Wil je ook een moestuin vol smakelijke groenten? Dan is het slim om regelmatig te bemesten. Dit geeft je planten de juiste voedingsstoffen en houdt ze gezond en sterk. In dit artikel lees je wanneer en met welke mest je jouw moestuin het beste kunt bemesten.
Waarom bemesten essentieel is voor je moestuin
Een gezonde bodem is de basis voor een succesvolle moestuin. Planten halen voedingsstoffen om te groeien en bloeien voor een groot deel uit de bodem. Door te bemesten houd je de grond gezond en vruchtbaar. Bemesten helpt je planten sterk en gezond te blijven. Hierdoor groeien je planten beter en is je uiteindelijke oogst groter. Ook verbetert het de grootte, smaak en kwaliteit van je groenten en fruit.
Planten in je moestuin moeten in een relatief korte periode veel presteren en vruchten produceren die wij oogsten. Het is van belang dat deze voedingsstoffen, zoals stikstof, fosfor en kalium, regelmatig worden aangevuld om uitputting van de bodem te voorkomen en de groei en gezondheid van de planten te ondersteunen.
Voedingsstoffen aanvullen: als planten groeien en vruchten produceren, onttrekken ze voedingsstoffen aan de bodem die essentieel zijn voor hun ontwikkeling.
Optimalisatie van de zuurgraad: de zuurgraad van de bodem beïnvloedt de opname van voedingsstoffen door planten. Een te zure bodem kan de opname van voedingsstoffen belemmeren. Test regelmatig de zuurgraad en pas deze waar nodig aan, zodat je planten de voedingsstoffen effectief kunnen opnemen.
Stimulatie van groei en opbrengst: regelmatige bemesting stimuleert de groei van planten.
Weerstand tegen ziekten en plagen: goedbemeste planten zijn over het algemeen gezonder en beter bestand tegen ziekten en plagen.
Door je moestuin voldoende te bemesten, draag je ook bij aan duurzamer tuinieren.
De belangrijkste voedingsstoffen voor je moestuin
De belangrijkste bouwstoffen voor je moestuinplanten zijn stikstof, fosfor en kalium. Op de verpakking van je mest zie je dit vaak terug als NPK met daaronder cijfers. Deze cijfers geven aan hoeveel procent van deze voedingsstoffen erin zit.
- Stikstof (N): Bevordert de groei van bladeren en stelen.
- Fosfor (P): Geeft je plant energie.
- Kalium (K): Zorgt ervoor dat de wortels beter water opnemen en voorkomt dat de bladeren te veel vocht verliezen. Hierdoor zijn je planten beter beschermd tegen kou en droogte.
Vaak zit er in moestuinmest ook magnesium en ijzer. Magnesium speelt een rol bij het omzetten van licht in energie. En ijzer zorgt voor de aanmaak van nieuwe bladeren.
Soorten meststoffen voor de moestuin
Er zijn verschillende soorten moestuinmest. Zo is er mest speciaal voor het verbouwen van groenten en fruit of voor de teelt van kruiden. Heb je een grote(re) moestuin? Kies dan voor universele moestuinmest.
In de wereld van moestuin mest er grofweg drie soorten meststoffen die men kan gebruiken: compost, organische mest en kunstmest.
Compost
Compost ontstaat door het natuurlijke afbraakproces van organisch materiaal, zoals plantenresten en voedselafval. Als je in je moestuin compost gebruikt, stimuleert dat het bodemleven. Dit draagt bij aan een gezondere plantengroei en een betere vochtretentie in de bodem. Het is vooral nuttig voor het verbeteren van de structuur van zowel zand- als kleigronden, waardoor deze beter water en voedingsstoffen kunnen vasthouden.
Organische mest
Organische mest bestaat uit natuurlijke grondstoffen, van plantaardige of dierlijke oorsprong. De meststoffen voeden de organismen in de bodem. Het mooie is dat de voedingsstoffen langzaam vrijkomen en je planten er dus een lange periode van profiteren.
Organische meststoffen zijn afkomstig van natuurlijke bronnen zoals dierlijke uitwerpselen (bijvoorbeeld kippenmest, koemest) en plantenmaterialen (zoals groenbemesters). Ze geven hun voedingsstoffen geleidelijk af, wat de kans op uitspoeling van voedingsstoffen vermindert en zorgt voor een stabiele groei van planten.
Kunstmest
Gebruik liever geen kunstmest. Hoewel het snel werkt, is het effect van korte duur.
Kunstmest, ook bekend als minerale mest, bestaat uit synthetisch vervaardigde voedingsstoffen die snel beschikbaar zijn voor de planten. Het gebruik van kunstmest leidt mogelijk tot een overvloed aan voedingsstoffen. Dit kan een ontwrichting in het ecosysteem veroorzaken.
Kunstmest werkt ook sneller en kortstondig waardoor de plant een groeispurt maakt. Als je organische verse mest gebruikt is er ook sprake van bodemverbetering. Met gedroogde pallets en kunstmest is dat niet het geval. Kunstmest is goedkoper dan biologische mest.
Het juiste moment om te bemesten
Je bemest je moestuin het liefst twee keer per jaar. Het mooiste moment voor de eerste bemesting is aan het begin van het groeiseizoen. Zo rond maart, april. Bemest je grond enkele dagen voordat je de plantjes in de grond zet.
Strooi de week voordat je gaat bemesten wat koemestkorrels in je moestuin. Je planten kunnen hierdoor de voedingsstoffen beter uit de bodem halen. Na verloop van tijd is de meststof uit de grond. En is het tijd om opnieuw wat mest toe te voegen. De maand juni is een mooi moment hiervoor. Dan gaan veel warme groenten de grond in. Denk aan komkommers, tomaten en paprika's.
Ga je in het najaar spinazie, veldsla of een andere wintergroente kweken?
Je moestuin bemesten, doe je idealiter tweemaal per jaar: in het voorjaar en in het najaar. In het voorjaar, rond maart of april, wanneer de planten ontwaken uit hun winterslaap, hebben ze essentiële voedingsstoffen nodig om krachtig te kunnen groeien. Een tweede bemestingsronde in het najaar helpt de planten om voedingsstoffen op te slaan die ze gedurende de winter kunnen gebruiken.
Direct bij het planten van nieuwe gewassen, meestal tussen april en mei, is het aan te raden om je moestuin te bemesten. Voor specifieke planten, zoals eenjarige gewassen, is het zelfs aan te raden om een extra bemesting in juni toe te passen. Let altijd op de specifieke behoeften van je gewassen en pas de bemestingsfrequentie hierop aan.
Als je kippenmest in de moestuin wilt gebruiken of paardenmest voor de moestuin bewaard, kun je dit het beste in de herfst gebruiken.
Bemesten in het voorjaar is het belangrijkst. Je geeft de planten alle voedingsstoffen mee die ze nodig hebben voor de groei. Het tweede moment om te bemesten is in de zomer. Er zijn mestsoorten op de markt die de voedingsstoffen verspreid over meerdere maanden afgeven.
Wanneer je gedurende het jaar je tuin genoeg hebt bemest, is het niet nodig om in het najaar nog een keer te bemesten.
Hoeveel meststof heb je nodig?
Hoeveel meststof je nodig hebt, hangt af van hoe groot je moestuin is, de staat van je bodem en het type gewassen dat je verbouwt. Op de verpakking staat hoeveel mest je nodig hebt per vierkante meter. Verdeel de mest gelijkmatig over je moestuin. Het liefst vanuit twee richtingen haaks over elkaar. Staan er nog geen planten?
Specifieke meststoffen voor bepaalde planten
Verschillende soorten planten vragen om verschillende soorten voedingsstoffen. Er zijn universele meststoffen te verkrijgen die je door de hele tuin kunt gebruiken. Er zijn ook meststoffen die specifiek geoptimaliseerd zijn voor bepaalde planten. Zo is er bijvoorbeeld speciale meststof voor rozen, buxus of voor je gazon. De verhoudingen tussen fosfor, kalium en nitraat zijn geoptimaliseerd voor de specifieke plant en daarbij zitten er vaak extra toevoegingen.
Als je de normale bemesting goed doet is bladmest niet nodig, maar soms kan er een situatie ontstaan waarbij de plant niet genoeg mest heeft door de bodem rond de wortels omdat de grond te nat of droog is.
Sommige groentes zijn ontzettend makkelijk. Je zaait ze en hebt er geen omkijken meer naar. Ze zijn tevreden met een beetje compost en wat water bij droogte. Andere groentes zijn wat meer verwend en eisen af en toe een lekker hapje met extra voedingsstoffen.
Veel vruchtgroenten en kolen zijn behoorlijke veelvraten. Logisch want ze moeten ook aardig hard werken om die mooie vruchten of kolen voor jou te produceren. Deze groenten maak je blij met extra mest, zeker op het moment dat ze vruchten gaan maken. Maar ook tijdens de groei van de vruchten of kolen kun je ze tussendoor nog af en toe een klein handje geven.
Groenten die onder de grond groeien hebben meestal niet veel mest nodig (aardappels overigens weer wel). Met een beetje compost zijn ze tevreden. Om hun knol, bol of wortel lekker te laten groeien hebben ze wel iets anders nodig: kali (oftewel kalium).
Voorbeelden van bemestingsschema's
Hieronder een voorbeeld van een bemestingsschema voor de groentetuin, met de dosis per 10 m²:
| Gewas | Dosis per 10 m² |
|---|---|
| Vruchtgroenten (tomaten, komkommers, courgettes) | 0,8 â 1,2 kg |
| Wortel- en knolgewassen (wortelen, radijzen, knolselder) | 0,8 â 1,2 kg |
| Aardappelen | 0,8 â 1,2 kg |
| Bladgroenten (sla, spinazie, selder, veldsla, peterselie, prei) | 0,6 â 1,0 kg |
| Koolgroenten (witte kool, rode kool, bloemkool, spruiten) | 0,8 â 1,2 kg |
| Kruiden (kervel, bieslook, tijm, basilicum) | 0,4 â 0,6 kg |
Hoe breng je de mest aan?
Je gaat de mest aanbrengen op de tuin, maar hoe doe je dat? Dat is natuurlijk afhankelijk van de soort mest die gebruikt. Sommige meststoffen worden aangebracht in vloeibare vorm en andere kun je uitstrooien. Lees daarom altijd goed de verpakking. Houd de hoeveelheid aan die wordt aangegeven of iets minder.
Begin met het verwijderen van onkruid en stenen. Spit de grond daarna om en meng de bodemverbeteraars, zoals compost en bemeste tuinaarde, grondig door de bovenlaag. Een laag van 5 tot 10 cm compost, gemengd met de bovenste laag grond, voorziet je moestuin van een rijke basis vol voedingsstoffen.
Na de voorbereiding van de bodem is het tijd om de meststoffen toe te passen. Gebruik een speciale moestuin mest en strooi deze gelijkmatig uit over de grond. Werk de meststoffen oppervlakkig in met een hark of cultivator.
Vergeet de bodemverbetering niet
Bemesten is natuurlijk een deel van het tuinieren, maar de bodem verbeteren is ook belangrijk. Het gaat namelijk niet alleen om voeding maar ook om de dichtheid van de bodem en of er voldoende lucht en vocht in de bodem zit. Je zou denken dat tuinaarde erg compact is maar de helft van een goede bodem bestaat uit vocht en lucht. In de basis zijn er drie bodemtypes: de kleibodem, leembodem en zandbodem. De ideale bodem bevat zowel klei, leem als zand. Mocht je bodem nat zijn of juist te droog, dan kan het zijn dat er teveel van de drie in de bodem zit. Je kunt een bodemtest doen om erachter te komen wat voor structuur je bodem heeft.
labels:




