De Zeeuwse bolus is een zoet gesuikerd broodje, dat oorspronkelijk afkomstig is uit de provincie Zeeland. Maar wist je dat de wortels van dit iconische broodje in Spanje en Portugal liggen? De bolus is van oorsprong een Portugese zoete lekkernij.

De receptuur is door de joden over de wereld verspreid en rond de eerste helft van de 17e eeuw meegenomen naar Zeeland. In de vele jaren er na is het recept in Zeeland geperfectioneerd tot een heerlijke smeuïge en stroperige koffiekoek. De bolus wordt wereldwijd overigens gezien als van origine Joods.

Het zijn vaak Joodse bakkers die ze maken en verkopen in bijvoorbeeld New Yorkse delicatessenwinkels. Draaier, Stropiedraaier, Drol, Jikkemiene, Koekedraaiom of Bolus. Allemaal namen die de Zeeuwen eraan hebben gegeven.

Tegenwoordig zijn er vele varianten en benamingen voor de bolus. Er is zelfs een wedstrijd geweest voor de mooiste benaming! De klevende liefde kwam als winnaar uit de bus, en dat zegt eigenlijk alles over dit gerecht.

In dit recept geven we tips hoe je deze nou het allerlekkerst kunt maken. Je kunt met enkele ingrediënten al heel makkelijk uit de voeten, vergeet alleen geen rekening te houden met de rijstijd. Dus hup.. snel aan de slag, want ze staan zo op de stoep voor een bak koffie (met likeur 😉)!

Wat maakt een Zeeuwse Bolus zo speciaal?

Een goede bolus is gemaakt van een heerlijk zacht brooddeeg, omhult door een laag suikerstroop. Lekker klef en vers het allerlekkerst! De Zeeuwse bolus is één van onze favo zoete traktaties uit eigen land.

De kunst van het bolus bakken

Het maken van een Zeeuwse bolus is een kunst op zich, waarbij het deeg eerst netjes wordt uitgerold, royaal door de kaneelsuiker wordt gehaald, en vervolgens tot een perfecte spiraal wordt gedraaid. Echt kleffe bolussen bakken is een kunst. Om die kunst te beheersen heb je wat ervaring nodig. En daarnaast help ik je op weg met wat tips.

Ingrediënten en Voorbereiding

Bij dit recept met deze hoeveelheid ingrediënten kun je twaalf mooie bolussen bakken. Je kunt het deeg met de hand op het aanrecht mengen en kneden. In dit recept heb ik voor enig gemak gekozen en wordt er uitgegaan van de keukenmachine. Laat de boter en de melk op kamertemperatuur komen.

Het Deeg Maken

Meng in de kom van je keukenmachine met een deeghaak de bloem, gist, witte basterdsuiker, het losgeklopt ei en de melk. Draai op een lage stand tot alle ingrediënten goed zijn gemengd en een deeg begint te vormen. Voeg dan het zout en de boter in kleine stukjes toe. Als je het zout te vroeg zou toevoegen dan heeft dit een nadelig effect op het rijsproces.

Eerste Rijzen

Bol het deeg op en leg het in een bebloemde schaal afgedekt met een natte theedoek (deze theedoek kun je in de bereiding nog meerdere keren gebruiken). Plaats de schaal op een warme plaats om één uur te laten rijzen. Je kunt ook de rijsstand van je oven gebruiken. Heb je deze functie niet op je oven, dan kun je ook de schaal met het deeg in de oven plaatsen met daar onder een schaal met heet water.

Suiker-Kaneelmengsel

Meng in bijvoorbeeld een braadslede de donkerbruine basterd suiker met kaneel en de koekkruiden. De kaneel en de koekkuiden mag je geheel naar eigen smaak meer of minder toevoegen. Spreid het suiker / kaneel mengsel uit over de bodem van de braadslede.

Het Vormen van de Bolussen

Haal het gerezen deeg uit de schaal en kneed het lichtjes door. Bebloem je aanrecht en snij hierop met een mes twaalf even grote delen van ongeveer 60-70 gram van het deeg.

Let op… vanaf hier tot aan het vormen van de bolussen zul je gaan kliederen met plakkende bruine basterdsuiker aan de handen. Leg een natte theedoek op het aanrecht dubbel gevouwen klaar. Rol een bolletje deeg lichtjes uit tot een streng van ruim een hand breed.

Rol deze hierna over de natte theedoek, zodat de korte streng deeg rondom licht vochtig is. Rol hem vervolgens door het suiker / kaneel mengsel en leg opzij. Doe dit ook met de andere bolletjes deeg.

Leg de besuikerde deegstrengen op elkaar in de braadslede en bedek ze nog met de rest van de suiker / kaneel mengsel. Leg de vochtige theedoek nu uitgespreid op het aanrecht. De theedoek zal er voor zorgen dat de suiker niet verschuift en ook beter hecht.

Leg de strengen deeg op de hoek van je theedoek. De losse suiker / kaneel uit de braadslede gaat uitgespreid op het midden van de theedoek. Hierop gaan we de deegstrengen door heen rollen.

De makkelijkste manier van een Zeeuwse bolus vormen is deze op het aanrecht om je vinger heen te draaien. Het uiteinde gaat dan via de onderzijde door de opening in het midden.

Nog enkele tips: Hou dus in eerste instantie een opening in het midden om hier het laatste stukje van de streng in te borgen. Zorg dat de bolus plat blijft.

Tweede Rijzen en Bakken

Leg de overige gevormde bolussen ook op het bakpapier op enige afstand van elkaar, zodat er ruimte is om te rijzen. Dek de bolussen weer af met huishoudfolie en zet ze voor een uur op een warme plaats. Tijdens de 2e rijs is er voldoende tijd om de barbecue op te stoken tot zo’n 230-240 graden indirect.

Plaats bij een kamado dus de platesetter, het rooster en daarop de pizzasteen. Aangezien de bolussen kort gebakken hoeven te worden is het raadzaam meerdere baksessies te doen, de warmte voor het opwarmen of de restwarmte te gebruiken. Na een uurtje rijzen zijn de bolussen in volume verdubbeld.

Schuif met de pizzaschep of je bakplaat, het bakpapier met de bolussen op de pizzasteen. Sluit de barbecue en zet je timer op 6 minuten. We gaan de bolussen 6-7 minuten bakken. Check tussen deze tijd hoe ver ze zijn.

Dit kun je doen door een bolus aan de zijkant op te lichten. De hele bolus dient dan los te komen zonder dat deze uit elkaar valt of door buigt. Het is nu van belang de bolussen zo snel mogelijk te keren. De nu nog dunne suikerstroop zal dan weer terug door de bolus zakken.

Dit gaat makkelijk door een nieuw vel bakpapier op de bolussen te leggen, een (2e) bakplaat er op en keren maar. Trek het bakpapier er af waar de bolussen op gebakken zijn en laat ze een kwartiertje afkoelen.

Tips voor de perfecte kleffe bolus

De eerste en allerbeste tip is: Bak de bolussen op een zonnige voorjaars- of najaarsdag. Zet de bolussen voor de laatste rijs afgedekt in de vensterbank en laat de warmte van het zonnetje zijn werk doen. Op deze dagen is de zon niet sterk genoeg om het deeg heel snel te laten rijzen, maar het zorgt er wel voor dat de suiker al prachtig smelt tot een siroop. Maar ook tijdens het uitrollen en suikeren van het deeg is het fijn als de suiker al plakkerig wordt en gaat smelten. Omdat dit een brioche deeg is, plakt de suiker er goed aan.

Leg je na iedere stap de deegstrengen op en tegen elkaar, dan smelt de suiker ook door de wrijving en warmte. Om kleffe bolussen te bakken heb je waarschijnlijk het idee dat je veel suiker nodig hebt. Dit is echter niet zo.

Voor het goed uitrollen van de strengen heb je de hoeveelheid suiker nodig die in het recept beschreven is. Na het uitrollen en vormen van het deeg, zou je ongeveer 100 gram suiker over moeten houden. Na het bakken kan het zijn dat de suiker op de bolussen niet volledig gesmolten is.

Mijn truc daarvoor is om de nog hete bolussen met de bovenkanten tegen elkaar aan, twee aan twee in een boterhamzakje te verpakken en zo af te laten koelen. Laat ze zo een paar uurtjes liggen en dan heb je echt de heerlijkste zachte kleffe bolussen die je ooit zelf gemaakt hebt.

Serveertips

Zoals met vers gebakken brood, appeltaart of een ander baksel, zijn ook Zeeuwse bolussen het lekkerste als ze net gebakken zijn. Zeeuwse bolussen worden traditioneel bij bijvoorbeeld een dagelijks bakje koffie gedronken, maar ze zullen het bij een grootse barbecue ook goed doen als een heerlijk zoete afsluiter bij een koffie met likeur.

labels: #Bakken

Zie ook: