Zouten zijn chemische verbindingen tussen positieve en negatieve ionen. Waar denk je aan als je het woord ‘zouten’ hoort: de zoute zee of het zout dat je over je ei strooit? Als we zouten op een scheikundige manier gaan bekijken zit er wat meer achter dan je in de eerste instantie zou denken. Zouten zijn stoffen die bestaan uit metaalatomen en niet-metaalatomen. Zouten bestaan uit ionen en zijn een samenstelling van een metaal en een niet-metaal.
Opbouw van Zouten
Een zout is opgebouwd uit ionen, een combinatie van positieve ionen met negatieve ionen die samen het ionrooster vormen. In de binding van zouten zijn de metalen vaak positief geladen en de niet-metalen vaak negatief geladen. Metaalatomen kunnen uitsluitend positieve ionen vormen door één of meer elektronen af te staan. Een positief ion is dus een deeltje dat minder elektronen dan protonen bevat. Atomen van niet-metalen vormen bijna altijd negatieve ionen door één of meer elektronen op te nemen. Een negatief ion is een deeltje dat meer elektronen dan protonen bevat.
In vaste zouten zitten deze ionen in een bepaalde structuur, genaamd het ionrooster. Het rooster zorgt voor een sterke binding tussen de ionen, waardoor ze op hun plek blijven zitten. Het ionrooster bestaat dus uit ionen die aan elkaar gebonden zijn door de ionbinding. Een ionbinding ontstaat door de elektrische aantrekking tussen tegengesteld geladen deeltjes. Ionbindingen zijn sterke bindingen, sterker dan bijvoorbeeld molecuulbindingen.
Binnen het ionrooster kunnen de ionen zich niet verplaatsen. Hieronder een voorbeeld van het ionrooster van natriumchloride:
Als gevolg van de elektrische aantrekkingskracht tussen een positief en een negatief ion in een zout ontstaat een ionbinding. De wijze waarop de ionen in een zout in vaste toestand gerangschikt zitten, noemen we het ionrooster. In het ionrooster zijn ionen door ionen met een tegengestelde lading omringd.
Omdat deze ionbindingen sterk zijn, hebben zouten over het algemeen een hoog smeltpunt. Daarnaast zou je verwachten dat zouten stroom kunnen geleiden, aangezien we te maken hebben met geladen deeltjes. Echter is het geleiden van stroom in vaste zouten niet mogelijk, omdat de ionen vast op hun plek zitten.
Opmerkelijk is dat er wel stroom doorheen kan lopen als zouten worden opgelost. Het verschil met vaste zouten is dat zodra je een vast zout oplost in een vloeistof (bijvoorbeeld water), de ionen los van elkaar in de vloeistof zweven. Nu de ionen zich los kunnen verplaatsen, kan de lading zich via de ionen verplaatsen. Dit maakt stroomgeleiding mogelijk.
Ook is te zien dat de watermoleculen om de ionen gaan zitten. Dit voorkomt dat de ionen weer een binding aangaan. Je kunt de losse ionen waaruit zouten bestaan vinden in Binas tabel 45A. Aan de linkerkant staan de positieve ionen en aan de bovenkant de negatieve ionen. De niet-metalen kunnen ook als samengestelde ionen voorkomen. Een voorbeeld is NO3-. Het samenstellen van de molecuulformule gaat op dezelfde manier als bij enkelvoudige ionen.
Eigenschappen van zouten
Enkele eigenschappen van zouten zijn:
- Relatief hoge smelt- en kookpunten
- Hard
- Bros
- Elektrisch neutraal
- Stroomgeleiding in zowel vloeibare fase als opgelost in (gedestilleerd) water
- Geen stroomgeleding in vaste fase
Bekende praktijkvoorbeelden van zouten zijn keukenzout, roest en gips.
Verhoudingsformule en naamgeving
Een zout is elektrisch neutraal. Dat betekent dat de verhouding tussen de aantallen positieve ionen en de aantallen negatieve ionen zodanig moet zijn dat de netto-lading van het zout gelijk is aan 0. De formule van een zout is daarom een verhoudingsformule. Hierbij dient de verhouding tussen de positieve en de negatieve ionen zo klein mogelijk te zijn.
In de formule staat het symbool van het positieve ion altijd vooraan, gevolgd door het symbool van het negatieve ion. In de naam van het zout staat de naam van de formule van het positieve ion altijd vooraan, gevolgd door de naam van de formule van het negatieve ion.
Voorbeeld:
- NaCl is opgebouwd uit Na+-ionen en Cl--ionen in de verhouding 1:1. Dit zout heet natriumchloride.
- Al2O3 is opgebouwd uit Al3+-ionen en O2--ionen in de verhouding 2:3. Dit zout heet aluminiumoxide.
De volgende ionsoorten moeten uit het hoofd geleerd worden:
- Natrium Na+
- Kalium K+
- Zilver Ag+
- Ammonium NH4+
- Aluminium Al3+
De meeste metaalionen hebben een lading van 2+ oxide O2- sulfide S2- fluoride F- chloride Cl- bromide Br - jodide I- acetaat CH3COO- carbonaat CO32- fosfaat PO43- hydroxide OH- nitraat NO3- sulfaat SO42- waterstofcarbonaat HCO3-
Zouthydraten
Naast het voorkomen van zouten zijn er ook zouten die water in hun kristallen kunnen opnemen. Dit zijn de zouthydraten. Een voorbeeld van een zouthydraat is gips met als formule CaSO4 • 2H2O. De naam hiervan is calciumsulfaatdihydraat. Het opgenomen water heet kristalwater.
Dubbelzouten
Bij een dubbelzout is er sprake van een combinatie van twee positieve ionen met één negatief ion. Het omgekeerde kan ook waarbij twee negatieve ionen een zout vormen met één positief ion.
Voorbeelden hiervan zijn mineralen zoals:
- Chalcopyriet, CuFeS2
- Hydrozinciet, Zn5(OH)6(CO3)2
Zouten in water
Zouten kunnen goed of slecht oplossen in water. Een goed oplosbaar zout zal van een vaste vorm opsplitsen in losse ionen. Dat komt doordat de waterdeeltjes dus om de losse ionen heen gaan zitten. Een zout kan dus ook slecht oplossen in water. Hierbij zullen de ionen niet omringd worden door een dekentje van water en kunnen ze in het water bij elkaar komen. Hierdoor zal er een vaste stof worden gevormd, genaamd neerslag. De reactie noem je dan ook een neerslagreactie.
Met behulp van een oplosvergelijking is dit oplossen weer te geven. Ter illustratie staan hieronder de oplosvergelijkingen van calciumchloride en natriumsulfaat in water weergegeven.
- CaCl2 (s) → Ca2+ (aq) + 2 Cl- (aq)
- Na2SO4 (s) → 2 Na+ (aq) + SO42- (aq)
In tabel 45A van BINAS is terug te vinden welke zouten goed, matig of slecht oplosbaar zijn in water.
Neerslagreacties
Wanneer oplossingen van bijvoorbeeld natriumchloride en zilvernitraat bij elkaar gevoegd worden, ontstaat er een neerslag van zilverchloride volgens de volgens een gedeelte van de oplosbaarheidstabel (m.b.v. BINAS tabel 45A):
| Cl-(aq) | NO3-(aq) | |
|---|---|---|
| Na+(aq) | g | g |
| Ag+(aq) | s | g |
De vergelijking van de neerslagreactie ziet er als volgt uit:
Ag+(aq) + Cl-(aq) → AgCl(s)
Toepassingen van neerslagreacties
Met behulp van een neerslagreactie is het mogelijk om:
- Een ionsoort aan te tonen als verontreiniging in een heldere oplossing Hierbij wordt er aan de oplossing een zoutoplossing toegevoegd waarbij alleen de eventuele verontreiniging een neerslag vormt met de toegevoegde zoutoplossing.
- Een ionsoort als verontreiniging te verwijderen uit een heldere oplossing Hierbij wordt er aan de oplossing een zoutoplossing toegevoegd waarbij alleen de verontreiniging een neerslag vormt met de toegevoegde zoutoplossing. Vervolgens wordt de ontstane suspensie gefiltreerd.
- Een zout te maken Het uitgangspunt hierbij is een tweetal zoutoplossingen. De ene zoutoplossing bevat de positieve ionsoort van het te maken zout, de andere zoutoplossing bevat de negatieve ionsoort van het te maken zout. Voorwaarde hierbij is dat de combinatie van de gezochte positieve ionsoort en de negatieve ionsoort hierbij een neerslag moet geven volgens BINAS tabel 45A. Door de twee zoutoplossingen samen te voegen ontstaat het gewenste neerslag.
De naam van een zout bestaat uit twee delen: het deel met het positieve ion en het deel met het negatieve ion. Voor de positieve ionen kun je de naam uit het periodiek systeem (BiNaS tabel 99) halen. Hierbij is het belangrijk dat je kijkt of het metaal verschillende ladingen kan hebben. In dit geval moet je de lading in Romeinse cijfers achter het positieve ion plaatsen, zoals in lood(IV)chloride. Sommige positieve ionen, zoals NH4+, bestaan uit meerdere atomen en kun je dus niet vinden in BiNaS tabel 99.
Voor de naam van het negatieve ion kun je ook BiNaS tabel 66B gebruiken. Hierin staan een aantal negatieve ionen met hun naam erbij. Als je de naam hier niet tussen kunt vinden, dan maak je de naam op de volgende manier: je hebt de naam van het atoom en plakt hier -ide achter. Zo is de naam van een fluor-ion niet fluor, maar fluoride. Je kunt deze in de tabel hieronder vinden.
Als je de naam weet van een zout dan is de eerste stap kijken wat de molecuulformules zijn van het positieve en het negatieve ion. Om hier een formule van te maken, wil je de ladingen van de ionen weten. Deze lading kun je in BiNaS tabel 99 vinden voor ionen die uit één atoom bestaan en anders in BiNaS tabel 66B. Een zout is altijd neutraal geladen, dus moeten we zorgen dat er evenveel plus- als min deeltjes zijn.
De molecuulformule van ijzer is Fe en deze heeft een lading van 3+. De molecuulformule van oxide is O en deze heeft een lading van 2-. We hebben dus 2 Fe-ionen en 3 O-ionen nodig om een neutraal zout te maken.
Keukenzout (NaCl)
Keukenzout is het zout dat we allemaal kennen: natriumchloride (NaCl), de ‘simpele’ scheikundige formule die we dagelijks tot ons nemen. 39,5 procent natrium en 60,5 procent chloride, waarvan de natrium-component belangrijk is voor de gezondheid. Natrium helpt de vochtbalans in ons lichaam regelen en onze bloeddruk. Ook stimuleert het de werking van spier- en zenuwcellen, aldus het Voedingscentrum.
Keukenzout wordt gebruikt voor voedselconservering, voor waterontharding, voor de antibacteriële werking in vijvers, het zit in cosmetische producten en kan ook prima dienen als strooizout. Dat laatste echter alleen voor de particulier; voor de professionele gladheidsbestrijding worden strengere eisen gesteld. En zo zijn er nog duizenden mogelijkheden meer.
Keukenzout (of voedingszout) is doorgaans voor 99,9 procent zuiver NatriumChloride, dus zuiver zout. De resterende 0,1 procent bestaat uit vocht en/of een anti-klontertoevoeging. Keukenzout is ofwel vacuümzout ofwel zeezout, en dat staat weer voor de wijze waarop het gewonnen is. Vacuümzout wordt uit de diepe lagen uit de grond gewonnen door het eerst op te lossen in water. Het wordt daarna vacuüm opgepompt en ingedampt.
Keukenzout - of beter gezegd: voedingszout - is in verschillende korrelgradaties te verkrijgen, ook met toevoegingen als nitriet.
Zout is gewoon een chemische verbinding. Zoals al het voedsel bestaat uit een combinatie van chemische stoffen, net als ons hele lichaam. Gewoon keukenzout bestaat uit een eenvoudige verbinding van de elementen natrium en chloor. Chloor is hartstikke giftig en brandt een gat in je hand, terwijl natrium een metaal is dat roest waar je bij staat en, echt waar, verbrandt of ontploft in water. Maar één atoom chloor en één atoom natrium vormen samen één molecuul natriumchloride, ofwel gewoon keukenzout. Volkomen onschuldig, en gewoon nodig om gezond te blijven.
In plaats van natrium kan ook het soortgelijke metaal kalium worden gebruikt, of calcium. En in plaats van chloor kan ook een andere, soortgelijke stof worden gebruikt.
labels:
Zie ook:
- Hennep Koken met Zout: Tips & Recepten voor Thuis
- Zoutloze soep: Gezond genieten zonder zout!
- Gebakken Aardappelen Kruiden Zonder Zout: Heerlijke Alternatieven
- Koken zonder zout: Tips en recepten voor een gezonde maaltijd
- Ontdek Welke Allergenen Verborgen Zitten in Standaard Mayonaise – Wat Je Moet Weten!
- Ontdek Waarom Sushi Break Hoofddorp de Beste Sushi Ervaring Biedt!




