Sommige mensen die net beginnen te duiken vinden het maar vreemd: mosselen in zoet water. Toch horen deze dieren net zo goed thuis in het zoete water als de voorn en de baars.

Zoetwatermosselen

Zoetwatermosselen (ook riviermosselen genoemd) behoren tot de zogenaamde tweekleppigen. De tweekleppigen, door biologen Bivalvia genoemd, behoren op hun beurt weer toe tot de weekdieren en zijn daarom verwant aan slakken en bijvoorbeeld inktvissen. De Nederlands inheemse soorten behoren tot de Najaden.

Najaden is een Nederlandse naam, biologen spreken liever van de Unionidae familie. De meeste soorten van deze familie leven in zoetwater. De zwanenmossel is (hoe kan het ook anders) vaak wit van kleur en dus gemakkelijk herkenbaar.

Ook aan zijn lengte is hij gemakkelijk herkenbaar want hij kan maar liefst 20 cm lang worden. Daar doen ze dan wel wat jaren over, maar die tijd hebben ze. Als duiker zie je ze wel, maar levend nagenoeg altijd wel slechts deels.

Ze graven zich namelijk voor het grootste deel in en houden alleen maar dat deel boven de grond waarmee ze het water filteren. Mosselen filteren water door de kleppen te openen en een waterstroom op gang te helpen. De kleppen worden door spieren bewogen. Een mossel zoals de zwanenmossel heeft relatief sterke spieren.

Het is voor een mens nagenoeg onmogelijk de schelp te openen wanneer het dier met zijn spieren de kleppen op elkaar houdt. Omdat de zwanenmossel heel gevoelig is voor watervervuiling, worden ze gebruikt als indicator voor de kwaliteit van het water.

Voor ons duikers geldt dat als je ze veelvuldig op een duikstek tegenkomt de waterkwaliteit ongetwijfeld goed zal zijn. En in Nederland is dat gelukkig op veel plekken! Anders is dit in Duitsland en bijvoorbeeld Polen. Daar staat de zwanenmossel op uitsterven.

Omdat zoetwatermosselen een rol spelen bij de voortplanting van bijvoorbeeld de bittervoorn, betekent het verdwijnen van de zwanenmossel en soortgelijken in kwalitatief minder goed water ook het verdwijnen van de bittervoorn. Zoetwatermosselen komen over de hele wereld voor.

In Noord-Amerika vind je de meeste soorten terug. Het aantal soorten loopt daar tot de 300. Omdat zoetwatermosselen vooral voorkomen in zuurstofrijk water, vind je de meeste soorten terug in beekjes en rivieren (vandaar riviermossel).

Exoten in Nederland

Wat gezegd moet worden is dat er nogal wat exoten als zoetwatermossel in Nederland voorkomen. De driehoeksmossel (Dreissena polymorpha) is daar een goed voorbeeld van. Een soort die je in Vinkeveen meestal tegen het lijf loopt. Deze wordt zo’n 4 cm lang en is piramidevormig.

Deze mossel kent mannetjes en vrouwtjes. Zoals je misschien wel eens gemerkt hebt kunnen dit soort mosselen zich met zogenaamde byssusdraden goed hechten aan een harde ondergrond. Hierdoor zie je ze nog wel eens in een kluitje op een steen of een stuk hout zitten.

Een byssusdraad bestaat uit een bundel vezels van een kleverig organisch materiaal die wordt afgescheiden door de voet van de mossel. De draden worden pas hard in het water. Leuk om te weten: van byssysdraden wordt in Italië zogenaamde mosselzijde gemaakt.

Mosselzijde is zeer kostbaar en wordt gebruikt voor textiel met een glanzend uiterlijk. Het maken van mosselzijde werd altijd door een Italiaanse familie gedaan die dit al eeuwen voor haar rekent neemt. Het zijn alleen de vrouwen in die familie die weten hoe dit moet. Op dit moment zou er nog maar een vrouw zijn die over deze kennis beschikt en zij is niet van plan het door te leren. Het eindproduct is niet te koop en mag volgens de traditie alleen maar worden weggegeven.

De driehoeksmossel heeft West-Europa uit Rusland overigens kunnen bereiken nadat men de verbindingskanalen tussen de rivieren in Midden- en Oost-Europa heeft gegraven in de 19e eeuw. Veel plezier had men er niet van. De driehoeksmossel richt namelijk nogal wat schade toe aan schepen en buizen zoals die van waterleidingbedrijven.

Keerzijde is wel dat de driehoeksmossel voedsel is voor een aantal soorten vogels. Kuifeenden vinden het bijvoorbeeld een ware lekkernij. Daarnaast filteren deze mosselen het water waardoor het schoner wordt.

Voortplanting

De soorten uit de Unionidae kennen een unieke levenscyclus. Vaak wordt het sperma van het mannetje in de mantelholte van het vrouwtje gebracht. De bevruchte eieren worden bij de kieuwen bewaard zodat ze daar tot ontwikkeling kunnen komen.

Uiteindelijk worden het dan larven die zich moeten gaan vasthouden aan een gastheer (een vis) en daar weken aan vast kunnen blijven zitten voordat ze loslaten en zich als een soort mini mosseltjes in het zand graven. Overigens is het niet zo dat de larve zich zo maar onschuldig vasthoudt aan de gastheer.

Om een gastheer te lokken, vergroeit de rand van het lichaam van het vrouwtje van de zakmossel tot een soort namaak vis. Je ziet er zelfs ogen op terug. De mossel beweegt dit visje als lokkertje. Vissen die daarop afkomen worden verrast met een lading larven die op hun worden losgelaten.

Als filtervoerder leeft de mossel betrekkelijk eenvoudig en lang op dezelfde plek. Maar met zijn toch wel ongewone voortplantingscyclus is het toch wel een best interessant dier, nietwaar? In het algemeen durf ik best te stellen dat hoe meer je over de natuur weet, hoe verbaasder je zult zijn.

Er gebeurt in de natuur waarschijnlijk veel meer dan dat je op eerste gezicht zult denken. Je hoeft geen science fiction films te bekijken om de meest opvallende, interessante of merkwaardigste levensvormen te kunnen bekijken en te onderzoeken.

Dat geeft ons niet alleen meer inzicht in de ons omringende wereld en haar werking, het leert ons ook iets leuks dat net zo goed als frustrerend beschouwd kan worden: er is zoveel te weten dat het onmogelijk is het allemaal te weten te komen.

Zoetwatervis om te eten

Wanneer je vis wilt eten denk je al gauw aan zeevis zoals kabeljauw en zalm. Daardoor wordt er wel eens vergeten dat er ook genoeg vis in het zoetwater zwemt die heerlijk is om te eten. Wat vaak wordt gedacht is dat zoetwatervis een gronderige smaak heeft en vol zit met graten. Hierdoor kiezen mensen eerder voor bijvoorbeeld een stukje zalm.

Vroeger was dat misschien zo, maar tegenwoordig is dat niet meer het geval. Daarnaast zijn er ook heel veel heerlijke bereidingsmogelijkheden wanneer je kiest voor zoetwatervis.

Top 5 zoetwatervissen om te eten

  1. Paling: Deze veelzijdige vissoort is in allerlei soorten en maten te krijgen bij ons, we heten ook niet voor niets Palingshop.nl. De verse paling is op allerlei manieren te bereiden. Zo zijn de wat kleinere paling uitermate geschikt om te stoven. Wanneer je wat grovere paling gebruikt, zijn ze ideaal om te bakken of te grillen. Maar gerookte paling vinden wij toch het lekkerst. Ambachtelijk gerookt op eikenhout, zoals wij dit al generaties doen. Dit kun je weer in allerlei gerechten gebruiken zoals in salades of gewoon lekker uit het vuistje. Daarom vinden wij dit onze favoriet van zoetwatervis om te eten. Ook al is de paling over het algemeen een zoetwatervis. Ze brengen ook een periode door in het zoute water. Wanneer de paling geslachtsrijp is, trekken ze namelijk van het zoetwater naar de Sargassozee om daar voort te planten. De glasaal komt via de zeestromen weer terug door de oceaan naar de kusten van Europa en wordt daar groter in het zoete binnenwater. Alle paling van Palingshop.nl is duurzaam gecertificeerd volgens de Sustainble Eel Group en heeft een ESF keurmerk.
  2. Snoekbaars: 1 van onze favoriete zoetwater vissoorten om te eten is de snoekbaars. Deze grote roofvis is, net als de baars, in bijna alle grote Nederlandse binnenwateren te vinden. Daardoor verschilt de kleur van de vis afhankelijk van waar deze vandaan komt. Zo is de snoekbaars van het Alkmaardermeer over het algemeen wat donkerder van kleur en hebben ze duidelijkere strepen op de flanken. De filets van de snoekbaars zijn stevig en daardoor lenen ze zich goed voor verschillende soorten bereidingen zoals bakken, grillen of stomen. Daarnaast bevat snoekbaarsfilet ook nauwelijks graten. Hierdoor kun je meteen ermee aan de slag in de keuken zonder eerste te lopen pielen. Wil je snoekbaars eens op een andere manier eten?
  3. Forel: De forel is lid van de groep zalmachtigen. Dit betekent dat de forel net als de zalm in zoetwater leeft in de eerste fase van hun leven. Later trekken ze naar zee om daarna weer naar zoetwater te trekken om voort te planten. De forel leeft dus niet zijn hele leven in zoetwater. Forel is op verschillende manieren te bereiden. Zo is het mogelijk om forel heel te roken. Daarnaast kun je ook een gestripte forel in aluminiumfolie doen en dan bakken op de barbecue. Nog een andere manier om forel te bereiden is door de forelfilets gewoon in de pan te bakken. Wist je trouwens dat onze beekridder nauw verwant is aan de forel?
  4. Baars: De zeebaars is algemeen heel bekend, maar er is ook een baars die gewoon in zoetwater zwemt. Deze baars is een inheemse vissoort in Nederland en is in bijna alle wateren wel te vinden. Zo ook in de wateren waar Dilvis in vist van oktober tot en met maart. Dit betekent dat wanneer je baarsfilet bij ons besteld in deze periode deze altijd vers is en komt uit ambachtelijke vangst. De baars is een relatief kleine roofvis en daardoor zijn de filets ook wat kleiner en dunner. Maar deze zijn zeer stevig en vallen helemaal niet uit elkaar wanneer je de filet op de huid bakt. Ook zonder huid is een baarsfilet heerlijk.
  5. Meerval: Wanneer je een meerval ziet denk je niet meteen dat deze vis bijzonder smaakvol is. Met hun grote bek, klein snor en slijmerige lichaam zien ze er niet uit als een zoetwater vissoort om te eten. Maar wanneer de meerval gefileerd is, oogt dit meteen heel anders. De filets zijn namelijk heel stevig en hebben een mooie rode gloed. Meervalfilet bevat van zichzelf weinig smaak dus is het aan te raden om de meervalfilet goed te kruiden voordat je deze gaat bakken. Daarnaast worden meervalfilets ook gerookt. Dan is het een ware delicatesse.

Europese meerval (Silurus glanis)

Europese meerval (Silurus glanis) behoort tot de familie van de meervallen (Siluridae). De soort heeft een langgerekt zijdelings afgeplat lichaam met een brede afgeplatte kop en grote bek met in het totaal zes bekdraden: twee op de onderkaak, twee in de mondhoeken en twee op de bovenkaak.

De kleur is zwart tot bruin met gemarmerde flanken en een vuilwitte buik. Niet ver achter de kop bevindt zich een kleine rugvin, de anaalvin is juist erg lang en loopt door tot dichtbij de buikvinnen.

De Europese meerval is één van de grootste soorten in het Nederlands zoet water met een maximale lengte tot 243 centimeter. Van de gelijkende soorten hebben kanaalmeerval, bruine- en zwarte dwergmeerval acht bekdraden en een vetvin.

Voortplanting en leefgebied

De voortplanting geschiedt in de periode mei-juli bij een relatief hoge watertemperatuur in ondiepe en plantenrijke delen van het water. Het mannetje maakt een nest uit, door met zijn bek planten en de bodem aan te drukken en zo een kuil uit te diepen.

Nadat het vrouwtje haar eitjes heeft afgezet in het nest bewaakt het mannetje deze en houdt de eitjes schoon door met z’n staart te bewegen. De Europese meerval is een generalistische soort.

Het leefgebied bestaat voornamelijk uit grotere wateren waaronder rivieren, meren en de zwak brakke delen van estuaria. De Europese meerval is vooral actief gedurende de schemering en de nacht.

Overdag houdt de soort zich schuil in gaten in de oever, tussen stenen, boomwortels of in het water hangende takken. De tastdraden en smaakpapillen helpen om in donkere omstandigheden prooien te detecteren. De jonge dieren voeden zich met macrofauna zoals vlo- en rivierkreeften.

Europese meerval komt voor in Centraal en Oost- Europa tot aan het gebied rond de Kaspische Zee. Nederland ligt in de randzone van het verspreidingsgebied. Bij ons kwam de soort tot de eerste helft van de 20e eeuw alleen in het Haarlemmermeergebied voor.

De Europese meerval is in de recente periode sterk toegenomen door uitzettingen, ontsnappingen maar ook door toenemende watertemperaturen waar deze warmteminnende soort van profiteert. Op plaatsen met zoet-zout overgangen die gescheiden worden door dammen kunnen meervallen bij het spuien van water aan de zeezijde belanden wat ze meestal niet overleven.

Onderzoek Zoetwatervissen

Binnen het landelijk Verspreidingsonderzoek Zoetwatervissen, onderdeel van het Netwerk Ecologisch Monitoring (NEM), worden gegevens verzameld om te volgen hoe het gaat met de zoetwatervissen in Nederland.

Voor een aantal soorten wordt gericht gezocht door vrijwilligers in door RAVON geselecteerde kilometerhokken. Daarnaast worden gegevens gebruikt die verzameld zijn middels andere monitoringsprogramma's (o.a. KaderRichtlijn Water), projecten en losse waarnemingen (Telmee.nl of Waarneming.nl). Op basis hiervan kunnen verspreidingstrends bepaald worden.

labels:

Zie ook: