Het menselijk lichaam kan niet zonder zout (natriumchloride). Een diëtist zei ooit: “Het laat je motor niet draaien, maar je motor draait niet zonder”. Zout zorgt ervoor dat spieren en zenuwen naar behoren functioneren.
Als je last hebt van een hoge bloeddruk, het warm weer is of als je veel zout eet, houd je vaak wat vocht vast. Hierdoor kun je last krijgen van bijvoorbeeld dikke voeten en van een opgezwollen gevoel, oftewel van oedeem. Ook kun je wat zwaarder wegen dan dat je eigenlijk bent.
Vocht in ons lichaam is noodzaak, want zonder kunnen we als mens niet bestaan. We bestaan voor 70% uit water en dat water is terug te vinden in iedere cel waar ook in ons lichaam. Als gevolg van bijvoorbeeld hormoonschommelingen, te zout eten of weersinvloeden, zoals extreme warmte, kan onze vochtbalans echter totaal uit balans raken.
Om de vochthuishouding weer in balans te krijgen, is het drinken van water een belangrijke stap. Want het water dat je drinkt, stimuleert de nieren om extra te werken. Water is trouwens niet het enige vocht dat de nieren aanzet tot actie ook koffie en thee hebben dit effect.
Daarnaast is het van belang om het kaliumgehalte goed op peil te houden. Kalium trekt vocht de cellen in, in tegenstelling tot zout dat het vocht juist aan de cellen onttrekt. Kalium zit in bepaalde voedingsmiddelen, zoals bananen, tomaten, zonnebloempitten en groenten. Toch is het zaak hier niet overmatig veel van te eten, want een te veel aan kalium kan leiden tot hartritmestoornissen.
Het belangrijkst is om zo min mogelijk zout te gebruiken. Zout, en we hebben dat al eerder genoemd, onttrekt het vocht aan de cellen. Zout zit ongemerkt in heel veel producten, vooral in kant-en-klaar maaltijden, in pizza’s, brood, koekjes en gebak. Als je vindt dat eten lekkerder smaakt met zout, denk dan eens aan een vervanger als verse peterselie.
Vaak heb je zelf niet duidelijk of je wel genoeg vocht binnenkrijgt, de richtlijn is anderhalf tot twee liter per dag. Een check is je urine, heeft deze een kleurtje anders dan heel zacht geel dan krijg je te weinig vocht binnen. Maar let wel, maak het niet te bont. Je kunt niet oneindig veel drinken, dit kan je lichaam ook niet aan en dan slaat de balans naar de andere kant door. Ook dan reageert je lichaam en in dit geval juist met te veel wateropname in de cellen.
Tijdens inspanning verliezen sporters vocht, voornamelijk door te zweten. Dit vochtverlies kan vooral tijdens duurinspanning en inspanning in de warmte flink oplopen. Een groot tekort aan vocht kan een goede prestatie in de weg staan. Bij een vochttekort stroomt relatief veel bloed richting de huid waardoor er minder beschikbaar is voor de spieren. Daarnaast kan het lichaam zich minder goed koelen.
Sporters die vijf procent van hun lichaamsgewicht of meer hebben verloren en binnen 24 uur weer een trainingssessie op de planning hebben staan, moeten hun vochtgehalte snel weer op peil brengen. Dit is nodig om tijdens de volgende training niet in de problemen te komen. Om te beginnen is het belangrijk dat het verloren vocht ruimschoots wordt gecompenseerd. Hierbij kunnen sporters de vuistregel hanteren dat ze anderhalf keer zoveel vocht moeten innemen als ze hebben verloren.
Naast de hoeveelheid vocht, speelt ook de samenstelling daarvan een belangrijke rol. Alleen water drinken volstaat niet en kan zelfs averechts werken. Door te zweten ontstaat er een tekort aan zout in het lichaam. Omdat het lichaam streeft naar een evenwicht in de concentratie van verschillende vloeistoffen, zal het water aan de lichaamscellen onttrekken. Het is dan ook aan te raden om een klein beetje zout toe te voegen aan het water, ongeveer negen gram keukenzout per liter.
Ook de timing van de vochtinname lijkt van invloed op het herstel van de vochtbalans. Zo zijn er aanwijzingen dat het beter werkt om de beoogde hoeveelheid vocht verspreid over meerdere uren in te nemen in plaats van in een korte tijd. Hoe de ideale verdeling er precies uitziet is helaas niet te zeggen.
Sporters die veel vocht verliezen tijdens inspanning doen er verstandig aan dat volgens bovenstaand advies aan te vullen. Daarmee voorkomen ze dat ze bij een volgende training of wedstrijd met een vochttekort aan de start staan, met alle nadelige effecten op de prestatie van dien. Uiteraard hoeven sporters niet te wachten met vocht aanvullen tot hun training of wedstrijd is afgelopen. Ook tijdens de inspanning kunnen sporters drinken, indien de situatie dat toelaat.
Osmose is het proces waarbij vloeistoffen celmembranen kunnen passeren. Om dit in gang te brengen moet er wel sprake zijn van concentratieverschil (zoals ook het geval is met bijvoorbeeld hete en koude lucht). Osmose zorgt voor evenwicht en zal het concentratieniveau tussen cellen en weefsels weer op peil brengen al dan niet met hulp van hormonale aansturing of het activeren van de honger/dorstprikkel.
De concentratie zouten in zeewater is enorm hoog: +30g/L. Het menselijk lichaam tolereert ongeveer 9g/L. Het drinken van zeewater is dus onwenselijk, omdat het (meer dan) een trippel dosering van zouten betreft t.o.v. de natuurlijke zoutoplossingen in de weefsels. De hoge osmotische druk zal water onttrekken uit allerlei lichaamsdelen om zo weer concentratie evenwicht te creëren.
Het gehalte aan zouten (hierna te noemen natrium) in het lichaam wordt mede door de lever bepaald. Maar uiteraard is de hoeveelheid natrium in je bloed afhankelijk van je dieet. Een gezond bloednatriumniveau ligt tussen de 136 en 145 mmol/L. Dat verhoudt zich tot een dagelijkse inname van ongeveer 500mg natrium, wat weer neerkomt op 1.25g keukenzout. Als het bloednatriumniveau eronder of erboven komt, krijg je een aandoening die we respectievelijk hypo- of hypernatriëmie noemen.
Teveel of te weinig drinken, maar ook het ontbreken van mineralen en zouten in de voedingsstoffen, kan dus logischerwijs zorgen voor een disbalans in de natriumhuishouding en vochthuishouding. Deze twee elementen, vocht- en natriumhuishouding, kan en mag je dus niet los van elkaar zien.
Hyponatriëmie is aanzienlijk te weinig natrium ten opzichte van water, ontstaat vooral bij overmatige consumptie van hypotonische (lage concentratie) vloeistoffen, vooral als er ook sprake is van veel zweet en urineverlies. Een gezond persoon, bij een normaal dieet, verliest ongeveer 0.5 tot 1 liter vocht via de urine. Ademhaling, zweten en spijsvertering daarbij opgeteld komen neer op ongeveer 1 tot 1.5 liter vochtverlies per dag, onder normale omstandigheden.
Zoals eerder genoemd schuilt er een groot gevaar in hyponatriëmie: het ontwikkelen van hersenoedeem. Door toename van de moleculaire volume binnen de schedelgrenzen ontstaat er een verhoogde hersendruk. Deze druk zorgt ook nog eens voor een verslechtering.
Behandeling Een goede behandeling van hyponatriëmie begint bij een juiste diagnose. Verslapping, vermoeidheid, humeurigheid, hoofdpijn, braken, misselijkheid en duizeligheid zijn symptomen gerelateerd aan hyponatriëmie. Daarbij is de mate en ernst van neurologische afwijkingen of gedragsveranderingen een goede maatgever voor de ernst van de toestand waarin het slachtoffer verkeert.
Een moeilijkheidsfactor is dat we deze symptomen ook zien bij hitteletsels. Neem bijvoorbeeld een hitteberoerte. Door temperatuurverhoging ontstaat er een massale ontstekingsreactie, bloedstolling en een verminderde zuurstoftoevoer naar organen.
Een belangrijke methode om toch de juiste diagnose te stellen is het kunnen achterhalen van wat er zich in de voorgaande uren heeft plaatsgevonden. Vorm een helder beeld m.b.t. vloeistof- en voedselinname, geleverde inspanning, kleur en hoeveelheid urine en de context waarin de aandoening zich ontwikkeld heeft (hitte, stress, diabeet, inspanning enz.).
Het toedienen van hypotonisch vocht aan het slachtoffer is de meest voorkomende en natuurlijke reactie van hulpverleners. Dit kan echter de staat van hyponatriëmie verslechteren. Zorg daarom voor voldoende ORS (Oral Rehydration Solution). Braken, een symptoom van ernstige hyponatriëmie, is overigens geen contra-indicatie voor het aanbieden van ORS. Wel een reden om je noodplan in werking te stellen ten einde het slachtoffer medisch te evacueren.
Gezonde nieren regelen de vocht- en de zoutbalans in het lichaam. Mensen met een normale nierfunctie hoeven daar niet naar om te kijken. Drinkt men wat meer, dan produceren de nieren meer urine. Bij een vochttekort kunnen de nieren vocht vasthouden. Ook door de inname van zout houden de nieren vocht vast. Bij de meeste dialysepatiënten is deze balans tussen vochtinname en vochtuitscheiding verstoord.
Vocht komt in het lichaam door te drinken of door het nuttigen van voedsel waar vocht in zit. Ook ontstaat er water tijdens de verbranding van voedsel. Het lichaam verliest per dag ongeveer een halve liter vocht aan verdamping en transpiratie, buiten de nieren om. Daarnaast zorgt urine-productie voor het verliezen van vocht. Hierdoor hebben dialysepatiënten die nog wel urineproductie hebben, het wat vochtbeperking betreft makkelijker.
In de praktijk is het lang niet altijd eenvoudig om vast te stellen of de hoeveelheid vocht en zout die het lichaam bevat goed is. Wanneer het vochtoverschot te groot is, kan er sprake zijn van lastig te behandelen verhoogde bloeddruk, ophoping van vocht in de benen en soms ook in de longen, wat dan blijkt uit kortademigheid.
Op de lange termijn kan een verhoogde bloeddruk erg belastend zijn voor het hartvaatstelsel. Een verhoogde bloeddruk kan een verminderde hartfunctie en versnelde aderverkalking veroorzaken. Het gewicht waarbij het vochtgehalte goed is, wordt het streefgewicht genoemd. In de loop van de tijd moet uw streefgewicht soms naar boven of naar beneden worden bijgesteld.
Daar uw nieren de vochtbalans niet meer ‘automatisch’ regelen, zult u dit samen met het dialyseteam (= artsen en verpleegkundigen) moeten doen. In de praktijk blijkt dat er door dorst vooral sprake is van een vochtoverschot en slechts zelden van een vochttekort. Een vochtoverschot kan op twee manieren worden voorkomen. Ten eerste door de vochtinname te beperken en ten tweede door tijdig het vochtoverschot door hemodialyse weg te halen.
Zoals eerder is aangegeven, is er vaak sprake van een continu aanwezige dorst. Dit kan leiden tot een gevoel altijd maar weerstand te moeten bieden aan de behoefte om te drinken. De precieze oorzaak van dorst bij mensen die moeten dialyseren, is niet exact bekend. Wel is duidelijk dat bepaalde afvalstoffen en hormonen daarin een rol spelen. Ook staat vast dat zoutinname dorst uitlokt en dus bijna onvermijdelijk aanleiding geeft tot meer drinken.
Om deze reden zou het zoutpotje eigenlijk moeten verdwijnen uit de keuken van mensen met een verminderde nierfunctie. Dat geldt ook voor een groot aantal producten waar veel zout in zit. Als gevolg van dorst is het voor bijna niemand haalbaar om de vochtinname te beperken tot de hoeveelheid die u verliest via bijvoorbeeld verdamping of transpiratie per dag. Doorgaans is er dus sprake van een dagelijkse gewichtstoename door vocht, tot de volgende dialyse.
Om weer op het streefgewicht te komen wordt daarom tijdens de dialyse vocht verwijderd uit het lichaam (ge-ultrafiltreerd). Vaak zult u het advies gehoord hebben, en misschien nog krijgen, om minder te drinken. Het advies om de vochtinname te beperken geldt niet alleen voor de periode tussen de dialyses door, maar ook tijdens de dialyse.
Tijdens de dialyse kunt u consumpties (koffie, thee, ijsklontjes etc.) krijgen. die het dialyseapparaat onttrekt. Als u meer wilt drinken dan deze consumpties, betekent het dat u niet op uw streefgewicht zult uitkomen en rekening moet houden met vochtinname tot de volgende dialyse.
Het dialyseteam vindt dat u na goede en vooral persoonlijke informatie zelf kunt bepalen hoeveel u drinkt tijdens de dialyse, net zoals u dat thuis zelf bepaalt. Tijdens dialyse wordt via de kunstnier vocht uit het bloed onttrokken. Aan de hoeveelheid vocht die in de relatief korte tijd van de dialyse onttrokken kan worden, zit een grens. Deze grens is voor iedereen verschillend en wordt individueel bepaald.
Hoe minder vocht onttrokken moet worden, hoe beter het is. Niettemin is het voor de meeste dialysepatiënten noodzakelijk om tijdens de hemodialysebehandeling weer teruggebracht te worden op het streefgewicht. Veel vocht onttrekken kan helaas ook schadelijk zijn voor het lichaam. Er bestaat tijdens dialyse het gevaar van een bloeddrukdaling, een teken dat uw lichaam het onttrekken van vocht niet aankan.
Een bloeddrukdaling is soms riskant. U voelt een bloeddrukdaling doordat u gaat zweten, duizelig en soms misselijk wordt. en de bloedvaten verdwijnt. Dit verlies aan elasticiteit kan ervoor zorgen dat het hartvaatstelsel minder goed functioneert. Als er veel vocht moet worden onttrokken, dan zal de dialyseverpleegkundige met de arts overleggen. Het kan dan voorkomen dat op medisch-technische gronden besloten wordt dat het veiliger is om een deel van het vocht ‘te laten staan’. U blijft dan zelfs na de dialyse nog boven uw streefgewicht.
Soms is de beste oplossing dat er langer wordt gedialyseerd, waardoor het onttrekken van vocht geleidelijker kan worden gedaan. Het kan iedereen wel eens overkomen dat de hoeveelheid vocht die bij de dialyse onttrokken moet worden, meer is dan de hoeveelheid die gedurende de dialyse veilig onttrokken kan worden.
In het algemeen zal dit betekenen dat het streefgewicht na de dialyse niet kan worden bereikt. Het is voor u dan zaak om in de dagen tot de volgende dialyse minder vocht in te nemen dan u gewend bent. Het uitgangspunt hierbij is dat u zelf bijhoudt hoeveel vocht u inneemt. Het dialyseteam kijkt als het ware over uw schouder mee, zorgt ervoor dat u voldoende informatie heeft en biedt indien nodig extra hulp of begeleiding. Uiteraard zullen de verpleegkundigen en artsen elke keer beoordelen of uw situatie veilig blijft.
De kunst is om samen de juiste balans te vinden tussen de vochtbeperking enerzijds en acceptabele ‘leefregels’ anderzijds. U kunt altijd met vragen hierover bij het dialyseteam terecht.
Vochtvreters in huis
Heb jij last van vocht in huis? Een vochtvreter is een klein plastic bakje, met daarin een blok calciumchloride (zoals deze Bison vochtmagneet) of een zakje met korrels van diezelfde substantie. Calciumchloride is een type zout dat vocht uit de omgeving aantrekt. Het reageert met vocht en onttrekt dit aan de lucht. Door de reactie ontstaat vloeibaar water, dat doorlekt in een opvangbakje. Zo bestrijd je met een vochtvreter vocht in huis.
Zorg eerst dat je huis zo goed mogelijk geventileerd wordt. Ventileren is de beste manier om overmatig vocht in huis te voorkomen. Vocht in huis bestrijden met een vochtvreter heeft duidelijke voordelen. De korrels onttrekken vocht aan de lucht, waardoor de luchtvochtigheid daalt. Dat is gezonder voor jou én beter voor je huis en inboedel.
Maar helaas werkt een vochtvreter niet in elke ruimte even goed. In ruimtes waar de ramen of deuren vaak open staan, schiet een vochtvreter zijn doel voorbij. Er wordt steeds nieuwe lucht aangevoerd. Daar onttrekt de vochtvreter vocht aan, maar zodra de deur opengaat komt er nieuwe vochtige lucht binnen. Op deze manier zijn de korrels zo op en is de ruimte net zo vochtig als deze was.
Is de temperatuur in de ruimte laag, bijvoorbeeld in een kelder of schuur? Dan condenseert het vocht uit de lucht vaak al uit zichzelf. Het maakt voor de werking weinig verschil of een vochtvreter hoog of juist laag staat. Het gaat om de inhoud van een ruimte. In grotere ruimtes kun je meerdere vochtvangers plaatsen.
En, belangrijk: houd bij het plaatsen van de vochtvreter vooral ook rekening met huisdieren of kleine kinderen. Het calciumchloride zorgt voor een chemische reactie. Bij die reactie met het vocht uit de lucht komt warmte vrij. Dat kan zorgen voor irritatie aan ogen of huid.
Vochtvreters zijn vooral handig te gebruiken in kleine vochtige ruimtes. Ruimtes waar vaak mensen komen (en deuren en ramen open en dichtgaan) zijn minder geschikt. Door de luchtcirculatie zal de vulling snel opgaan zonder dat de lucht blijvend minder vochtig wordt. Gebruik de vochtvreter dus in een kelder, schuur, vliering of rommelkamer.
Zet aan het begin van de herfst een of meerdere vochtvreters neer. Controleer daarna regelmatig het opvangbakje en de vulling. Op die manier is de lucht in die ruimte blijvend droger.
Zoutwaterinhalatie bij cystic fibrosis
Inhalatie van zout water vermindert de longschade bij jonge kinderen met taaislijmziekte, ofwel cystic fibrosis. De longen van kinderen tussen de 3 en 6 jaar met taaislijmziekte, ofwel cystic fibrosis (CF), zijn gebaat bij inhalatie van zout water. Dat blijkt uit een internationale studie waaraan 116 kinderen uit Europa, Amerika en Australië deelnamen.
Bijzonder aan de studie is dat de longschade werd gemeten met een CT-scan, aan het begin van de zoutwaterbehandeling en na 48 weken. In een eerdere studie werd het effect van zout water gemeten met longfunctietest waarbij kinderen 3 keer 15 minuten door een kapje moeten ademen.
‘Uit deze metingen wisten we al dat zoutwaterinhalatie de longfunctie verbetert, maar we laten nu voor het eerst op een betrouwbare manier zien dat het ook longschade vermindert. Van vroege longschade weten we dat het een voorbode is voor meer ernstige longschade op de tienerleeftijd’, legt onderzoekersleider en kinderlongarts prof. Harm Tiddens van het Erasmus MC Sophia uit.
Zoutwaterinhalatie is een goedkope en veilige behandeling om onherstelbare longschade bij kinderen met cystic fibrosis te voorkomen, stellen de onderzoekers. Specifiek voor de groep van kinderen tussen 3 en 6 jaar voor wie nog geen bewezen effectieve behandeling beschikbaar is.
Zoutwaterinhalatie werkt waarschijnlijk op twee manieren. Het zout onttrekt vocht uit de wand van de longen, waardoor het slijm dunner wordt.
De chemie achter hygroscopie
Natrium is een metaal. Zo'n atoom zit dan normaal gesproken gewoon als neutraal atoom in dat metaalrooster. Maar één elektron zit in zijn eentje in de buitenste elektronenschil, en door dat kwijt te spelen krijgt natrium de zogenoemde edelgasconfiguratie, dwz een netjes volle buitenste schil. Energetisch is dat best wel gunstig, dus als natrium kans ziet om dat elektron kwijt te raken terwijl er toch in een of andere vorm negatieve lading in de buurt blijft (ladingsneutraal is toch net weer gunstiger) dan gebeurt dat: natrium is dan ook erg reactief, en komt in zuivere metaalvorm niet op aarde voor.
Een blokje natrium bewaar je dan ook alleen volledig afgesloten van water en lucht, bijvoorbeeld ondergedompeld in olie. Chloor is een halogeen. Daarvoor geldt eigenlijk precies het omgekeerde: de buitenste elektronenschil is nèt niet vol. Energetisch is het dus gunstig om ergens een extra elektron vandaan te halen om toch aan een volle buitenste schil (weer die edelgasconfiguratie) te komen. Losse chlooratomen kom je dan ook nergens van nature tegen.
De O-kant van zo'n molecuul is dus per saldo wat negatiever geladen dan de twee H-pootjes Dat ladingsverschil is kleiner dan de lading van een elektron, maar van de O-kant gezien lijkt water dus net een beetje op een negatief ion, van de H-kant bekeken lijkt het een beetje op een positief ion.
Gooi je nu keukenzout in water, dan kunnen die watermoleculen dus voor zowel CL- ionen als voor Na+ ionen fungeren als compenserende lading: Ook weer prima: beide ionen hebben hun zo vurig gewenste volle buitenste elektronenschillen, en het ladings-onevenwicht dat er daardoor daarrond ontstaat wordt ruimtelijk gecompenseerd doordat watermoleculen zich met hun O-kant naar het natrium-ion draaien, en met hun H-kant naar het chloor-ion. Everybody happy.
En iets wat op dat laatste lijkt kan ook gebeuren met losse moleculen waterdamp die al rondvliegend door de lucht een keer in de buurt van een stukje zoutkristal komen. Die blijven daar dan op een elektrostatische manier (maar dan op moleculair niveau) makkelijker aan "plakken" in plaats van terug te stuiteren. Dat verschijnsel noemen we dan "hygroscopie". Zout is hygroscopisch.
| Eigenschap | Effect |
|---|---|
| Hygroscopisch | Trekt vocht uit de omgeving aan |
| Osmose | Zorgt voor evenwicht in concentraties |
labels:




