De vleesconsumptie in Nederland toont veerkracht, met een groeiende publieke steun voor een sterke vleessector. Duurzaamheid en betaalbaarheid blijven echter belangrijke uitdagingen. Producenten die hierop inspelen, blijven relevant in een veranderende markt. Laten we eens kijken naar de actuele cijfers en trends in de Nederlandse vleesproductie en -consumptie.

Vleesconsumptie in Nederland

Uit het Nationaal Vleesonderzoek 2024 blijkt dat de vleesconsumptie in Nederland blijft stijgen, ondanks zorgen over duurzaamheid en kosten. Recente cijfers tonen aan dat 95% van de Nederlanders nog steeds vlees eet, een lichte stijging ten opzichte van 94% in 2022. Ook consumeren Nederlanders nu gemiddeld 4,9 dagen per week vlees, tegenover 4,8 dagen in 2022.

Nederlanders eten voor het derde jaar op rij minder vlees, zo blijkt uit cijfers van Wageningen Economic Research (WEcR). Wel eten Nederlanders nog steeds meer vlees dan de hoeveelheid die de Schijf van Vijf aanbeveelt. Volgens dit onderzoek was het vleesverbruik van Nederlanders 75 kg (karkasgewicht) per hoofd van de bevolking in 2022. Dit is het laagste verbruik sinds 2005 en ruim een kilogram minder dan in 2021. De grootste dalers zijn kip en rundvlees.

In 2021 was de vleesconsumptie met 38,1 kg per persoon onverminderd hoog. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research, in opdracht van Wakker Dier. Een daling is noodzakelijk voor het halen van klimaatdoelen, de volksgezondheid en de dieren. In 2021 at de gemiddelde Nederlander 38,1 kg vlees; vrijwel evenveel als de 38,0 kg in 2020. Vergeleken met de eerste meting in 2005 is de vleesconsumptie slechts gedaald met 300 gram per persoon.

Het totale verbruik van vlees(waren) is uitgedrukt in karkasgewicht, dit is het gewicht van vlees inclusief been, vet en zwoerd. Ongeveer de helft van dit karkasgewicht bestaat uit vlees voor consumptie. Een karkasgewicht van 75 kg komt daarbij neer op 37,5 kg aan geconsumeerd vlees. Deze hoeveelheid geconsumeerd vlees ligt daarmee ongeveer 10 kg hoger dan de aanbevolen hoeveelheid vlees van de Schijf van Vijf. De Schijf van Vijf adviseert namelijk om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, wat neerkomt op 26 kg per jaar.

De Voedselconsumptiepeiling (VCP), uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), meet ook de vleesconsumptie onder Nederlanders. Deze peiling geeft aan dat Nederlanders gemiddeld 32 kg vlees eten. Dit is een aanmerkelijk verschil met de Vleesnota 2023, aldus de auteurs van de Vleesnota. Dit verschil verklaren zij door andere meetmethoden. Zo bekijkt de VCP naar wat consumenten daadwerkelijk eten en de Vleesnota kijkt naar het vlees wat op de markt wordt gebracht, dus vlees waarvoor dieren zijn gehouden en geslacht. De Vleesnota houdt daarmee geen rekening met onverkocht vlees, vlees wat in de vuilnisbak belandt of verlies aan gewicht van vlees na bereiding.

Export en Economische Waarde

Nederland is al decennia een grote vleesexporteur. De productie van en handel in vlees levert toegevoegde waarde op voor de Nederlandse economie. In 2019 verdiende de Nederlandse economie 8,7 miljard euro aan de totale afzet van vlees, waarvan 5,2 miljard euro aan export en 3,5 miljard euro aan binnenlandse afzet. Sinds 2015 is Nederland meer gaan verdienen aan de productie van, en handel in vlees. In 2015 ging het om 7 miljard euro (1,0 procent van het bbp).

Nederland exporteerde in 2020 voor 8,8 miljard euro aan vlees en was daarmee de grootste exporteur van vlees in de EU. Na Nederland zijn Spanje, Duitsland, Polen en Denemarken de grootste exporteurs van vlees in de EU. Nederland is daarbij de grootste exporteur van rund- en kalfsvlees, de tweede exporteur van pluimveevlees (na Polen) en de vierde exporteur van varkensvlees (na Spanje, Duitsland en Denemarken). Ook in exportgewicht is Nederland de grootste exporteur. In 2020 werd 3,6 miljard kilogram vlees geëxporteerd. 60 procent van de totale Nederlandse verdiensten aan vleesafzet wordt verdiend met vleesexport en 40 procent met binnenlandse vleesafzet.

Voor de Nederlandse vleesexport is import nodig, zoals levende dieren, nog te bewerken vlees of veevoedergrondstoffen. Levend pluimvee is de grootste importcategorie (240 miljoen euro in 2019, vooral uit Duitsland), gevolgd door maïs en tarwe. Maïs (grotendeels uit Oekraïne) en tarwe (met name uit Frankrijk) leveren als veevoedergrondstoffen een indirecte bijdrage aan de Nederlandse vleesexport.

Milieu-impact en Duurzaamheid

De productie van vlees en zuivel belast het milieu over het algemeen meer dan plantaardige alternatieven. Er is meer energie, mest, water en landoppervlak voor nodig. Daarnaast zorgt de veehouderij voor meer uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Deze komen bijvoorbeeld vrij uit mest. Ook stoten herkauwers zoals koeien en schapen veel methaan (een heel sterk broeikasgas) uit.

Voor de productie van vlees is veel veevoer nodig. Bijvoorbeeld vier kilo voor een kilo kippenvlees en zelfs 25 kilo voor een kilo rundvlees. De productie van veevoer kost veel grondstoffen, bestrijdingsmiddelen, kunstmest en landoppervlak. Soms gaat veevoerproductie (bijvoorbeeld soja) gepaard met ontbossing, hoewel er steeds meer duurzaam geteelde soja wordt ingekocht in de veehouderij.

Veeteelt zorgt ook voor stikstofuitstoot. Wanneer stikstof neerslaat in kwetsbare natuur, zorgt dat voor verstoring van het evenwicht in de natuur (ecosysteem). Hierdoor neemt de biodiversiteit af. In Nederland liggen intensieve veehouderij en natuur vaak dichtbij elkaar en komt dit dus vaker voor.

In Nederland kopen we jaarlijks zo'n 33 kilo vlees per persoon (rund, varken en kip samen). Dat is wel 4 tot 6 keer zoveel als past binnen de draagkracht van de aarde. Daarnaast importeren en exporteren we ook veel vlees. Minder of geen vlees eten is beter voor het milieu én gezond. In Nederland eten we meer dierlijke eiwitten dan nodig is voor onze gezondheid.

Wil je rekening houden met dierenwelzijn als je (toch) vlees eet? Er is vlees te koop met Topkeurmerken: Europese keurmerk voor biologisch (het groene blaadje), EKO, Demeter of het Beter Leven Keurmerk 2 of 3 sterren. Deze keurmerken garanderen een betere omgang met dieren dan wettelijk is voorgeschreven. Biologisch vlees herken je aan het Europese keurmerk voor biologische landbouw (groen blaadje). In de biologische landbouw worden dieren gehouden met meer aandacht voor milieu én voor dierenwelzijn. Biologisch gehouden dieren gaan bijvoorbeeld het hele jaar door naar buiten en hebben ook binnen meer ruimte. Daarnaast zijn er eisen voor biologisch voer.

Bij kringlooplandbouw worden grondstoffen optimaal gebruikt. Het streven bij kringlooplandbouw is dat vee alleen restproducten eet uit de akkerbouw, tuinbouw en voedingsmiddelenindustrie. Of gras van niet voor akkerbouw geschikte graslanden. De mest van de dieren dient als grondstof om nieuwe producten mee te verbouwen. Kringlooplandbouw gaat uit van het volgende principe: het aantal dieren dat een boer houdt, wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid reststromen die beschikbaar zijn als voer voor de dieren. Binnen de gangbare landbouw is dat nu niet het geval: de vraag naar vlees is zo groot dat het vee niet genoeg voer heeft aan restproducten of grasland uit de omgeving. Voer komt daarom van over de hele wereld.

Prijsontwikkeling

De consumentenprijsindex voor rund- en kalfsvlees is in mei 2025 op 155 punten (2020=100) geëindigd: dat is 11% hoger dan twee maanden geleden. In de eerste helft van 2022 is de consumentenprijs sterk omhooggegaan en deze blijft sindsdien rond dat hoge niveau. Vanaf mei tot en met oktober 2024 is de consumentenprijsindex elke maand iets gedaald, met in totaal 2 punten. Vanaf november 2024 is de index weer aan het stijgen, waardoor de prijsindex van mei 22% hoger ligt dan in mei 2024. De sterk gestegen prijzen bij de vleesverwerkende industrie en veehouders als gevolg van schaarste in rundvlees vertalen zich door in de consumentprijsindex.

