Een belangrijk deel van de pootgoedpercelen vormt onkruid nauwelijks een probleem. Dit komt doordat het meeste pootgoed op klei- en zavelgronden wordt geteeld waar de onkruiddruk veelal lager is dan op zandgronden en humeuze gronden. Voorts wordt bij de pootgoedteelt gestreefd naar een snelle grondbedekking met loof. Dit gebeurt door gebruik te maken van voorgekiemd pootgoed, grote poters en veel poters per oppervlakte-eenheid. Tenslotte wordt het loof veelal al vroeg vernietigd, voordat de loofbedekking sterk is teruggelopen en het late onkruid een kans krijgt om uit te groeien.
Duidelijke onkruidontwikkeling in aardappelen is ongewenst, vanwege de concurrentie met het gewas om licht, vocht en voedingsstoffen. Ook kunnen onkruiden waardplanten zijn voor pathogenen. Tenslotte kunnen onkruiden het rooien bemoeilijken en tot verontreiniging en beschadiging van het product leiden. Bestrijding van onkruid kan mechanisch, chemisch of gecombineerd (mechanisch/chemisch) worden uitgevoerd. Het resultaat van zowel mechanische als chemische bestrijdingen is sterk afhankelijk van het weer.
Mechanische Onkruidbestrijding
Vele pootgoedtelers bestrijden het onkruid alleen mechanisch. Dit gebeurt vaak alleen door een uitgestelde rugopbouw. Hierbij worden de ruggen gevormd zodra het pootgoed bovenkomt. Een uitgestelde rugopbouw heeft als bijkomend voordeel dat Rhizoctonia minder kans krijgt de stengels te vernietigen.
Als er toch nieuw onkruid tot ontwikkeling komt kunnen ruggen worden afgeëgd of geschoffeld en weer opnieuw aangeaard. Op het gebied van eggen, schoffels, aanaarders en dergelijke zijn er de laatste jaren duidelijk nieuwe ontwikkelingen. De moderne eggen zoals veertand en neteggen, die goed instelbaar zijn, geven weinig beschadiging aan de opkomende aardappelplanten.
Toch wordt het gebruik van eggen in pootaardappelen, zodra de planten boven staan, afgeraden in verband met de kans op het, met plantesap, overbrengen van de contactvirussen X en S. Dit risico is bij schoffels en aanaarders veel geringer. Voorwaarde voor een goede mechanische onkruidbestrijding is dat de poters voldoende diep en midden in de rug liggen.
Er moet rekening mee worden gehouden dat het gewas na een grondbewerking gevoeliger is voor vorst of winderosie. Ook kan bij elke bewerking in de grond beschadiging van wortels ontstaan en treedt er na bewerking vochtverlies op. Dit kan op droogtegevoelige grond de gewasgroei vertragen. Om dit zoveel mogelijk te beperken, moeten de bewerkingen dan ook zo oppervlakkig mogelijk worden uitgevoerd.
Chemische Onkruidbestrijding
Bij de chemische onkruidbestrijding kan onderscheid worden gemaakt tussen een volvelds-onkruidbestrijding vóór opkomst van de aardappelen en een onderbladbespuiting tussen de rijen tot het sluiten van het gewas. Onderbladbespuitingen worden ondermeer toegepast indien bodemherbiciden onvoldoende hebben gewerkt als gevolg van een eerdere verkeerde middelenkeuze of droogte tussen rugopbouw en opkomst. Een onderbladbespuiting is ook een oplossing als de mechanische onkruidbestrijding onvoldoende effectief is geweest. De chemische onkruidbestrijding op klei- en zavelgrond wijkt af van die op zand- en dalgrond. Laatstgenoemde gronden worden gekenmerkt door een veelal hogere onkruiddruk.
Op gronden met hoge organische stofgehaltes is de werking van bodemherbiciden dikwijls onvoldoende. Een nadeel van chemische onkruidbestrijding is dat dit soms tot schade aan de stand van het gewas kan leiden en de selectie kan bemoeilijken.
Onkruidbestrijding op Verschillende Grondsoorten
Met het pootklaar maken van de grond, veelal met behulp van een aangedreven eg, kan het eerste onkruid worden vernietigd. Bij een strategie waarbij het onkruid zoveel mogelijk mechanisch wordt bestreden moet met de definitieve rugopbouw worden gewacht tot rond opkomst of kort na opkomst. Om een vertraagde opkomst en daardoor opbrengstderving te voorkomen, moet de rugopbouw in elk geval plaatsvinden voordat de blaadjes van de bovenkomende stengels zich hebben ontvouwd.
Met deze werkwijze kunnen de aanwezige onkruiden worden ondergedekt en blijkt het veelal mogelijk pootaardappelpercelen zonder bodemherbicide voldoende onkruidvrij te houden. Bij een volledig chemische onkruidbestrijding wordt na het poten meestal binnen twee weken een definitieve rug gevormd en wordt vervolgens na bezakken van de rug volvelds een bodemherbicide toegepast.
Zandgrond
Als men onkruid op zandgrond mechanisch wil bestrijden dan zijn na het poten veelal meerdere bewerkingen nodig om een goed resultaat te behalen. De eerste bewerking moet plaatsvinden zodra kiemend onkruid aanwezig is. Er kan dan worden geëgd. Hoe kleiner het onkruid, hoe beter het effect is van de eg. Meestal is het nodig nogmaals te eggen voordat de aardappelen boven komen. Vervolgens kan een keer licht worden aangeaard. De definitieve rugopbouw dient plaats te vinden voordat de aardappelen stolonen gaan vormen.
Net als op kleigronden moet men bij de laatste keer aanaarden schoffels gebruiken als het onkruid al meer blaadjes heeft. Het hangt vooral van de onkruidrijkdom van een perceel af of en zoja hoe vaak geëgd en/of geschoffeld en aangeaard moet worden.
Chemisch kan het onkruid, kort voor opkomst van het gewas, worden bestreden met behulp van een bodemherbicide met contactwerking of een contactherbicide.
Aardappelen Aanaarden: Hoe Werkt Het?
Komen jouw aardappels enkele weken na het poten boven de grond? Bescherm ze tegen vocht en licht door de aardappelen aan te aarden. Voor dit klusje gebruik je deze handige stalen aanaarder. Steken de aardappelstengels zo’n 15 centimeter boven de grond uit? Dan is het tijd om deze aanaarder in te zetten. Met een breedte van 20 centimeter doet deze aanaarder zijn werk. Dit model wordt geleverd zonder steel. Het voordeel? Jij bepaalt welk type steel en welke steellengte je monteert aan dit gereedschap voor in de moestuin of op het land.
Hoe gebruik je een aanaarder voor je aardappelen?
- Zet de aanaarder tussen twee rijen aardappelplanten met de punt in de grond.
- Trek de aanaarder vervolgens naar je toe. Zo ontstaat er een heuveltje waar de planten zich nu op bevinden.
- Zorg dat je de aarde gebruikt om de planten weer enigszins te bedekken. Wanneer er nog vorst op komst is, kan het geen kwaad om de aardappelplanten volledig te bedekken.
- Komt er geen vorst? Laat dan een deel van de planten nog boven de grond. De toppen van de planten blijven vrij.
In het groeiproces van de aardappelen is het belangrijk om het aanaarden meerdere keren te herhalen. Zo stimuleer je de plant om nog meer aardappelen te vormen. Je verkleint bovendien de kans op rot, door te veel vocht of door vorstschade. Daar komt bij dat ook de bodemkwaliteit normaliter vooruit gaat. De bodem wordt losser van structuur, waardoor er weer meer zuurstof in de bodem komt.
Door zijn compacte formaat is deze aanaarder ook perfect inzetbaar in de kleinere moestuinen. Hoewel het hulpmiddel ook vaak bekend staat als handaanaarder, voorkomt dit gereedschap wel dat je vieze handen krijgt. Onderhouden doe je door na gebruik het staal goed droog en schoon te maken.
Het Onderzoek naar Mesttoepassing bij Aardappelen op Kleigrond
Als gevolg van Minas en het stelsel van mestafzetovereenkomsten (MAO's) is er afgelopen jaren belangstelling gekomen om ook op kleigrond dierlijke mest in het voorjaar voor aardappelen uit te rijden. Op kleigrond zijn telers huiverig om mest voor het poten met een landbouwinjecteur toe te dienen. Het PPO heeft daarom in 2002 onderzoek verricht naar de mogelijkheden om mest voor of na het poten toe te dienen met behoud van opbrengst en zonder verhoging van de hoeveelheid grondtarra.
Uit het onderzoek blijkt dat mesttoepassing in het voorjaar niet tot lagere opbrengst of tot meer grondtarra leidt. De mest kan zowel voor als na het poten worden toegediend. Toepassing van dierlijke mest op kleigrond in het voorjaar voor aardappelen is dus het overwegen waard. Het leidt tot een betere N-benutting en zodoende tot een verlaging van de bemestingskosten.
Projectuitvoering en Resultaten
Toepassen van dierlijke mest moet voldoen aan het Besluit Gebruik Meststoffen (BGM). De kwaliteit van het werk is leidend bij de beoordeling of de mest goed is ingewerkt. Met name als mest na het poten wordt uitgereden, zal veelal een tweede bewerking nodig zijn.
Op de kleigrond in Lelystad (35% afslibbaar) zijn verschillende machines ingezet die de mest vóór en na het poten toedienden (ras 'Turbo'). De machinekeuze is afgestemd met de DLV. Hierbij stonden 3 doelen centraal: voldoende hoge uitrijcapaciteit, uitrijden en onderwerken in één werkgang en een zo laag mogelijke bodemdruk bij het uitrijden.
Alle machines hebben 25 ton varkensdrijfmest per ha uitgereden. Zowel bij de toepassing voor als na het poten zijn twee machines met elkaar vergeleken. Alle objecten hebben evenveel fosfaat en kali gehad.
Toepassing Voor het Poten
Voor het poten zijn de mestband 'Terracare' en een zodebemester beproefd.
Toepassing Na het Poten
Ook na het poten zijn twee machines beproefd.
Onderwerken in Tweede Arbeidsgang
Bij het in- of onderwerken moet de mest intensief met de grond zijn vermengd. Als dit niet bij het uitrijden gebeurt, is een tweede arbeidsgang nodig. Bij alle vier de beproefde machines was dit noodzakelijk.
Resultaten van het Onderzoek
In tabel 1 zijn de opbrengsten weergegeven.
| Object | Netto opbrengst (ton/ha) | Netto (%) | Uitval | Bruto opbrengst (ton/ha) | % > 50 mm | % grond |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mestband | 59,1 | 99,6 | 2,3 | 61,3 | 67,2 | 5,1 |
| Tandem in hondengang | 59,2 | 99,9 | 2,0 | 61,2 | 65,3 | 4,3 |
| Tank op 3 m spoorbreedte | 55,5 | 93,6 | 3,1 | 58,6 | 71,2 | 6,7 |
| Tank op tandem | 59,2 | 99,8 | 3,2 | 62,3 | 71,5 | 7,0 |
| Kunstmest | 55,9 | 94,2 | 3,4 | 59,3 | 71,6 | 6,6 |
Het blijkt dat alleen de opbrengst van de tank op 3 m spoorbreedte (machine 3) betrouwbaar lager was dan die van de andere objecten. Maar ook het kunstmestobject bleef achter bij 3 van de 4 mestobjecten.
N-werking van Dierlijke Mest
De werking van de stikstof in mest is afhankelijk van de verhouding minerale en organisch gebonden stikstof en de mestsoort.
| Omstandigheden | Varkensdrijfmest | Runderdrijfmest | ||
|---|---|---|---|---|
| Werking Nm | Werking Norg | Werking Nm | Werking Norg | |
| Gunstig | 90% | 55% | 90% | 40% |
| Ongunstig | 80% | 45% | 80% | 30% |
| Gemiddeld | 85% | 50% | 85% | 35% |
De werking van de Nm is vooral afhankelijk van de wijze van inwerken van de mest en de weersomstandigheden bij en direct na het uitrijden. De werking van de organisch gebonden stikstof wordt gestuurd door de temperatuur en is afhankelijk van het tijdstip van uitrijden van de mest in het voorjaar en het tijdstip dat de aardappel stopt met de N-opname.
Grondbewerking en Onkruidbestrijding Zonder Ploegen
Het telen van aardappelen zonder ploegen is goed mogelijk. Er lijkt zelfs een kleine plus in te zitten. Dat was de boodschap van onderzoekers Janjo de Haan en Derk van Balen van Wageningen UR tijdens de Aardappeldemodag.
NKG heeft een klein effect op de opbrengst, zowel op klei- als op zand- en dalgrond. „De opbrengsten zijn iets hoger”, zegt De Haan. Hij ziet een opbrengststijging van enkele procenten. Wat hier de oorzaak van is, kan hij niet goed aangeven. Wellicht heeft het te maken met het droge jaar.
Gekeken naar waterregulatie en waterzuivering doet een gereduceerde grondbewerking op klei het beter dan ploegen. Door de betere structuur is de waterhuishouding beter en wordt water makkelijker afgevoerd. Ook is het niet ploegen aantoonbaar positief voor de biodiversiteit op kleigrond, stellen de onderzoekers.
De Voorbereiding van het Pootgoed
Wanneer je overweegt om zelf aardappelen te kweken, wacht dan niet te lang om het pootgoed uit te kiezen. Zeker wanneer je op zoek bent naar een specifieke variëteit. Door je pootaardappelen al vroeg in het jaar te kopen, profiteer je niet alleen van een ruim aanbod, maar heb je bovendien nog voldoende tijd om de knollen te laten kiemen.
Voorgekiemde aardappelen zullen sneller oogstklaar zijn. Ze hebben immers al scheutjes gevormd nog voor ze geplant worden. Om de pootaardappelen goed te laten kiemen, leg je ze het best naast elkaar in bakjes. Zet ze vervolgens gedurende een drietal weken op een koele plek (ca. 10° C) en zorg ervoor dat ze voldoende licht krijgen.
De Ideale Grond voor Aardappelen
De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond. Weet ook dat aardappelen het liefst een iets lagere zuurtegraad hebben (pH= 5-6). Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft. Een aardappelveldje kan je daarom beter niet bekalken.
Aardappelen Poten
Wanneer kan je je aardappelen poten? Zodra de grond warm genoeg is en er geen nachtvorst meer wordt verwacht, kan het gekiemde pootgoed de grond in. Om het planten te vergemakkelijken, maak je de grond net voor het planten het beste nog even goed los.
Plant de aardappelen in rijen. Zorg voor voldoende afstand tussen de rijen (± 70 cm), zo kan je je aardappelplanten achteraf gemakkelijker aanaarden. Maak plantgaten van zo’n 5 cm diep. In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm). Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten.
Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen. Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.
Aardappelen Aanaarden en Bemesten
Zodra de bovengrondse stengels ongeveer 15 cm hoog zijn, is het tijd om je aardappelplanten aan te aarden. Dat betekent dat je de grond rond de stengels aan beide kanten van de plantrij gaat ophogen. De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde. Indien er nog nachtvorst verwacht wordt, mag je ze zelfs volledig bedekken. Zo zorg je voor extra bescherming. Het aanaarden herhaal je het beste nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.
Tijdens het aanaarden doe je er goed aan om ook meteen een kaliumrijke voeding toe te dienen. Het aanaarden van je aardappelplanten heeft zo zijn voordelen:
- Je planten worden gestimuleerd om meer ondergrondse stengels en dus meer aardappelen te vormen.
- Het extra laagje aarde beschermt ze bovendien tegen nachtvorst en zorgt ervoor dat de reeds gevormde knollen niet blootgesteld worden aan het zonlicht, waardoor ze groen zouden kleuren.
- De opgehoogde grond warmt tevens sneller op en voert de regen beter af.
labels: #Aardappel
Zie ook:
- Recepten voor Taart: Bak de Heerlijkste Taarten Zelf!
- Gehaktballetjes Maken voor Soep: Makkelijk en Smaakvol!
- Hoe lang witlof koken voor in de oven? De ideale tijd!
- Ontdek Gezonde Mayonaise Alternatieven die Je Niet Wilt Missen!
- Ontdek Dit Romige Pompoensoep Recept met Slagroom voor de Perfecte Herfstsmaak!




