Het Nederlandse werkwoord 'bereiden' kent verschillende vormen en toepassingen. Het is essentieel om de nuances te begrijpen om correct en effectief te communiceren. Dit artikel biedt een gedetailleerde uitleg van 'bereiden', 'voorbereiden' en 'toebereiden', inclusief vervoegingen, voorbeelden en veelvoorkomende verwarringen.

Vervoeging van 'Bereiden'

Hieronder volgen de vervoegingen van het werkwoord 'bereiden' in verschillende tijden en wijzen:

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

  • Ik bereid
  • Jij bereidt
  • Hij bereidt
  • Wij bereiden
  • Jullie bereiden
  • Zij bereiden

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

  • Ik heb bereid
  • Jij hebt bereid
  • Hij heeft bereid
  • Wij hebben bereid
  • Jullie hebben bereid
  • Zij hebben bereid

Onvoltooid verleden tijd (ovt)

  • Ik bereidde
  • Jij bereidde
  • Hij bereidde
  • Wij bereidden
  • Jullie bereidden
  • Zij bereidden

Voltooid verleden tijd (vvt)

  • Ik had bereid
  • Jij had bereid
  • Hij had bereid
  • Wij hadden bereid
  • Jullie hadden bereid
  • Zij hadden bereid

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

  • Ik zal bereiden
  • Jij zult bereiden
  • Hij zal bereiden
  • Wij zullen bereiden
  • Jullie zullen bereiden
  • Zij zullen bereiden

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

  • Ik zal bereid hebben
  • Jij zult bereid hebben
  • Hij zal bereid hebben
  • Wij zullen bereid hebben
  • Jullie zullen bereid hebben
  • Zij zullen bereid hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

  • Ik zou bereiden
  • Jij zou bereiden
  • Hij zou bereiden
  • Wij zouden bereiden
  • Jullie zouden bereiden
  • Zij zouden bereiden

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

  • Ik zou bereid hebben
  • Jij zou bereid hebben
  • Hij zou bereid hebben
  • Wij zouden bereid hebben
  • Jullie zouden bereid hebben
  • Zij zouden bereid hebben

Gebiedende wijs

  • Bereid

Vervoeging van 'Toebereiden'

Hieronder volgen de vervoegingen van het werkwoord 'toebereiden' in verschillende tijden en wijzen:

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

  • Ik bereid toe
  • Jij bereidt toe
  • Hij bereidt toe
  • Wij bereiden toe
  • Jullie bereiden toe
  • Zij bereiden toe

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

  • Ik heb toebereid
  • Jij hebt toebereid
  • Hij heeft toebereid
  • Wij hebben toebereid
  • Jullie hebben toebereid
  • Zij hebben toebereid

Onvoltooid verleden tijd (ovt)

  • Ik bereidde toe
  • Jij bereidde toe
  • Hij bereidde toe
  • Wij bereidden toe
  • Jullie bereidden toe
  • Zij bereidden toe

Voltooid verleden tijd (vvt)

  • Ik had toebereid
  • Jij had toebereid
  • Hij had toebereid
  • Wij hadden toebereid
  • Jullie hadden toebereid
  • Zij hadden toebereid

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

  • Ik zal toebereiden
  • Jij zult toebereiden
  • Hij zal toebereiden
  • Wij zullen toebereiden
  • Jullie zullen toebereiden
  • Zij zullen toebereiden

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

  • Ik zal toebereid hebben
  • Jij zult toebereid hebben
  • Hij zal toebereid hebben
  • Wij zullen toebereid hebben
  • Jullie zullen toebereid hebben
  • Zij zullen toebereid hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

  • Ik zou toebereiden
  • Jij zou toebereiden
  • Hij zou toebereiden
  • Wij zouden toebereiden
  • Jullie zouden toebereiden
  • Zij zouden toebereiden

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

  • Ik zou toebereid hebben
  • Jij zou toebereid hebben
  • Hij zou toebereid hebben
  • Wij zouden toebereid hebben
  • Jullie zouden toebereid hebben
  • Zij zouden toebereid hebben

Gebiedende wijs

  • Bereid toe

Vervoeging van 'Voorbereiden'

Hieronder volgen de vervoegingen van het werkwoord 'voorbereiden' in verschillende tijden en wijzen:

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

  • Ik bereid voor
  • Jij bereidt voor
  • Hij bereidt voor
  • Wij bereiden voor
  • Jullie bereiden voor
  • Zij bereiden voor

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

  • Ik heb voorbereid
  • Jij hebt voorbereid
  • Hij heeft voorbereid
  • Wij hebben voorbereid
  • Jullie hebben voorbereid
  • Zij hebben voorbereid

Onvoltooid verleden tijd (ovt)

  • Ik bereidde voor
  • Jij bereidde voor
  • Hij bereidde voor
  • Wij bereidden voor
  • Jullie bereidden voor
  • Zij bereidden voor

Voltooid verleden tijd (vvt)

  • Ik had voorbereid
  • Jij had voorbereid
  • Hij had voorbereid
  • Wij hadden voorbereid
  • Jullie hadden voorbereid
  • Zij hadden voorbereid

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

  • Ik zal voorbereiden
  • Jij zult voorbereiden
  • Hij zal voorbereiden
  • Wij zullen voorbereiden
  • Jullie zullen voorbereiden
  • Zij zullen voorbereiden

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

  • Ik zal voorbereid hebben
  • Jij zult voorbereid hebben
  • Hij zal voorbereid hebben
  • Wij zullen voorbereid hebben
  • Jullie zullen voorbereid hebben
  • Zij zullen voorbereid hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

  • Ik zou voorbereiden
  • Jij zou voorbereiden
  • Hij zou voorbereiden
  • Wij zouden voorbereiden
  • Jullie zouden voorbereiden
  • Zij zouden voorbereiden

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

  • Ik zou voorbereid hebben
  • Jij zou voorbereid hebben
  • Hij zou voorbereid hebben
  • Wij zouden voorbereid hebben
  • Jullie zouden voorbereid hebben
  • Zij zouden voorbereid hebben

Gebiedende wijs

  • Bereid voor

Voorbeelden van Gebruik

Hier zijn enkele voorbeelden van hoe 'bereiden', 'toebereiden' en 'voorbereiden' in zinnen worden gebruikt:

  • Bereid bajonetten! (Prepare bayonets!)
  • Bereid lancering voor! (Prepare for launching!)
  • Bereid jezelf voor. (Prepare yourself.)
  • Bereid de schotels. (Prepare the saucers.)
  • Bereid jullie voor! (Prepare yourselves!)
  • Bereid deze kruiden. (Prepare these herbs.)
  • Niet bereid toe te geven. (Unwilling to compromise.)
  • Ik ben er bereid toe, je weet wel, alles te doen. (I'm willing to, you know, go all the way.)
  • Bereid voor op vertrek. (Prepare for departure.)
  • Bereid voor op geboorte. (Prepare for birth.)

Veelvoorkomende Verwarringen en Uitzonderingen

Een veelvoorkomende vraag is: "Is het 'je bereidt je voor' of 'je bereid je voor'?" Het juiste antwoord is: "Je bereidt je voor". De persoonsvorm van de tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd ('je') eindigt altijd op een t, behalve bij uitzonderingen. Een uitzondering is bijvoorbeeld 'Je mag'. Ook als het onderwerp achter de persoonsvorm staat, komt er geen t. Voorbeeld: 'Bereid je je voor?'

'Bereid' in 'Bereid u voor' is een gebiedende wijs.

Werkwoordspelling: D, T of DT?

Het correct spellen van werkwoorden in het Nederlands kan lastig zijn. Een handig hulpmiddel is de Taal*maat D, t of dt?, een stroomdiagram waarmee je kunt bepalen of stam + t goed is of niet. Onthoud dat in de tegenwoordige tijd nooit een d aan de stam wordt toegevoegd. Zinnen als ‘Zij wijzigd straks de tarieven’ en ‘Hij veranderd morgen de code’ zijn dus altijd fout. Het moet zijn: ‘Zij wijzigt straks de tarieven’ en ‘Hij verandert morgen de code’ (weer: stam + t).

Let niet op de verleden tijd van wijzigen en veranderen! De d in de verledentijdsvormen wijzigde en veranderde heeft namelijk geen enkele invloed op de tegenwoordige tijd. Aan het ezelsbruggetje van ’t kofschip heb je dus ook niets als het gaat om de tegenwoordige tijd.

labels: #Ei

Zie ook: