Aardappelen lijken op het eerste gezicht misschien geen culinaire hoogvliegers, maar vergis je niet: deze knollen zijn ware smaakbommen met eindeloze mogelijkheden in de keuken! En geloof het of niet, zelfgekweekte aardappelen smaken nog beter! Stop er wat liefde en aandacht in, en je wordt beloond met de lekkerste oogst. Het telen van aardappelen is niet eens zo moeilijk!

Of je nu een grote tuin hebt of alleen een terras of balkon, je kunt er zo mee aan de slag. Zelfs met beperkte ruimte kun je al genieten van een kleine maar smaakvolle oogst. In tegenstelling tot de meeste planten, zaai je de aardappel niet, maar gebruik je pootaardappelen die verkrijgbaar zijn in verschillende variëteiten, maten en gewichten en speciaal zijn gekweekt voor dit doel.

Soorten aardappelen

Er zijn verschillende soorten aardappelen, die worden ingedeeld op basis van de periode waarin ze geoogst worden: primeuraardappelen, vroege, halfvroege of laat oogstbare aardappelen.

  • Als je primeuraardappelen in februari al onder glas of in zakken in de garage hebt geplant, kun je ze al vanaf midden mei tot begin juni oogsten.
  • Bij de late variëteiten zitten de beste bewaaraardappelen.

Echter zijn deze variëteiten vaak moeilijker te telen, omdat de meeste aardappelziekten later in het jaar opduiken. Aardappelen kunnen afhankelijk van de variëteit last hebben van aardappelmoeheid, aardappelschurft, aardappelziekte (Phytophthora) of van de coloradokever. Over het algemeen hebben de vroege rassen minder last van ziekten en plagen, toch raden we aan om bij aankoop te kiezen voor rassen die resistenter zijn.

Alles begint met het voorkiemen

Om aardappelen sneller oogstklaar te maken, is het belangrijk om tijdig pootaardappelen aan te schaffen en ze gedurende enkele weken te laten voorkiemen. Aardappelknollen hebben namelijk slapende ogen waaruit scheuten (spruiten) groeien wanneer ze op een koele en lichte plek worden geplaatst. Het voorkiemen duurt meestal 4 à 6 weken.

Om het voorkiemen te vergemakkelijken, kunnen de aardappelen naast elkaar worden gelegd in kistjes of eierdoosjes. Plaats de doosjes op een plek met veel licht, maar vermijd direct zonlicht. Een temperatuur van een ongeveer 10° C is ideaal. De kiemen zullen wit of paars kleuren, afhankelijk van de cultivar. De knollen kunnen worden gepoot (geplant) wanneer de kiemen 1 à 2 cm groot zijn. Als er exemplaren zijn die geen scheuten vormen, gooi je deze enkelingen best weg.

Kies een geschikte plaats

Om aardappelen succesvol te kweken, is het belangrijk een geschikte plek te kiezen. Aardappelen groeien het best op een zonnige plaats in de tuin en gedijen goed op de meeste grondtypes, maar hebben een voorkeur voor lichtzure grond met een pH-waarde tussen 5 en 6, die goed gedraineerd is. Vermijd een plek die recentelijk is bekalkt en verbouw ze niet elk jaar op dezelfde plaats om de gevreesde aardappelziekte te voorkomen.

Op een kleine oppervlakte kunnen aardappelen worden gekweekt in speciale kweekzakken, emmers, grote bloembakken of zelfs in oude potgrondzakken die je binnenste buiten keert (zwarte zijde naar buiten om sneller op te warmen). Zorg er wel voor dat er voldoende afwateringsgaten zijn waarlangs overtollig water kan wegstromen.

Aardappelen planten

Als het goed is heb je de grond in de herfst reeds voorbereid: voldoende diep gespit, onkruid verwijderd en organisch materiaal aan de grond toegevoegd. Wanneer de grond warmer wordt (doorgaans vanaf half april), kunnen aardappelen in de volle grond worden geplant. Voordat je begint, maak je de grond nogmaals goed los. Span een koord en maak om de 40 cm een plantgat van 5 cm op zware kleigrond en tot 10 cm diep op lichte zandgrond. Leg in elk plantgat een knol met de mooiste scheutjes naar boven, vul het plantgat met aarde, maar druk niet te hard aan. Geef voldoende water na het planten.

Zorg dat er een plantafstand van 60 tot 70 cm tussen de rijen is, zodat je voldoende ruimte hebt om de aardappelen straks aan te aarden. Een ruime plantafstand heeft ook als voordeel dat de planten sneller opdrogen door de wind en minder vatbaar zijn voor schimmelziektes zoals de aardappelplaag. Als er nachtvorst voorspeld wordt, span dan een vliesdoek over het aardappelveld. Wanneer je ervoor kiest om aardappelen in zakken of bakken te planten, kan je vroeger beginnen met poten. Het is echter belangrijk ervoor te zorgen dat de knollen niet te nat komen te staan, aangezien dit kan leiden tot rotten. Daarnaast dien je de aardappelen te beschermen tegen eventuele vorst, door ze bijvoorbeeld 's nachts binnen te zetten of ze af te dekken met een vliesdoek.

Aanaarden van de aardappels

Ongeveer vier weken na het planten, wanneer het loof goed gegroeid is, is het tijd om de aardappelen aan te aarden. Dit houdt in dat de stengels bedekt worden met aarde om de vorming van ondergrondse stengels te stimuleren. Hierdoor worden de knollen onder de grond gevormd waar ze niet blootgesteld worden aan licht. Zonlicht maakt de knollen echter groen en doet het giftige solaninegehalte toenemen. Het aanaarden kan beginnen wanneer de stengels 10 à 15 cm boven de grond uitsteken.

Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken. Bij het aanaarden wordt de grond tussen de rijen gebruikt, waardoor er geulen ontstaan en de planten op ruggen groeien.

Om mooie, grote knollen te krijgen, is het belangrijk om tijdens droge periodes extra water te geven. Zorg ervoor dat de grond niet te zwaar bemest is. Ze gedijen het best in een bodem waar vooraf compost of goed verteerde stalmest werd ingespit. Wees voorzichtig met stikstofmeststoffen, omdat deze alleen maar zorgen voor meer bladgroei en een grotere kans op aardappelziekte.

Wanneer aardappelen oogsten?

Vroege aardappelen kunnen al geoogst worden in juni - juli, wanneer ze nog in volle bloei staan. Oogst ze pas als je ze nodig hebt of enkele dagen ervoor, zodat je altijd over verse aardappelen beschikt. Gebruik een oogstriek om de knollen voorzichtig omhoog te tillen en te voorkomen dat de knollen beschadigd raken. De halfvroege en late variëteiten worden pas geoogst als het loof is afgestorven, zodat de knollen meer tijd hebben om te rijpen en beter geschikt zijn om langer te bewaren. De opbrengst per plant varieert tussen de 1 en 2 kg, afhankelijk van het ras en de oogsttijd.

Aardappelen smaken nóg lekkerder als je ze zelf geoogst hebt. Maar vaak stoppen tuiniers hun pootgoed in de grond en laten de knollen vervolgens aan hun lot over - met bijbehorend teleurstellend resultaat. Dat is zonde! Het leuke is: je hebt voor het telen van aardappelen geen grote tuin nodig. Een hoekje in de tuin of een vierkante meter moestuin zijn al voldoende. Kies een zonnige, beschutte plek. Aardappelen houden van een lichtzure bodem, dus vermijd plekken die onlangs gevoed zijn met kalk. Is je grond erg alkalisch? Teel je aardappelen dan in verhoogde bedden of bakken. En, heel belangrijk, verbouw aardappelen niet elk jaar op dezelfde plek.

Stappenplan voor de lekkerste aardappeloogst

Met dit eenvoudige stappenplan krijg je dit jaar je lekkerste aardappeloogst ooit.

  1. Bereid de grond ruim op tijd voor, liefst al in de herfst, zodat de aarde kan rusten. Spit diep, verwijder onkruid en grote stenen, en voeg veel organisch materiaal (zoals compost) toe.
  2. Als je je aardappelen voorkiemt, krijg je een vroegere oogst.
  3. Aardappelen mag je poten met een afstand van 30 cm. We raden een diepte van 12 cm aan. Vroege soorten zet je 30 cm uit elkaar, met 45 cm tussen de rijen.
  4. Aard regelmatig aan wanneer de planten groeien. Dat doe je door de grond rondom de stengels omhoog te harken. Zo krijg je een groter gewas en bescherm je de planten tegen vorst.
  5. Geef tijdens droge perioden grondig water, liefst met regenwater uit de regenton. Bewater de aarde en houd het blad droog om het risico op ziektes te verminderen.
  6. Oogst vroege soorten aardappelen wanneer de bloemen openen en latere soorten wanneer ze groot genoeg zijn. Dit is ongeveer 2 of 3 maanden na het poten. Haal de aardappels op een droge dag omhoog en verspreid ze een paar uur over de grond om de schil af te harden.

De ideale locatie om aardappelen te kweken

De aardappelplant is een echt "zomerkind". De plant houdt van een warme omgeving, maar is niet zo gek op de middaghitte. Verder stelt de groente weinig eisen wat betreft de omgeving : een klassieke moestuin, een verhoogde moestuinbak, een plantzak en grote kuipen zijn allemaal geschikt voor de aardappelteelt. Zorg altijd voor voldoende ruimte. De aardappelplant heeft namelijk ruimte nodig voor de ontwikkeling van de wortels en de knollen. Een pot moet een diameter hebben van minimum 25 centimeter, bij voorkeur 30 of 40 centimeter.

Hoe je aardappels groter maakt

Aardappelen stellen in feite geen zware eisen aan de grond. Vroege aardappels laten zich het beste telen op zandgrond omdat die grond sneller opwarmt in het voorjaar. Verder speelt de grondsoort weinig rol. Aardappels willen vooral een luchtige, humusrijke grond. Dit bekom je door je tuingrond een jaarrond te mulchen. Na het planten mulch ik het perceel van de aardappels niet met gras of andere mulch. Gewoon omdat het lastig is om de aardappelplanten aan te aarden met een mulchlaag.

Aardappels groeien bij mij op de voorraad humus die in de grond aanwezig is. Heb je te weinig humus in de grond opgebouwd gedurende de afgelopen jaren, kan je dit compenseren met compost of wormenmest toe te voegen. Verdeel dit over het perceel voor het planten. Je kan ook in de winter het perceel bedekken met gerijpt stalmest als wintermulch. Ikzelf geef nooit extra korrelmeststoffen aan de aardappelplanten. Wel strooi ik éénmaal gezeefde houtassen over het perceel als de planten 30 cm hoog zijn. Houtasse van onbehandeld hout geeft kalium en dat is de enige extra voeding die knollen nodig hebben. In houtasse is kalium volledig oplosbaar in water en dus snel opneembaar voor de planten. Niet overdrijven is dus de boodschap!

Naast kalium bevat houtasse ook calcium en magnesium. Het bekalken van een aardappelperceel is niet aan te raden want dit leidt gemakkelijk tot schurft bij aardappels. Bovendien zijn de meeste tuinen over bekalkt. Test dus steeds of je grond wel moet bekalkt worden. Indien ja, kies dan voor lavameel.

Ziekten en plagen op aardappelen

Er zijn heel wat verschillende ziekten, plagen en teeltfouten die aardappelen kunnen aantasten : alternaria, schurft, knolrot en de aardappelziekte. Voorzie voldoende afstand tussen verschillende nachtschadeplanten (vb. tomaten).

Schurft zijn verkurkte, ruwe plekken die ontstaan aan de buitenkant op de knol. Het lijkt dat de knollen pokken hebben. Het wordt veroorzaakt door de schimmel Stremtomyces. Ingeval van lange, droge periodes helpt het om tijdens de knolvorming gedurende 3 à 4 weken water te geven. Dit doe je niet op de bladeren (anders stimuleer je Phytophthora) maar onderaan de knollen.

De coloradokever is één van de meest gevreesde insecten bij de aardappelteelt. Zowel de volwassen kevers als hun larven eten bladeren van de aardappelplant en kunnen op relatief korte tijd de planten volledig kaalvreten.

Hebben je aardappelplanten phytophthora gehad, controleer alle knollen grondig en regelmatig. Aangetaste knollen kunnen gezonde aardappels tijdens de bewaring nog aantasten. In een warme droge zomer heb je geen last van de aardappelziekte terwijl in regenachtige zomers phytophthora snel optreedt. De aardappelziekte kan dus jaarlijks op de loer liggen. Biologisch bestrijding van Phytophthora is niet mogelijk. Plant zo vroeg mogelijk, liefst half maart of begin april.

Zowel aardappelen als tomaten worden aangetast. Aangetaste planten moeten meteen worden afgevoerd. Doe ze nooit op de composthoop. De schimmelsporen overwinteren op aangetaste knollen in de grond of op loof in de composthoop. Last but not least: behandel de aardappelplanten preventief met Oenosan om de bladeren te harden zodat schimmels minder kans krijgen om te kiemen.

Wanneer kan je aardappels oogsten

Aardappelen kunnen tussen juli en oktober worden geoogst, afhankelijk van het ras. Uitgedroogde bladeren zijn een duidelijk teken dat het tijd is om te oogsten. Omdat de schil van de aardappelen hard wordt tot ze rijp zijn, mag je niet te vroeg rooien. Aardappelen met groene schil moet je verder laten rijpen. Gebruik bij het oogsten een aardappelschoffel en een schopje. De aardappelen mogen net vóór de opslag niet gewassen worden. Voor de opslag van aardappelen kan je luchtdoorlatende houten kisten gebruiken. Deze plaats je in een droge, donkere en koele ruimte.

labels: #Aardappel

Zie ook: