Over meel en brood is het een en ander vastgelegd in wet- en regelgeving. Het vaststellen van de juiste naam vergt een zorgvuldige aanpak.
Het Warenwetbesluit Meel en brood stelt namelijk eisen aan de naamgeving van broden. Daardoor worden ten eerste namen van broden heel specifiek. En ten tweede moet u bij bijvoorbeeld meergranenbrood, desembrood of speltbrood rekening houden met wettelijke voorschriften. Was voorheen alleen "volkoren" zo’n gereserveerde aanduiding, nu geldt voor meer broodbenamingen dat er eisen gesteld worden.
Vanaf 1 juli 2020 gelden de regels van het aangepaste Warenwetbesluit Meel en brood. Het doel? Uw klanten meer duidelijkheid geven over broodsoorten. Deze transparantie zorgt dat het imago van brood als goed en eerlijk product behouden blijft.
In het Warenwetbesluit Meel en Brood staat in artikel 16 vermeld dat, voor de producten welke benoemd staan in het besluit, de term volkoren in de naam van het product uitsluitend mag en moet worden gebruikt als in dit product de van nature voorkomende zetmeelrijke kern, kiem en zemelen van de desbetreffende graansoort in hun natuurlijke verhouding, al dan niet na een bewerking te hebben ondergaan, aanwezig zijn. Voor andere producten is in Nederland helaas geen wetgeving.
In het Handboek Etikettering van levensmiddelen van de NVWA is echter aangegeven dat als de term “volkoren” wordt gebruikt voor andere levensmiddelen die niet onder het Warenwetbesluit vallen, zoals koekjes, toastjes, crackers of pasta, het meel voor deze producten ook 100% volkorenmeel moet zijn dat voldoet aan de definitie van artikel 16 van het Warenwetbesluit Meel en brood.
Indien een deel van het meelbestanddeel van een product uit een andere meelsoort dan volkorenmeel bestaat, dan kan in de benaming van het product niet alleen “volkoren” worden genoemd.
Wat is volkorenbrood?
Volkoren graanproducten zijn gemaakt van de hele graankorrel. Voorbeelden zijn volkorenbrood, volkorenpasta en zilvervliesrijst. Volkoren graanproducten zijn gemaakt van de hele (vermalen) graankorrel. De graankorrel bestaat uit 3 delen.
- Binnenin zit de meelkern, onderin de kiem en eromheen de zemel.
- De meeste goede voedingsstoffen zitten in de kiem en de zemel.
Volkorenbrood is brood gemaakt van 100% volkorenmeel. Als er ‘volkorenbrood’ op de verpakking staat, dan is het echt volkoren.
Ook pasta en couscous mogen ‘volkoren’ worden genoemd als ze voor 100% uit volkoren(durum)tarwe bestaan. Dat geldt ook voor crackers, toastjes en koekjes. Een product dat niet voor 100% uit volkorenmeel bestaat, mag niet ‘volkoren’ worden genoemd. Wel mag worden vermeld hoeveel volkorenmeel is gebruikt.
Een brood mag alleen ‘volkorenbrood’ heten als ál het meel dat erin zit, volkorenmeel is. Dat is wettelijk bepaald.
Om te weten of brood volkoren, bruin of wit is, kijk je in eerste instantie naar de (officiële) naam van het brood. Als hier ‘volkoren’ staat (bijvoorbeeld volkoren tarwebrood, volkoren speltbrood of volkoren meergranenbrood), is 100% van het gebruikte meel volkoren.
Wettelijke eisen en benamingen
In het Warenwetbesluit Meel en brood is vastgelegd dat elk brood moet worden aangeduid met wit, bruin of volkoren. Deze verplichting geldt voor alle broodsoorten, inclusief stokbrood, vruchtenbrood, suikerbrood, kleinbrood, pita e.d.
De volledige officiële benaming (naam) van brood bevat informatie over:
- De hoeveelheid (alleen verplicht op voorverpakte producten).
- De aard: wit, bruin of volkoren (naar gelang het gebruik van bloem, meel en/of volkorenmeel in het meelbestanddeel) en de zichtbaarheid van zemelen in het brood.
- De samenstelling: de graansoort(en).
- Overige kenmerkende eigenschappen: bijvoorbeeld het gebruik van desem als rijsmiddel of eventueel aanwezige bijzondere kenmerkende bestanddelen in de kruim zoals noten, zaden of vruchten.
NVB, NBOV en NBC adviseren om bovenstaande volgorde aan te houden voor de officiële benaming van voorverpakte broden.
Bij onverpakt of niet-voorverpakt brood staat de verplichte informatie op het schapkaartje en/of in de directe nabijheid van het brood. Zo kan een schapindeling worden gebaseerd op het type brood (wit/bruin/volkoren) en kan informatie over de samenstelling en overige eigenschappen van het brood op de schapkaart staan.
Een gereserveerde aanduiding kan gebruikt worden wanneer de receptuur voldoet aan de eisen voor een gereserveerde aanduiding en kan gebruikt worden wanneer 1, 2 of meerdere graansoorten voorkomen in het meelbestanddeel en u deze terug wil laten komen in de aanduiding van het brood.
Eén graansoort in de aanduiding: het meelbestanddeel is voor minimaal 98% afkomstig van de betreffende graansoort. Voorbeeld: half wit speltbrood.
Twee of meer graansoorten in de aanduiding: gezamenlijk moeten de graansoorten voor minimaal 98% aanwezig zijn in het meelbestanddeel én elk afzonderlijk graan moet voor minimaal 5% aanwezig zijn in het meelbestanddeel. Vermelding gebeurt in afnemende volgorde van hoeveelheid. Voorbeeld: heel bruin tarweroggebrood.
Een beschrijvende benaming kan gebruikt worden wanneer de samenstelling van het brood niet voldoet aan de wettelijke eisen voor een gereserveerde aanduiding. Een beschrijvende aanduiding is bijvoorbeeld “heel volkorenbrood met spelt, rogge, zaden en pitten” of "glutenvrij brood op basis van peulvruchten en zetmeel".
Het kan zijn dat u voor sommige broden een fantasienaam of handelsnaam gebruikt, bijvoorbeeld “Molenbrood” of “Zonnebloempittenbrood”. Dat is toegestaan mits elders op de verpakking of schapkaart ook de officiële benaming wordt vermeld.
Voedingswaarde en vezels
Volkorenproducten zoals volkorenbrood, volkorenpasta en zilvervliesrijst passen in een gezond voedingspatroon. Volkorengraanproducten bevatten meer vezels dan graanproducten gemaakt van bloem.
De gezondheidseffecten van volkorengraanproducten worden deels toegeschreven aan graanvezels. Graanvezels dragen bij aan een goede darmwerking en stoelgang. Volkorenproducten eten in plaats van witte producten is gunstig voor je gezondheid.
Door voldoende volkorenproducten te eten, heb je een lager risico op ziekten. Elke dag zo’n 90 gram volkorenproducten eten, hangt samen met een 25% lager risico op bepaalde hartziekten.
Als er op de verpakking staat dat een product een ‘bron van vezels’ is, dan moet een voedingsmiddel tenminste 3 gram vezel per 100 gram bevatten of 1,5 gram per 100 kilocalorieën. Als er ‘vezelrijk’ op een verpakking staat, dan geldt dat een product tenminste 6 gram vezel per 100 gram moet bevatten of 3 gram per 100 kilocalorieën.
Voorbeelden van benamingen
We hebben een spelttarwebrood op basis van speltbloem en tarwebloem. De naam ziet er dan als volgt uit:
| % graan in meelbestanddeel | Aanduiding |
|---|---|
| Spelt ≥ 98% | Heel wit speltbrood |
| Spelt + tarwe ≥ 98% en aandeel spelt > tarwe en tarwe ≥ 5% | Heel wit spelttarwebrood |
| Spelt ≥ 98%, maar tarwe < 5% | Heel wit speltbrood of heel wit speltbrood met tarwe |
| Spelt < 98% of Spelt + tarwe < 98% of Spelt + tarwe ≥ 98%, maar tarwe < 5% en spelt <98% | Heel witbrood met spelt en tarwe |
| Spelt ≥ 98% Roggevlokken ter decoratie | Heel wit speltbrood gedecoreerd met roggevlokken |
labels: #Brood
Zie ook:
- Wanneer Pannenkoek Omdraaien? De Perfecte Timing & Tips!
- Kookroom Toevoegen aan Soep: Wanneer & Hoe?
- Droge Worst Houdbaarheid: Wanneer is het te Laat?
- Wanneer Eten Italianen Pizza? Alles over Italiaanse Eetgewoonten
- Ontdek de Verbluffende Voedingswaarde van Bruine Rijst: Alles wat je Moet Weten!
- Bavarois Taart Maken: Stap-voor-Stap Recept!