De producentenprijsindex is in mei 2025 met 5% gestegen naar 184 punten, ten opzichte van 175 punten in maart dit jaar. De prijzen af verwerker zijn in 2021 en 2022 flink gestegen door marktverstoringen van de Coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. Tussen september 2022 en augustus 2024 was de prijsindex redelijk stabiel met afwisselend een kleine daling of stijging. Vanaf augustus 2024 neemt de prijsindex weer toe met maar liefst 40 punten naar het huidige niveau. Het aanbod van slachtrunderen is laag, waardoor vleesverwerkers meer bieden om de slachthaken te vullen, wat zorgt voor een opwaartse prijstrend. Vooralsnog lukt het de verwerkers deze prijzen door te berekenen aan de consument.

De prijsindex af boerderij kwam in mei 2025 uit op 241 punten, een stijging van 10% in vergelijking met maart 2025 en een stijging van 47% ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Sinds mei 2023 daalde de prijsindex van 170 punten naar 147 punten in januari 2024. In 2024 is de index weer gestegen en deze stijging zet versterkt door in 2025. Het aantal runderslachtingen in Nederland ligt ondanks de hogere prijzen in mei 2025 bijna 8% lager dan in dezelfde periode in 2024. De rundvleesmarkt kenmerkt zich op dit moment door een wereldwijd laag aanbod van runderen en een goede vraag naar slachtvee. Droogte heeft de rundveestapels van de VS en Canada doen afnemen en in Europa is vooral de Franse rundvleesproductie afgenomen. Als gevolg van beperkt aanbod en een stabiele vraag, stijgen de prijzen van slachtkoeien, vleesstieren en rosékalveren de afgelopen maanden en de verwachting is dat prijzen nog verder zullen stijgen. Hoewel de rundvleesimporten in de EU toenemen, zorgt dit niet voor prijsverlaging. Eurostat voorspelt dat de Europese rundvleesproductie in de tweede helft van dit jaar met ongeveer 2% toeneemt ten opzichte van dezelfde periode in 2024.

Structuur van de Vleessector

Consumenten kopen vers rundvlees bij de slager of in de supermarkt. Supermarkten en speciaalzaken kopen vlees via de (importerende) groothandel of rechtstreeks van de vleesindustrie. De Nederlandse vleesindustrie doet ook aan export. Slachterijen kopen runderen rechtstreeks van de veehouders of met tussenkomst van handelaren en commissionairs. Runderen komen uit de vleesstierhouderij of de melkveehouderij. Kalveren komen uit de kalverhouderij. Het Nederlandse rundvlees komt van de melkveehouderij en van de vleesstierhouderij.

De circa 23.500 bedrijven met rundvee houden in totaal 3,8 miljoen stuks rundvee, waarvan 167 duizend jongvee voor vleesproductie en circa 1 miljoen vleeskalveren. De vleesindustrie bestaat uit slachterijen, uitsnijderijen en vleesverwerkers. Nederland telt 285 grote en kleine slachterijen van vlees (geen pluimvee). Slechts negen runderslachterijen en zeven kalverslachterijen slachten meer dan 10.000 runderen per jaar. In 2022 zijn in totaal 482 duizend volwassen runderen geslacht met een totaal geslacht gewicht van 158 duizend ton. Er zijn verder 260 bedrijven die behoren tot de vleesverwerkende industrie. Nederland telt circa 980 grote en kleine groothandels in vlees en vleeswaren. Een deel van deze groothandels betreft importerende en exporterende groothandels. Ook bedrijven in de vleesverwerkende industrie zijn zowel in Nederland als op de buitenlandse markten actief. In 2022 werden meer rundvlees en vleesproducten geëxporteerd dan geïmporteerd. De handelsbalans voor vlees van runderen (vers gekoeld of bevroren) komt op een uitvoerwaarde van 1,1 miljard euro (Eurostat).

De Nederlandse consument koopt vlees vooral via supermarkten en via de foodservice (horeca, catering). Beide kennen een aantal grote inkooppartijen. In 2022 werd voor circa 750 mln. euro aan rundvlees verkocht via supermarkten. De consumptie van rundvlees in Nederland is relatief stabiel. In 2021 was het verbruik van rundvlees (15,3 kg) per hoofd van de bevolking iets lager dan de jaren voor corona (15,5 in 2018 en 2019). De prijsontwikkeling van rundvlees wordt beïnvloed door de marktdynamiek in Nederland en in het buitenland. Ondanks de seizoenspatronen volgen de prijzen af boerderij van Nederlandse slachtrunderen, de producentenprijzen en de consumentenprijzen elkaar slechts in beperkte mate. Contracten met de retailers kunnen prijsschommelingen tijdelijk dempen. Ook is het belang van de import van rundvlees voor de consumptie in Nederland groot.

In het kader van het EU-landbouwmarkt- en prijsbeleid is rundvlees jarenlang een beschermd product geweest, waarbij de overheid de prijs ondersteunde. Door een reeks hervormingen is de markt geliberaliseerd. Vroeger speelden fysieke veemarkten een belangrijke rol. Om verspreiding van veeziektes te voorkomen, zijn de meeste veemarkten aan het begin van deze eeuw gesloten.

Nationaal Vleesonderzoek 2024: Perceptie en Realiteit

69 procent van de Nederlanders vindt dat Nederland de vleessector ook voor de toekomst sterk moet houden. Dit is een stijging ten opzichte van de 61 procent in 2022 en een toename sinds de 67 procent in 2021. In 2022 at 94 procent van de Nederlanders vlees en in 2024 eet 95 procent van de Nederlanders vlees. Dat blijkt uit het Nationaal Vleesonderzoek 2024 onder 2500 doorsnee Nederlanders dat vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden.

In de periode van 2022 tot 2024 is een kleine toename in het percentage mensen dat volgens de respondenten nog vlees eet naar 74 procent. Opvallend is echter het grote verschil tussen perceptie en werkelijkheid: in 2024 gaf 95 procent van de respondenten aan vleeseter te zijn (werkelijkheid), terwijl men denkt dat nog maar 74 procent vlees eet (perceptie).

De stijging van 94 procent in 2022 naar 95 procent in 2024 duidt op een bescheiden stijging in het aantal mensen dat vlees consumeert. Respondenten die aangeven geen vlees te eten (5 procent van het totaal), zijn over het algemeen vaker vrouw, wonen vaker in de stad en stedelijke gebieden en hebben doorgaans een hoger opleidingsniveau. Bovendien zijn ze vaak aanhanger van linkse georiënteerde politieke partijen. Mensen schatten de prevalentie van vegetarisme, pescotarisme en veganisme in de samenleving vaak hoger in dan ze in werkelijkheid is.

Er is tussen 2022 en 2024 sprake van een kleine toename in het aantal dagen per week dat respondenten vlees consumeren. In 2022 gaf 71 procent van de respondenten aan evenveel vlees te eten als in het jaar daarvoor. Dit percentage is echter in 2024 gedaald naar 65 procent. 29 procent van de respondenten geeft aan minder of veel minder vlees te eten. In 2021 was dit percentage 31 procent. Het lekker vinden van vlees is voor de meerderheid van de respondenten (68 procent) de belangrijkste motivatie om vlees te eten. Op de tweede plaats (45 procent) komt de motivatie om een gevarieerde hoeveelheid bouwstoffen binnen te krijgen. Voor een aanzienlijk deel van de respondenten (64 procent) is het eten van vlees belangrijk tot zeer belangrijk.

Daarnaast geeft een klein percentage van 3 procent aan vegetariër te zijn, wat betekent dat ze geen vlees eten maar mogelijk nog wel andere dierlijke producten consumeren. Een nog kleiner percentage van 1 procent noemt zichzelf pescotariër (viseter). Echter, van de 16 respondenten die als veganisten worden beschouwd, geeft 63 procent aan nooit meer dierlijk eiwit te eten. 37 procent van de veganisten geeft aan nog wel in meer of mindere mate dierlijk eiwit te consumeren.

43 procent van de respondenten geeft aan vlees te kopen met het Beter Leven Keurmerk met 1, 2 of 3 sterren. Daarnaast blijkt dat 31 procent van de respondenten vlees koopt dat wordt aangeboden als ‘kiloknaller’. In 2021 gaf een overweldigende meerderheid van 59 procent van de respondenten aan dat ze voor een keurmerk kiezen vanwege het dierenwelzijn. In 2024 is dit percentage echter met 14 procentpunten gedaald naar 45 procent. Daarnaast is er een afname te zien in het percentage respondenten dat aangeeft voor een keurmerk te kiezen vanuit milieuoogpunt. Het percentage respondenten dat aangeeft vlees in de schappen altijd op basis van prijs te kiezen, is gestegen van 6 procent in 2021 naar 11 procent in 2024.

Het percentage respondenten dat aangeeft een ‘groot voorstander’ te zijn van het vaker vervangen van vlees door vegetarische/vega producten blijft relatief stabiel over de jaren, met 8 procent in alle jaren. Op de vraag ‘vervangt u vlees door vegetarische of veganistische producten’ kan worden geconstateerd dat er sprake is van een stijging van het aantal respondenten die in meer of mindere mate vlees door vegetarische of veganistische producten vervangen van 57 procent in 2021 naar 66 procent in 2024. In 2024 beschouwt 14 procent van de respondenten vegetarische kant-en-klaar producten als gezonder dan vlees, wat een kleine toename is van 3 procent vergeleken met 2022. Aan de andere kant ziet 28 procent deze vegetarische opties als ongezonder, wat een aanzienlijke afname is van 23 procent ten opzichte van 2022. Het aantal respondenten met een neutrale houding was in 2022 38 procent, maar is in 2024 gestegen naar 58 procent, een toename van 20 procentpunten sinds 2022.

Opvallend is verder dat er nog steeds een aantal misverstanden over vlees zijn. 46 procent van de respondenten denkt dat hormonen aanwezig zijn in Nederlands vlees. 50 procent van de respondenten denkt dat antibiotica aanwezig zijn in Nederlands vlees. 25 procent van de respondenten denkt dat vaccins aanwezig zijn in Nederlands vlees. Met een aanzienlijk hoog percentage van 53 procent benadrukken respondenten dat vlees als ‘beter’ wordt beschouwd als het afkomstig is van dieren die onder betere omstandigheden zijn gehouden. Een aanzienlijk aantal respondenten (39 procent) geeft de voorkeur aan vlees met een keurmerk zoals biologisch of het Beter Leven keurmerk. Ongeveer 35 procent geeft de voorkeur aan vlees dat afkomstig is uit Nederland.

Onder invloed van politieke partijen, beleidsmakers, en diverse organisaties wordt de Nederlandse vleessector geconfronteerd met toenemende extra regelgeving, wat de productiekosten verhoogt zonder dat deze kosten altijd worden doorberekend. De bereidheid van consumenten om bij te dragen aan deze kosten neemt af. In 2024 vindt 54 procent van de respondenten wel dat de vleessector de gelegenheid moet krijgen om eerdere investeringen terug te verdienen voordat de overheid nieuwe, aanvullende eisen stelt; dit is een lichte toename van 3 procent sinds 2022. Een meerderheid, 54 procent, van de respondenten is voorstander van productie door de Nederlandse vleessector om aan de vraag naar vlees binnen de EU-markt te voldoen, terwijl 10 procent zich hiertegen uitspreekt. 25 procent van de respondenten is voorstander van een krimp in de Nederlandse vleessector, wat een daling is ten opzichte van de 28 procent in 2022. Tegen deze krimp is 36 procent, een stijging ten opzichte van de 23 procent in 2022.

Slechts 12 procent van de respondenten denkt dat een halvering van de veehouderij in Nederland voldoende zal zijn om de gestelde milieudoelstellingen te halen. 23 procent meent dat stikstof de grootste invloed heeft op de natuur, een daling ten opzichte van 30 procent in 2021. Daarnaast is er een stijging in het aantal respondenten dat het hier niet mee eens is: van 13 procent in 2020 naar 23 procent in 2024. De meerderheid (54 procent in 2024 en 58 procent in 2021) heeft hier geen uitgesproken mening over en blijft neutraal. 21 procent gelooft dat het afschaffen van landbouwhuisdieren duidelijk positief voor het milieu zou zijn.

50 procent van de respondenten neemt aan dat het consumeren van vlees essentieel is vanwege de voedingsstoffen die het bevat. Op de voet gevolgd, met 48 procent, zijn de zorgen over een mogelijke eiwittekort als vleesconsumptie afneemt vanwege de kosten. Vervolgens geeft 43 procent aan dat het niet eten van vlees de gezondheid beïnvloedt, terwijl 39 procent zich zorgen maakt over een potentieel vitaminetekort en 34 procent over een tekort aan mineralen als mensen minder vlees gaan eten vanwege financiële redenen.

Het niet beschikbaar zijn van zonnebloemolie, veevoer en graanvoorraden uit Oekraïne, veroorzaakt door de oorlog, gekoppeld aan de daaropvolgende snelle prijsstijgingen van levensmiddelen, heeft de kwetsbaarheid van het Nederlandse voedselzekerheidssysteem blootgelegd. Een meerderheid van 62 procent van de respondenten deelt de bezorgdheid over deze kwetsbaarheid, terwijl slechts een klein deel van 7 procent het Nederlandse voedselsysteem als robuust beschouwt.

76 procent van de respondenten gelooft dat vlees ook in de toekomst een vast onderdeel van het Nederlandse voedselmenu moet blijven. 69 procent van de respondenten vindt dat Nederland de vleessector ook voor de toekomst sterk moet houden. Dit is een stijging ten opzichte van de 61 procent in 2022 en een toename sinds de 67 procent in 2021. 57 procent van de respondenten is van mening dat het niet de verantwoordelijkheid van de overheid is om mensen aan te moedigen een specifiek dieet te volgen op basis van politieke of persoonlijke overtuigingen, zonder dat dit wordt ondersteund door algemeen erkende wetenschappelijke bewijzen. Een significante meerderheid van 58 procent van de respondenten vindt dat de vleessector onvoldoende erkenning en waardering krijgt vanuit de overheid en politieke kringen. Slechts 9 procent is het hiermee oneens.

Maandelijkse Vleesproductiecijfers

Deze tabel bevat maandcijfers over de productie van vlees door agrarische bedrijven. Er wordt informatie gegeven over het aantal geslachte goedgekeurde dieren en het geslacht gewicht van die dieren, per diersoort.

N.B. De grote verschillen van de cijfers over het jaar 2001 vergeleken met voorgaande en volgende jaren zijn veroorzaakt door de uitbraak van mond- en klauwzeer in maart 2001 en de daarop volgende maatregelen.

Trendbreuk slachtgewicht kalveren jonger dan 9 maanden:

Per 1 januari 2025 is de regeling voor kalveren jonger dan 9 maanden aangepast en wordt er niet meer achteraf een administratieve correctie gedaan voor de lever, nieren en niervet. Dit leidt tot een daling van 7,5 kg slachtgewicht per kalf. Gegevens beschikbaar vanaf: januari 1990.

Status van de cijfers: De maandcijfers van een jaar blijven na eerste publicatie gedurende dat jaar voorlopig. Na afloop van het jaar worden de cijfers definitief waarbij deze eventueel op grond van ontvangen jaarcijfers en/of andere verbeterde cijfers zijn bijgesteld.

Wijzigingen per 23 juli 2025: De voorlopige cijfers van mei 2025 zijn toegevoegd. De voorlopige cijfers van februari 2025, maart 2025 en april 2025 zijn aangepast.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?

Aantal slachtingen: Het aantal geslachte goedgekeurde dieren, voor de slacht aangeboden door Nederlandse agrarische bedrijven. Goedgekeurde dieren zijn dieren die voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van volksgezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn. De eisen komen voort uit de Nederlandse of Europese Regelgeving. Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Voedsel en Waren Autoriteit/Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees.

Geslacht gewicht: Het gewicht van het gehele of overlangs in twee helften gesneden lichaam van een geslacht dier na het uitbloeden en ontdaan van ingewanden, organen, huid en kop.

Enkele instanties die zich bezighouden met de vleessector en duurzaamheid:

  • Het Voedingscentrum informeert over een gezonde, veilige en meer duurzame voedselkeuze.
  • Wageningen University & Research doet onderzoek naar duurzame en efficiënte voedselproductie.
  • TAPP Coalitie zet zich in voor een betere, eerlijke voedselprijs. Eentje die alle kosten voor het milieu, de gezondheid en het welzijn van dieren eerlijk meerekent.

labels: #Vlees

Zie ook: