Al eeuwen is het eten van oliebollen een typisch Nederlands gebruik. Wanneer de klok twaalf slaat, proosten wij met champagne en eten we oliebollen.

Maar waar komt de typisch Nederlandse olieboltraditie eigenlijk vandaan? Dat is in Nederland de traditie met oud en nieuw.

Eeuwenoude traditie

De geschiedenis van de oliebol gaat behoorlijk terug in de tijd. De historie van de oliebol gaat ver terug. Een veelgehoorde theorie is dat de oliekoek als voorloper van de oliebol vanuit het Middellandse Zeegebied naar onze regio is gekomen, waarschijnlijk dankzij de Sefardische Joden die in de zestiende eeuw vanuit Spanje en Portugal richting de Nederlanden trokken.

Er zouden zelfs aanwijzingen zijn dat er al rond het begin van onze jaartelling in olie gebakken werd. Door de Bataven en Friezen, aan het begin van de Christelijke jaartelling. Op een schilderij uit 1652 is de eerste oliebol al te zien en het eerste recept vinden we terug in het kookboek De Verstandige Kok uit 1667.

Historicus Manon Henzen vertelt dat ze vermoedt dat ze nog veel ouder zijn. Deskundigen vermoeden dat er in ons land nog veel eerder al dit soort oliebollen werden gegeten. “We hebben er alleen geen recepten meer van!”

Van oliekoek naar oliebol

Overigens was de eerste oliebol geen bol, maar een platte koek. De omslag van de oliekoeck naar de oliebol heeft vooral met de hoeveelheid olie te maken. Het deeg werd in een klein bodempje vet gebakken, waardoor ze hun platte vorm kregen.

In het achttiende-eeuwse kookboek De Volmaakte Hollandsche Keukenmeid werd voor het eerst een dubbele hoeveelheid olie geadviseerd, waardoor de koeken boller uit het vet kwamen. Later maakten bakkers het beslag luchtiger door de ingrediënten aan te passen. De komst van de frituurpan zorgde voor echte mooie ronde bollen. De Van Dale nam in 1868 voor het eerst het woord ‘oliebol’ op.

En pas vanaf het begin van de twintigste eeuw hebben we het alleen nog over oliebollen en is de oliekoeck uit de taal verdwenen.

Oliebollen in de Middeleeuwen

Het is goed om te beseffen dat Kerstmis en Oud en Nieuw in de midwinterperiode liggen. Oliekoeken werden vooral in de winter gegeten, omdat ze gemaakt werden van houdbare ingrediënten zoals meel, gedroogde vruchten, gist en olie. Bovendien bevatten ze veel calorieën en vulden ze goed, wat prettig was in tijden van schaarste en winterkou.

In mideeleeuwse bronnen wordt dus al melding gemaakt van in olie gebakken koeken. In de late middeleeuwen ontstond de traditie onder arme mensen om na de jaarwisseling langs de deuren te gaan, om mensen een gelukkig nieuwjaar te wensen.

In ruil voor de beste wensen kregen zij wat te eten. Vaak was dat een oliekoek. Die oliekoeken waren niet alleen een lekker einde van de vastentijd, ze waren ook rijk aan caloriën en vetten, en daarmee voedzaam.

Ingrediënten door de jaren heen

Eigenlijk lijkt de oliebol nog heel erg op het allereerste ontdekte recept. De samenstelling van de oliebol is in de loop der jaren niet veel veranderd. Vroeger zijn ze misschien iets platter geweest, vooral omdat er minder olie werd gebruikt.

Wel zat er vroeger vaak anijs in oliebollen, en in de negentiende eeuw komijnzaad. Halverwege de negentiende eeuw kwam de bekende poedersuiker erbij.

labels:

Zie ook: