De conclusie kan alvast verklapt worden: vlees heeft een disproportioneel grote ecologische voetafdruk. Het doel is zo precies mogelijk omschrijven hoe groot de ecologische gevolgen van een plakje ham, kipfilet of biefstuk zijn voor een zoektocht naar een duurzame voedselproductie. In komende artikelen wordt gekeken naar hoe duurzame veeteelt eruit kan zien en hoe consumenten aangezet kunnen worden om minder vlees te eten. Maar nu eerst de cijfers: wat is de milieubelasting van vleesconsumptie en hoe verhoudt die zich tot andere eiwitbronnen? En hoe zou de wereld eruitzien als iedereen flexi- of vegetariër wordt?

De Impact van de Vee-industrie op het Klimaat

Het produceren van voedsel kost veel grondstoffen (zoals kunstmest, brandstof voor landbouwvoertuigen, et cetera) en is goed voor meer dan een kwart van alle door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. Volgens de Wereldvoedselorganisatie (FAO) is de mondiale veeteelt verantwoordelijk voor bijna 15 procent van alle aan menselijk gedrag gerelateerde broeikasgassen. Een overgroot deel van die uitstoot - volgens sommigen tot wel 80 procent - is het gevolg van veehouderij. De milieulast van veeteelt zal bovendien toenemen.

De FAO verwacht dat de wereldwijde consumptie van vlees per persoon in 2050 met 40 procent is toegenomen ten opzichte van 2010 (in opkomende landen zal die groei zelfs 70 procent zijn, is de voorspelling). De wereldbevolking is dan naar verwachting ruim 9,6 miljard zielen groot, wat betekent dat de mondiale veestapel fors zal groeien.

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is 11 procent van de totale hoeveelheid broeikasgassen die Nederland uitstoot (lachgas, methaan en koolstofdioxide) afkomstig uit de veeteelt. Overigens eten we al dat vlees niet zelf op: ruim driekwart van in Nederland geproduceerd vlees is voor de export. Maar: ‘Als je de Nederlandse veestapel verdeelt over de inwoners, dan zou elke inwoner bijna 5 kippen en een eigen varken hebben; per 4 personen zouden we een koe bezitten,’ schrijft Milieu Centraal. Per jaar wordt er voor elke Nederlander circa 76 kilo vlees geproduceerd (rund, varken en kip samen), ruim twee keer zoveel als vijftig jaar geleden. De laatste jaren eten Nederlanders wel steeds minder vlees. De afgelopen tien jaar was de daling circa 5 procent en nog maar een kwart eet iedere dag vlees bij de hoofdmaaltijd.

Hoe Gaan We Al Die Dieren Voeden?

Veeteelt vraagt veel ruimte. Niet zozeer het houden van het vee, als wel het produceren van het voer voor de dieren. Van het mondiale landbouwareaal is 75 procent in gebruik voor de productie van veevoer en als grasland. Dit is veel, want vlees, zuivel en eieren leveren slechts 17 procent van alle calorieën die de wereld tot zich neemt. Voor de productie van een kilo biefstuk is gemiddeld 25 kilo voer nodig, en dat moet ergens groeien. Helaas heeft de wereld niet heel veel geschikte landbouwgrond over, tenzij we nog meer regenwoud kappen.

Ook de Nederlandse vleesconsumptie (dus niet wat we produceren en exporteren) vraagt relatief veel grond, met name in Brazilië. In totaal is voor het produceren van alle Nederlandse consumptie circa 10 miljoen hectare grond nodig - drie keer het Nederlandse landoppervlak. Bijna de helft van onze voetafdruk betreft zo landbouwgrond voor de productie van voedsel. De productie van vlees, zuivel en eieren vraagt bovenproportioneel veel ruimte: 2 miljoen hectare.

Welk Dier Vervuilt Dan Het Meest?

Het ene dier is het andere niet: runderen eten meer en ander voer dan kippen. Runderen (of preciezer geformuleerd: de productie van rundvlees) vragen ook de meeste ruimte en stoten de meeste broeikasgassen uit (met name omdat ze veel methaan produceren), gevolgd door varkens en kippen. Een biefstuk heeft dan ook een grotere milieu-impact dan een kipfiletje.

Twee flinke entrecotes leiden tot evenveel broeikasgassen als een autorit van Amsterdam naar kippenepicentrum Barneveld.

Hieronder een overzicht van de uitstoot van broeikasgassen en landverbruik van enkele vleessoorten en andere eiwitbronnen.

ProductBroeikasgasuitstoot (kg CO2-equivalenten per kg)Landgebruik (m2 per kg)
Rundvlees (gemiddeld)31-43Hoog
VarkensvleesMiddelMiddel
KipLaagLaag
Plantaardige eiwitbronnenZeer laagZeer laag

Het gaat om gemiddelden: Braziliaans rundvlees leidt tot meer broeikasgassen (43 kilo CO2-equivalenten per kilo vlees) dan Nederlands rundvlees (31 kilo CO2-equivalenten per kilo vlees).

Wat Nu Als We Allemaal Flexi- of Vegetariër Worden?

Minder vleesconsumptie is volgens enkele onderzoeken dan ook onvermijdelijk om te proberen de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius en een groeiende wereldbevolking te voorzien van voldoende veilig en betaalbaar voedsel. In de woorden van hoogleraar Voedingsleer Martijn Katan: ‘Als we granen of bonen zelf opeten kun je daar veel meer mensen mee voeden dan als we ze eerst aan dieren voeren ter productie van vlees.’ Concreter: wanneer alle Europeanen vegetarisch zouden eten (geen vleesproducten en eieren), behaalt de EU al voor 2020 de helft van haar milieudoelstellingen.

Recent onderzoek berekende dat als de wereldbevolking zou overstappen op een vleesarm dieet (maximaal 43 gram rood vlees per dag), de mondiale uitstoot van voedselgerelateerde broeikasgassen in 2050 met 7 procent is toegenomen, in plaats van de voorspelde 51 procent (waarbij aangenomen wordt dat de mondiale vleesconsumptie met 75 procent toeneemt, in lijn met de voorspellingen van de FAO). Mínder vlees eten zet trouwens ook al flink wat zoden aan de dijk.

Dus, Wat Moet Ik Hiermee?

In het gemiddelde Nederlandse dieet komt ruim de helft van de CO2-uitstoot voor rekening van dierlijke producten: 32 procent voor vlees en vis en 19 procent voor zuivel en eieren. Verschuif je deze verhouding van 80 procent plantaardig en 20 procent vlees of vis, dan bespaar je 9 procent van jouw totale CO2-uitstoot voor voeding. Minder vlees en zuivel en meer plantaardige producten eten kan dus heel wat uitmaken.

Een gemiddelde Nederlandse maaltijd bestaat voor 70 procent uit groenten en aardappel, pasta of rijst en voor 30 procent uit vlees. Neem het avondeten. Verschuif je deze verhouding van 80 procent plantaardig en 20 procent vlees of vis, dan bespaar je 9 procent van jouw totale CO2-uitstoot voor voeding. Doe je dit een jaar, dan staat je besparing gelijk aan zeven jaar koken op een elektrische kookplaat of vijf jaar lang je koelkast aan laten staan. Kassa.

Een verschuiving van 30 naar 20 procent vlees op je bord zul je nauwelijks proeven, maar misschien heb je geen tijd om je gehaktballen en hamlapjes nauwkeurig te wegen. Je kunt het ook eenvoudiger houden en bijvoorbeeld twee dagen per week vegetarisch eten. Je vermindert dan je voedinggerelateerde CO2-uitstoot met ruim 6 procent. Eet je elke dag vegetarisch, dan is de besparing 20 procent.

Cijfers Zijn Ook Maar… Cijfers

Verschillende onderzoeken, hoe degelijk uitgevoerd ook, komen tot andere cijfers. Cijfers zijn belangrijk, maar hebben ook hun beperkingen, zeker als het om de milieulast van voedsel gaat. Hier zijn meerdere oorzaken voor, waaronder:

  • Regionale verschillen: de resultaten van een onderzoek uitgevoerd in het ene land zijn niet altijd toepasbaar op een ander land. Zo veel mogelijk cijfers gebruikt die aansluiten bij de Nederlandse situatie.
  • Een bekend twistpunt is ‘Land Use Change’ (LUC). Als regenwoud gekapt wordt om veevoer te telen, heeft dat effect op de totale hoeveelheid uitgestoten en opgenomen CO2. Sommige onderzoeken nemen deze effecten mee, andere niet. Daarnaast bestaat er onenigheid over hoe groot die effecten zijn.
  • Bottum-up versus top-down: Maak je een lijstje van alles wat je eet (bottom-up) en vermenigvuldig je dit met de CO2-uitstoot per product die berekend is in life cycle analysis (LCA’s), dan kun je tot de helft lager uitkomen dan wanneer je uitrekent wat jouw aandeel in het totale voedselsysteem is (top-down). Er is discussie over wat de beste manier van berekenen is.
  • Koeien leveren vlees maar ook zuivel en leer; schapen geven melk, vlees en wol en kippen produceren naast eieren ook vlees. Aan welk van deze producten schrijf je de uitstoot van broeikasgassen toe? Niet elk onderzoek doet dat op dezelfde manier.
  • Als mensen minder vlees eten, leven ze langer en gezonder - en eten tijdens hun leven dus ook meer voedsel. Hoe verreken je dit effect? De meningen verschillen.

Met andere woorden: onderzoeksresultaten kunnen van elkaar verschillen, maar de conclusie blijft: steeds meer mensen gaan meer vlees eten, en de ecologische voetafdruk van die vleesconsumptie is groter dan de aarde aankan.

labels: #Vlees

Zie ook: