Aardappelen lijken op het eerste gezicht misschien geen culinaire hoogvliegers, maar vergis je niet: deze knollen zijn ware smaakbommen met eindeloze mogelijkheden in de keuken! En geloof het of niet, zelfgekweekte aardappelen smaken nog beter! Stop er wat liefde en aandacht in, en je wordt beloond met de lekkerste oogst. Het telen van aardappelen is niet eens zo moeilijk! Of je nu en grote tuin hebt of alleen een terras of balkon, je kunt er zo mee aan de slag. Zelfs met beperkte ruimte kun je al genieten van een kleine maar smaakvolle oogst.

Vroeger stonden er dagelijks aardappels op de menu maar ondertussen worden ze veel minder gegeten en eerder als groenten beschouwd. Er zijn dan ook vele alternatieven zoals pasta, rijst, quinoa, couscous, bulghur en natuurlijk ook zoete aardappel.

De Geschiedenis van de Aardappel

Aardappel komt net als zoete aardappel van oorsprong uit Zuid-Amerika, waar ze al 13.000 jaar geleden voorkwamen. Zowel in Chili als Peru werden met zekerheid aardappels verbouwd. In 1621 werd de aardappelplant vanuit Chili naar Europa ingevoerd. Aanvankelijk dachten onze voorouders dat de knollen niet eetbaar waren net als de giftige bloemen, bladeren en bessen.

Welke Gif Zit Er in Nachtschade Groenten?

Aardappels behoren tot de familie van de nachtschade, net zoals tomaten, aubergine, paprika en peper. Van al deze planten eten we enkel de vruchten en geen bladeren, bloemen of bessen. Planten uit de nachtschadefamilie produceren de alkaloïde solanine en soms ook Capsaïcine en tomatine. Met veredeling zijn er steeds meer gifstoffen uitgehaald maar niet allemaal.

Aardappelen bevatten gemiddeld 40 mg solanine per kg. Het wordt schadelijk vanaf 200 mg voor een volwassene en is dodelijk bij 400 mg. Als je 5 kg aardappels in één keer eet, zou je kunnen verwachten ziek te worden. Groen geworden aardappels, beschimmelde aardappels en onrijpe aardappels bevatten meer solanine en worden daarom best vermeden.

Aardappelsoorten

Aardappels verschillen in smaak en textuur. Er zijn kruimige aardappels en vaste aardappels. Dat is de eerste keuze die je moet maken. Verder is smaak ook variërend, niet alleen tussen rode of gele aardappels maar ook tussen gele aardappels onderling. Er komen steeds nieuwe soorten bij ter vervanging van oudere rassen. Het nadeel van oude soorten is dat ze gevoeliger zijn aan de aardappelziekte of schurft in vergelijking met nieuwe soorten. Verder is er een onderverdeling te maken naargelang de planttijd en dus ook de oogsttijd van de aardappels. Globaal spreken we van vroege, middelvroege, middellate en late aardappelen.

In tegenstelling tot de meeste planten, zaai je de aardappel niet, maar gebruik je pootaardappelen die verkrijgbaar zijn in verschillende variëteiten, maten en gewichten en speciaal zijn gekweekt voor dit doel. Soorten aardappelen er zijn verschillende soorten aardappelen, die worden ingedeeld op basis van de periode waarin ze geoogst worden: primeuraardappelen, vroege, halfvroege of laat oogstbare aardappelen. Als je primeuraardappelen in februari al onder glas of in zakken in de garage hebt geplant, kun je ze al vanaf midden mei tot begin juni oogsten. Bij de late variëteiten zitten de beste bewaaraardappelen. Echter zijn deze variëteiten vaak moeilijker te telen, omdat de meeste aardappelziekten later in het jaar opduiken.

Aardappelen kunnen afhankelijk van de variëteit last hebben van aardappelmoeheid, aardappelschurft, aardappelziekte (Phytophthora) of van de coloradokever. Over het algemeen hebben de vroege rassen minder last van ziekten en plagen, toch raden we aan om bij aankoop te kiezen voor rassen die resistenter zijn.

Pootaardappelen en Voorkiemen

Plantgoed van aardappels koop je best tussen half januari en eind februari. Vroege pootaardappels koop je voor half februari. Op dat moment hebben ze nog geen uitlopers. Daarvoor zorg je zelf door ze eerst een week op kamertemperatuur te zetten (minimum 18°C). Licht en warmte zorgt ervoor dat ze gelijkmatig kiemen. Daarna verplaats je ze naar een koude, lichte ruimte op 10°C. Zo worden de kiemen donkerrood en sterk. Je kan de pootaardappelen hiervoor ook buiten onder een beschutting plaatsen. De scheuten mogen niet langer dan 2 cm zijn bij het uitplanten.

Plaats je de aardappels te donker of te warm, ga je lange, witte scheuten krijgen. Deze scheuten zijn zwak en gaan gemakkelijker afbreken bij het uitplanten. Voorkiemen van aardappelen is geen noodzaak maar zorgt er gemiddeld voor dat je twee weken vroeger kan oogsten. Mooi meegenomen toch?! Vroege aardappelsoorten worden altijd voor gekiemd.

Alles begint met het voorkiemen om aardappelen sneller oogstklaar te maken, is het belangrijk om tijdig pootaardappelen aan te schaffen en ze gedurende enkele weken te laten voorkiemen. Aardappelknollen hebben namelijk slapende ogen waaruit scheuten (spruiten) groeien wanneer ze op een koele en lichte plek worden geplaatst. Het voorkiemen duurt meestal 4 à 6 weken. Om het voorkiemen te vergemakkelijken, kunnen de aardappelen naast elkaar worden gelegd in kistjes of eierdoosjes. Plaats de doosjes op een plek met veel licht, maar vermijd direct zonlicht. Een temperatuur van een ongeveer 10° C is ideaal. De kiemen zullen wit of paars kleuren, afhankelijk van de cultivar. De knollen kunnen worden gepoot (geplant) wanneer de kiemen 1 à 2 cm groot zijn. Als er exemplaren zijn die geen scheuten vormen, gooi je deze enkelingen best weg.

Je zou kunnen overwegen om aardappels uit de winkel te kopen en deze te laten kiemen. Dikke aardappelen snijd je dan in twee en laat je enkele dagen tegen elkaar liggen zodat er zich een kurklaag vormt. Het nadeel van consumptieaardappelen is dat je geen zekerheid hebt van oogst. Je weet niet hoe gevoelig ze zijn aan schimmels en ook niet hoe goed ze zullen kiemen. Maar het kan de moeite waard zijn als je ergens een lekker ras tegenkomt. Hebben je aardappels geen ziektes gehad tijdens de opkweek en heb je ze koel bewaard, dan kan je de kleinste aardappelen van je eigen oogst gebruiken als pootaardappelen. Elk jaar je eigen plantgoed gebruiken zou ik zeker niet adviseren. Pootaardappels kopen geeft de meeste zekerheid op goed resultaat. Je kan trouwens ook biologisch pootgoed kopen.

Het Planten van Aardappelen

Vroege aardappels: tussen half maart en half april. Half maart planten is echter niet mogelijk op zware gronden gezien die vaak nog veel te nat zijn. Samengevat: eigenlijk kunnen alle soorten pootaardappels in april geplant worden. Het beste is echter om zo vroeg mogelijk binnen de periode van de aardappelsoort te planten omwille van het gevaar van de aardappelziekte.

Kies een geschikte plaats om aardappelen succesvol te kweken, is het belangrijk een geschikte plek te kiezen. Aardappelen groeien het best op een zonnige plaats in de tuin en gedijen goed op de meeste grondtypes, maar hebben een voorkeur voor lichtzure grond met een pH-waarde tussen 5 en 6, die goed gedraineerd is. Vermijd een plek die recentelijk is bekalkt en verbouw ze niet elk jaar op dezelfde plaats om de gevreesde aardappelziekte te voorkomen. Op een kleine oppervlakte kunnen aardappelen worden gekweekt in speciale kweekzakken, emmers, grote bloembakken of zelfs in oude potgrondzakken die je binnenste buiten keert (zwarte zijde naar buiten om sneller op te warmen). Zorg er wel voor dat er voldoende afwateringsgaten zijn waarlangs overtollig water kan wegstromen.

Als het goed is heb je de grond in de herfst reeds voorbereid: voldoende diep gespit, onkruid verwijderd en organisch materiaal aan de grond toegevoegd. Wanneer de grond warmer wordt (doorgaans vanaf half april), kunnen aardappelen in de volle grond worden geplant. Voordat je begint, maak je de grond nogmaals goed los. Span een koord en maak om de 40 cm een plantgat van 5 cm op zware kleigrond en tot 10 cm diep op lichte zandgrond. Leg in elk plantgat een knol met de mooiste scheutjes naar boven, vul het plantgat met aarde, maar druk niet te hard aan. Geef voldoende water na het planten. Zorg dat er een plantafstand van 60 tot 70 cm tussen de rijen is, zodat je voldoende ruimte hebt om de aardappelen straks aan te aarden. Een ruime plantafstand heeft ook als voordeel dat de planten sneller opdrogen door de wind en minder vatbaar zijn voor schimmelziektes zoals de aardappelplaag. Als er nachtvorst voorspeld wordt, span dan een vliesdoek over het aardappelveld.

Wanneer je ervoor kiest om aardappelen in zakken of bakken te planten, kan je vroeger beginnen met poten. Het is echter belangrijk ervoor te zorgen dat de knollen niet te nat komen te staan, aangezien dit kan leiden tot rotten. Daarnaast dien je de aardappelen te beschermen tegen eventuele vorst, door ze bijvoorbeeld 's nachts binnen te zetten of ze af te dekken met een vliesdoek.

Vroege aardappelsoorten vormen minder loof en kunnen daardoor dichter bij elkaar geplant worden. Vroege aardappelen zet je op 35 cm van elkaar en op een rijafstand van 60 cm. Het planten zelf doe ik met een spade. Op één lijn maak ik de gaten naast elkaar op een diepte van 15 cm. Als je ondieper plant, vallen de planten gemakkelijk om als ze groot zijn en komen de aardappels snel boven de grond te liggen tijdens de groei. Bij de volgende rij vul je de gaten met de grond die je uitschept om nieuwe gaten in de tweede rij te maken.

Tip: Plant de pootaardappelen met de kiemen omhoog, zo zullen ze mooi uitgroeien naar het licht.

Aanaarden

Ongeveer vier weken na het planten, wanneer het loof goed gegroeid is, is het tijd om de aardappelen aan te aarden. Dit houdt in dat de stengels bedekt worden met aarde om de vorming van ondergrondse stengels te stimuleren. Hierdoor worden de knollen onder de grond gevormd waar ze niet blootgesteld worden aan licht. Zonlicht maakt de knollen echter groen en doet het giftige solaninegehalte toenemen. Het aanaarden kan beginnen wanneer de stengels 10 à 15 cm boven de grond uitsteken. Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken. Bij het aanaarden wordt de grond tussen de rijen gebruikt, waardoor er geulen ontstaan en de planten op ruggen groeien.

Aardappelplanten kunnen fors uitgroeien. Je vermijdt dat aardappels bovengronds komen te liggen en groen worden. Aanaarden doe je door tussen de rijen aardappelplanten met een hak de grond vlak bij de planten te brengen. Aanaarden doe je best in twee keer: de eerste keer als de planten 10 cm zijn en nog een keer als ze 20 cm zijn. Wordt er nog nachtvorst voorspeld, kan je met aanaarden zelfs het loof terug onder de grond stoppen. Of je kan de aardappelen beschermen met klimaatdoek.

Aardappelen Kweken in een Zak

Een lege zak van potgrond maar ook een grote containerpot kan dienstdoen om aardappels te kweken. Er zijn ook speciale aardappel-groeizakken (aardappel-kweekzak) op de markt, deze zijn gemaakt van een geweven kunststof. Aardappel kweken in een zak is eenvoudig en gelijkaardig als in volle grond. Je begint met voorkiemen van de aardappels zoals hierboven beschreven. Je poot per zak één tot maximum 3 pootaardappels, afhankelijk van de diameter van de kweekzak. Naarmate de plant groeit, kan je potgrond toevoegen. Water geven doe je best met mate, afhankelijk van de seizoen en de plaats waar de zak staat. Als je voldoende wormenmest gebruikt hebt, hoef je niets meer bij te mesten tijdens het groeiseizoen.

Grondsoort en Bemesting

Eigenlijk is de vraag: hoe krijg je grote aardappels? Aardappelen stellen in feite geen zware eisen aan de grond. Vroege aardappels laten zich het beste telen op zandgrond omdat die grond sneller opwarmt in het voorjaar. Verder speelt de grondsoort weinig rol. Aardappels willen vooral een luchtige, humusrijke grond. Dit bekom je door je tuingrond een jaarrond te mulchen.

Na het planten mulch ik het perceel van de aardappels niet met gras of andere mulch. Gewoon omdat het lastig is om de aardappelplanten aan te aarden met een mulchlaag. Aardappels groeien bij mij op de voorraad humus die in de grond aanwezig is. Heb je te weinig humus in de grond opgebouwd gedurende de afgelopen jaren, kan je dit compenseren met compost of wormenmest toe te voegen. Verdeel dit over het perceel voor het planten. Je kan ook in de winter het perceel bedekken met gerijpt stalmest als wintermulch. Ikzelf geef nooit extra korrelmeststoffen aan de aardappelplanten. Wel strooi ik éénmaal gezeefde houtassen over het perceel als de planten 30 cm hoog zijn. Houtasse van onbehandeld hout geeft kalium en dat is de enige extra voeding die knollen nodig hebben. In houtasse is kalium volledig oplosbaar in water en dus snel opneembaar voor de planten. Niet overdrijven is dus de boodschap! Naast kalium bevat houtasse ook calcium en magnesium.

Om mooie, grote knollen te krijgen, is het belangrijk om tijdens droge periodes extra water te geven. Zorg ervoor dat de grond niet te zwaar bemest is. Ze gedijen het best in een bodem waar vooraf compost of goed verteerde stalmest werd ingespit. Wees voorzichtig met stikstofmeststoffen, omdat deze alleen maar zorgen voor meer bladgroei en een grotere kans op aardappelziekte.

Het bekalken van een aardappelperceel is niet aan te raden want dit leidt gemakkelijk tot schurft bij aardappels. Bovendien zijn de meeste tuinen over bekalkt. Test dus steeds of je grond wel moet bekalkt worden. Indien ja, kies dan voor lavameel.

Wanneer Charlotte Aardappelen Oogsten?

Ondanks dat de planttijd niet erg varieert, is er toch een groot verschil in oogsttijd tussen vroege, half vroege en late soorten. Vroege aardappels hebben een kortere groeiperiode dan de andere soorten waardoor ze al in juni kunnen geoogst worden.

Vroege aardappelen oogst je vroeger dan de andere soorten. Vroege aardappels oogsten kan je zelfs doen met groen loof. Ze worden dan geoogst om meteen te consumeren. De aardappels zijn nog niet volgroeid maar ze zijn wel lekker. De schil is dun en je kan ze ongeschild eten. Wil je aardappels goed bewaren, is het belangrijk om het loof te laten afrijpen. Afrijpen betekent dat het loof geel wordt en verdord, op dat moment gaan de knollen niet meer dikken en een hardere schil vormen in de grond.

Wanneer aardappelen oogsten? Vroege aardappelen kunnen al geoogst worden in juni - juli, wanneer ze nog in volle bloei staan. Oogst ze pas als je ze nodig hebt of enkele dagen ervoor, zodat je altijd over verse aardappelen beschikt. Gebruik een oogstriek om de knollen voorzichtig omhoog te tillen en te voorkomen dat de knollen beschadigd raken. De halfvroege en late variëteiten worden pas geoogst als het loof is afgestorven, zodat de knollen meer tijd hebben om te rijpen en beter geschikt zijn om langer te bewaren. De opbrengst per plant varieert tussen de 1 en 2 kg, afhankelijk van het ras en de oogsttijd.

Ingeval van Phytophthora, ben je verplicht om vroeger te oogsten. Anders gaan ook de knollen aangetast worden door deze schimmel. Snij het aangetaste loof dan weg en laat de aardappels nog enkele weken in de grond zitten vooraleer te oogsten. Zo wordt de schil alsnog harder.

Late aardappels moeten voor de vorst worden geoogst. Aardappels oogst je best bij droog en zonnig weer, dan kan je de aardappelen oogsten zonder er te veel grond aan kleeft. Aardappelen groeien bossig uit. Steek met een platte oogstvork niet te dicht bij het dorre loof want anders ga je aardappels doorboren. Raap alle aardappelen op, ook de allerkleinsten. Als je kleine aardappels achterlaat in de bodem, gaan hieruit nieuwe aardappelplanten groeien in het najaar en het volgend voorjaar. Dit noemt men aardappelopslag en wordt best vermeden in de strijd tegen de coloradokever en phytophthora.

Bewaren van Aardappelen

Als de aardappels geoogst zijn, verspreid je ze op een verhard stuk en laat je ze enkele dagen rusten in de zon. Dan is de grond die aan de aardappels kleefde, opgedroogd en kan je ze droog opbergen. Leg de aardappels vervolgens in laagjes in kisten om te bewaren. Leg maximum 3 lagen aardappelen op elkaar. Aardappels worden best in laagjes in bakjes gezet die je op elkaar kan stapelen. De zwarte, plastic kweekbakken vind ik daarvoor ideaal. Zo blijft er voldoende luchtcirculatie rond de knollen. De ruimte moet droog, donker en goed geventileerd zijn. De beste bewaartemperatuur is tussen 4 en 8°C. Lager dan 4°C is nefast omdat het zetmeel in de aardappel wordt omgezet in suikers wat leidt tot een vieze, zoete smaak. Hoger dan 8 °C leidt vooral vanaf januari tot scheutvorming.

Witte, lange scheuten ontstaan doordat de knollen donker moeten bewaard worden. De knollen gaan rimpelen en worden minder smakelijk. Deze scheuten verwijder je best regelmatig om te vermijden dat de aardappelen taai en oneetbaar worden. De ogen rond de uitlopers snij je weg als je de aardappelen schilt.

Ziekten en Plagen

Om ziekten en plagen bij aardappels te vermijden, is het best om slechts om de 4 jaar op hetzelfde perceel aardappel te kweken. De grond is na de aardappelteelt goed van structuur. Welke ziektes kan een aardappel krijgen? Dat zijn er heel wat, zowel schimmels als insecten kunnen aardappel belagen. In de hobbytuin heeft men het meeste last van de aardappelziekte en de coloradokever.

Aardappelziekte (Phytophthora)

De aardappelziekte of phytophthora komt ook bij tomaten voor. Het is dezelfde schimmel. In eerste instantie zie je op de bovenkant van de bladeren bruine plekken. Aan de onderkant zie je een grijs schimmelpluis. Ook de stengels krijgen na verloop van tijd bruine plekken. Door de regen komen de sporen op de grond terecht en worden ook de knollen aangetast. Hebben je aardappelplanten phytophthora gehad, controleer alle knollen grondig en regelmatig. Aangetaste knollen kunnen gezonde aardappels tijdens de bewaring nog aantasten.

In een warme droge zomer heb je geen last van de aardappelziekte terwijl in regenachtige zomers phytophthora snel optreedt. De aardappelziekte kan dus jaarlijks op de loer liggen. Biologisch bestrijding van Phytophthora is niet mogelijk. Plant zo vroeg mogelijk, liefst half maart of begin april. Zowel aardappelen als tomaten worden aangetast. StreAangetaste planten moeten meteen worden afgevoerd. Doe ze nooit op de composthoop. De schimmelsporen overwinteren op aangetaste knollen in de grond of op loof in de composthoop.

Last but not least: behandel de aardappelplanten preventief met Oenosan om de bladeren te harden zodat schimmels minder kans krijgen om te kiemen.

Schurft

Schurft zijn verkurkte, ruwe plekken die ontstaan aan de buitenkant op de knol. Het lijkt dat de knollen pokken hebben. Het wordt veroorzaakt door de schimmel Stremtomyces. Ingeval van lange, droge periodes helpt het om tijdens de knolvorming gedurende 3 à 4 weken water te geven. Dit doe je niet op de bladeren (anders stimuleer je Phytophthora) maar onderaan de knollen.

Er zijn verschillende soorten schurft die op aardappels kunnen voorkomen. Naast de gewone schurft, is er ook lakschurft (rhioctonia solani) die herkenbaar is aan zwarte korstjes op de knollen. Verder bestaat er poederschurft. Dit komt in particuliere tuinen zelden voor. Het wordt veroorzaakt door de schimmel Spongospora. Het gaat vooral via besmet pootgoed over en kan vanuit een besmette grond jarenlang voor problemen zorgen. Het kenmerkt zich door kratervormige pokken, misvormingen en kankers op de knollen. Het kan gemakkelijk verward worden met gewone schurft.

Coloradokever

De coloradokever is één van de meest gevreesde insecten bij de aardappelteelt. Zowel de volwassen kevers als hun larven eten bladeren van de aardappelplant en kunnen op relatief korte tijd de planten volledig kaalvreten. Meer weten over coloradokever en hoe deze te bestrijden?

Bladluizen

Bladluizen veroorzaken op aardappelplanten in hobbytuinen weinig last. Als het al voorkomt, doen ze nagenoeg geen schade aan de aardappeloogst waardoor ze niet moeten bestreden worden. De volgende soorten bladluizen kunnen op aardappels voorkomen: aardappeltopluis, de zwarte vuilboomluis (vuilboom=sporkehout), de wegedoornluis en groene perzikluis. Virusoverdracht door bladluizen vormt enkel een probleem bij de kweek van pootgoed en niet ingeval je gewoon consumptieaardappelen teelt. Meer weten over bladluizen in het algemeen?

Ritnaalden

Ritnaalden zijn larven van de kniptor. Ze verblijven 3 tot 4 jaar in de grond. De jonge larven voeden zich met organisch materiaal en de oudere larven vreten allerlei gangen in wortels en knollen waarbij aardappels zeer geliefd zijn. Je hebt van ritnaalden vooral last op percelen die net ontgonnen zijn van grasland naar moestuin. Weiden zijn immers de uitgelezen plaats voor de kniptor om eitjes af te leggen. Alles weten over ritnaalden en hun bestrijding?

Glazige Aardappels en Doorwas

Waarschijnlijk heb je ook al wel eens glazige aardappels op je bord gehad? Glazige aardappelen ontstaan onder andere bij doorwas. Doorwas treedt op als aardappelplanten met een niet gesloten bladerdek, worden blootgesteld aan hoge luchttemperaturen (> 25°C) gedurende meerdere dagen, gevolgd door regen of beregening. De hitte in de grond zorgt dat de knollen opnieuw scheuten vormen waaraan zich nieuwe knollen vormen. De nieuwe knolletjes gebruiken de eerstgevormde knollen als voedselbron. Om doorwas te voorkomen is het belangrijk de aardappelen voor te kiemen en op tijd te planten zodat ze een dichtgegroeid bladerdek hebben vooraleer het echt warm wordt. Je kan ook klimaatdoek gebruiken zodat de grond minder opwarmt. Ingeval van doorwas wacht je niet tot het loof is afgestorven. Je oogst de planten met groen loof.

Charlotte: Een Vastkokend Ras voor Fijnproevers

De Charlotte-aardappel staat bekend om zijn fijne textuur en delicate smaak. De knollen zijn middelgroot, langwerpig en zeer regelmatig van vorm. Halfvroege vastkokende aardappel met gladde gele schil en geel vruchtvlees. De langwerpige knollen zijn mooi gelijkmatig gevormd en hebben een fijne smaak en hoog zetmeelgehalte. Vrij goede knolzetting. Charlotte wordt de moderne Roseval genoemd. Charlotte is een delicatesseras met zéér goede bakeigenschappen. Ook geschikt voor salades, ragouts en om te stomen. Bovendien de beste aardappel met stevig vruchtvlees voor traditioneel gebruik. Zeer goede smaak na het koken. Middelvroege (of halflate) aardappel, oogstbaar na 100-110 dagen. Oogsten doorgaans vanaf begin augustus tot eind september.

VASTKOKEND RAS VOOR FIJNPROEVERS. De vastkokende rassen hebben we als groep gerangschikt, omdat ze qua smaak behoorlijk afwijken van de rest. Ze blijven zeer stevig na de kook, koken dus absoluut niet af, zijn wasachtig stevig van structuur. Na afkoeling zijn de knollen nog steeds een lekkernij en worden bijv. aangewend voor salades. De meeste vastkokende rassen zijn middenvroeg tot laat oogstbaar: smaak kost nu eenmaal tijd om te ontstaan…!

Teeltadvies Charlotte

  • Luchtige, voedzame grond: Zorg voor een goed doorlatende, humusrijke bodem.
  • Wanneer? Plant de aardappelen zodra de bodem is opgewarmd tot ongeveer 10°C, doorgaans vanaf half april.
  • Aanaarden: Zodra de planten 20-25 cm hoog zijn, breng je een heuveltje aarde rond de stengels aan.
  • Water geven: Aardappelen verdragen droogte slecht.

Voedingswaarde van Aardappelen

Aardappelen zijn een natuurlijke bron van koolhydraten en vezels, die bijdragen aan een verzadigd gevoel en een gezonde spijsvertering. Ze bevatten kalium, wat helpt bij het reguleren van de bloeddruk, en vitamine B6, belangrijk voor de hersenfunctie.

Samengevat; het beste resultaat geeft een matige algemene basisbemesting met een kleine tot gemiddelde hoeveelheid stikstof (afhankelijk van de algemene voedingstoestand van je grond) en een wat grotere extra kalibemesting halverwege de teelt. Op een zure zandgrond is het raadzaam om wat kalk te gebruiken want bij een te lage pH kan er magnesiumgebrek optreden; bladeren worden dan geel, terwijl de nerven groen blijven. Daardoor kan de plant te vroeg afsterven waardoor er minder aardappelen geoogst kunnen worden.

labels: #Aardappel

Zie ook: