Eigenlijk is de juiste benaming voor bloedverdunners "antistollingsmedicijnen". Voeding heeft daar wel degelijk invloed op. Als je antistollingsmedicijnen slikt zorg dan voor regelmaat, pas op met alcohol en zorg voor gevarieerde en gezonde voeding.

Wat is de INR-waarde?

Allereerst is het belangrijk om te weten wat de INR-waarde (International Normalized Ratio) betekent. Deze waarde geeft aan hoeveel tijd het in beslag neemt voor het stollen van je bloed. Een hoge INR-waarde geeft aan dat bloedstolling langer duurt. Een lagere INR-waarde geeft juist aan dat je bloed snel stolt. In Nederland zijn de waardes die nagestreefd worden 2.0 - 3.5.

Vitamine K en bloedstolling

Voeding die rijk is aan vitamine K is van invloed op fluctuaties van de INR-waarde. Het zijn dus vooral de groentes die we in de winter eten die rijk zijn aan vitamine K. Het vermijden van deze voeding is niet noodzakelijk. Het is belangrijk om, eigenlijk zoals altijd, veel variatie aan te brengen in je voedingspatroon.

Iedere dag voeding eten die veel vitamine K bevat is niet aan te raden. Let er wel op dat bij grote veranderingen in je voedingspatroon (voeding met vitamine K) dit wel van invloed kan zijn op je INR-waarde. Verandering in het voedingspatroon kan komen door een dieet, of bijvoorbeeld een ander eetpatroon als je op vakantie bent.

Voedingsmiddelen met veel vitamine K:

  • Groene groentes zoals spinazie, waterkers, sla en broccoli
  • Koolsoorten zoals bloemkool, spruiten, koolrabi en witte kool

Daarnaast is er voeding die maar een zeer beperkte hoeveelheid vitamine K bevat.

Citrusfruit en medicijnen

Staat er op uw medicijn de etikettekst of sticker 'Pas op met citrusfruit'? Dan gebruikt u een medicijn waarbij u beter niet te veel grapefruit en sinaasappel kunt eten, of het sap ervan kunt drinken. Dan is er namelijk kans dat uw medicijn minder goed werkt. Medicijnen worden opgenomen en afgebroken in het lichaam.

Stoffen in grapefruit en sinaasappel vertragen de opname van het medicijn of houden deze tijdelijk tegen. Hierdoor komt er minder van het medicijn in uw lichaam. Het medicijn werkt dan minder goed. Dit gebeurt iedere keer als u grapefruit of sinaasappel eet of het sap ervan drinkt. Het effect is na een paar uur weer voorbij.

Advies bij het eten van grapefruit en sinaasappel:

  • Wacht na het innemen van uw medicijn minimaal 4 uur met het eten of drinken van grapefruit(sap) of sinaasappel(sap).
  • Eet per keer niet meer dan 2 grapefruits of sinaasappels.
  • Drink per keer niet meer dan 1 glas grapefruitsap of sinaasappelsap.

Als u meer of vaker grapefruit of sinaasappel drinkt of eet, wordt de kans groter dat uw medicijn minder goed werkt. Weet u niet goed wanneer u het beste uw medicijn kunt innemen als u grapefruit(sap) of sinaasappel(sap) wilt eten of drinken? Neem dan gerust contact op met uw apotheker.

Het is niet duidelijk of uw medicijn minder goed werkt als u mineola’s of mandarijnen eet. Daarom geldt voor mineola’s en mandarijnen hetzelfde advies als voor grapefruits en sinaasappels. Appels en appelsap kunt u gewoon eten en drinken. Alleen als u per keer meer dan 1 liter appelsap drinkt of meer dan 6 appels eet, is er een kans dat uw medicijn minder goed werkt.

Denkt u dat uw medicijn niet goed werkt? Neem dan contact op met uw apotheker of huisarts. Soms kunnen zij u adviseren een hogere dosering van uw medicijn te gebruiken, zodat het beter werkt. Of misschien kunt u beter een ander medicijn gebruiken in combinatie met grapefruit(sap) en sinaasappel(sap). Heeft u vragen over citrusfruit en uw medicijnen?

Andere factoren die de INR-waarde beïnvloeden

Voeding heeft een belangrijke invloed op antistollingsbehandelingen en is gedeeltelijk verantwoordelijk voor de dagelijkse (beperkte) schommelingen van de stollingstijd, zoals uitgedrukt in INR waarden. Vitamine K werkt het effect van antistollingsmiddelen tegen zodat het bloed dus dikker wordt. Het lichaam heeft maar kleine hoeveelheden vitamine K nodig om goed te werken, en dit wordt uit de voeding gehaald.

Aangezien we iedere dag wel wat anders eten, varieert dus de dagelijkse inname van vitamine K en dit geeft vervolgens schommelingen van de INR bij patiënten onder antistolling. Patiënten die antistollingsmiddelen toegediend krijgen, moeten in de winter vaak een hogere dosis krijgen. In de zomer, als er veel tomaten en komkommers gegeten worden, moet de dosis vaak omlaag worden bijgesteld.

Ook het vetgehalte van het eten speelt een rol. Wanneer mensen aan de lijn gaan, nemen ze vaak minder vet tot zich. Maar vitamine K wordt alleen opgenomen in combinatie met vet. Een vetarm dieet zal dus een lagere vitamine K-intake betekenen, en dat houdt automatisch in dat de INR omhoog gaat. Als mensen op dieet gaan, beïnvloedt dit ook de antistolling.

Alles wat de lever beïnvloedt, beïnvloedt de stolling. Alcoholgebruik is een bekende belasting voor de lever. Is de lever gezond, dan is af en toe een glaasje wijn of bier geen probleem. Maar als de lever om wat voor reden dan ook niet optimaal functioneert, dan heeft alcohol een groter effect en in dat geval ontraden stollingsdiëtisten alcohol liever. Wees zuinig op je lever en pas op met alcohol. Alcohol is een aanslag op je lever, zeker als je antistollingsmedicijnen gebruikt. Je lever heeft namelijk invloed op stollingen.

Algemene adviezen bij het gebruik van bloedverdunners

Antistollingsmiddelen, beter bekend als bloedverdunners, zorgen ervoor dat je bloed minder snel stolt en verkleinen daarmee het risico op een trombose, zoals een hart- of herseninfarct of een longembolie. Maar er zijn voedingsmiddelen die de werking van sommige bloedverdunners, de zogenoemde vitamine K-remmers, kunnen beïnvloeden. Er bestaan verschillende soorten bloedverdunners.

Een van de soorten die kunnen worden voorgeschreven zijn vitamine K-antagonisten (VKA's, ook wel vitamine K-remmers, coumarines of cumarines genoemd) zoals acenocoumarol of fenprocoumon. Dit zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm die de werking van vitamine K tegengaan. Deze geneesmiddelen zorgen eigenlijk voor een kunstmatig tekort aan vitamine K. Hierdoor kan de lever bepaalde stollingsfactoren die nodig zijn om het bloed te doen stollen, niet langer produceren, en stolt het bloed dus minder gemakkelijk.

Gebruikers van vitamine K-remmers staan onder behandeling van een trombosedienst, omdat veel factoren invloed hebben op deze bloedverdunners. Voeding is er daar één van.

Bloedverdunners en groene bladgroenten

Vitamine K wordt in het lichaam in de darmen gemaakt. Daarnaast komt het voor in voedsel, met name in groene groentes. Als je er veel van eet, kan dat dus de werking van je bloedverdunners tegengaan. Je kan deze groenten gewoon eten, maar liever geen grote hoeveelheden ineens of drie keer per week dezelfde groene groenten, om grote schommelingen te vermijden.

Groene groenten zoals sla, broccoli, spinazie en andijvie bevatten veel vitamine K. Let ook op bij grote hoeveelheden kool, zoals witte kool, boerenkool, spruiten en bloemkool. Andere voedingsmiddelen die relatief veel vitamine K bevatten zijn asperges, avocado, zonnebloemolie, zuivel, fruit, eieren en granen. Ook orgaanvlees zoals lever en niertjes zijn rijk aan vitamine K.

Bij een gevarieerd en normaal voedingspatroon zijn de invloeden van de dagelijkse maaltijden op de werking van je bloedverdunners gering. Groenten en fruit spelen bovendien een prominente rol in de hartgezondheid dus het is wel belangrijk om dagelijks twee porties fruit en ongeveer 250 gram groenten te eten.

Bloedverdunners, grapefruit en grapefruitsap

Grapefruitsap en verse grapefruit kunnen een wisselwerking geven met je bloedverdunners. Grapefruit(sap) bevat furanocoumarines, die de werking van het enzym CYP3A4 in je lichaam kunnen blokkeren. Dit enzym speelt een belangrijke rol bij de afbraak van veel geneesmiddelen. Wanneer dit enzym minder goed werkt hoopt het medicijn zich op in je lichaam en is de kans op bijwerkingen groter.

Staat er op jouw medicijn de etikettekst of sticker 'Pas op met grapefruit'? Dan gebruik je een medicijn waarbij je beter niet te veel grapefruit kunt eten, of grapefruitsap kunt drinken. De remming van het enzym en daarmee de verhoogde kans op bijwerkingen is afhankelijk van de hoeveelheid grapefruits of grapefruitsap die je eet of drinkt.

Wanneer je niet meer dan een of twee dagen per week een glas grapefruitsap drinkt of niet vaker dan een of twee dagen per week een grapefruit eet, met een tussenpoos van drie dagen of langer, is een verhoogde kans op bijwerkingen minimaal. Sinaasappelen en mandarijnen remmen het enzym niet en hebben deze wisselwerking met medicijnen dus niet.

Bloedverdunners en alcoholgebruik

Overmatig alcoholgebruik beïnvloedt de werking van antistollingsmiddelen. Alcohol verdunt het bloed niet, maar verhoogt het risico op bloedingen. Dit kan gevaarlijk zijn. Bovendien kan overmatig alcoholgebruik leverproblemen veroorzaken, wat de afbraak van bloedverdunners kan beïnvloeden. Bespreek met je arts of apotheker hoeveel alcohol je eventueel mag drinken.

Bloedverdunners en cranberrysap

Ook cranberrysap kan invloed hebben op de werking van je bloedverdunners. Het gaat dan wel om grote hoeveelheden (2 liter). Drink je graag cranberrysap of slik je cranberrysupplementen, bijvoorbeeld tegen blaasontsteking, overleg dan even met je arts over de toegestane hoeveelheden.

Bloedverdunners en kruidengeneesmiddelen

Verschillende kruidengeneesmiddelen en supplementen kunnen de werking van bloedverdunners beïnvloeden. Hieronder vallen onder andere ginkgo biloba, ginseng, knoflooksupplementen en sint-janskruid. Deze kruiden kunnen de werking van bloedverdunners versterken of verzwakken, wat tot gevaarlijke bijwerkingen kan leiden. Neem ze dus alleen in overleg met je arts als je antistollingsmiddelen gebruikt.

Let op vet bij gebruik van antistollingsmedicatie

Voor een goede werking van de antistollingsmedicijnen is het belangrijk dat de hoeveelheid medicijnen in balans is met de hoeveelheid vitamine K die je binnenkrijgt. Daarbij speelt het vetgehalte van je voeding een rol. Vitamine K wordt namelijk alleen opgenomen in combinatie met vet. Als je dus op een vetarm of vetrijk dieet gaat, beïnvloedt dit ook de stolling van je bloed. U heeft meer kans op bloedingen, zoals een bloedneus.

labels:

Zie ook: