Het correct bijvullen van zout in uw Zanussi vaatwasser is essentieel voor optimale prestaties en het voorkomen van kalkaanslag. Deze handleiding biedt u alle informatie die u nodig heeft om dit op de juiste manier te doen.

Waarom zout gebruiken in uw vaatwasser?

De vaatwasser is uitgerust met een automatisch werkende ontharder die kalkafzetting op het servies en in de machine voorkomt. Hoe meer kalk het leidingwater bevat, des te harder is het. Het zout helpt de waterontharder om kalk uit het water te verwijderen, wat resulteert in schonere vaat en een langere levensduur van uw vaatwasser.

Welk type zout moet ik gebruiken?

Gebruik alleen speciaal zout voor afwasmachines. Alle andere soorten zout, vooral tafelzout, beschadigen de waterontharder.

Hoe het zoutreservoir vullen

Het zoutreservoir moet regelmatig bijgevuld worden. Houd de reinigingsmiddelen en het zout altijd uit de buurt van kinderen!

  1. Draai de dop van het zoutreservoir 90° tegen de wijzers van de klok in en verwijder de dop.
  2. Giet 1 liter water in het zoutreservoir (dat is alleen voor het eerste gebruik nodig).
  3. Vul met behulp van de trechter het zoutreservoir.
  4. Draai de dop goed vast en verzeker u ervan dat er geen zout op de schroefdraad en afdichting is gemorst. De dop is goed dicht gedraaid wanneer u een klikgeluid hoort.

Na de eerste vulling, hoeft u alleen maar regelmatig zout bij te vullen. Het is normaal dat tijdens het zout vullen het water overloopt.

Wanneer moet ik het zoutreservoir bijvullen?

De wijze waarop wordt aangegeven dat er zout bijgevuld moet worden, hangt af van het model afwasmachine:

  • Modellen met indicatievenster: De dop heeft daarvoor in het midden een indicatievenstertje. Als het zoutvat gevuld is, is er een groene markering te zien. Als het zout op is, is deze markering bijna verdwenen. U weet dan dat u zout moet bijvullen.
  • Modellen met controlelampje: Om u eraan te herinneren dat u moet bijvullen, brandt het controlelampje. Het speciale lampje zout bijvullen op het bedieningspaneel blijft, als de afwasmachine ingeschakeld is, nog 2 à 6 uur branden, nadat het zout is bijgevuld. Bij gebruik van langzaam smeltend zout kan het nog langer duren. Dit heeft echter geen negatieve invloed op de werking van het apparaat.
  • Modellen zonder zoutindicator: Wij raden u aan, na 50 afwasprogramma's zout bij te vullen.

Problemen oplossen: Het zoutlampje blijft branden

Het lampje van het zout van de vaatwasser blijft branden, de zoutindicatie led gaat niet uit na het bijvullen?

Mogelijke oorzaken en oplossingen:

  • Doe bij het eerste gebruik een liter water in het zoutreservoir.
  • Na het bijvullen van het zoutreservoir, dient er een programma gestart te worden.
  • Roer met de achterkant van een pollepel of spatel door het zoutreservoir na het bijvullen van het zoutreservoir.
  • Draai direct na het bijvullen van het zoutreservoir een spoelprogramma, om corrosie door gemorst zout te voorkomen.
  • Het zoutniveau in het reservoir wordt tijdens het programma gemeten, na afloop van het programma zal de indicatie led uitschakelen.

Wanneer de bovenstaande suggesties het probleem niet hebben opgelost, adviseren wij een bezoek van een technicus aan te vragen.

Waterontharder instellen

De waterhardheid wordt gemeten in verschillende schalen. Stel de waterontharder op de plaatselijke waterhardheid in. Informatie daarover kunt u krijgen bij het waterleidingbedrijf. De waterontharder moet op twee manieren worden ingesteld: handmatig, met behulp van de waterhardheidinstelling en elektronisch, door middel van de toetsprogrammakeuze/annuleren.

Handmatige instelling

  1. Open de deur van de afwasmachine.
  2. Neem de onderste korf uit de machine.
  3. Draai de regelaar op stand 1 of 2 (zie tabel).
  4. Plaats de onderste korf weer in de machine.

De fabrieksinstelling is stand "2".

Elektronische instelling

  1. Schakel de afwasmachine uit en druk op de aan/uit toets. Het controlelampje einde programma knippert (programmeerstand). In geval zout of glansmiddel moet worden bijgevuld, gaat het corresponderende controlelampje branden. Wanneer een van de programmalampjes brandt, dan betekent dit dat een afwasprogramma is ingesteld. De instelling moet worden geannuleerd: druk gedurende ca. 3 seconden op de toets programmakeuze/annuleren; het controlelampje van het ingestelde programma gaat uit en het controlelampje einde programma knippert, wat aangeeft dat het ingestelde programma is geannuleerd en dat de machine nu in de programmeerstand staat.
  2. Houd de toets programmakeuze/annuleren ingedrukt totdat het programmacontrolelampje 1 gaat knipperen en het programmacontrolelampje 2 aangaat en blijft branden. Wacht totdat het programmacontrolelampje 2 uitgaat, het programmacontrolelampje 1 gaat knipperen en tegelijkertijd het programmacontrolelampje einde programma gaat knipperen. Dit geeft aan dat u de elektronische functie voor het instellen van de waterverzachter hebt geactiveerd. Het huidige niveau wordt aangegeven door een serie knipperingen van het programmacontrolelampje einde programma en een onderbreking van enkele seconden.
  3. Om het niveau te veranderen, op de toets programmakeuze/annuleren drukken. Telkens wanneer de toets wordt ingedrukt, verandert het niveau. Het controlelampje einde programma blijft enkele seconden uit en begint dan te knipperen, wat aangeeft dat keuze is ingesteld.
  4. Om de instelling in het geheugen op te slaan de machine uitschakelen door de aan/uittoets in te drukken of ca.

Glansmiddelreservoir vullen

Het glansmiddelreservoir, in de binnendeur, heeft een inhoud van circa 110 ml. Dat is, al naar gelang de doseer-instelling, voldoende voor 16 tot 40 afwasbeurten.

  1. Open het klepje van het glansmiddel-reservoir door middel van het knopje (A).
  2. Giet glansmiddel in de vulopening totdat het reservoir vol is (het maximumniveau is aangegeven door het opschrift "max").

Controleer na iedere bijvulling of u het klepje goedgesloten heeft. Veeg gemorst glansmiddel altijd met een doekje weg, anders wordt tijdens het afwassen te veel schuim gevormd. Giet nooit afwasmiddel in het glansmiddelreservoir.

Dosering van glansmiddel

De instelling van de dosering is afhankelijk van de bereikte glans en van het droogresultaat. In de vulopening van het glansmiddelreservoir vindt u een zes-standen regelschijfje en de markeringen 1 tot 6 (stand 1 is laagste, stand 6 hoogste dosering). De fabrieksinstelling van de regelschijf is stand 4.

  • Verhoog de dosering als op het serviesgoed druppels of druppelvlekken achterblijven.
  • Verlaag de dosering als het serviesgoed witte, kleverige strepen vertoont.

Gebruik van multi tabs

Wanneer je multi tabs gebruikt, is het niet noodzakelijk om zout en glansspoelmiddel toe te voegen. Bij hard water kan het echter wel nodig zijn om extra zout toe te voegen. In gebieden met hard water worden zout en glansspoelmiddel nog steeds aanbevolen voor de beste resultaten van uw vaat.

  • Controleer de hardheid van het water in u woonplaats.
  • Controleer op de verpakking van de vaatwas tabletten tot welke hardheid er geen zout gebruikt hoeft te worden.

Wanneer er geen extra zout gebruikt hoeft te worden, stel dan de waterhardheid op de vaatwasser elektronisch in op niveau 1.

Checklist voor de beste reiniging en droging

  1. Controleer het toegepaste afwasmiddel:
    • Los poeder moet altijd in combinatie met onthardingszout en naglansmiddel worden gebruikt voor het beste eindresultaat.
    • Tabletten classic of tabletten zonder naglansmiddel en onthardingszout: altijd in combinatie gebruiken met onthardingszout en naglansmiddel.
    • In combi-vaatwastabletten zitten vaak verschillende middelen. Voeg dan alsnog extra glansspoelmiddel of zout toe.
    • Volg de aangeraden dosering op de verpakking van het wasmiddel.
    • Wanneer er met een kort programma of halfvolle vaatwasser gewassen wordt, is minder wasmiddel meestal voldoende voor een goed resultaat.
    • Wasmiddel in vloeibare of poedervorm zijn dan gemakkelijker te doseren. Hierbij let je op de streepjes in het doseerbakje.
    • Bij het gebruik van tabletten is doseren iets lastiger.
  2. Kalk zorgt voor kalkaanslag op het servies, maar slaat ook neer in de afwasmachine zelf.
  3. Belading van de korven
    • Grote vaat (pannen, schalen) onderin plaatsen.
    • Kleine vaat (kopjes, glazen) bovenin plaatsen.
    • Holle zijde naar onderen gericht.
    • Vermijd overlappen van servies.
  4. Korte programma’s met blokjes wasmiddel vermijden.
  5. Programmakeuze
    • Kies het juiste afwasprogramma aan de hand van de vervuiling van het servies.
    • Het afwasresultaat kan tegenvallen als u een verkeerd programma heeft geselecteerd.
    • De voorwas is bijvoorbeeld een programma om de vaat snel af te spoelen.

labels:

Zie ook: