Van alle schadelijke insecten hebben bladluizen de meeste natuurlijke helpers. Deze komen vanzelf naar je tuin als er voldoende voedsel is: bladluis maar ook stuifmeel en nectar is erg belangrijk. Bloeiende planten van vroeg in het voorjaar tot laat in de herfst is erg belangrijk om nuttige insecten aan te trekken. Heb je met zorg en aandacht je border, terras & balkon of moestuin ingericht met prachtige bloemen, struiken en gewassen, maar worden ze nu belaagd door vervelende bladluizen? Geen zorgen, bladluizen kunnen een lastig probleem zijn, maar er zijn natuurlijke manieren om ze te bestrijden. In dit artikel ontdek je enkele effectieve methoden om de bladluizenpopulatie onder controle te houden, rekening houdend met de natuur.

Wat zijn bladluizen?

Bladluizen zijn kleine insecten met een uiterst ingewikkelde levenscyclus. Ze zijn vaak groen of zwart van kleur en hebben vliegende en vleugelloze generaties. Interessant genoeg kunnen vrouwtjes zonder mannetjes voor nageslacht zorgen, waardoor ze zich razendsnel kunnen voortplanten. In één jaar kunnen er soms wel 15 generaties bladluizen op je plant ontstaan (!). Ze boren met hun snuit in de stengels, bladeren of bloemknoppen van planten en struiken, waar ze zich voeden met de sapstroom. Hierdoor raakt je plant uitgeput en zal daarom minder bloemen aanmaken of vruchten produceren. Naast het zuigen van sap produceren bladluizen ook een zoete vloeistof genaamd honingdauw, waar mieren dol op zijn. Zie je op een plant veel mieren lopen? Dan is dit vaak een teken dat je plant last heeft van bladluizen.

Natuurlijke vijanden van bladluizen

Een goede manier om een plaag te bestrijden is om de natuurlijke vijand van de plaag aan te trekken in je tuin. Zo help je met een handje de natuur jouw probleem op te lossen. Tegen bladluizen kun je rekenen op een leger natuurlijke helpers. Wil jij alle natuurlijke vijanden van bladluis kennen?

Lieveheersbeestjes

Het lieveheesbeestje is de meest geliefde en meest bekende natuurlijke vijand van bladluis. Zowel de larven als volwassen lieveheersbeestjes eten bladluis. Er zijn veel verschillende lieveheersbeestjes, je kan ze bekijken op de zoekkaart lieveheersbeestje. De meeste lieveheersbeestjes eten allerlei soorten bladluis. Sommige lieveheersbeestjes hebben een speciaal dieet van tak-en stamluizen, nog anderen hebben een vegetarisch dieet. Een natuurlijke vijand van bladluis is het lieveheersbeestje, zowel de volwassen als de larve. Een lieveheersbeestjeslarve kan gemiddeld wel 600 bladluizen verslinden, terwijl een volwassen lieveheersbeestje er wel 100 per dag kan eten (!). Door lieveheersbeestjes aan te trekken kun je een natuurlijk evenwicht creëren waardoor de bladluispopulatie beperkt blijft en hierdoor zo min mogelijk schade aan je planten kan aanrichten. Je kunt potjes met lieveheersbeestjeslarven kopen bij gespecialiseerde tuincentra en online, maar je kunt ze ook in je eigen tuin zoeken en bij de bladluizen plaatsen. Wees lief voor deze nuttige insecten en geef ze een warm welkom!

Lieveheersbeestjes overwinteren als volwassen insect in de tuin; in de strooisellaag, tussen hout, in boomschors, in bloemknoppen e.d. Op het moment dat de zon de natuur opwarmt, komen de eerste bladluizen en met hen ook de eerste lieveheersbeestjes te voorschijn. Rootsum verkoopt de larven van lieveheersbeestjes als de volwassen lieveheersbeestjes Adalia bipunctata. Dit is een inheemse soort die van nature niet frequent voorkomt. Dankzij je aankoop geef je de natuur een extra duwtje in de rug. We raden aan om vooral de larven uit te zetten: zij blijven op de plant en eten de bladluizen ter plaatse op. Adalia bipunctata is een inheemse soort die minder frequent voorkomt in de natuur. Door deze uit te zetten, help je dus niet alleen je planten, maar ook de natuur.

Gaasvliegen

In ons land komen zowel groene als bruine gaasvliegen in verschillende soorten voor. De bekendste, groene gaasvlieg is Chrysopa carnea die ook commercieel verkrijgbaar is. Gaasvlieglarven eten evenveel en even snel bladluis als larven van lieveheersbeestjes. Gaasvlieglarven zijn echte veelvraten: naast verschillende bladluissoorten eten ze tripslarven, wolluis, appelbloedluis, beukenbladluis, eitjes en kleine rupsjes van vlinders en spint. Daarmee onderscheiden ze zich van larven van lieveheersbeestjes die niet zo'n gevarieerd menu hebben. Volwassen gaasvliegen voeden zich met stuifmeel, nectar en honingdauw.

De Chrysopa carnea is een inheemse gaasvlieg die veel in Nederland en België voorkomt. De larve van deze vlieg eet, net als de larve van het lieveheersbeestje, bladluizen in grote getalen. Gaasvliegen leggen vaak hun eitjes in de buurt van bladluizenkolonies. De larve eet zich vol met bladluizen en andere zachte insecten. Gaasvliegen hebben nectar nodig als voedselbron. Om gaasvliegen naar je tuin te lokken is het daarom aan te raden om planten te poten die veel nectar te bieden hebben bijvoorbeeld lavendel, zonnebloemen, bernagie, dille, verbena en kattenkruid. Gaasvliegen kun je ook kopen in gespecialiseerde tuincentra en online.

Wil je gaasvliegen naar je tuin lokken, zet dan vooral planten met behaarde en grote bladeren zoals bernagie, gewone hennepnetel, grote klaproos en vaste lupines. Uit onderzoek blijkt dat gaasvliegen het liefst op deze planten eitjes leggen. Larven van gaasvliegen zijn een goed alternatief als je grote oppervlaktes wilt behandelen zoals beukenhagen (wollige beukenbladluis) of bomen.

Oorwormen

Oorwormen worden traditioneel gezien als nuttige roofinsecten. In hoogstamboomgaarden, waar geen pesticiden worden gebruikt, komen ze van nature in grote aantallen voor. Doordat ze soms in fruit te vinden zijn, hebben ze onterecht een slechte reputatie gekregen. Oorwormen voeden zich namelijk alleen met fruit dat al schade heeft opgelopen. Op hun menu staan bladluis, wollige appelbloedluis maar ook eieren van insecten, kleine rupsen, kommaschildluis, perebladvlo, mijten, larven en eieren van appelmade en algen. Het zijn werkelijk de beste opruimers in je tuin dus alle reden om hen te sparen en aan te trekken.

Oorwormen hebben vaak een slechte reputatie vanwege hun uiterlijk en de misvatting dat ze schadelijk zijn voor planten en gewassen, maar ze zijn eigenlijk zeer nuttig in de strijd tegen bladluizen. Ze hebben een voorkeur voor deze kleine plagen en ze lusten zelfs de wollige bloedluis, een veelvoorkomende plaag op appels. Oorwormen overwinteren in de grond en zoeken bij warm weer naar voedsel. Een oorworm voedt zich voornamelijk dood plantenmateriaal, algen en kleine insecten, inclusief bladluizen. Ze helpen bij het opruimen van organisch afval en het bestrijden van plagen.

Een veelgebruikte methode in fruitbomen is het ophangen van omgekeerde bloempotjes gevuld met stro. In de winter overwinteren de oorwormen in de grond.

Hoe maak je een oorwormenpot?

Je kunt een nepnest maken om oorwormen naar je tuin te lokken. Volg deze eenvoudige stappen voor een oorwormenpot:

  1. Wat heb je nodig?
    • een kleine terracotta bloempot (met een diameter van ongeveer 10 cm)
    • een handvol stro
    • een stuk touw of jute
    • een schaar
  2. Zorg dat de terracotta pot schoon is.
  3. Plaats een handvol stro in de bloempot. Het stro dient als schuilplaats en nestmateriaal voor de oorwormen.
  4. Knip een stuk touw of jute af, lang genoeg om door het gat van de bloempot te passen en aan beide zijden er uit te steken. Maak een knoop in het touw aan de binnenkant van de pot zodat je hem op kan hangen.
  5. Hang de pot ondersteboven op op een plekje in je tuin, bij voorkeur dicht bij planten die gevoelig zijn voor bladluizen. Plaats het in eerste instantie lager bij de grond, zodat de oorwormen er gemakkelijk in kunnen kruipen. Later in het seizoen kun je het nest iets hoger ophangen, zodat de oorwormen beter bij de bladluizen kunnen komen.

Sluipwespen

Sluipwespen klinken misschien eng, maar ze zijn volledig onschadelijk voor mensen en heel anders dan gewone wespen. Ten eerste zijn sluipwespen heel klein en onopvallend. Parasiteren betekent dat de sluipwesp een eitje legt in de bladluis. In de bladluis ontwikkelt zich vervolgens een nieuwe sluipwesp. Door deze ontwikkeling zwelt de bladluis op en verandert in een leerachtig, bruin omhulsel, dat een "mummie" wordt genoemd. Wanneer de sluipwesp volwassen is geworden, verlaat ze de bladluis door een klein rond gaatje in de mummie te maken. Meestal hebben sluipwespen goudgele mummies, maar soms komen ook zwarte mummies voor. Er zijn ook sluipwespen die andere sluipwespen parasiteren, men spreekt dan van hyperparasiteren.

De belangrijkste sluipwesp is Aphidius, die tot 40 soorten luizen kan parasiteren. Ze worden gecommercialiseerd (Aphidius Colomani en Aphidius Ervi) voor de beroepsteelt en veelvuldig uitgezet in de kassen. Sluipwespen zijn een krachtige bondgenoot tegen bladluizen.

Galmuggen

Bepaalde galmugsoorten zijn nuttig gezien hun larven zich voeden met bladluis. Hoewel galmuggen qua uiterlijk op een mug lijken, zijn het geen echte muggen en steken ze dus niet. De meest voorkomende soort is Aphidoletes, waarvan de larven zo'n zestig verschillende bladluissoorten eten. De bladluizen worden eerst verlamd door een gif dat de larven afgeven, waarna de inhoud van de luis oplost en de larven deze kunnen opzuigen.

De galmug Aphidoletes wordt als pop verkocht. De poppen moeten eerst mug worden om vervolgens eitjes af te leggen. Buiten raden we deze natuurlijke vijand niet aan omdat de larven van gaasvliegjes en lieveheersbeestjes sneller werken.

De galmug Aphidoletes Aphidimyza is een inheems insect waarvan de larven bladluizen eten. De galmug lijkt qua uiterlijk op een mug, maar voedt zich met nectar en steekt niet. Er zijn verschillende galmuggen bekend waarvan de larven bladluizen eten. Aphidoletes is de meest algemeen voorkomende soort waarvan de larven een zestigtal bladluissoorten op verschillende gewassen kunnen bestrijden. De larven worden maar 2.5 mm groot en kunnen verschillende kleuren (rood, geel, oranje, bruin) aannemen naargelang het voedsel dat ze eten. De galmuglarven verpoppen in vochtige grond. Aphidoletes wordt als pop verkocht en moet uitgestrooid worden op vochtige aarde in de buurt van de bladluisaantasting. Aphidoletes is een zinvolle bestrijder voor orangeries of kantoorbeplantingen omdat de volwassen muggen eitjes kunnen afleggen tussen bladluiskolonies die zich hoog in de planten bevinden.

Vogels

Vogels en zeker koolmezen, pimpelmezen, mussen en merels zijn echte bladluiseters. Door vogelvoederplaatsen of nestkastjes in je tuin te plaatsen, moedig je vogels aan om in de buurt te blijven en de bladluizen onder controle te houden. Lok ze naar je tuin door hun nestgelegenheid en voeding te bieden door vogelvriendelijke planten in je tuin te zetten.

Hoe herken je een bladluisplaag?

Bladluis herkennen is niet al te makkelijk. Er zijn namelijk allerlei verschillende soorten, met verschillende kleuren. Bladluizen zijn meestal zwart, wit of groen van kleur, maar er bestaan ook gele, roze, rode of paarse varianten. Let op: heeft jouw plant last van witte beestjes die een soort wollige substantie achterlaten? In de herfst kunnen sommige bladluis mannetjes vleugels krijgen. Dit ontwikkelen ze alleen als dit nodig is, bijvoorbeeld wanneer ze zich naar een andere plant willen verplaatsen.

Je vindt bladluizen vaak hoger op de plant: op de top van nieuwe stengels, bij groeiende bladeren en op bloemknoppen. Op deze nieuwe/ontwikkelende delen van de plant zijn namelijk de meeste voedingsstoffen te vinden. Een bladluis-plaag is niet alleen te herkennen aan de beestjes zelf, maar ook aan jouw kamerplant. Bladluizen laten honingdauw achter (dit is een soort zoet, plakkerig laagje).

Hoe verspreidt bladluis zich?

Bladluis verspreidt zich vooral door tocht, via kleding of door te vliegen. Hier is helaas weinig aan te doen. De enige variant die je kunt voorkomen, is bladluis besmetting door tocht. Dit doe je door jouw kamerplant niet op een tochtige plek te plaatsen.

Of de gezondheid van een plant helpt bij het voorkomen van een bladluis-plaag, is niet helemaal duidelijk. Sommige bronnen geven aan dat goede of slechte verzorging geen verschil maakt. Andere bronnen geven juist aan dat bladluis wordt aangetrokken tot de geur van zwakke planten. Waar alle bronnen het over eens zijn, is dat bladluizen graag van nieuwe bladeren en ontwikkelende plantdelen eten. En een plant die nieuwe bladeren aanmaakt, is doorgaans een gezonde plant. Dit zou erop wijzen dat bladluizen worden aangetrokken tot de geur van gezonde planten.

Wat te doen tegen bladluis?

Je kan biologisch bladluis bestrijden door larven van lieveheersbeestjes of gaasvlieglarfjes in te zetten. Zoals je hebt gelezen eten bladluizen planten, wat natuurlijk nooit ideaal is. Maar wat is de schade op lange termijn? Kan bladluis echt kwaad? Het antwoord is, kort door de bocht, ja. Bladluis kan zeker kwaad voor jouw kamerplant.

Zoals je eerder hebt gelezen laten bladluizen honingdauw achter. In de eerste instantie is dit geen probleem, maar na verloop van tijd kan deze zoetige substantie schimmels aantrekken. Doordat er een donkere laag schimmels op de bladeren komt, ontvangt de plant niet voldoende zonlicht voor fotosynthese. Bladluizen voeden zich met de sappen van de plant. Dit doen ze door met hun monddelen in de plant te steken en zuigen, wat open wondjes op de plant veroorzaakt. Net zoals open wondjes bij mensen infecties kunnen veroorzaken, is dit ook bij planten het geval. Doordat bladluizen zich voeden aan planten, zuigen ze belangrijke voedingsstoffen uit de plant. Bladluis bestrijden is dus de enige optie om gezonden planten te houden!

Waar het lastig is om bladluis te voorkomen, is de bestrijding juist heel makkelijk. Bladluis is gelukkig makkelijk om te bestrijden. Dit kan met alledaagse middelen zoals azijn, afwasmiddel en zelfs gewoon met water. Ook heel effectief: biologische insectenspray en neemolie. Spray royaal bovenop de bladeren, onder de bladeren en op de stengels tot de vloeistof eraf druipt.

Natuurlijk zijn er allerlei chemische middelen beschikbaar om bladluis te bestrijden, maar we raden dit sterk af. Want hoewel bladluis zich snel verspreidt, kun je er ook snel vanaf komen.

Alternatieve bestrijdingsmethoden

  • Zeepsop: Neem een liter lauwwater en los er een eetlepel ouderwetse groene zeep in op. Voeg na afkoeling eventueel een scheutje alcohol toe.
  • Knoflookspray: Knoflookspray werkt ook tegen luizen. Alleen tomaten en komkommers houden er niet zo van.
  • Neemolie: Natuurlijke olie uit de zaden van een Indische neemboom. Eeuwenoud beproefd middel. Werkt op het vervellingssysteem van zuigende insecten, die daardoor afsterven. Recept: 1% neemolie, 2% zeep en 97% water van 40° C. Goed schudden en een beetje laten afkoelen.
  • Brandnetelaftreksel: Een paar handenvol gedroogde of verse planten 12-24 uur laten trekken in koud water. Zeven en onverdund spuiten.
  • Rabarberaftreksel: Een emmer vol vers loof overgieten met kokend water en 12 uur laten staan en goed laten afkoelen.
  • Diatomeeënspray: meng een eetlepel diatomeeënaarde (of celiet) met een liter water en spuit daar de aangetaste plantendelen mee in. Het is belangrijk dat het mengsel de bladluizen raakt, anders heeft het geen effect. De celiet kleeft aan het schild van de bladluizen en hoe meer de bladluis beweegt, hoe meer het celiet schuurt. Diatomeeënaarde kun je tegen veel meer schadelijke insecten inzetten. Denk bijvoorbeeld aan pissebedden of aardvlooien. Slakken hebben er ook een hekel aan, die gaan er niet overheen.

Tips om bladluis te voorkomen

  • Haal de bladluizen weg. Pluk ze weg of snijd de aangetaste delen af. Besproei de aangetaste plant herhaaldelijk met een krachtige waterstraal. Let wel op dat je de plant niet beschadigt. Kijk na een aantal dagen of je dode of leeggegeten bladluizen ziet. Dat is een teken dat natuurlijke vijanden al aan het werk zijn. Wacht dan rustig af.
  • Plant vangplanten. Oost-Indische kers, goudsbloem, zuring, moederkruid en vlier trekken zwarte luis aan. Daarmee blijven je andere planten langer gevrijwaard van luizenbezoek.
  • Maak je tuin vriendelijk voor vogels en insecten. Eventueel kun je larven van het tweestippelige lieveheersbeestje of van de inheemse gaasvlieg Chrysopa carnea bestellen. De larven van zweefvliegen doen hetzelfde. Zweefvliegen zijn dol op goudsbloemen: een reden te meer om deze in of bij je bakken te zetten.
  • Vermijd groeistilstand want dit leidt tot bladluizen.
  • Zorg voor mulch onder de planten en struiken of laat het bladstrooisel liggen. Mulch ook je groentetuin. Daardoor stimuleer je het bodemleven.
  • Geef een juiste bemesting, mulch met rijpe compost of wormenaarde. Dit zorgt voor een sterke, regelmatige groei. Of gebruik gecomposteerd dierlijk mest. Te fel bemeste planten, maar ook planten met een kaliumtekort zijn gevoelig voor bladluis.

Bladluis en mieren

Bladluis vind je vaak in gezelschap van mieren. Deze twee leven in symbiose met elkaar. Bladluizen voeden zich met plantensap en scheiden overtollige suikers uit in de vorm van honingdauw. In ruil voor deze zoete traktatie beschermen mieren de bladluizen tegen natuurlijke vijanden, zoals lieveheersbeestjes en andere roofinsecten. Dit is nadelig als we nuttige insecten uitzetten. Daarom is het gewenst de mieren eerst te weren of te bestrijden vooraleer larven van lieveheersbeestjes of larven van gaasvliegjes uit te zetten.

Bladluis cyclus

Eenmaal het warmer wordt, komen de bladluizen plots uit het niets te voorschijn. Bladluizen leggen in de winter eitjes, de zogenaamde wintereieren. In de lente en zomer (maart-september) planten ze zich levendbarend voort, wat betekent dat er jonge luizen geboren worden. Ze beginnen meteen plantensappen te zuigen. Vrouwelijke bladluizen kunnen heel het seizoen nieuwe bladluizen baren zonder bevrucht te worden. Hierdoor kunnen ze zich snel vermeerderen.

Bladluizen die van plant wisselen, planten zich in de zomer ongeslachtelijk voort op de zomerplanten. In de herfst verhuizen ze naar de winterplanten, waar ze bevrucht worden door mannetjes en wintereieren leggen. In een verwarmde kas blijven de onbevruchte vrouwtjes jonge bladluizen produceren in plaats van wintereitjes te leggen.

Soorten bladluis

Het onderscheid tussen de bladluizen hoef je niet te kennen om een natuurlijke helper uit te zetten. Hieronder een overzicht van verschillende soorten bladluis:

  • Beukenbladluis: komt elk jaar terug op beuk. Het meest opvallende kenmerk is de wollige wasafscheiding die aan de luizen blijft plakken. Er zijn zowel ongevleugelde als vliegende bladluizen.
  • Zwarte bonenluis: wisselt van waardplant. Winterwaardplanten zijn Kardinaalsmuts, Gelderse roos en Sneeuwbal. Een 1.2 tot 2.7 mm grote luis die vooral voorkomt op groenten en meer specifiek op aardappel, tomaten, paprika’s.
  • Groene perzikluis: kan verschillende kleuren aannemen: wit-groen, lichtgeel, grijs-groen, roze of rood. De groene perzikluis wisselt in de loop van het jaar van waardplant. Ze overwintert als ei op Prunus-soorten, vooral op perzik. In het voorjaar ontwikkelen zich eerst enkele generaties op deze winterwaardplanten. De groene perzikluis is bekend als virusoverbrenger.
  • Katoenluis: is een luis die hogere temperaturen nodig heeft om zich te ontwikkelen. De kleur varieert van lichtgeel tot lichtgroen of zwart-groen. De luis is klein, maximum 2 mm groot, ze worden gekenmerkt door rode ogen en korte antennen. Komt voor op aardappel, roos, tomaat, aubergine en sla.
  • Aardappeltopluis: De volwassenluis is 4 mm lang, roze of groen van kleur. De levenscyclus is vergelijkbaar met die van de groene perzikluis. Komt vooral voor in aardappel, sla, paprika, boon, aubergine en soms tomaat.
  • Boterbloemluis: is groen van kleur.
  • Melige koolluis: is een luis die op kruisbloemigen zoals kolen voorkomt. De kleur van de melige koolluis is grijsachtig groen of dofgroen, maar lijkt grijs door het wasachtige poeder op het lichaam. Ze is 2 mm groot en kan grote kolonies vormen aan de onderkant van koolbladeren. De bladeren krijgen bobbels, krullen om en kunnen paarsachtige vlekken vertonen. Ook op spruiten kan de koolluis zich vestigen, wat vaak tot zwarte, vuile spruitjes leidt. De melige koolluizen overwinteren op kruisbloemigen (herderstasje) als ei en gaan vanaf mei zich verplaatsen naar jonge koolplanten.
  • Appelgrasluis: overwintert op appel en verhuist vanaf mei naar grassen. In het voorjaar na het uitkomen van de wintereieren gaan de eerste generaties luizen de knoppen van appels bevolken. Dit kan leiden tot het krullen van de rozetbladeren. De appelgrasluis is 2 tot 3 mm groot, de kleur is geel-groen met een donkergroene middenstreep of donkere vlekken.
  • Groene appeltakluis: komt voor op roosachtigen zoals appel, peer, lijsterbes, coteneaster, meidoorn en andere houtachtigen. Op deze planten worden ook de wintereieren afgelegd. Ze blijven dus winter en zomer op dezelfde planten. De groene appeltakluis is 2 mm groot en groen van kleur. Het is een luis die zich enkel kan ontwikkelen op jonge scheuten van planten. Door de zuigactiviteit van de luis gaan bladeren krullen, maar ze zorgen niet voor vermindering van productie bij volgroeide bomen.

De kleur die de bladluis aanneemt, varieert naargelang de temperatuur, het voedsel en de dichtheid van de bladluispopulatie. Daarom kent 1 bladluissoort verschillende kleuren.

Verwarring met andere insecten

Een witte vlieg is makkelijk te herkennen; het is een klein wit motje dat wegvliegt wanneer je de plant aanraakt. Een bladluis is meestal ongevleugeld, hoewel er ook vliegende bladluizen bestaan. Eén soort bladluis, de wollige beukenbladluis, zorgt vaak voor verwarring. Deze heeft een wollige wasafscheiding die op de luizen plakt en komt zowel met als zonder vleugels voor.

Het is belangrijk om het verschil te kennen, vooral als je nuttige insecten wilt inzetten. Witte vlieg bestrijd je met Encarsia of Eretmocerus sluipwespen. Schildluizen en wolluizen behoren tot dezelfde familie van Coccoidea.

labels:

Zie ook: