Er zijn drie economische machtsblokken: de Verenigde Staten, China en Europa. Als we kijken naar de economieën in Europa, dan zijn er fundamentele zwaktes te zien. Het continent is volledig afhankelijk van buitenlandse energie, en wordt ook steeds meer afhankelijk van buitenlandse ‘basisindustrie’.

De EU blijft ver achter als het gaat om investeringen in kennis en innovatie (R&D). De Verenigde Staten geven daar 3,5 procent van hun economie aan uit, en China bijna 2,5 procent. Dat de Europese investeringen in nieuwe kennis en technologie achterblijven, is extra zorgelijk gezien China de EU een paar jaar geleden al inhaalde qua economische omvang.

Economische verschuivingen binnen Europa

Interessant zijn bovendien de verschuivingen binnen de industrie. De bulkindustrie (denk aan staal en basischemie) heeft het zwaar, mede door de hoge energieprijzen. De zogenaamde hoogtechnologische industrie produceert 29 procent meer dan vijf jaar geleden. Geen wonder dat Novo Nordisk (dat een nieuw medicijn tegen obesitas op de markt bracht) en ASML (dat unieke chipmachines maakt) uitgroeiden tot enkele van de waardevolste bedrijven in de EU.

Europa heeft zich volledig op vrijhandel gestort. Dat heeft voordelen (specialisatie) en kwetsbaarheden (energie). En werkt alleen als je blijft investeren in je kracht. Juist daar gaat het mis.

Jarenlang was Europa de plek om als buitenlands bedrijf een fabriek, of onderzoekslab te openen. Jaarlijks ging er zo’n 400 tot 500 miljard euro aan ‘buitenlandse directe investeringen’ naar de EU. Met zulke cijfers is het geen wonder dat er zorgen zijn over het Europese vestigingsklimaat. Om de haverklap is er somber nieuws over de industrie. Weer een fabriek gesloten, weer productie afgeschaald.

De industrie schommelde flink door corona, de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en de plotselinge terugkeer van inflatie. Maar wie uitzoomt, ziet dat de Europese industrie nog precies evenveel produceert als vóór corona.

De impact van Brexit

In Europa is sinds 2016 in wezen een enorm ‘natuurlijk experiment’ gaande: wat gebeurt er als je tientallen jaren Europese economische integratie opeens terugdraait? Dat experiment heet de Brexit. Na het referendum van 23 juni 2016 volgde de formele EU-uittreding op 31 januari 2020, nu drie jaar geleden. Daarna kwam er een overgangsfase van krap een jaar. Op 1 januari 2021 had een ‘harde’ Brexit plaats: de Britten stapten uit die Europese interne markt, waarbinnen allerlei economische regelgeving gelijk is getrokken, en waarbinnen vrij verkeer van personen geldt.

Het ‘Brexperiment’ is nog gaande: lang niet alle effecten van de Britse EU-uittreding zijn uitgekristalliseerd. Maar op basis van de cijfers die er nu zijn, valt te concluderen: als je uit de EU stapt, is dat voor je economie behoorlijk ongunstig. Ze verlieten ook de douane-unie, waarbinnen importheffingen zijn afgeschaft. Ervoor in de plaats kwam een mager handelsakkoord met de EU. Het gevolg: handelsbarrières uit het verleden keerden terug.

De eerste economische effecten traden al op vlak na het referendum. Een onmiddellijke recessie na een leave-stem - zoals vóór het referendum voorspeld door onder meer de Britse regering - bleef uit. Er gebeurde wel iets anders. De waarde van het Britse pond daalde de dag na het referendum met 7 procent ten opzichte van de munten van de belangrijkste handelspartners van het VK. Het was de grootste koersdaling van een belangrijke munt sinds 1944.

Britse huishoudens waren de voorbije jaren door het zwakkere pond jaarlijks gemiddeld 870 pond (zo’n 990 euro) extra kwijt aan het levensonderhoud, zo berekenden economen van Resolution Foundation, een denktank die opkomt voor lage inkomens, van de London School of Economics (LSE). Dezelfde studie laat zien dat de referendumuitslag ook het vertrouwen van Britse bedrijven ondermijnde: ze stelden investeringen uit, omdat niet duidelijk was hoe de relatie met de EU - de belangrijkste handelspartner van het VK - eruit zou gaan zien.

Zo schaadde de Brexit de Britse economie al vóórdat de harde economische breuk met de EU een feit was, zo merkt ook de Office for Budget Responsibility (OBR) op, het Britse Centraal Planbureau. Inmiddels is de Britse economie 5,5 procent kleiner dan zij zou zijn geweest zonder Brexit, zo blijkt uit recent ‘dubbelganger’-onderzoek van het Centre for European Reform, een pro-Europese denktank.

De Britse uittreding uit de interne markt in 2021 betekende vooral twee dingen: minder handel en minder immigratie. Bij het interpreteren van handelsdata is voorzichtigheid geboden: het VK verliet de interne markt middenin de pandemie, die de internationale handel danig verstoorde. Maar veel wijst erop dat de harde Brexit negatief uitpakt.

Het volume van de Britse export ligt nu nog steeds lager dan voor de coronacrisis, terwijl exportvolumes van alle andere grote economieën fors toenamen na de pandemie. Het herstel van de wereldhandel is „aan het VK voorbij gegaan”, staat in een onderzoek van Aston Business School. Zonder de Brexit zou de Britse export 22 procent hoger liggen, aldus deze studie. Daaruit blijkt ook dat het aantal typen producten dat het VK naar de EU exporteert, is gedaald met 42 procent. Volgens de onderzoekers exporteren vooral kleine bedrijven minder naar de EU. Zij hebben minder middelen om zich aan te passen aan alle nieuwe rompslomp.

Het einde aan het vrije verkeer van personen betekent dat EU-burgers niet meer automatisch het recht hebben in het VK te werken. Het zorgde volgens recent onderzoek van denktank CER voor een extra tekort van 330.000 werknemers op de toch al krappe Britse arbeidsmarkt. Dit is 1 procent van de totale beroepsbevolking van het VK.

De Degrowth Beweging

Minder, minder, minder: volgens de degrowth-beweging is de planeet alleen nog te redden als de economie krimpt en rijke mensen welvaart inleveren. Volgens de ontgroeiers hebben we onze hand overspeeld. We flamberen de planeet met een onhoudbare levenswijze. En de techniek gaat ons niet redden van de nakende ecologische ondergang.

Gelukkig belooft economische krimp niet per se een armer leven, volgens de ontgroeiers. Integendeel, ontgroei belooft geen zuur, maar zoet. ‘Degrowth is een theorie van radicale overvloed’, schrijft Hickel in zijn boek Less Is More. ‘We willen de conjunctuur afschaffen’, staat er. ‘We willen armoede verbieden.’ En: ‘We bevrijden mensen van het geploeter van onnodige arbeid, we verkorten de werkweek, behouden volledige werkgelegenheid, en investeren in publieke goederen zoals universele gezondheidszorg, onderwijs en betaalbare huisvesting.’

Volgens Hickel consumeren de rijken zo vreselijk veel dat als we hun riante inkomens eerlijker verdelen, er meer dan genoeg overblijft voor ons normale mensen. Wil je dit rechtvaardig aanpakken, dan zullen rijke landen zoals Nederland dus moeten krimpen naar het wereldgemiddelde inkomen, zodat arme mensen nog de kans krijgen om van economische groei te genieten. Het probleem is alleen dat 96 procent van de Nederlanders meer verdient dan het wereldwijde gemiddelde inkomen. Deze top-96-procent van Nederland zal ongeveer twee derde van zijn inkomen moeten inleveren om op het wereldgemiddelde uit te komen.

Jason Hickel stelt dat een wereldgemiddeld bbp van 17.000 dollar per inwoner ‘niet dystopisch is’. Politici in Den Haag hebben normaliter al grote moeite om enkele procenten koopkrachtdaling te verdelen.Met het eenmalig verminderen van de koopkracht ben je er bovendien niet: het ontgroeiregime zal tot het einde der tijden moeten bestaan, anders schiet het klimaat er weinig mee op.

Uiteindelijk gaat het bij de strijd tegen klimaatverandering dan ook voor een groot deel om de infrastructuur waar alle inkomensgroepen gebruik van maken: waar komt de stroom vandaan? Waar komt de warmte vandaan? Hoe verplaatst men zich? Alle progressieve ideeën versterken elkaar.

Alternatieven voor de Eurozone

Er zijn nu twee opties: eindeloze Europese eenmaking of gecontroleerde ontvlechting. We kunnen doorgaan op hetzelfde pad. Dat kan langzaam of snel. Eurofederalisten zijn op hun beurt van mening dat crises als de huidige aantonen dat de eenmaking een stuk sneller zou moeten verlopen. Alsof de Nederlandse en Italiaanse economie op elkaar gaan lijken als we de budgetmacht naar Brussel overhevelen of een schuldenunie aangaan. Een gevaarlijke illusie.

Het enige alternatief: gecontroleerde ontvlechting van de eurozone; de terugkeer van monetaire soevereiniteit naar de natiestaten van Europa. Zuid-Europese regeringen kunnen het begrotingsbeleid voeren dat de bevolking gewenst acht - wellicht met meer publieke investeringen - en zullen een betere concurrentiepositie hebben, waarmee ze de werkloosheid kunnen terugdringen en hun economie uit het slop kunnen trekken.

Land Voordelen van EU lidmaatschap Nadelen van EU lidmaatschap
Nederland Toegang tot de gemeenschappelijke markt, wegvallen van wisselkoersverliezen en handelsbarrières Netto betaler, invloed van Brussel op klimaatbeleid
VK (na Brexit) Mogelijkheid om eigen handelsakkoorden te sluiten Handelsbarrières met de EU, tekort aan arbeidskrachten
Zuid-Europese landen Steunpakketten in crisistijd Bezuinigingsbeleid opgelegd door Brussel

labels: #Worst

Zie ook: