Lassie, al decennia lang de rijstleider van Nederland, begon ooit in Wormer als gortpellerij. Tegenwoordig is het veel meer dan rijst alleen. Het is de passie van Lassie om iedereen in Nederland te inspireren met lekker, gezond en gevarieerd eten, met producten die de ideale basis vormen voor een gezonde maaltijd. Altijd zonder gedoe, altijd lekker en altijd goed.

De Geschiedenis van Lassie

De Lassie-fabriek is voortgekomen uit de firma Gebroeders Laan. De twee broers Albert en Jacob Adriaan Laan gingen in 1893 een vennootschap aan. Hun vader Jan Jacob Laan was firmant geweest van Wessanen en Laan. Het plan van Albert en Ko Laan om met stoom gort te gaan pellen vond aanvankelijk weinig bijval, ook niet bij hun familieleden, die toch al verscheidene stoomfabrieken bezaten.

Gort werd tot dan toe nog altijd met behulp van windmolens gepeld. Bovendien was gort slechts eenvoudig volksvoedsel; betwijfeld werd dat de pellerij ooit winstgevend kon worden. De Gebroeders Laan zetten hun plan echter door. Zij kochten enige percelen grond aan de Wormerdijk waarop reeds het pakhuis Koningsbergen stond en op 19 mei 1893 werd de eerste paal voor de gortfabriek geslagen; op 6 december van dat jaar werd de fabriek, gedreven door een lage-druk stoommachine van 150 PK, in bedrijf gesteld.

Al snel bleek het gelijk van de Gebroeders Laan. De binnenlandse markt werd kwalitatief en kwantitatief veroverd met de lange gort. Doordat het bedrijf werkte met Duitse machines konden bovendien ronde gort en parelgort worden geëxporteerd. De winsten werden grotendeels in het bedrijf geïnvesteerd.

In 1899 ontvingen de Gebroeders Laan het predicaat Koninklijke. In 1910 werd een reeds lang overwogen plan van de firmanten werkelijkheid. Begonnen werd met de bouw van de Stoomhavermoutfabriek Mercurius, die in augustus 1911 in bedrijf kwam. In 1913 werd de firma omgezet in NV Koninklijke Pellerij Mercurius voorheen Gebroeders Laan.

De introductie van Lassie Toverrijst volgde in 1959. In 1962 werd de naam van het bedrijf gewijzigd in Koninklijke Lassiefabrieken NV. In 1963 werd Lassie overgenomen door De Erven de Weduwe J. van Nelle nv te Rotterdam; de naam van het bedrijf werd Van Nelle-Lassie.

De Rol van Toverrijst

Het gezegde was: “We eten rijst met krenten, dat kost maar zeven centen”. Indonesië naar Nederland. “Daarvoor had je”, zo vertelt hij, “droge rijst nodig”. Dat noemde men geen 'snelkokende rijst', maar 'altijd lukkende rijst': Het moest de huisvrouw lukken altijd uitstekende nasi-gerechten op tafel te krijgen want dat kon ze niet met normale rijst.

Nu klinkt het alsof het ontwikkelen van Toverrijst een fluitje van een cent was. Niets was minder waar. Van Schaik en de mensen van het lab werkten er drie jaar aan voordat het lukte de gewenste kwaliteit te vervaardigen. “Dat was het belangrijkste oogmerk. Het verkorten van de kooktijd was maar een zijdelings voordeel. Daar mankeerde het niet aan.

Van Schaik is eerlijk genoeg om te bekennen, dat Honig met zijn Momento-rijst eerder was dan Lassie met de Toverrijst. “Waarom wij wel veel succes hadden en Honig minder, zal een kwaliteits­kwestie geweest zijn.

Waar komt de rijst vandaan?

De rijst van Lassie komt van over de hele wereld. Er zijn talloze rijstsoorten, de schattingen lopen uiteen van duizenden tot wel tienduizenden. Rijst wordt dan ook op veel plaatsen wereldwijd verbouwd: van Spanje tot Californië en van India tot Argentinië. Kortom, overal waar veel zon en genoeg water is. Lassie zet zich als onderdeel van EBRO Foods in voor een duurzamere wereld.

Het Productieproces

Elke korrel begint met een zaadje. Om de beste en meeste rijst te krijgen, is geschikt rijstzaad heel belangrijk. Dat moet uiteindelijk uitgroeien tot een korrel die makkelijk te bereiden is én de juiste vorm, kleur, smaak en aroma heeft. Ook moet het zaad bestand zijn tegen ziekten, onkruid, insecten, droogte en overstromingen.

Na de selectie van het juiste rijstzaad moet het land voorbereid worden. Dat begint al na de laatste oogst. Zo kan het onkruid in bedwang worden gehouden. Ook wordt de bodem vruchtbaar gehouden met voedingsstoffen zoals verpulverde rijstplanten. In het voorjaar, zo’n maand voor het zaaien, start het grove werk. Eerst wordt de bodem geploegd en vlak gemaakt.

Hiervoor worden, afhankelijk van de regio, waterbuffels en ouderwetse ploegwerktuigen of moderne tractoren en lasers gebruikt. Omdat het water straks overal even hoog moet komen te staan, moet de bodem egaal zijn. Hierna worden er geulen gemaakt in de aarde. Dan komt er een laag water op het veld te staan, waarna het zaad in de geulen wordt gezaaid. Soms is het zaad eerst natgemaakt om voor te kiemen, dan groeit het plantje er alvast voorzichtig uit.

Ongeveer een week na het zaaien steken de rijstplantjes voor het eerst hun kop boven het water uit. Daarna moet er steeds opnieuw water worden toegevoegd: genoeg om de toppen boven het wateroppervlak uit te laten steken en tegelijkertijd de rest van de plant lekker nat te houden. Zo voelt de rijstplant zich namelijk op z’n best. Voor het irrigeren van het land, wordt meestal handig gebruik gemaakt van natuurlijke bronnen.

Één tot twee weken voor de oogst (een paar maanden na het zaaien) laat de boer het water opdrogen of breekt hij de dammen door om het water van het veld te laten vloeien. De planten worden bruin en zijn dan klaar om geoogst te worden. Dat gebeurt met een maaidorsmachine of een ouderwetse zeis. Een moderne machine rist meteen de korrels van de plant; traditionele boeren doen dit zogeheten dorsen met de hand.

Vervolgens worden de korrels gedroogd en gaan ze door de rijstmolen om het kaf (de oneetbare schil) te verwijderen. Het overgrote deel van de rijst wordt gegeten op de plek waar ‘ie wordt geoogst, door de boeren dus en de lokale bevolking. De rest komt op de handelsmarkt, en gaat bijvoorbeeld per boot naar Lassie. In de fabriek aan de Zaan worden de korrels gereinigd en gesorteerd. Ook gaan de korrels die niet als zilvervliesrijst in het pak komen door de slijpstenen om het vliesje te verwijderen.

Innovatie en Duurzaamheid

Lassie bracht in de jaren vijftig met Lassie Toverrijst rijst op de Nederlandse eettafel en heeft zich sindsdien steeds verder ontwikkeld in gemakkelijke, gezonde en gevarieerde rijst- en granenconcepten die waarde toevoegen in de categorie. Na Lassie Toverrijst introduceerde Lassie nog enkele gemaksconcepten, om zich vervolgens op gezonde innovaties te richten.

Sinds 2010 is Lassie onderdeel van het Spaanse Ebro Foods, wereldleider op het gebied van rijst en de nummer 2 in deegwaren, met in elk land lokale merken. Tegelijkertijd is Ebro Foods decentraal georganiseerd, dus het eigen team kan autonoom concepten bedenken, onderzoeken en introduceren. Nederland is hiermee ook voorloper binnen de Ebro Groep, zo komen de lanceringen van Quinoa, Orzo, Parel Couscous, Poke Bowl en Haverrijst uit onze koker.

Chi: “Private label heeft volgens mij een functie in de hardlopers, maar het bouwen van de categorie kun je beter aan het A-merk overlaten. De waardepropositie zit in inspiratie, ontwikkeling en merkenbouw en dat kun je met private label toch niet goed invullen.”

Duurzaamheid bij Lassie

De consument kent Lassie al decennia als een betrouwbaar en sympathiek kwaliteitsmerk. Dat betekent dat er ook grote stappen gezet moeten worden in duurzaamheid. Ebro Foods ondersteunt bijvoorbeeld lokale boeren met verschillende hulpmiddelen om de impact op het milieu te beperken en vermindert het gebruik van grondstoffen, water, papier en energie.

Hiermee is al onze basmatirijst in de hoogste klasse van SRP (Sustainable Rice Platform) gecertificeerd. Dat betekent dat de hele keten, van de teelt en leefomstandigheden van de boeren tot het vervoer en de verwerking in onze high-tech-fabriek, aan de hoogste duurzaamheidseisen voldoen. Die hoge eisen hebben we nu doorvertaald naar de pandanrijst.

TPM bij Lassie

In 2008 hernieuwde Lassie de invoering van Total Productive Maintenance (TPM). De revival begon op de verpakkingsafdeling, daarna volgde de rijst-bereiding. Nu zijn het kantoor en de toeleverketen aan de beurt, en zullen voor het eerst ook Lean-tools worden ingezet.

De kost gaat voor de baat uit. De uitrol van TPM begon op de verpakkingsafdeling, en inmiddels is de rijst-bereiding aan de beurt. Bij Lassie waren ze ook bezig met Total Productive Maintenance, en ze zochten iemand die dat programma kon voortzetten.

Een belangrijke tool is de OEE of Overall Equipment Effectiveness. Deze is gedefinieerd als het product van de machinebeschikbaarheid, de machineprestatie en de fractie correct gefabriceerde producten. De managementorganisatie rond TPM omvat tenminste acht pilaren, waaronder "continu verbeteren", "autonoom onderhoud" en "training & standaardisatie".

Sinds de start van het TPM-programma is de OEE van de verpakkingslijnen gemiddeld met 15% toegenomen. Een hoge OEE betekent weinig onvoorziene stilstand. Dat brengt rust op de werkvloer, een hogere leverbetrouwbaarheid en een betere kwaliteit.

Overzicht van de Ontwikkeling van Lassie:

Jaar Gebeurtenis
1893 Oprichting Gebroeders Laan
1899 Predicaat Koninklijke
1910 Bouw Stoomhavermoutfabriek Mercurius
1959 Introductie Lassie Toverrijst
1962 Naamswijziging naar Koninklijke Lassiefabrieken NV
2010 Onderdeel van Ebro Foods

Lassie blijft innoveren en zich inzetten voor duurzaamheid, waardoor het een vertrouwde naam blijft in de Nederlandse voedingsindustrie.

labels:

Zie ook: