen:

Ras Gewicht (kg) Bijzonderheden
Nieuw-Zeelander Rond de 7 Dichte pels, gevoelig voor ziektes
Blauwe Wener Variabel Robuust en sociaal
Vlaamse Reus Rond de 7, soms meer Goedmoedig, duur in onderhoud, gevoelig voor zere hakjes en gewrichtsaandoeningen

Hollander

Dit konijnenras herken je direct; met zijn tweekleurige vacht, grote oren en opvallende aftekening in de kleur wit. De Hollander is een van de oudste konijnenrassen ter wereld! En ondanks zijn naam anders zou voorspellen komt dit ras oorspronkelijk niet uit Nederland. Over het algemeen zijn Hollanders actieve, nieuwsgierige konijnen die vaak wordt gezien als perfect konijn voor gezinnen met kinderen.

Fokken voor de Vleesproductie

De keuze voor het juiste ras is een belangrijke stap voor het fokken. De bekende vleesrassen en de commerciële hybride rassen zal ik één voor één behandelen zodat je een goed geïnformeerde keuze kunt maken. Een voedster is een vrouwtjeskonijn dat wordt gehouden voor het fokken van de vleeskonijnen.

Het is voor het welzijn van de voedster beter om pas op de leeftijd van een jaar te fokken. Zij is vervolgens een maand zwanger en werpt drie tot elf jongen. Het aantal jongen is sterk afhankelijk van ras en leefomstandigheden. Na de dracht is de voedster direct weer vruchtbaar maar je doet er verstandig aan haar drie maanden te laten rusten.

Voor het fokken worden verschillende rassen gebruikt waarbij de Witte Nieuw Zeelander veruit het bekendst is. Dit is een van de meest geschikte rassen voor vleesproductie. De voedster heeft grote nesten waarvan zij elk jong kan voeden. De grote vruchtbaarheid resulteert in een zeer snelle vermeerdering, dus een hoge productie.

Met zijn zwarte oren, neus, staart en poten is hij duidelijk te herkennen. Dit konijn is een kruising tussen de Witte Hollander en de Blauwe Wener.

Het is helaas een vrij zeldzaam konijn wat het moeilijker maakt om aan een exemplaar te komen. Deze konijnen worden voornamelijk gebruikt in de commerciële konijnenhouderij. Ze zijn gefokt om aan zeer strenge voorwaarden te voldoen die het mogelijk maken om winstgevend konijnenvlees te produceren.

We doen het natuurlijk voor het vlees van een konijn dat door eigen fok op een gezonde manier heeft kunnen leven. Dit vlees is erg geschikt voor mensen die gezond willen leven.

labels: #Vlees

Zie ook: