Het bekende spreekwoord "Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is krijgt de roe" is onlosmakelijk verbonden met het Sinterklaasfeest. Het is een waarschuwing en een belofte in één, die kinderen al eeuwenlang in spanning houdt.
De historische context van Sinterklaas
Sint-Nicolaas was al in de middeleeuwen een populaire heilige. Over hem deden diverse legendes de ronde. In één van die legendes hielp hij bijvoorbeeld drie mooie dochters van een arme edelman aan een rijke bruidsschat zodat ze toch nog goed konden trouwen. Over de historische Nicolaas is niet veel bekend. Hij schijnt rond het jaar 300 bisschop te zijn geweest van Myra, in het huidige Zuid-Turkije.
Voor ons verhaal is van belang dat Sint-Nicolaas ook als een kindervriend bekend stond. Verschillende vrome legendes sloten hierbij aan. Zo zou Sint-Nicolaas ooit drie schoolkinderen hebben gered die slachtoffer waren van een brute overval. De legendes over Nicolaas als kindervriend verklaren hoe het feest kon uitgroeien tot een feest speciaal voor kinderen.
De ontwikkeling van het Sinterklaasfeest in Nederland
In de jonge Nederlandse Republiek ontwikkelde Sint-Nicolaas zich tot een geschenkenfeest dat in intieme huiselijke familiesfeer gevierd werd en dus niet langer in de kerk of in een religieuze processie. De gereformeerde kerk zorgde ervoor dat het feest werd ontdaan van zijn aanstootgevende katholieke en sacramentele betekenis. Paepse superstitiën als de verering van heiligen moesten met wortel en tak worden uitgeroeid.
Een geschenkenfeest als Sinterklaas kwam deze moderne ouders goed van pas. Ze konden het gebruiken als instrument voor de opvoeding van hun kinderen: gewenst gedrag werd beloond met cadeautjes.
De betekenis van "Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is krijgt de roe"
De moraal van goed en kwaad werd er altijd dik bovenop gelegd. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. De gegoede burgers ondernamen heel concrete activiteiten. In veel gemeenten organiseerden ze sinterklaasbijeenkomsten. Dit gebeurde door instellingen als de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Ook de (grote) bedrijven deden hier aan mee.
De rol van Jan Schenkman en Zwarte Piet
Jan Schenkman publiceerde in 1851 zijn beroemde prentenboek Sint Nikolaas en zijn knecht. Op de prenten zag je Sinterklaas in levende lijve optreden: hoe hij aankwam met de stoomboot uit Spanje, hoe hij de cadeautjes in de schoorsteen deponeerde en hoe hij de stoute kinderen strafte. Bij Schenkman zien wij ook, en hij is daarin één van de eersten, een opmerkelijke bijfiguur optreden. Een knecht die de Sint met allerlei praktische dingen helpt. Deze gaat gekleed in een pageachtig kostuum en hij heeft een zwart gezicht. We herkennen hier de latere Zwarte Piet.
De commercialisering van Sinterklaas
Al dat snoepgoed was te koop op speciale ‘Nicolaesmarkten’. Uit zestiende-eeuwse bronnen weten we dat bijvoorbeeld in Amsterdam behalve claescoecken en marsepijn ook amandelbroodjes en honingkoeken en zelfs poppen te koop waren. De inkopen werden gedaan op sinterklaasavond, 5 december.
Streuvels beschrijft immers de rijk opgetuigde sinterklaasetalages. Deze ontwikkeling zien we ook in Nederland. De negentiende-eeuwse kranten staan er rond Sinterklaas bol van de advertenties, advertenties die steeds vroeger verschijnen soms al begin november. Sinterklaas werd een snel expanderende bedrijfstak.
Sinterklaas vandaag de dag
Op het ogenblik wordt veel geklaagd over de commercialisering van het sinterklaasfeest. De Sint komt steeds vroeger in het land. Daar komt nog bij dat Sinterklaas inmiddels concurrentie heeft gekregen van een andere geschenkenman: de uit Amerika afkomstige Santa Claus oftewel de kerstman.
Sinterklaas is - zeker in Nederland - een feest met een lange traditie. In de loop der eeuwen wist de Sint zich steeds aan te passen aan de veranderende tijdgeest. Hoe Sinterklaas er in de toekomst uit zal zien, is niet met zekerheid te zeggen.
labels:




