Als je baby zo’n 6 maanden oud is, heeft hij niet genoeg meer aan alleen (moeder)melk. Vanaf dan ga je vaste voeding introduceren bij je baby. Het is verstandig om het eten van de eerste hapjes langzaam op te bouwen en daarbij goed naar je baby te kijken. Ieder kind is immers anders!

Rond de 8 maanden mag je een start maken met het opbouwen van 1 keer vaste voeding per dag naar 2 keer per dag. Het is ook mogelijk dat jullie met 9 maanden toewerken naar twee maaltijden per dag. Vaste voeding uitbreiden met het doel dat deze een melkvoeding vervangt zal aan gewenningstijd zeker een week duren. Ieder kind is anders en heeft zijn eigen tempo.

Melkvoeding en Vaste Voeding

Als je kindje rond de 7-8 maanden is, zal het nog zo’n drie keer per dag behoefte hebben aan melkvoeding. Eén melkvoeding kun je ook gebruiken om je kindje pap te geven. Daarnaast is het goed om je baby water of lauwe thee aan te bieden. Zo zorg je ervoor dat je kindje voldoende vocht binnenkrijgt. Heeft je baby koorts of diarree, of is het warm?

Vanaf 8 maanden kun je een borstvoeding of flesvoeding vervangen door een volledige maaltijd. Een goede vuistregel: er is zeker een week voor nodig om een maaltijd stap voor stap zo groot te maken dat 1 van de melkvoedingen weggelaten kan worden. Laat je kind eerst even wennen aan de nieuwe situatie voor je een volgende melkvoeding vervangt.

Hoeveel melkvoedingen je nog geeft, hangt af van je kind. Voeden op verzoek blijft het beste. Je kind geeft zelf aan hoe vaak en hoeveel hij wil drinken. Dat kan dus meer of minder zijn. Ook het aantal melkvoedingen is een voorbeeld. Kinderen zullen vaker een kleinere hoeveelheid drinken.

Wat kun je geven?

Naast de melk heeft je baby nu behoefte aan fruit, groente, brood en vlees. Door te variëren in voeding, went je baby aan nieuwe smaken en structuren. Je baby mag bijna alle gezonde voeding die jij ook eet.

Voorbeelden van vaste voeding:

  • Fruit: Is je baby gewend aan geprakte mango, banaan, avocado, abrikoos en perzik? Dan kan je hem eventueel grotere stukken fruit geven, zoals stukjes appel, peer of meloen.
  • Groente: Wanneer je kindje gewend is aan geprakte erwten, wortels, broccoli of bruine bonen kan je hem ook grovere stukken groente geven. Je kan hierbij denken aan stukjes (zoete) aardappel, paprika of stronkjes broccoli.
  • Ongezoete pap: Naast pap van rijstebloem kan je je baby van 7 maanden ook speltpap, haverpap of oerpap geven. Brinta en havermout zijn behoorlijk zwaar voor de maag van je kindje.
  • Brood of een broodkorst: Naast brood zonder korst mag je je baby nu ook kleine stukjes broodkorsten geven. Ook als je kindje nog geen tandjes heeft, kan het hierop sabbelen en bijten.

Naast pasta, aardappelen en rijst heeft je baby nu ook voedsel nodig waar eiwitten inzitten. Je kunt hem bijvoorbeeld een gekookt ei (wel hard koken), stukjes kipfilet of gehakt geven.

Het Belang van Textuur

Zodra je kindje gewend is aan vaste voeding, hoef je deze steeds minder fijn te prakken. Blijf wel in de buurt wanneer je kleintje eet. Het is belangrijk dat je baby ook went aan texturen, zodat die steeds beter met de pot mee leert eten. Prak het hapje met een vork. Begin eerst met een fijngeprakt hapje, die je vervolgens steeds wat minder fijn maakt. Laat je kind op deze manier langzaam wennen aan grovere stukjes. Blijf er altijd bij. Zo kun je meteen ingrijpen als er iets niet goed gaat.

Waar je de eerste maanden het eten fijnprakte, kan je dit nu wat grover doen. Zo komt er wat meer structuur in het eten van je baby. Door het steeds wat minder fijn te prakken, kan je baby langzaam wennen aan verschillende texturen. Spreekt de Rapley-methode je aan? Dan kan je die ook gebruiken om meer structuren aan de maaltijd toe te voegen.

Rijstebloem en andere Granen

Wil je je baby pap van rijstebloem geven? Doe dit liever niet elke dag. Wissel eens af met pap van andere granen. In rijstproducten kan veel ‘arseen’ zitten. Het is het beste om te beginnen met fijnere soorten pap, zoals meel of bloem van rijst of spelt. Daarna kun je langzaam overstappen op pap van havermout of tarwe en de grovere soorten.

De Rapley-Methode

Met de Rapley-methode geef je je baby geen geprakt of gepureerd eten, maar stukjes, die hij of zij zelf in de mond kan stoppen. Geef stukjes die je baby makkelijk kan vasthouden, zoals een gestoomd of gekookt stronkje broccoli of schijfje appel. Snijd zachte ronde dingen als druiven en cherrytomaatjes altijd door. Dan kan je baby er niet in stikken.

Je kind moet het eten zelf pakken en in de mond stoppen. Soms zal je kind wat kokhalzen. Dat is niet erg. Het Voedingscentrum vindt het veiliger om te beginnen met geprakte hapjes en die steeds iets minder fijn te maken.

Belangrijke Voedingsstoffen en Tips

  • Zuivel: Borstvoeding en opvolgmelk zijn precies afgestemd op de behoeftes van je kindje. Wacht daarom met het geven van gewone melk tot hij 1 jaar oud is.
  • Gezonde vetten: Kinderen onder de 4 jaar krijgen vaak te weinig goede vetten binnen. Daarom is het goed om margarine op het brood van je kleine te smeren en bakvet of zonnebloemolie aan zijn hapje toe te voegen.
  • Pindakaas en ei: Door je baby wekelijks pindakaas en ei aan te bieden, verklein je de kans dat hij hier een allergie voor ontwikkelt.
  • Vitamine D: Geef je kindje elke dag 10 microgram extra vitamine D tot de leeftijd van 4 jaar.

Voedingsmiddelen om te Vermijden

  • Voedsel met verslikkingsgevaar: Je baby kan zich snel verslikken in ronde, gladde voedingsmiddelen zoals cherrytomaatjes en druiven. Snijd deze daarom in vieren. Kijk ook uit met producten zoals mais en noten.
  • Zoete producten en toegevoegde suikers: In producten zoals diksap en kindertoetjes zit veel suiker. Dit is slecht voor het gewicht en de tanden van je kind. Daarnaast kan je baby gewend raken aan zoet eten.
  • Zoute producten en verzadigde vetten: In smeerkaas, gewone kaas en leverworst zitten veel zouten en verzadigde vetten. Bovendien zit in leverworst veel vitamine A.
  • Honing: In honing kunnen bacteriën zitten die je baby ernstig ziek kunnen maken.

Eet- en Drinkmomenten

Door vaste eet- en drinkmoment in te lassen, leert je kleine om niet de hele dag door te eten en te drinken. Maak van de maaltijd een gezellig moment, waarop jullie aandacht hebben voor het eten en voor elkaar. Laat de televisie uit en leg je telefoon even weg.

Voorbeelddagmenu

Om je op weg te helpen een aantal dagmenu-ideeën van het Voedingscentrum. De hoeveelheid die je kind nodig heeft en wil eten, verschilt per dag en per kind. Laat het dus aan je kindje over hoeveel trek het heeft en dwing hem/haar niet meer te eten dan het wil.

Wil je weten hoe een eetdag van je kindje er ongeveer uit kan zien? Bekijk onze voorbeelddagmenu’s voor baby’s tussen de 6-8 maanden. De menu’s geven een idee, je kunt het zelf natuurlijk anders indelen.

Wennen aan Vaste Voeding

Wennen aan vaste voeding gaat in het tempo van jouw kind. Het schema is een hulpmiddel en voeden op verzoek blijft het beste. Vertrouw op jezelf en je kind.

labels:

Zie ook: