Waar komen frieten vandaan? Fransen en Belgen ruziën al eeuwig om de herkomst van Franse frieten (Pommes frites). Niet alleen de Fransen en de Belgen zijn het over eens dat frieten heel lekker smaken. Waar zij het niet over eens kunnen zijn is, welk land heeft de frieten uitgevonden. De meningen liggen nog steeds verdeelt. Zelfs wetenschappers weten hier geen antwoord op.

De oorsprong van friet wordt zelf onder wetenschappers betwist. Wetenschappers hebben wel bewezen dat friet afkomstig is vanuit de keuken straten cultuur. Helemaal al in België, waar frieten als nationaal gerecht wordt gezien.

De Franse claim

De eerste frieten van Frankrijk werden hoogstwaarschijnlijk op de Pont Neuf gebakken. Pont Neuf is de oudste brug in Parijs. Straathandelaren hebben deze ontmoetingsplaats gecreëerd. Dit gebeurde voor de revolutie (1789).

De Belgische tegenhanger

Sommige Belgen dringen er echter op dat patat in werkelijkheid in ‘Namur’ werd uitgevonden, in een dorp in het zuiden van het land. In de eerste helft van de 17e eeuw, tijdens strenge winters toen de rivieren nog bevroren, hebben inwoners van deze stad, aardappelen in kleine visachtige vormen gesneden en die vervolgens in heet olie gegooid.

Volgens historicus Jo Gérard begon de geschiedenis van België betreffende de frietjes rond 1680. Hij schreef dat de inwoners van Wallonië toen de gewoonte hadden om vissen die ze gevangen hadden uit de Maas in olie te bakken. Soms was het achter te koud of gevaarlijk om te vissen. Daarom bedachten de Walen een alternatief. Zij sneden aardappelen in de vorm van kleine visjes, die zij vervolgens ook in olie bakten. Dit verhaal lijkt echter niet aannemelijk, aangezien de aardappel pas rond 1735 in Wallonië werd geïntroduceerd.

Echter, dit is een fakeverhaal over friet dat je op veel plekken kunt tegenkomen. We weten ook wie dit fantasieverhaal doelbewust verzonnen heeft. Dat is de onverbeterlijke nationalistische Belgische journalist-historicus Jo Gérard (1919-2006). Gérard schreef bijna honderd nationalistisch getinte boeken over België. Met zijn frietverhaal wilde hij kennelijk ten koste van de waarheid voor eens en voor altijd betwisten dat friet een Franse vinding zou kunnen zijn.

Volgens friethistoricus Ubel Zuiderveld is dat verhaal, samen met vele andere, inmiddels ontkracht. De oudste vermelding van friet in Nederland vond hij in een krantenadvertentie uit 1868.

De ontwikkeling van de friet

Uiteindelijk maakt het niet meer zoveel uit, waar frieten vandaan komen. Wat er wel toe doet is hoe frieten zich hebben ontwikkeld in een cultuur. Franse frietjes en Belgische frietjes zijn verschillende richtingen ingeslagen. Fransen eten meestal friet als bijgerecht bij vlees, vooral bij biefstuk.

De reis van de aardappel

Friet heeft een lange geschiedenis. Tussen de eerste gecultiveerde aardappel en het eerste frietje zitten vele millenia geschiedenis, en tussen dat eerste frietje en het ontstaan van Frietopia¿ zaten nog eens twee of drie eeuwen. De aardappel komt uit de Andes in Zuid-Amerika, waar wilde aardappels voorkomen tot op een hoogte van zo'n vierduizend meter. De gecultiveerde varianten ervan stammen waarschijnlijk af van de zuidelijkere soorten.

Dit blijkt uit het feit dat de tamme aardappel vooral lijkt op de wilde aardappels uit Zuid-Chili, en minder op zijn verwanten uit Bolivia, Peru en Ecuador. Wat wel zeker is, is dat aardappels 400 jaar voor Christus al werden gegeten op de hoogvlakte van de Andes in het huidige Peru en Bolivia.

Omdat aardappels erg voedzaam zijn en bestand zijn tegen slecht weer omdat het eetbare gedeelte ondergronds zit, is de plant uitgegroeid tot de basis van de voedselvoorziening in het Inca-rijk. Het was gebruikelijk om de aardappels te drogen in de zon, vaak nadat men ze eerst had laten bevriezen, om ze lang te kunnen bewaren.

De eerste Europeanen die aardappels zagen waren de Spaanse Conquistadores die in 1537 onder leiding van Jimenez de Quesada in een verlaten dorp in Colombia een voorraad aardappels vonden. Omdat de Spanjaarden bij hun reizen terug naar Europa voedsel nodig hadden namen ze deze aardappels mee aan boord van hun schepen. De knollen bevatten veel vitaminen en zo voorkwam men scheurbuik.

In de tweede helft van de zestiende eeuw kwam de aardappel in Europa, maar hij bleek niet goed te kunnen groeien in het warme klimaat in Spanje en Italië. Dit ging beter in het noorden van Europa, hoewel veel mensen de plant niet vertrouwden. Andere planten die verwant zijn aan de aardappel zijn namelijk giftig. De eerste Europese aardappeleters aten vooral de vruchten, die ook giftig zijn.

Alleen de knol is eetbaar, zolang hij niet groen wordt. Men had blijkbaar niet goed gekeken welk deel door de Indianen werd gegeten. Bovendien werd de plant niet in de Bijbel genoemd. Omdat de aardappel ondergronds groeide was men bang dat hij van de duivel was. Vooral de protestanten in Noord-Europa vonden dit een probleem.

In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw werd de aardappel belangrijker voor de Europese voedselvoorziening. Zo gaat het verhaal, dat een Franse officier, Antoine Augustine Parmentier, als krijgsgevangene in Duitsland aardappels had moeten eten, en ze lekker vond.

Vooral in Ierland werd de aardappel erg populair. De kleine boeren moesten een hoge pacht betalen aan de Engelse landeigenaren, waartegen ze regelmatig in opstand kwamen. Dit werd afgestraft door het vee te doden, de voedselvooraden te vernietigen en het bouwland te verwoesten. De ondergronds groeiende aardappels werden meestal over het hoofd gezien, en bleven dus vaak gespaard.

Daarnaast leveren aardappels een veel hogere opbrengst per hectare dan granen, die daarvoor verbouwd werden. Hierdoor groeide de bevolking van veel Europese landen snel, en woonden er bijvoorbeeld in Ierland rond 1840 al acht miljoen mensen, die voor 80% van hun koolhydraten van de aardappel afhankelijk waren.

Het kweken van aardappels door het gebruik van zaad is een erg moeizaam proces, vandaar dat men al snel overging op het gebruik van de ogen die op de knol zitten. Die kunnen vrij snel uitgroeien tot een volwassen plant. Hierdoor zijn alle planten genetisch identiek, wat voor een hoge opbrengst zorgt, maar ook voor een grotere vatbaarheid voor ziektes. Dat is wat in 1845 in Ierland gebeurde.

De opkomst van de friet

Wie de eerste friet maakte is niet goed te achterhalen. Zowel de Fransen als de Belgen claimen de uitvinding van friet.

In een frans kookboek uit 1755, Les soupers de la cour, wordt melding gemaakt van friet. In 1802 moet de friet geïntroduceerd zijn in Amerika. In dat jaar serveerde president Thomas Jefferson friet aan zijn gasten. Op zijn menukaart stond: Pommes de terre frites à cru, en petites tranches; aardappels, rauw gebakken in vet, in plakjes gesneden.

Het verhaal gaat dat de verkoop van friet op straat begon op de Pont Neuf in Parijs, ergens halverwege de negentiende eeuw, waarna de gewoonte zich snel verpreidde. In 1862 wordt melding gemaakt van een zekere Fritz, afkomstig uit de Elzas, die op de kermis in Luik friet verkocht. In 1864 is men in Engeland begonnen met de verkoop van de bekende Fish and Chips. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden veel Amerikaanse militairen voor het eerst geconfronteerd met friet.

Friet werd daarna pas op grote schaal gegeten in Amerika. Het is ook één van de verklaringen waarom men ze in Amerika french fries noemt. De militairen hadden in franstalige gebied kennis gemaakt met de friet. Andere verklaringen zijn dat de friet uit Frankrijk kwam, wat dus mogelijk is, of dat hij op de franse manier gefrituurd zou zijn, namelijk in twee keer, op verschillende temperaturen, en met een pauze.

Er wordt ook wel gezegd dat de Belgen deze methode hebben bedacht. Het schijnt trouwens dat deze methode van bakken pas later in Amerika geïntroduceerd is, wat deze theorie minder waarschijnlijk maakt. Er wordt ook beweerd dat de naam french fries is afgeleid van het werkwoord to french, maar dat schijnt pas in 1895 voor het eerst in het Engels waargenomen te zijn, dus lang na de introductie van de friet in Amerika. De naam french fries is in gebruik sinds de jaren '30.

In navolging hiervan spreekt men nu in veel landen over Franse friet, hoewel die tegenwoordig in sommige landen ook wel Amerikaanse friet wordt genoemd. Daarnaast kennen we natuurlijk Vlaamse of Belgische friet, die doorgaans dikker is.

Het verhaal gaat dat Cornelius Vanderbilt is 1852 eens friet bestelde in een restaurant en zijn friet te dik vond en terug stuurde naar de keuken. De kok was hierdoor wat geïrriteerd en sneed aardappels in zulke dunne plakjes dat ze niet meer aan een vork te prikken waren, en frituurde ze.

Friet in Nederland

Wat in ieder geval wel vaststaat, is dat rond 1900 frietjes al gemeengoed waren in België, maar in Nederland veel minder bekend waren. Dat weerhield de Bredase gebakkraam er niet van om al in 1869 te adverteren met "Pommes de terre frites” in de Bredasche Courant. Deze kraam op de Bredase kermis staat dan ook in de geschiedenisboeken als het eerste verkooppunt van friet in Nederland.

Al in 1882 hebben café-restaurants in zowel Venlo als Amsterdam pommes frites op het menu staan. Ook veel Belgen die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtten, introduceerden de Belgische lekkernij aan de Hollanders.

De Friet vandaag

Iedereen eet ze wel eens, samen met een kroket of een frikadel, met mayonaise of ketchup: de frietjes. Vlaamse frieten, Franse frietjes, fish and chips: deze snack is er in alle soorten en maten. Op 30 september 2019 werd gevierd dat we al 150 jaar lang friet eten in Nederland.

In Parijs ontwikkelde friet zich in de loop van de negentiende eeuw tot streetfood. Al snel bereikte friet ook België. Daar groeide de cultuur met zijn frietkotten tot ongekende hoogten.

Het is goed mogelijk dat her en der op kermissen en jaarmarkten in Zuid-Nederland al halverwege de negentiende eeuw friet werd verkocht. Het oudste ‘inpandige’ frietadres van Nederland is een hotel in Vlissingen. Het hotel verkocht in 1897 elke zondag friet. In enkele Limburgse dorpen en steden werd kort na 1900 al friet verkocht (ook vaak alleen op zondag, eveneens niet zelden in restaurants van hotels). Voor zover bekend is de oudste nog bestaande frietwinkel van ons land Reitz in Maastricht (anno 1909).

Tussen de twee wereldoorlogen rukte friet al op naar de Randstad.

Voedingswaarde en populariteit

Per inwoner eten we elk jaar meer dan 70 kilo aardappelen, inclusief friet. Wel is dat een stuk minder dan vroeger. In 1950 aten we nog 130 kilo. Maar er kwamen natuurlijk ook steeds meer alternatieven.

Absoluut! Kijken we naar de laatste jaren, dan gaat het om circa vier miljoen ton jaarlijks. Vier miljoen ton, dat is vier miljard kilo. Dat zijn ongeveer 115 duizend vrachtwagens vol. Tweederde van deze aardappelen komt van Nederlandse bodem, de rest uit het buitenland; vooral België, Duitsland en Polen. Er worden friet of andere aardappelproducten van gemaakt. Dat levert twee miljard kilo aan producten op. Hiervan wordt 85 procent geëxporteerd.

Het afscheid van het Bintje is al vaak aangekondigd. De laatste jaren verliest hij pas echt terrein. In België is hij nu verhoudingsgewijs populairder dan bij ons. In Nederland mogen we de Agria nu wel bombarderen tot de favoriete frietaardappel. Niet alleen frietfabrikanten, ook de meeste ambachtelijke frietzaken gebruiken de Agria. Velen stappen echter in de zomer tijdelijk over op Frieslanders, omdat het suikergehalte in de Agria’s dan te wensen overlaat. Een opkomende frietpieper is de Innovator.

Conclusie

De vraag wie de friet heeft uitgevonden blijft onbeantwoord, maar de populariteit en culturele betekenis van deze snack is onmiskenbaar. Of het nu Franse friet, Belgische friet of een andere variant is, friet blijft een geliefde lekkernij over de hele wereld.

Tabel: Geschiedenis van de friet

Jaar Gebeurtenis
1537 Spaanse Conquistadores vinden aardappels in Colombia.
1680 (Omstreden) Begin van friet in België volgens historicus Jo Gérard.
1755 Eerste vermelding van friet in Frans kookboek, Les soupers de la cour.
1802 President Thomas Jefferson serveert friet in Amerika.
1869 Eerste advertentie voor friet in Nederland.

labels:

Zie ook: